In de lift met koning Willem-Alexander

Koning Willem-Alexander en ik waren in het verre buitenland op bezoek bij een hotemetoot die we onder zes ogen zouden spreken. Onmiddellijk na ons onderhoud met de hoge gastheer zou er een conferentie plaatsvinden met hoogwaardigheidsbekleders van over de hele wereld.

De koning en ik bevonden ons met onze gastheer in een wat kleiner maar luxe en ruimtelijk vertrek – een soort privé-ontvangstruimte – van een groot (conferentie-)gebouw. Willem-Alexander en mijn persoontje hadden haast, vreselijke haast. We wilden allebei de conferentie of het congres ontlopen, omdat we beiden geen behoefte hadden aan en totaal geen zin hadden in ‘dat gedoe’. De koning en ik hadden het voornemen om zo snel mogelijk het vliegtuig naar huis te pakken om ieder (weer) bij ons gezin te kunnen zijn. Eigenlijk raffelden we ons onderhoud met onze diplomatieke en charismatische gastheer af, zo ongemerkt mogelijk.

Opgelucht waren we toen we aan de plichtmatige ontmoeting een eind konden breien en voor de laatste keer handen schudden met de hoge pief. Nadat we de deur van het privé-vertrek achter ons dicht konden trekken, spurtte koning Willem-Alexander in het onberispelijk zwart als eerste richting de lift naar beneden, naar de parkeergarage. In de gangen van het gebouw maar op nog redelijke afstand van ons zagen en hoorden we de gasten voor de conferentie – landbestuurders en persmuskieten – reeds naar de grote zaal lopen. Ik spurtte achter de pijlsnelle vorst aan. We waren als de dood dat iemand ons zou opmerken en zou vragen waarom we die belangrijke conferentie lieten schieten.

De liftdeuren gingen meteen open toen we aan kwamen rennen, ik nog steeds een eindje achter de fitte Oranje aan. W.A. schoot de lift in en drukte op het knopje dat hem naar de parkeergarage en zijn auto zou brengen. Willem-Alexander liet mij aan mijn lot over, hij koos voor zijn eigen hachie. Hij wachtte niet op mij. Ik wurmde me nochtans net op tijd tussen de liftdeuren die al dicht aan het gaan waren. De eerste man van Nederland ergerde zich, want hij was bang dat ik de boel ophield en zou verpesten, dat hij alsnog door een collega in zijn kraag werd gegrepen en niet onder de conferentie uit kon komen. En hij vreesde dat een journalist zijn ‘vlucht’ in de gaten kreeg en er schande over zou schrijven.

Onze voormalige ‘prins Pils’ vloog de  ‘schacht-taxi’ uit, zodra de liftdeuren opengingen. In de nagenoeg verlaten parkeergarage stond de enorme, glimmende donkerblauwe – bijna zwart-blauwe – bolide van Willem-Alexander op hem te wachten. Willem-Alexander sprintte naar zijn (vlucht)auto die hem naar het vliegveld zou brengen, al moest hij wel zelf rijden.

En toen werd ik wakker. Maar ik heb de droom onthouden.

Deze ‘nachthengst’ doet me denken aan de tijd waarin ik royalty-reporter was voor een weekblad en kwartaalblad. Hoewel ik overtuigd en ontwikkeld Republikein ben, schreef ik graag en lyrisch over de koninklijke familie en vooral over die mooie Máxima op wie ook ik geilde en over het A-team van het vorstenpaar, hun drie dochters. Ik ben dol op (leuke, mooie) kinderen en op liefdevolle ouders, dus het kostte me geen enkele moeite om met gouden inkt over het gezinsgeluk van onze toenmalige kroonprins te schrijven. Ik genoot er zelfs intens van.

Eénmaal heb ik de koning in het echt gezien. Dat was op de TEFAF in Maastricht, een poenerige, ziekmakend decadente kunstbeurs in de meest chauvinistische stad van Nederland. Ik deed er dienst als verslaggever van het weekblad waarvoor ik als freelancer leuke en mooie stukjes fabriceerde.

Tijdens zijn rondleiding langs de bijzondere kunstwerken volgde ik Willem-Alexander – toen nog kroonprins – op de voet. Met een wegwerpcamera maakte ik zoveel mogelijk foto’s van hem. Hoewel we er een professionele fotograaf rond hadden lopen, had ik voor de zekerheid een plastic fototoestelletje meegenomen om eventueel onverwachte gebeurtenissen te kunnen vastleggen en te kunnen verkopen. Het roddelblad stelde niet zo’n hoge eisen aan de kwaliteit van de foto’s, maar betaalde voor een – desnoods wazige – prent van een bijzondere gebeurtenis bij wijze van schrijven met goudstaven.

