Ik kan niet lachen

Ik kan niet lachen. Ik ben er al eens voor bij de huisarts en zelfs voor bij een psycholoog geweest, maar er bestaan geen hulp- of geneesmiddelen om deze humorloze kwaal te verdringen of te verpulveren. Zitten het verdriet, alle frustraties, de gierende angsten, de spanningen, de gespannenheid en de teleurstellingen de lach in de weg? Blokkeren de dwarslijnen de lachrimpels?

Ik kan wél glimlachen en soms zelfs hardop lachen om dingen die misgaan (leedvermaak met goede afloop). Als ik lach, dan lach ik meestal geluidloos. Dan lach ik diep van binnen. Maar ik lach bijna nooit bulderend, losjes, met geluid, zoals de meeste mensen die ik ken. Ik vind Raoul Heertje en Sjaak Bral heel grappig, maar zelfs om hun steengoede grappen kan ik slechts minzaam, bescheiden en kort lachen. Zonder geluid. Zonder al te opzichtige expressie.

Ik zou best wel onbedaarlijk willen kunnen lachen. Maar ik ben nou eenmaal een serieus persoon. Zwaar op de hand zelfs. heb ik van mijn vader. Ik ben een diepgraver. Ik geniet meer van een zware discussie dan van een luchtig gesprek. Maatschappijleer was op de middelbare school mijn favoriete vak. Als er wat te discussiëren en te moraliseren viel, dan was ik er als de kippen bij. Er zit een predikant in me. Maar ook een flierefluitende zondaar.

Ik kan heel grappig zijn en ik aas zelfs op het aan het lachen maken van anderen (op familiebijeenkomsten of zo) maar om goede grappen of leuke verhalen van anderen, kan ik zelden ontspannen lachen.
Om toch niet als een lachloze zuurpruim over te komen, lach ik nep, geforceerd. In gezelschap van mensen die de ene na de andere grap maken, tover ik mijn chronische neplach tevoorschijn. Ik forceer mezelf dan om er geluid bij te maken. Mijn gelaatspieren doen verschrikkelijk pijn na zo’n avondje onder grapjassen. Dan heb ik een jas uit gedaan en is me het lachen nog meer vergaan!
Ik bereid me er op zo’n avondje onder grapjassen evenwel op voor dat mensen verwachten dat ik ga lachen. Dat brengt een innerlijke spanning in me teweeg en toch geef ik hen wat ze willen: een lach. Een maskerade, een neplach weliswaar, maar niemand die er ooit iets van zegt. Zouden ze het niet zien? Of zien ze dat ik neplach en zwijgen ze er tegen mij over? Mensen durven medemensen amper te confronteren met keiharde waarnemingen. (Ik ook niet).

Het ergste zijn de moppentappers. Die verwachten dus altijd van je dat je om hun mop gaat lachen. Maar om moppen moet ik eerder janken. Ik word sikkeneurig van moppen. Echter, de moppentapper kijkt je minutenlang na de clou aan of je het net zo leuk vindt als hij/zij, terwijl hij/zij zelf onder de tafel ligt van het lachen, ook al is door hem/haar de mop al honderdduizend keer verteld. Ik doe dan alsof ik lach, teneinde de moppentapper niet te beledigen. Zo vermoeiend!

Herkenbaar?

About these ads
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s