Eénmaal, in het begin van zijn rondleiding, knikte de Oranje vriendelijk naar me. Aan het einde van de rondleiding kon ik merken dat hij zenuwachtig en achterdochtig werd van mijn opvallend plakkerige aanwezigheid.

Ik had hoe dan ook de hele rondleiding lang immens met hem te doen: volgens mij moet je als koning ontzettend veel interesse veinzen.

In het echt maakte de oudste zoon van Beatrix de indruk op me die hij altijd op me heeft gemaakt en nog steeds maakt: een gevoelige, lieve en ergens best wel zielige man die graag van het goede leven geniet, en zich met tegenzin en enig leed maar toch met de beste bedoelingen en grootst mogelijke inzet van zijn bijkans onvermijdelijke taak probeert te kwijten. Onvermijdelijk, omdat je als kroonprins de monarchie en het land, maar vooral je familie niet in de steek wilt laten of durft te laten, maar met name omdat het alternatief evenmin rum in de cola is. Want ga maar na: hoe zal je leven eruit zien als je als kroonprins besluit om van je rol als koning af te zien en een normaal burgerleven te gaan leiden. Normaal? Dat is zowat onmogelijk. En financieel minder lucratief. Bovendien zadel je een van je broers of andere familieleden op met die kut-taak en als je een geweten hebt, dan probeer je dat te voorkomen: doe een ander niet aan...

Mijn ingebeelde nachtelijke ‘avontuur’ doet me tevens denken aan het defilé op Paleis Soestdijk dat mijn ouders en ik ooit – op een 30 april in de jaren 70 – bijwoonden. Juliana – mijn favoriete Oranje, samen met Claus – was toen nog koningin.

Ik vond het geweldig om mee te maken. Het was iets waar ik altijd graag naar keek op televisie en op die zonnige dag maakte ik het in het echt mee. Ik was er live bij! Een jaar of elf was ik, schat ik.

De koninklijke familie stond op het bordes en zwaaide naar de langslopende menigte. Dichter bij het blauwe bloed kon je als rood bloedige niet komen.

Mijn moeder blijft beweren dat prins Pieter van Vollenhoven – die ik ooit tijdens een golftoernooi heb mogen interviewen, een alleraardigste man trouwens – haar tijdens dat defilé een flirt-knipoog gaf. Dat hij haar leuk vond. Maar mijn moeder dacht en denkt nogal snel dat iemand flirt, met haar of met een van ons. Volgens mij wil(de) mama dat graag geloven. Een knipoog krijgen van een prins, dat is Twix voor je ego.

http://www.rolanddanckaert.nl

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De Elzas, een sprookje

Kleurrijke vakwerkhuizen, ooievaars in hun nesten op de kerktorens, schattige en zeer fotogenieke middeleeuwse stadjes, prachtige uithangborden, overal ‘wijnbergen’ (wijnranken op de heuvels) en natuurlijk het Bourgondische leven met veel wijn, bier, worst, (Franse) kaas, croissants, taartjes en tarte flambée (soort pizza met een heel dunne bodem). De Elzas – gelegen in het noordoosten van Frankrijk – heeft een heel hoog Hans en Grietje-gehalte. Het is er volop genieten geblazen.

Op internet had ik voor onze reis gelezen dat de Elzas het rijkste culturele gebied is van Frankrijk. Dat blijkt te kloppen. Volgens mij tref je nergens anders in Frankrijk op zo’n kleine oppervlakte zoveel bezienswaardige stadjes aan als in de nog niet door de commercie en grootschaligheid bedorven Elzas dat na de Romeinse tijd lange tijd in handen was van de Germanen en Duitsers, maar in de zeventiende eeuw door de Fransen werd veroverd om in de negentiende eeuw weer Duits te worden en vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog opnieuw Frans. De meeste mensen spreken er overwegend Frans, maar spreken en verstaan ook Duits.

Op korte afstand wemelt het er van de mooie stadjes: Andlau, Dambach-la-ville, Bergheim, Ribeauvillé, Hunawihr, Riquewihr (de allermooiste!), Kaysersberg, Kientzheim, Colmar, Turckheim, Gueberschwir en Eguisheim (heel mooi!). Misschien is de Elzas zelfs nog mooier en authentieker dan het aangrenzende Zwarte Woud (Duitsland) aan de andere kant van de Rijn. Deze twee gebieden doen – afgezien van de typische Schwarzwald-boerderijen – sterk aan elkaar denken, maar de stadjes in de Elzas zijn zowaar nog minder modern dan aan de overkant, en beslist nog sprookjesachtiger.

Tijdens ons verblijf – tijdens Hemelvaart – zagen we er relatief heel erg weinig (Nederlandse) toeristen, waardoor we gelukkig vooral onder de Fransen waren. Oh ja, wij vonden de mensen er veel vriendelijker dan in de rest van Frankrijk.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Giro-winst Tom Dumoulin

We dachten dat we door een roze bril naar het wielrennen keken, maar het was toch echt zo: de Nederlandse wielrenner Tom Dumoulin stond gisteren in het roze van de overwinnaar op het erepodium van de Giro d’Italia, de Ronde van Italië. Van de honderdste editie van deze ronde-klassieker maakte de Limburger iets speciaals: hij maakte niet alleen zijn droom waar, maar tevens de droom van alle Nederlandse wielerfanaten. Daarmee lapte hij alle historische wielerwetten aan de laars: voor het eerst een Nederlandse winnaar van de cappuccino onder de wielerrondes.

De Limburgse krant ‘De Limburger’ en de provinciale nieuwszender L1 pakten groot uit, want in hun ogen heeft niet zozeer een Nederlander de Giro op zijn palmares staan, maar meer nog een Limburger! Frappant toch hoe zelfs de media zich laten afglijden op de glijbaan van het chauvinisme, met ingevette buik, rug, armen en benen. Zonder schaamte en zonder enige rem neuken ze zonder condoom maar met glijmiddel het chauvinisme in de kont. Ik word daar altijd een beetje kregelig en nog meer anti-chauvinist van. Niet dat ik als geboren en getogen Limburger – van een Zeeuwse vader en Gelderse moeder – een beetje meer trots ben op Tom, omdat hij uit onze provincie komt, maar ik zou me nooit zo chauvinistisch (willen en kunnen) gedragen.

Maar daar stond hij dan met de spiraalbeker in zijn omhoog gestoken handen, handen die misschien wel veel operaties zouden hebben verricht als hij na het behalen van zijn gymnasium-diploma niet was uitgeloot voor de studie ‘geneeskunde’. Op zijn vijftiende begon hij pas met wegwielrennen en een jaar of drie later legde T.M. zich serieus toe op een carrière als profwielrenner. Tom Dumoulin bleek het lijf en de geest te hebben om af te kunnen zien en in de topsport de top te kunnen bereiken. Het beste is hij als hij in z’n eentje de strijd aan moet gaan met de wijzers van de klok.

Het roze van zijn trui en zijn kuiltjes-in-de-wangen-glimlach maakten de mooie jongen uit Maastricht nog mooier. De feestelijke gouden snippers dwarrelden als een sneeuwbui van goudstaafplakjes langs hem af. Hij stond daar op het ereschavot als the golden boy, the golden pretty boy.  Zijn ridderlijke kin verraadt een winnaarsmentaliteit, doorzettingsvermogen dat nimmer te heet is gewassen. Hij past precies onder het laken van het victorie-bed.

Tom Dumoulin. Niet alleen een Franse achternaam, maar ook een Frans uiterlijk. Hij kon zo afkomstig zijn uit Frans Baskenland. Misschien claimen de Fransen hem nu wel een beetje, en willen ze hem overtuigen een dna-test te laten doen, waaruit zal blijken dat hij Frans bloed bezit, en niet alleen een Franse achternaam. Mogelijk is hij een nazaat van de Franse overheersers in Limburg destijds.

Hoe dan ook, Tom Dumoulin heeft als derde Nederlandse renner – na Jan Janssen en Joop Zoetemelk – een grote wielerronde gewonnen. Hij is geen arts geworden, maar heeft als wielrenner heel veel gebroken harten van Nederlandse en met name Limburgse wielerfanaten geheeld.

Over negen maanden zullen er relatief veel meer Tommetjes worden geboren. Iedere wielergek die je nu ziet fietsen van Groningen tot Maastricht is (in de verbeelding) Tom Dumoulin.

Het is een naam die klinkt als een klok. Niet gek voor een tijdrit-specialist…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Opportunistische voetbalkenners

Voorafgaand aan de Europa League-finale tussen Ajax en Manchester United (0-2 voor de Engelsen) heb ik me weer verbaasd over en geërgerd aan het opportunisme onder de voetballiefhebbers én de zogenaamde voetbalkenners, onder wie Aad de Mos, Johan Derksen en Frank de Boer.  Zij verwarden hun hoop met realiteitszin. Zodoende bleef een goede analyse over de kansen van Ajax uit: “Wij pakken die cup, wij gaan die wedstrijd winnen, we spelen die Engelsen zoek.” 

Ik vind het getuigen van een heel laag niveau wanneer voetbalfans en vooral voetbalkenners voor aanvang van een (belangrijke) wedstrijd heel opportunistisch dingen gaan roepen, zo van: “Wij pakken die titel.” Zeker als het nergens op is gebaseerd. Geen moment voor de wedstrijd tegen Manchester United heb ik gedacht dat Ajax zou gaan/kunnen winnen. Ik heb het wél ieder moment GEHOOPT.

Maar ik was er veel te goed van doordrongen, dat Ajax op voorhand in alle opzichten de underdog was. Tijdens de wedstrijd bleek dan ook, dat de Amsterdamse club de onderliggende partij was: wel veel balbezit, maar op twee halve kansjes na leidde dat nimmer tot groot gevaar voor het vijandelijke doel. Het vuurwerk bestond uit te vochtige flikkersterretjes die niet wilden branden. De Ajacieden leken bang om met vuur te spelen. Maar ze waren vooral machteloos, omdat de opponent sterker was en een slimmer strijdplan had.

De feiten die al voor de aftrap ‘bewezen’ dat Ajax alleen door een wonder zou kunnen winnen? Welnu, de ploeg van trainer Peter Bosz – die als trainer nog nooit een serieuze prijs heeft gewonnen (!) – presteerde buiten de eigen Amsterdam ArenA in topwedstrijden telkens zeer matig, zelfs tegen Feyenoord en PSV. Blijkbaar mist de jonge, onevenwichtige selectie de definitieve klasse, de rust én de ervaring om ook buiten Amsterdam een serieuze krachtmeting te winnen. De uitwedstrijden tegen Schalke 04 en Lyon vond ik ontluisterend en waren voor mij het bewijs dat Ajax buiten A’dam geen schim is van de wervelwind die het in eigen huis is. Aangezien de EL-finale zich in Stockholm afspeelde, had ik er weinig fiducie in dat captain Klaassen en zijn mannen het er goed vanaf zouden brengen.

De laatste jaren heeft Ajax steeds een aantal beslissende wedstrijden verprutst: denk aan de laatste competitiewedstrijd vorig seizoen tegen de Graafschap toen Ajax verzuimde te winnen en de 34ste titel te pakken. En zo waren er ook dit seizoen partijen waarin Ajax had kunnen inlopen op Feyenoord en had moeten profiteren van een misstap van de Rotterdammers, maar dan zelf punten verspeelde.

Maar dat is nog niet alles. Ik realiseerde me voor het gevecht tegen Manchester United dat hun coach José Mourinho een geslepen schaker is die bijna al zijn finales wint door zijn tactische vondsten en inzichten. Toegegeven, de ijdele, narcistische Portugees laat zijn teams bijna nooit aanvallend en mooi spelen en maakt nimmer reclame voor de sport, maar hij is wél in staat om van een beslissende wedstrijd een schaakpartij te maken en de tegenstander schaakmat te zetten. Hij wist dat hij zijn mannen de centrale Ajax-verdediger Sanchez moest laten opbouwen (vrij moesten laten bij de opbouw), omdat de verdedigend sterke speler daartoe niet in staat is. Mourinho wist ook, dat hij met het hele team compact moest staan en Ajax geen ruimte moest bieden om te voetballen. En dat de club uit onze hoofdstad moeite heeft met tegenstanders die counteren. Ajax geeft altijd veel te veel ruimte weg op de flanken en in het centrum.

Nog steeds is er meer waardoor ik Ajax heel weinig kans gaf om van Manchester te kunnen winnen. De Engelsen hebben gewoonweg een meer ervaren én betere ploeg met letterlijk en figuurlijk sterkere spelers (denk aan Pogba en Fellaini). Dat is tijdens de finale heel pijnlijk (voor Ajax) gebleken. Ajax was machteloos en krachteloos en had geen plan B, had niet de klasse en ervaring om het tijdens de wedstrijd over een andere boeg te gooien en United te ontregelen en te verontrusten.

Ajax wil altijd het eigen spel spelen, maar in het internationale voetbal moet jouw eigen spel berusten op meerdere speelwijzes waar je op kan overschakelen als plan A de opponent overduidelijk niet van streek maakt. Ajax zat 90 minuten lang in de tactische houdgreep van Mourinho en de zijnen.

Daar komt bij dat het volgens mij een nadeel was dat Ajax anderhalve week niet had gevoetbald en dus ‘uit de flow was’. Je kan maar beter wedstrijd na wedstrijd spelen, zeker als je goed in vorm bent. Tijdens die anderhalve week hadden de Ajacieden wellicht te veel tijd om over de finale na te denken en naar de wedstrijd toe te leven, om zichzelf zenuwachtig te maken.  Als het moment daar is, dan kun je blokkeren.

TOEKOMST VAN AJAX

Op 27/28 JULI speelt Ajax alweer een cruciale eerste wedstrijd, namelijk in de derde voorronde van de Champions League. Onder andere AA Gent uit België en Celtic uit Schotland kunnen de tegenstanders zijn. Geen makkelijke uitdagingen!

Het is dus van groot belang dat het bestuur ditmaal de selectie wèl tijdig op volle oorlogssterkte heeft en dat trainer Peter Bosz – indien hij blijft – meteen en precies weet met welke basis hij gaat spelen, en hoe. Ajax zal spelers aan de selectie moeten toevoegen die het mogelijk maken om een plan B te hebben en uit te voeren. Denk aan een grote, sterke spits en aan een krachtpatser op het middenveld.

Peter Bosz en het bestuur staan 2 dingen te doen: gerichte versterkingen en vervangingen voor vertrekkende sterspelers halen én door-selecteren. Het moment is aangebroken om Van de Beek in de basis te zetten ten koste van Schöne en om Kluivert als linksbuiten een vaste plek te geven.

De spelers die Ajax echt beter kunnen maken, spelen waarschijnlijk niet in Nederland. Natuurlijk zouden Haps en Luckassen van AZ de selectie breder kunnen maken, maar heb je geen jongens van dat niveau in de eigen gelederen? Van Wolfswinkel van Vitesse zou mogelijk een goede vervanger zijn van Dolberg indien de jongeling al vertrekt, of zou anders een goede concurrent zijn voor de Deen. Maar ik denk dat het aan de scouts van Ajax is om ware versterkingen à la Sanchez op te snorren in het buitenland. En verder moet Ajax dus niet bang zijn om de jeugd nu ook echt een kans te geven. Frenkie de Jong maakt op mij een heel sterke indruk. Ik zou hem in de voorbereiding de kans geven om met Ziyech en Van de Beek een middenveld te vormen, in de verwachting dat aanvoerder Klaassen zal vertrekken.

SLOTWOORD

Ik blijf me erover verbazen hoe weinig inzicht de trainers, bestuurders en voetbal-insiders die zich als analist laten betalen aan de dag leggen. Het opportunisme en de naïviteit regeren in en rondom het voetbal. Als ik met mijn beperkte voetbalervaring en voetbalverstand maar wel met meer realiteitszin zinnigere dingen kan zeggen en schrijven dan de professionals, dan is er iets goed mis met het analytische vermogen van de mensen in het voetbal.

Afschuwelijk vond ik het, het opportunisme waarmee werd geroepen dat Ajax die finale zou gaan winnen, alsof het was gebaseerd op feiten. Maar het was puur gebaseerd op opportunistische hoop. De teleurstelling vanwege de machteloosheid van Ajax gedurende die 90 minuten in Zweden en over de uitslag was daardoor nog groter. Het schijnt moeilijk te zijn om met beide benen op de grond te blijven staan.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Diederik Smit kent het geheim van de Ajax-smid niet

In Dagblad de Limburger, dat we van een straatgenoot te lezen krijgen (we zouden er zelf geen cent voor betalen), las ik een kul-column van cabaretier en schrijver Diederik Smit die schreef dat Ajax meer schatplichtig is aan Cocu en PSV dan aan Johan Cruijff, omdat Ajax 2017 eigenlijk weinig jeugdspelers in de basis heeft staan maar met gerichte aankopen een bepaald niveau heeft bereikt, à la PSV dat dit seizoen overigens op alle fronten teleurstelde, nooit aantrekkelijk voetbal heeft laten zien en amper eigen jeugd laat doorstromen.

Ik heb nog nooit zo’n grote onzin gelezen. Ajax-trainer Peter Bosz heeft de Cruijff-voetbalfilosofie juist (weer) geïmplementeerd waardoor Ajax eindelijk weer aantrekkelijk voetbal speelt. En het klopt dat Ajax met de aankoop van Sanchez en Ziyech en de huur van Traoré het niveau heeft opgeschroefd, maar Ajax is toch nog altijd een club die veel jeugdig talent brengt. Dit seizoen gebruikte Peter Bosz vrij veelvuldig de jeugdspelers Van de Beek, Nouri, Kluivert en De Jong, terwijl Veltman en Klaassen – door Ajax zelf opgeleid – altijd in de basis staan. Dat is een ongelofelijk groot aantal, zeker in vergelijking met andere clubs (en al zeker internationaal en in vergelijking met PSV!). Tel daarbij op dat de jeugd van Ajax onder 19 (weer) kampioen is geworden en dat Jong Ajax in de Jupiler League bijna kampioen is geworden en als tweede eindigde en je beseft dat Diederik Smit zijn column met zijn duim schreef (en over de schreef ging).

Die Diederik Smit is best een slimme gast, maar hij heeft duidelijk geen enkel verstand van voetbal en al zeker niet van Ajax. Maar in Dagblad de Limburger verschijnen wel vaker totale kul-verhalen. Gisteren was er in dit dagblad zelfs een journalistieke pipo die pleitte voor het ontslag van Roda JC-trainer Anastasiou, met nog maar twee wedstrijden te spelen (de Griekse coach vertrekt na afloop van dit seizoen). Totale waanzin om (nu nog) voor zo’n onzinnig ontslag te ijveren en om Limburgse reddende engelen naar voren te schuiven, zoals Huub Stevens en Eric van de Luer.

Een groot aantal Roda JC-spelers zou afgeknapt zijn op de voormalige spits. Hetgeen ook weer veel zegt over de Roda-selectie die haar trainer het hele seizoen in de steek heeft gelaten, terwijl de coach het slachtoffer is geweest van het wanbeleid van het bestuur en onder de moeilijkste omstandigheden moest werken. Als die spelers een lul hebben en hem nog omhoog krijgen, dan pakken ze de bestuurders keihard aan en zeggen ze het vertrouwen op in de clubleiding!

Dagblad de Limburger toonde zich hiermee weer haar chauvinistische, kleingeestige zelf. Wat is het toch een kut-krant!

http://www.rolanddanckaert.nl

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Indonesië alsmaar homo-onvriendelijker

Indonesië was altijd al een een groot moslim-land (in geen enkel ander land op de aarde wonen zoveel moslims), maar radicaliseert in een moordend tempo. Toen wij in 1996 op Java waren, zagen we amper vrouwen met hoofddoekjes en hoorden we de gebedsoproepen vanaf de moskee-minaretten zelden. In 2010 was dat allemaal heel anders, totaal omgeslagen. Niets mis met de islam, maar wél met de radicale islam, net als met het radicale christendom.

Want alsmaar vaker verneem ik, dat homo’s maar ook bi-seksuele mensen, travestieten en transgenders op de eilandengroep worden gearresteerd en gemarteld (stokslagen, heel lange celstraf). Indonesië begint een gevaarlijk en onvrij (moslim-)land te worden. Tijd voor economische en politieke sancties van het vrije(re) Westen tegen het rijstvelden-land?

Homoseksualiteit is in Indonesië niet verboden, maar via de antiporno-wet die in het leven is geroepen, worden homoseksuele gedragingen en seksfeesten steeds vaker en steeds hardhandiger de kop ingedrukt. Afgelopen weekeinde werden 141 mannen in een homoseksuele saunaclub opgepakt tijdens een spetterend seksfeest met strippers. Gevreesd moet worden dat de arrestanten zijn of worden gemarteld en/of een lange gevangenisstraf krijgen.

Hoe onverdraagzaam moet je als land, als samenleving, zijn als je een FEEST afbreekt en als je FEESTGANGERS arresteert? Als het nou om een gewelddadig ‘feest’ ging, dan was het wat anders. Maar het ging hier om een potje plezier! Okay, het handelt hieromtrent om een seksfeest, om mannen die ervoor kozen om zich seksueel (weer eens) heerlijk uit te leven met elkander, maar… so what? De samenleving heeft er helemaal geen last van wanneer mensen van een orgie genieten. Het hoeft niet jouw cup of tea te zijn en je mag er best schande over spreken, maar vrijheidsberoving en martelingen gaan veel te ver en zouden op zichzelf strafbaar en onwettig dienen te zijn.

Het is de spagaat van deze tijd: sommige landen en volkeren zijn redelijk verdraagzaam en modern (geworden), terwijl een ander gedeelte er nog middeleeuwse en barbaarse opvattingen op nahoudt.

Indonesië is – zoals zoveel onverdraagzame landen, instanties en mensen – zo hypocriet als de pest. De corruptie tiert er in alle geledingen van de maatschappij welig, ook binnen de moskeeën, kerken en overheid. Maar dat is niet alles: in vrijwel ieder (groot) hotel op Java (en waarschijnlijk op andere Indonesische eilanden) kunnen mannen zich door voornamelijk vrouwelijke masseuses erotisch laten masseren, met een happy end dus. Voor heel weinig geld. Bij mijn weten wordt dat wél toegestaan en zelfs gezien als een belangrijke inkomstenbron.

Het is zo klaar als een klontje, het is het paradepaardje van fanatieke religieuze mensen en dus ook van radicale moslims: ze vinden dat alleen man en vrouw voor elkaar zijn geschapen en seks met elkaar mogen hebben en dat homo’s, lesbiennes, transgenders, travestieten en transseksuele mensen spotten met de zogenaamde schepping en met de zogenoemde schepper en moeten worden tegengehouden, gevangen moeten worden genomen en gehouden en dienen te worden gestraft/vernield.

Voorheen werd er in Indonesië – althans op Java en al zeker in Bandung en Jakarta – heel luchtig gedaan over homoseksualiteit en over als vrouw verklede en zelfs omgebouwde mannen. Er werd om gelachen. Ze konden gewoon over straat lopen en hun ding doen. Nu Indonesië op Formule 1-snelheid is geradicaliseerd – althans de overheersende groep moslims – is het slecht gesteld met de tolerantie en acceptatie van en veiligheid voor homo’s, maar ook van en voor niet-moslims, atheïsten en christenen.

We hebben het altijd over de anti-homo-houding van Poetin – geheel terecht – maar in heel veel landen op de wereld en met name in heel veel islamitische landen zijn homo’s hun vrijheid en leven niet zeker.

Gebleken is, dat een samenleving van binnenuit bepaalde ontwikkelingen doormaakt en veranderingen/verbeteringen ondergaat. Het zijn altijd de burgers geweest – individueel en georganiseerd – die meer rechten en andere verbeteringen hebben afgedwongen. Het werkt niet als andere landen gaan zeggen hoe een land of volk zich dient te gedragen. Indonesië zal niet luisteren naar het advies van onze regeerders om zich toleranter op te stellen jegens homo’s. Het zal worden beschouwd als zeer onwelkome bemoeienis en er zal worden gewezen naar onze eigen misstanden, hypocrisie en fouten. Nogmaals, veranderingen in een samenleving moeten van binnenuit tot stand komen. Daar zijn moedige mensen en solidariteit-met-een-lange-adem voor nodig.

Je zou kunnen denken aan economische en financiële straffen voor het regime in Indonesië waar de vertegenwoordigers van de islam veel macht hebben en die zitten niet alleen maar in de regering, maar tevens in de rechtbanken en bij de politie. Je zou toeristen kunnen adviseren om Indonesië te mijden. De vraag is echter of dit alles resultaat zal hebben, want de fanatieke moslims laten zich door zulke sancties niet op andere gedachten en daden brengen. Waarschijnlijk worden ze er alleen maar steeds fanatieker door, terwijl de arme mensen én de homo’s het grootste slachtoffer worden van de noodgrepen, aangezien bijvoorbeeld een handelsboycot leidt tot nog grotere schaarste en armoede en tot nog meer sociale conflicten.

Daarom, het zou het beste zijn wanneer individuen en groeperingen in Indonesië zelf nog fanatieker zouden ijveren voor meer verdraagzaamheid en vrijheid. Echter, dat is lastig in een land waarvan de dominante moslims – waaronder de heersers, de machthebbers – in ijltempo radicaliseren. We kunnen hier dus spreken van een tragedie, van een groot drama waar geen einde aan lijkt te komen en waar geen oplossing voor lijkt te bestaan. Met militair Westers geweld een einde maken aan het moslim-regime lijkt een ondoenlijke onderneming die decennia gaat duren en heel veel slachtoffers zal maken. Dan wordt het van kwaad tot erger.

De homo’s, lesbiennes, travestieten, transseksuelen en tansgenders zullen dus ondergronds moeten gaan, zullen op hun hoede moeten zijn, bijvoorbeeld voor verklikkers. Ze zullen toneel moeten spelen of in ieder geval seksfeesten, homogelegenheden en openbare homoseksualiteit moeten vermijden, willen ze niet opgepakt en verketterd worden.

Niet iedereen kan en wil een held zijn en een statement maken. Toch is dit nodig. Er zijn Indonesische homo’s nodig die zich willen opofferen voor de goede zaak, die openlijk strijden voor meer verdraagzaamheid en vrijheid. Het hoeven niet alleen homo’s te zijn, het kunnen net zo goed hetero’s en bi-seksuele mensen zijn, mensen die het opnemen voor de homo-gemeenschap. Vooral populaire zangers, sporters, acteurs en presentatoren zouden hun zegje moeten (durven) doen, zodat het probleem rondom het geweld tegen homo’s in Indonesië de aandacht blijft vangen.

De angst onder de mensen in Indonesië om het regime tegen de haren in te strijken, is evenwel levensgroot. Iedereen is op zijn hoede voor verraders, verklikkers en spionnen. De angst regeert. Er is daar een heel erg groot gemis aan moed en aan saamhorige initiatieven van en voor minderheden.  In Indonesië lopen ze bovendien niet zo te hoop tegen de eigen regering, tegen de autoriteiten. De mentaliteit is er anders dan bij ons. Vrijwel iedere burger klaagt er over de corruptie, maar maakt er als het even kan zelf gebruik van. De urgentie, de moed, de ijver en de wil ontbreken om verbeteringen af te dwingen en daarvoor offers te brengen.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Weiland-wandeling

Dit is vandaag de mooiste dag van mijn leven. Op de mooiste plek van dit moment beleef ik het mooiste moment van dit moment. 

Door een kniehoge groen-gele zee waad ik, mijn benen gebruikend als roeispanen, mijn voeten als peddels. Dieper zak ik weg in de landelijke golven, zodat mijn knieën kopje-onder gaan.

Het geel van de blinkende boterbloemen en de groene skyline van het wolkenkrabbers-gras vormen een religieus-kunstzinnige mozaïekvloer, met de zon als patroonheilige.

Pluisjes van de pluisjes van de corpulente maar hemelbestormende populieren en van de wilgen die gebukt gaan onder hun treurige reputatie zwemmen zwijgzaam door de kleurloze lucht, als een kudde één kant opgedreven door de dwingende, dominante wind die met zachte hand regeert.

Het water van de rivier zweeft langs de bedding, geluidloos als een zweefvliegtuig vlak onder de ook al doofstomme wolken. Ik zit, kijk, luister en geniet en wens dat dit ogenblik eeuwig mocht duren, dat ik hier – ontdooid – kon bevriezen in de tijdloze oneindigheid. Pluisjes van de pluisjes van de pluizige bomen varen op de stroom van het water mee, als toeristen die een dagje op de vlakke waterwegen doorbrengen en voor de verandering gebruik maken van een watertaxi.

Achter mij klinkt de echo-achtige roep van een koekoek die door een buis van bamboe lijkt te communiceren. Het vogel-ensemble repeteert alvast voor het avondconcert wanneer de koperen ploert stemmig uitgeleide wordt gedaan.

Een roodbruine mannetjes-fazant die zich had verschanst in zijn patio van hoog gras schrikt van mijn aanwezigheid en slaat zijn vleugels geschrokken uit. Vogels lijken ondanks hun vlucht-stress meteen te weten waar de volgende schuilplek zich ophoudt, alsof ze daartoe tot een feilloze navigatie beschikken.

Tussen twee naburige takken van een boom hangt een spinnenweb dat als een soort van dromenvanger een aantal pluisjes van boompluisjes in haar netten heeft gestrikt. De pluisjes in de houdgreep van de fijne maar ferme draden.

Een overschot van een dode tak gooi ik in het water, want een mens kan het nooit opbrengen om helemaal niets te doen en slechts toe te kijken. Hij moet dwangmatig iets aan en met de natuur doen, en meestal is het niet veel goeds. Mijn tak-worp is nog vrij onschuldig, maar in onze maatschappij blijft het helaas niet bij onschuld.

Een witte zwaan glijdt achterwaarts door het bruinige water dat het dier begeleidt, als een vliegtuig dat door een pushback truck in startpositie wordt geduwd. Het dier neemt een hap van zijn ‘vervoer’ en nog een en nog een. In z’n achteruit vissen vangen en verorberen, gaat blijkbaar voortvarend.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen