Koeien groeten

Deze dag is vroeg grijs, op jonge leeftijd al bijna helemaal muiskleurig. Maar als ik naar het oosten loop, dan zie ik de zon, als een kardinaal-keppeltje op een  bejaard hoofd. Onze warmtebron – God’s generator – verlicht de herfstbladeren. Nergens op de wereld is het nu mooier dan hier. Maak een foto van dit feeërieke feest, laat die zien aan de mensen op de Bahama’s of Hawaï en ze worden jaloers. Het liefst zouden ze dan onmiddellijk een reis boeken naar dit vereeuwigde tafereeltje om het met eigen ogen te kunnen aanschouwen.

Ik wandel langs een weiland met zwart-witte koeien die een stevig ontbijt uit de stugge aarde trekken. “Goedemorgen dames,” zeg ik. “Eet smakelijk.” Ik kan er in elk geval zelf om gniffelen. Soms presenteer ik een one man-show en dan ben ik behalve de entertainer de enige toehoorder.

De vrede wordt verstoord door een autobestuurder die midden op de weg uit zijn Volkswagen is gestapt om de vrouw achter hem – in haar deels geblindeerde auto – uit te schelden voor bumperklever en stoephoer. De man blijft tekeer gaan, totdat een heel grote, sterke neger uitstapt, vanaf de achterbank van de bolide. De kolos gaat letterlijk op de tenen staan van het drie koppen kleinere keffertje dat van angst nog eens extra drie koppen kleiner wordt.

De neger zegt niks, ook niet als het keffertje begint te huilen en om zijn moeder schreeuwt. Eindelijk doet Brutus een stap terug. Ondanks zijn tien gebroken tenen rent het keffertje – op zijn hakken – terug naar zijn auto en scheurt weg. Dertig meter verderop, na een bocht, houdt een politievrouw hem aan wegens te hard rijden. “En dan is dit nog mijn geluksdag. Moet je nagaan hoe mijn andere dagen zijn,” zegt de pechvogel tegen mij.

Ik moet denken aan Harold, een vriend van mij. Als je wandelt, dan heb je tijd om je je dingen te herinneren. Harold hielp eens een leuke, Indische vrouw bij een haperende parkeermeter. Toen het gelukt was om een parkeerkaartje uit de machine te halen, was ze hem vriendelijk dankbaar. De jovialiteit van de aantrekkelijke Aziatische maakte zo’n indruk op hem dat Harold twee uur in zijn auto bleef wachten totdat de vrouw terugkeerde bij haar wagen. Hij is werkloos en heeft toch niks beters te doen, en hij besloot haar zo onopvallend mogelijk te volgen. Als je te weinig omhanden hebt, dan raak je al snel bezeten van iets dat spannender is dan in je eentje koffie drinken.

De vrouw stopte na 40 minuten rijden bij een groot huis waar ze naar binnen ging. Harold twijfelde geen seconde en besloot aan te bellen. Als hij iets heeft geleerd in zijn leven, dan is het wel niet af te wachten, doch initiatief te nemen. Anders gebeurt er niks. Als je er niet zelf achteraan gaat, dan heb je geen doel om na te jagen. Niet de vrouw deed open, maar een man. Een heel mooie man. Vanuit de slaapkamer hoorde Harold haar roepen: “Wie staat er aan de deur, schat? Zeg maar dat we geen tijd hebben, hoor. Ik ben veel te heet. Schiet op! Ik heb niet voor niets net dat sexy, paarse setje gekocht!”

Harold wist niet goed welk excuus hij moest bedenken voor het aanbellen. Wel vijf minuten stond hij daar met de mond vol tanden. Uiteindelijk sprak hij (hij schrok er zelf van): “Ik heb bij het verkeerde huis aangebeld. Excuses voor het ongemak.” Die laatste zin zit er bij Harold – als ex-NS-omroeper – ingebakken…

Ik wandel verder en denk aan Anna, de Poolse blondine in de sauna. Een vrouw die zelfs een homoseksuele man niet onberoerd zou laten, zo mooi. Een strak lijf, een tattoo op haar afgetrainde bil en precies het juiste formaat borsten. Althans, voor mij. Ik heb nooit van die uiers gehouden. Ik hou van kleine tietjes. Van tietjes zoals die van Anna: tieten als twee slagroomsoezen: romig, niet te kolossaal, vol en spits. Tieten waar je aan denkt als je lid al – heel vitaal – is opgestaan, maar jij nog lekker warm in bed ligt.

Ik zei tegen haar dat zij nog jong en mooi was, terwijl ik al een oude man ben. “Ik ben ook al 43 jaar, hoor,” sprak ze. “Dat lieg je,” antwoordde ik. Sommige vrouwen zijn gecharmeerd van mijn charme-offensieven. Anna lachte en voordat ik het wist, duwde ze me haar paspoort onder mijn neus. Haar paspoort!! We zaten allebei naakt in de saunacabine en zij had als een illusionist haar paspoort tevoorschijn getoverd, onder haar oksel vandaan of uit haar spleet. Ik weet niet hoe, maar opeens was daar haar paspoort.

Anna zag mijn verbazing. “Ja, ik heb mijn paspoort altijd bij me. Weet je, in Polen werd je als burger altijd en overal naar je papieren gevraagd, waar je ook kwam. Had je ze niet bij je, dan werd je meegenomen naar het bureau en moest je een halve dag wachten en af en toe wat paperassen invullen. Uiteindelijk kreeg je een boete van omgerekend 35 euro.”

De Oost-Europese schoonheid liet een stilte vallen en zei toen, melancholisch: “Polen is een mooi land, maar Het Systeem is er nog altijd ziek. Doodziek.  Nog steeds veel corruptie. Nog steeds dezelfde soort mensen als tijdens het communisme. De mentaliteit is niet veranderd. De kerk en de regering spannen samen: heel veel geld gaat naar de kerk en het volk krijgt heel weinig. Het geld dat naar de kerk gaat, zou naar de burgers moeten gaan.”

Anna is geboren in 1989 zag ik in haar pas… Of ze kan niet rekenen, of ze liegt standaard over haar leeftijd (misschien dacht ze meer indruk op me te maken als ze zich ouder voordeed) of haar paspoort is vals. Of alle drie.

 

 

 

 

 

 

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bovenste beste zonsondergang

De lucht wisselt van kleding – steeds weer andere jurken in andere kleuren – zoals een assistente van een illusionist tijdens de show. De optische verrassingen en omwentelingen geschieden als je even je ogen hebt gesloten tijdens het knipperen. Een mij onbekende andere man en ik staan als enigen in het heerlijk geurende dennenbos omhoog te bewonderen. De hemel is onze tempel, onze aandacht ons gebed, ons geduld onze offerande. De zon, het kloppend hart van het heelal – de residentie van onze meteorologische regent, zorgt voor een oranje mist in de boomtoppen. De weergoden hebben een spectaculaire voorstelling voorbereid. Een vuurrode band loopt over de hele lengte van de horizon, alsof het vergezicht een Peruviaanse sjerp draagt. Wanneer de zon bijna onder is, beleeft de attractie haar hoogtepunt: een bloeddruppel lost op in water.

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Auto wassen

“Vindt u het goed als we uw auto wassen, gratis?” De receptionist van de garage, waar onze bolide een beurt zou krijgen, vroeg het voorzichtig, alsof hij had geïnformeerd of hij onze automobiel mocht slopen. Wie zegt nou ‘nee’ tegen zo’n gratis aanbod? Het is hetzelfde als wanneer een bloedmooie vrouw aan je vraagt of je het goed vindt dat ze je klaar pijpt en je zaad doorslikt! Alleen een homo zou daar nee op zeggen. Onze van origine grijze maar vergeelde Japanner was zo vies dat de koplampen op grote spleetogen leken, op de spleetogen van een Aziatische dinosaurus. Dus kom maar op met die gratis wasbeurt!

Ik rijd trouwens graag door de wasstraat. Dat vind ik een leuke attractie. Ik krijg dan een beetje het pretparkgevoel. Met name op de voorruit van de wagen is dan heel veel te zien: het sop en de ‘regen’ bieden je een frappant schouwspel. Wat een belevenis. Echt, bij ons in Limburg is dat het spannendste wat je kan meemaken, tenzij je vlaai eten met je schoonfamilie tot een hoogtepunt rekent!

Als alle ruiten van de auto onder het sop zitten en je er niet meer doorheen kan kijken, dan voelt dat als een cocon. Prettige claustrofobie: een beetje akelig maar ook fascinerend. Als ik (met 180 km/uur) door de wasstraat rijd, dan moet ik altijd aan Robert ten Brink denken, omdat hij eens in een interview heeft gezegd dat hij naar en door de wasstraat rijdt om rustig te worden en te ontspannen. All he need is a carwash! Robert loves it! Robert schijnt zijn auto vaker te wassen dan zijn krullen!

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mezelf etaleren

Zelf blijven nadenken. Op mezelf afgaan. Dat is een van de verhalen of uitdagingen van mijn leven. Vroeger dacht ik altijd dat anderen meer capaciteiten hadden dan ik en alles beter wisten en konden dan ik. Dat krijg je als je een minderwaardigheidscomplex hebt en dan wordt overweldigd door heel zelfverzekerde en dominante mensen die zichzelf overschatten en zichzelf heel goed kunnen verkopen. Het resultaat was dat ik me van alles door anderen liet aanpraten en me van alles op de mouw liet spelden. En met alle winden mee waaide.

Dat is al heel lang – een jaar of tien – niet meer zo. Ik denk zelf na, toets wat anderen beweren aan mijn eigen verstand, analyses en intuïtie, onderzoek de waarheid en ben zelfs niet onvoorwaardelijk onder de indruk van wat vooraanstaande en gestudeerde mensen met een titel zeggen en schrijven. Het zijn allemaal maar mensen.

Ik heb ontdekt dat ik zelf juist het vermogen heb om heel goed en waarheidsgetrouw te onderzoeken en analyseren, te redeneren, te filosoferen en te psychologiseren. Ik mag mezelf best eens in de steigers zetten wat dat betreft. Ik beschik over bepaalde bovengemiddelde capaciteiten waarmee ik niet alleen mezelf maar ook anderen kan helpen. Geen verlegenheid en valse bescheidenheid en al zeker geen minderwaardigheidsgevoelens meer.

Maar het op mezelf vertrouwen, blijft een ontwikkelingsproces dat gepaard gaat met vallen en opstaan. Soms musiceren oude gewoonten en gevoelens mee met de verworven autonomie.

Als je zoals ik uit balans bent geraakt/gestoten door het leven en van alles mankeert, dan word je heel vaak beoordeeld door tal van specialisten (en door jan en alleman). Vroeger slikte ik alles voor zoete koek wat ze beweerden en over me zeiden. Tegenwoordig zie ik dat ze er meestal half of helemaal naast zitten, geen flauw benul hebben en dat ik mezelf veel beter kan analyseren, helpen én vertegenwoordigen. Ik beschik over betere inzichten dan de profs. Ik ken mezelf. Zelfs mijn huisarts erkende dat: “Je kent jezelf heel goed. Bij mijn meeste patiënten ontbreekt die zelfkennis.” Mijn saunavriendin J. heeft het ook eens gezegd: “Je kent jezelf zo verschrikkelijk goed!” Ze moest er hartelijk om lachen. Het was de lach van de waarheid. Van het besef.

Mijn eigen koers varen. Daar komt het voor mij op aan. Dat betekent niet dat ik ALTIJD eigenwijs blijf, niet meer naar anderen luister, mijn ongelijk niet wil toegeven of geen hulp meer hoef te vragen. Het betekent gewoon dat ik kan vertrouwen op mijn eigen kompas en dat ik mezelf mag zijn en mag etaleren. Ongeacht hoe anderen over mijzelf en mijn acties oordelen. Blind varen moet je op niemand, dus ook niet op jezelf. Je dient doorgaans wakker en alert te zijn. Erbij op te blijven. Kritisch blijven, constructief-kritisch blijven, op alles en iedereen, inclusief op jezelf. Alleen zo is progressie mogelijk, mits je wat met de inzichten doet.

Mijn eigen geluid laten horen. Dat is essentieel voor mij. Minder meegaand zijn, minder achter de muziek en de muzikanten aanlopen, maar het op mijn manier doen en verwoorden. ‘Roland zijn’ en geen slap aftreksel van Roland. Niet de rol van een ander spelen. Niet anderen nadoen. Gewoon Roland zijn en tegemoet komen aan mijn behoeften en zin. Me niet veel aantrekken van de blikken en de meestal kant noch wal rakende opmerkingen van anderen. Mezelf durven zijn en durven tonen.

Zo ben ik. Doe het er maar mee! En als het je niet bevalt, laat me dan met rust. Ik ga me ook niet veel bezighouden met mensen die me niet bevallen. Ik zoek mensen op die enigszins op dezelfde golflengte zitten als ik en die in elk geval zachtaardig maar ook daadkrachtig zijn, lief en redelijk, mild en begripvol, empathisch en idealistisch.

Vroeger was ik de etalagepop van alle winkeliers. Ik verkocht mezelf, en in zekere zin ook weer niet of onvoldoende.

Inhoudelijk ben ik een bovengemiddelde blogger, zelfs op wereldniveau, denk ik. Ik mag het best eens van mezelf zeggen. Weinig mensen zijn zo goudeerlijk en openhartig en stellen zich zo kwetsbaar op, gecombineerd met een vlotte schrijfstijl. En weinig mensen hebben over veel zaken zulke verhelderende inzichten en redelijke, uitgebalanceerde meningen. Ik ben dan ook niet onevenwichtig. Ik ben alleen door het leven van de evenwichtsbalk gestoten. Dat is een verschil. Maar ik kruip er voor de miljardste keer weer gewoon op, op die evenwichtsbalk. Ergens ben ik onverzettelijk. Ook dat bovengemiddeld.

Ik mag dus best wel stralen. Daar heb ik alle recht op en daar is alle reden toe. Dan krijg je weer het verwijt dat je arrogant bent, zoals vrienden van mijn oudste zus me vroeger wel eens saai vonden omdat ik weinig praatte en verlegen was. Het oordeel van anderen laat me koud, tenzij ik voel dat ze iets zinnigs te melden hebben. Dat komt zelden voor. Als ik iets heb geleerd is het wel dat heel veel mensen met de grootst mogelijke overtuiging de grootst mogelijke onzin uitkramen en dat heel veel mensen onverbeterlijk en hardnekkig in de grootst mogelijke onzin geloven (bijvoorbeeld omdat ze niet zelf nadenken of geloven wat ze willen geloven en niet wat hun ogen zien en oren horen). De meeste mensen zijn overigens niet opgewassen tegen de meedogenloze, keiharde waarheid. Ik wel. Ik ben sterker dan menigeen. Minstens zoveel waard als de anderen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De stemming-stemmer

Het pakhuis van ellende puilt weer uit. Pakken ellende hebben de gesloten deur opengeduwd en hebben het glas uit de vensters gedrukt en zijn naar buiten gevallen. De pus spuit uit mijn wonden alsof het IJslandse geisers zijn. Er zijn weer veel te veel druppels geweest die de emmers van ellende deden overlopen.

Ik haat ellende. Alle ellende. Er kan ook niks meer bij. Ellende is ellendig. Ik heb het dan over mislukkingen, ziekten, operaties, rouw, afscheid, kwalen, stoornissen, eenzaamheid, levenspijn, handicaps, fysieke pijn, gemene mensen, onrecht, ruzies, oorlogen, dingen waar je tegenop ziet en tegenaan hikt, teleurstellingen, conflicten… Kortom: alles wat onprettig is. En van kinds af aan ben ik continu geconfronteerd met overladen karrenvrachten aan slopersmateriaal.

Als kind was ik heel gelijkmatig. Mijn levensloop heeft me zo door de mangel gehaald dat ik inmiddels heel makkelijk en extreem ontstemd raak en ben. Het wemelt in mij van de woede, van de onvrede, van de frustraties, van de wraakzucht, van de haat. Ik bulk daarnaast ook nog steeds van de levenslust, vechtlust, humor, liefde en empathie, dat dan weer wel. Maar mijn stemmingen slaan heel makkelijk om. Logisch als je al zo lang zoveel te verstouwen hebt, te verduren hebt.

Tegenwoordig word je al snel verweten dat je een persoonlijkheidsstoornis hebt of dat je ziek in je kop bent, maar het zijn gewoon de tegenslagen, de zorgen, de moeilijkheden, de ellende, de stress, de spanningen, de frustraties en de teleurstellingen. Ik ben niet ziek, ik heb een ziekte. Ik mankeer zelf niets, ik ben ziek gemààkt. Maar mensen zijn zo hard voor elkaar, hebben zo weinig inlevingsvermogen en mildheid. Zelfs zielenknijpers en hun diagnoses doen daaraan mee.

Psychologen, psychiaters en paragnosten werpen zich op als de pianostemmers van de ziel, maar zij krijgen mijn te strak gespannen of juist te slappe snaren en doorgedrukte toetsen niet gerepareerd en de valse klanken, het geween, niet meer uit mijn ribbenkast. Ze hebben geen flauw benul, die ‘pianostemmers van de ziel’. Ze hebben nooit een halve seconde in mijn schoenen gestaan. Ze hebben buiten hun praktijk geen moment aan mijn zijde gestaan. Ze hebben niet meegemaakt waaraan ik werd blootgesteld. Ze zijn niet mij. Van deze ‘piano’ hebben ze geen verstand! Zo irritant dat ze arrogant menen van wel. De mensen met zelfoverschatting hebben en begrijpen zogenaamd de hele wereld…

Het woord ziel gebruik ik eigenlijk niet meer. Ik geloof niet in een onsterfelijke kern, in oneindige energie. Liever heb ik het over ’t gemoed of over ons binnenste, over m’n interieur. Als het aan mij ligt, dan zeg ik ook niet meer dat iemand is overleden, is overgegaan. Ik vind het woord gestorven de waarheid veel dichter benaderen. Weg is weg. Misschien is de energie er nog wel (de tijd is een archiefkast), maar de persoon is weg. Voorgoed. En dat is maar goed ook.

Niet alleen mijn eigen ellende duwt me van de evenwichtsbalk. Een groot deel van mijn ongelukkigheid betreft de ongelukkigheid, de vermoeienissen, het slechte humeur, de stress en de teloorgang en aftakeling van anderen die ik lief heb. Dat mijn binnenbrand overslaat op mijn naasten vind ik eveneens verschrikkelijk. Maar ik laat hen liever erbuiten. Zij hebben niet gekozen voor mijn digitale openhartigheid.

En ik lijd onder al het onrecht en onder de pijn van alle onschuldige wezens. Ik vind het gewoon kut dat het leven niet alleen maar fijn, lief en mooi is. Ik haat alles wat fout gaat en onprettig is. Misschien omdat ik CONSTANT ben overladen met shit, vanaf mijn vroege jeugd. Op een gegeven moment wordt het zelfs mij teveel. De miniemste druppels veroorzaken dan een overstroming van de emmers van ellende.

Eigenlijk draait bij de mens alles om hun stemming. Stemmingen die omslaan. Goed of slecht geluimd zijn. Ontstemd zijn. Goed gemutst zijn.

Wat heb ik nog, behalve een fantastisch gezin (al kan het gezinsleven, eerlijk is eerlijk, ook spanningen, ergernissen, sleur, conflicten en stress opleveren)? Ik geniet nog van tv kijken (ik verheug me alweer op een nieuwe aflevering van ‘Boer Zoekt Vrouw’ en op Yvon Jaspers en op de voetbalinterland Duitsland-Oranje), van lekker eten (straks een Engels ontbijtje) en van muziek. In toenemende mate van jazz. Met name in de avond. Jazz leent zich het beste voor de avond. En voor de nacht.

Maar voor mij als ochtendmens is zeven uur ’s avonds al de nacht. Voor avondmensen begint de dag pas om een uur of vier ’s middags. Voor nachtbrakers wordt het om middernacht pas licht. Zij ontwaken dan pas, gaan dan pas leven. Ik niet. Ik ben een uitgesproken ochtendmens (vanaf een uur of 06.30). Van jazz word ik ontspannen. Zo ontspannen dat ik er slaperig van word. Vroeger werd ik er juist nerveus van. “Dat gejengel,” zei ik altijd afkeurend over jazz.

Er is in de loop van tijd veel veranderd met me. Alleen de strijd en de strijdlust, die zijn gebleven. En mijn passie voor leuke meisjes, zingen en Ajax…

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mij en ik

Als schooljongen had ik helemaal niet de behoefte om te vertellen wat ik in het weekend had gedaan en hoe het thuis was. Dat hield ik voor mezelf. En eigenlijk dacht ik nergens over na. Ik wilde niet praten en denken, maar spelen. Ik wilde geen woorden, maar actie. Ik had een hekel aan praten. Zonde van mijn speeltijd! En ik vond er niks aan, aan gesprekken (voeren). Vermoeiend! Hoe komt het dan dat ik een veel-blogger ben geworden die zulke lange lappen tekst schrijft en dat ik zo aan het analyseren ben geslagen? Tja, dat heeft de levensloop met me gedaan. Die nam een loopje met me. Die vernederde en ruïneerde me, van kinds af aan.

Ik had helemaal geen behoefte om in de klas tegen de meester en mijn medeleerlingen of tegen mijn vriendjes ook maar iets te vertellen. Er ging ook eigenlijk niet zoveel in me om. Als ik maar kon voetballen en zingen. Als ik maar grappen kon maken en anderen kon laten lachen. Als ik maar met mijn speelgoedautootjes en speelgoedsoldaatjes kon pielen. Hoe komt het dan dat ik iemand ben geworden die onophoudelijk maalt en de hele wereld laat weten wat er in hem omgaat? Tja, dat heeft de levensloop met me gedaan. Die nam een loopje met me. Die vernederde en ruïneerde me, van kinds af aan. Thuis was de hel en mijn vader was de duivel.

Er viel ook niks leuks te vertellen. Ik was nooit ontspannen door wat zich thuis afspeelde. Ik wilde daarom alleen maar genieten in het hier en nu, van het SPELEN.

Tot mijn zestiende of zo kon ik soms behoorlijk sadistisch zijn. Ik vond het dan lekker om anderen fysiek pijn te doen, dingen wijs te maken en te sarren. Ik loog vaak. Ik zette anderen graag op het verkeerde been. Ik trapte de ziekelijke, dikke, lelijke klasgenoot onder de schoolbank tegen zijn schenen, ik reed met mijn rode skelter in op de onderbenen van mijn zussen, ik maakte mijn zussen voor van alles en nog wat uit en ik maakte jongere kinderen wijs dat ik magische krachten bezat. Ik was een jonge hond die heel graag beet. Hoe komt het dan dat ik zo’n idealistisch figuur ben geworden, te zacht voor deze maatschappij en te goed voor deze wereld? Dat heeft de levensloop met me gedaan. Die nam een loopje met me. Die vernederde en ruïneerde me, van kinds af aan.

Oh, wat was ik op mezelf. Ik had helemaal geen behoefte en geen zin om na 5 december aan de klas mijn gekregen speelgoed te laten zien. Ik pakte op pakjesavond mijn geschenken uit en ging ermee spelen, en verder had ik helemaal geen behoefte om iemand te laten weten wat ik had gekregen, zelfs mijn vriendjes niet. Ik wilde niet met mijn trofeeën pronken. Het kwam niet bij me op om dat te willen. Ik vond het juist verachtelijk, vervelend en beschamend. En wat was ik niet alleen bescheiden maar ook verlegen! Ik bloosde bijna altijd, alleen al als er naar me gekeken werd. Hoe komt het dan dat ik nu zo schaamteloos en taboeloos openhartig ben geworden en niets anders doe dan tegen zere benen en heilige huisjes aantrappen? Dat, beste lezers, heeft de levensloop met me gedaan. Die nam een loopje met me. Die vernederde en ruïneerde me, van kinds af aan.

En nu, nu ben ik een man van 51 jaar die verschrikkelijk geschrokken is van de onwrikbare werkelijkheid, van de afgeschminkte waarheid. Vroeger had ik altijd een lach op mijn gezicht en slapen vond ik zonde van mijn tijd. Ik maakte voortdurend grappen en bedacht altijd grappige kwinkslagen. Ik kon nooit lachen om de grappen en moppen die anderen vertelden, maar ik liet wel graag mensen lachen. En ze lachten! Ze vonden en vinden mijn humor hilarisch, spitsvondig, positief-absurd. Mijn levensloop heeft dat niet veranderd. Dat niet. Al het andere wel.

Het leven heeft me nagenoeg alles onmogelijk gemaakt wat ik het liefste deed en doe. Het leven heeft me nagenoeg alles ontnomen waar ik vreugde uit putte.

En nu ben ik een man van 51 jaar die woedend is, die pisnijdig en pislink is. Als de big bang voor me stond, zou ik hem in elkaar boksen. Ik veracht het leven, ons lot – inclusief de dood, de maatschappij en de mensheid. Het hangt allemaal van stompzinnigheid aan elkaar. En ik ben blij dat ik het niet onder stoelen en banken steek, dat ik in elk geval verslag heb gedaan van mijn levensloop en van mijn ware gevoelens. Het verslag is niets waard, althans voor anderen. Maar voor mij is het van levensbelang, het enige dat ik nog kon en moest doen: verslag doen van wat ik er werkelijk van vind, hoe ik het echt beleef. Bedrogen voel ik me.

De jeugd, hoe slopend en ziekmakend die ook voor me was, had nog iets van een belofte, maar het werd allemaal nog veel erger dan ik vreesde. Het bleek nog veel erger te zijn dan ik vermoedde. Ik was in de val getrapt van de hoop. Hoop is een valse nicht. Hoop doet niet leven, maar genereert teleurstellingen. Steek je feel good-clichés maar in de fik, ik heb er een broertje dood aan. Iedereen papegaait elkaar maar na. Lekker origineel. Ik hou niet van die zoethoudertjes. Ga maar rustig slapen, alles komt goed. Het komt helemaal niet goed! Het was nooit goed, het is niet goed en het wordt ook nooit goed. Grow up, that’s the truth and nothing but the truth. Deal er maar mee.

Ik vind alle ellende en de tragische structuur van het bestaan vooral zo’n zonde van de tijd, van al onze goede voornemens en al onze goede bedoelingen, van alle liefde die we in ons hebben. Het had allemaal, voor iedereen, zoveel mooier en fijner en leuker kunnen en MOETEN zijn, zoveel minder bedreigend, gevaarlijk, vervelend en traumatisch. Als er een goede, almachtige kracht was, dan had die superpower toch allang ingegrepen? Dan had die Almacht – schaam je rot! – toch allang de stekker eruit getrokken of een nieuwe elektriciteitsverbinding aangelegd zonder haperingen? Wij mensen moeten groeien en leren, maar die Almacht hoeft zijn/haar fouten niet te herstellen en hoeft niet te innoveren?! Fuck you!

Rot op! Het leven is gewoon een gevoelloos, stompzinnig gedrocht. Een mede-blogger verwoordde het goed: de aarde is een proefplaneetje van het een of ander verwende godenzoontje: ‘ga jij daar maar eens leren scheppen, jongen’. Of zoiets. Het is de beste reactie die ik in 11 jaar blog-tijd heb gekregen. Ik hou van mensen die net als ik het drama zien, die de tragedie voelen. Ik hou niet van optimistische, vrolijke en losbollige types en ook niet van zwevers die alles met een glimlach accepteren. Maar ook niet van de negatieve klagers die nooit de zon in het water kunnen zien schijnen of van mensen die nooit eens stoute dingen denken, zeggen of doen.

Het luistert heel nauw. Ik vind niet veel mensen leuk, interessant en spannend. Ze moeten serieus zijn en een goed hart hebben, maar toch ook geil, sexy, stijlvol en ondeugend. Ze moeten heel erg realistisch zijn, maar toch ook kunnen en willen dromen. Ze moeten wijs en verstandig zijn, maar toch emotioneel en gevoelig. Ik hou van emotionele mensen, terwijl de meeste andere mensen juist een bloedhekel hebben aan emotionele, temperamentvolle mensen. Nederland bulkt van de pragmatici. Brrr….

Ik hou niet van burgerlijke, bekrompen lui, maar ook niet van hippies die vinden dat alles moet kunnen. Die laatste groep vind ik minstens zo misselijkmakend en belachelijk. Het aantrekkelijkst vind ik werkelijk wijze en onbaatzuchtige mensen met veel aandacht en warmte voor een ander. Een beetje zoals ikzelf ben. Ja, ik heb mijn valse bescheidenheid allang aan de wilgen gehangen.

Ik geniet heus wel. Iedere dag geniet ik van talloze situaties. Ik ben een Bourgondiër, al zou je dat op basis van bovenstaande tekst niet zeggen. En ik kan ook heel makkelijk overschakelen op gek en lollig doen, op de boel de boel laten. Diepe liefde en genegenheid voel ik voor veel mensen en verheffende dingen. Daar ligt het ook niet aan. Toch kan dat alles niet verhinderen dat ik het leven dat ik zo lief heb zo hartgrondig haat. De levenslust en de levenswijsheid en de levenspijn en de levens-wanhoop zijn alle vier even groot.

Ik kan de mensen begrijpen die zich in coma zuipen, die verslaafd raken aan drugs of zich aansluiten bij een sekte. Ieder op zijn eigen manier en eigen niveau – en het ligt er ook vaak maar aan wat er voorhanden is, wat en wie er op je pad komt – zoekt naar troost, verlichting, escapisme.

Er is bijna niemand anders dan ik die zo duidelijk en openlijk zijn levenspijn verwoordt. Ik realiseer me dat het mijn naasten pijn doet dat ik zo lijd en dat het voor de lezers niet bemoedigend is, zulke teksten, dat ze niet gezellig zijn om te lezen. Het is niet inspirerend. Maar het is in elk geval WEL hartstikke authentiek en goudeerlijk. Het is de diepste en meest naakte waarheid die ik over mezelf kan uiten en kan delen.  En ik ben niet de enige, anders pleegden niet zoveel mensen zelfmoord, raakten niet zoveel mensen verslaafd aan wat dan ook en waren niet zoveel mensen opgefokt, agressief en patiënt bij de psychiater. Dan waren niet zoveel mensen afhankelijk van angstremmers en antidepressiva.

Dus fuck off als je me wilt censureren, als je me denkt te moeten afschilderen als een negatieve zak met te weinig daadkracht, wilskracht, goede zin en goede moed. Je weet er niks van. Je denkt me te kennen op basis van mijn blogs, maar je hebt geen halve seconde aan mijn zijde geleefd, toen niet en nu niet en nooit niet. Je bent nooit in mijn hoofd en hart gekropen. Je hebt nooit hoeven ondergaan waar ik aan blootsta. Dus rot op met je oordeel en met je zogenaamde kennis en nuttige adviezen. Als je geen knuffel kan missen, zonder woorden maar met oprecht medeleven (actie!), maak je hier dan maar weg. Ik kan je missen als kiespijn. En jij mij kennelijk ook.

Ik was vroeger altijd goed van vertrouwen. Niemand wantrouwde ik. Nu, na al die teleurstellingen met het gedrag en de woorden van mensen, vertrouw ik alleen nog de mensen die me minstens 20 jaar hebben bijgestaan zonder me een kunstje te flikken. Hoe ik zo ben geworden? Dat heeft de levensloop gedaan. Die heeft een loopje met me genomen, die heeft me kunstjes geflikt, die heeft me belazerd en bedonderd. Die vernederde mij en met mij door alle eeuwen heen duizenden miljarden aan het lot overgeleverde mensen. De levensloop ruïneerde al miljoenen zelfmoordenaars. Van kinds af aan.

Furieus was ik, en ben ik. Die jongen die nooit boos kon worden en nimmer kwaad en agressief was, is nu vooral furieus. Een van verdriet, teleurstelling, ONMACHT en woede doorspekte furie is het. En wie probeert me tot bedaren te brengen en wie zegt dat het allemaal wel goed komt en dat het zo erg niet is, maakt me nog bozer en kan een klap krijgen. Ik schrijf dit godverdomme allemaal niet omdat ik het verzin of omdat ik wil overdrijven. Ik schrijf dit omdat het voor mij honderd procent pure pis zo voelt. Je kan me alleen sussen door te zeggen dat het inderdaad kut is allemaal en dat het ook allemaal onrechtvaardig, gemeen, laf en sadistisch is, en dat je kan voelen dat ik schuldloos ongelukkig en getraumatiseerd ben, en toch strijdlustig ben en veerkracht heb, al duizenden hellen heb doorstaan en al duizenden malen mezelf heb opgericht. Misschien val ik dan in je woorden en armen in slaap. In een vredige slaap. Het is lang geleden dat ik vredig was…

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Dumpstore Facebook

Met de mensheid, het leven, mezelf en ook met Facebook heb ik een haat-liefde-verhouding. Om in dit blog bij Facebook te blijven: ik vind Facebook tamelijk oppervlakkig, vluchtig en onpersoonlijk. Mensen zijn heel bang om – binnen de vriendenkring op internet – werkelijk persoonlijke dingen te delen en te openbaren. Ik begrijp die angst enerzijds wel, maar zo komen we volgens mij nooit tot ware verbinding, tot de kern van elkaar.

Als het je geen moer meer kan schelen wat anderen van je vinden en hoe ze over je denken, dan heb je maling aan hun geroddel en aan hun kwaadsprekerij alsmede aan hun gemene (internet-)acties om je pijn te doen. Maar bij de meeste mensen regeert de angst. Ik mag dan chronische en hardnekkige angst- en paniekstoornissen hebben (= verstoorde, verziekte angst), maar bepaalde andere angsten, zoals de angst dat men aan de haal gaat met mijn openhartigheid, heb ik overwonnen. Dat heb ik met mijn blogs wel aangetoond. Maar ik heb dan ook niets meer te verliezen. Ik ben tevens op maatschappelijk gebied ALLES kwijtgeraakt.

Met bovenstaande wil ik dus zeggen dat de meeste Facebook-gebruikers het medium anders gebruiken dan ik dat het liefst doe en graag van en bij (wat meer) anderen zou zien. Ik vind Facebook – Scroll-book is het eigenlijk – vooral een Fotoboek. Foto’s – vooral vakantiefoto’s en mooie en leuke plaatjes – worden volop – werkelijk massaal – gewaardeerd door de Facebook-vrienden.

Daarnaast levert Facebook voor mij het bewijs dat anderen helemaal niet zo in je geïnteresseerd zijn en je eigenlijk helemaal niet zo leuk en interessant vinden. Of in elk geval hebben ze niet de behoefte om veel met je te delen en op je te reageren. Zelf heb ik vooral de eerste jaren waarin ik facebookte geprobeerd om iedereen nauwlettend te volgen. Daar maakte ik bewust tijd voor vrij. Je hebt Facebook en je Facebook-vrienden immers niet zomaar, niet voor niets. Maar ik merkte al snel dat het meestal van één kant kwam en dat het er allemaal niet erg diepzinnig en openhartig aan toegaat. Daar komen mijn frustratie en ergernis weer om de hoek kijken.

Welnu, 80 Facebook-vrienden heb ik en daarvan zijn er nog geen 15 die de behoefte hebben om mij een beetje of nauwlettend te volgen. Dit betekent dat minstens 65 van mijn Facebook-vrienden het niet in de gaten zouden hebben als ik drie weken of zelfs zes weken niets zou posten. Minstens 35 Facebook-vrienden reageren (haast) nooit op posts van mij. Ik zou ze er net zo goed vanaf kunnen gooien. Ik vraag me weleens af waarom ze mij niet van hun Facebook gooien als ze me toch niet de moeite waard van het volgen vinden! Maar ja, ik heb ook geen ruzie met ze…  En waarschijnlijk hebben zij zoveel FB-vrienden dat ze  de tel niet meer kunnen bijhouden. Met hooguit vijf Facebook-vrienden wissel ik (minstens één keer in de drie weken) persoonlijke berichten uit, meestal doordeweeks omdat ze in het weekeinde druk in de weer zijn met hun partner. Meestal gaat het dan van mij uit. Dat is wat ik eigenlijk het liefste doe op Facebook: chatten, elkaar berichten sturen.

Mijn dochter zou zeggen dat ik het allemaal veel te serieus neem. Maar zo ben ik van origine nou eenmaal: serieus. Ik maak er serieus werk van. Ik kan niet anders. Als ik iets doe, dan wil ik het goed doen.

Hoewel kinderen veel van hun ouders weg kunnen hebben en de vader en moeder het kroost opvoeden en er dus onoverkomelijk veel gelijkenissen zijn, heeft ieder mens toch duidelijk een eigen signature: een beetje van je ouders en voorouders en het meeste van jezelf. Mijn kinderen en ik hebben veel raakvlakken, maar we zijn toch ook heel erg verschillend. Mijn vrouw en ik kunnen doorgaans lezen en schrijven met elkaar, maar onze karakters, gedragingen en behoeften lopen op veel fronten enorm uiteen. Zo is dat nou eenmaal.

Wat ik maar wil zeggen, is dat ik Facebook nou eenmaal heel anders beleef dan mijn dochter en blijkbaar dan de meeste andere Facebookers. Maar dat is ook wel een beetje het verhaal van mijn leven: ik heb een heel eigen, authentieke belevingswereld en andere ervaringen dan de meeste anderen en al zeker dan de meute. Daarom heeft het voor mij ook nooit veel zin om op de ervaringen en adviezen van andere mensen af te gaan (bijvoorbeeld op internetfora), want bij mij voelt en loopt het meestal helemaal anders.

Overal en zelfs op Facebook wil ik het OOK hebben over mijn stoornissen en levenspijn. De stoornissen beheersen onvermijdelijk mijn leven en denken, doen en laten. Voor de levenspijn, die deels voortkomt uit de symptomen van de stoornissen, geldt eigenlijk precies hetzelfde. Ik heb evenwel ervaren, net als in het gewone leven, dat hier geen ruimte voor is en er totaal geen behoefte aan is. Ik kan het met ternauwernood drie Facebook-vrienden tot op zekere hoogte delen. Meestal stuit ik nochtans op reacties die impliceren dat ik niet moet zeuren. Van de anderen mag ik mij niet rot, ongelukkig, gefrustreerd, verslagen en gedeprimeerd voelen, omdat ik vaak met vakantie ga en een heel leuk gezin heb. Dus: anderen menen te kunnen en moeten bepalen hoe ik me moet voelen, en waarom ik me zo moet voelen. Dat vind ik zo verschrikkelijk irritant! Een echte afknapper. Een domper. Demotiverend ook weer. Ze hebben helemaal geen weet en verstand van stoornissen, maar denken alles te weten en je te kunnen be- en veroordelen.

Kijk, als ik zelf nou ook zo was, dan had ik geen recht van spreken. Maar ik informeer, voor wie mijn aandacht wil, naar ieders wel en wee en toon interesse in ieders hartzaken. Alhoewel, dat ben ik door mijn ervaringen een stuk minder gaan doen. Doordat mijn eigen behoefte aan interesse van anderen niet wordt bevredigd, blijf ik niet alleen maar geven, geven en geven. Inmiddels heb ik wel zoveel positief egoïsme en ben ik door mijn toestand zo noodlijdend dat ik er ook wel wat voor terug wil krijgen. Ik laat me niet meer door iedereen steeds weer voor allerlei karretjes spannen. Ik ben niet zakelijker en onverschilliger geworden, maar ik doe wèl onverschilliger en zakelijker, noodgedwongen.

Duidelijk: mijn frustratie omtrent de gang van zaken op Facebook is er. Ik word er steeds opnieuw mee geconfronteerd, net als met de dubbele agenda’s, het egocentrisme en de oneerlijkheid en vaagheid van een aantal medegebruikers. Vaak willen of moeten mensen iets van je en zijn ze helemaal niet in jou als persoon geïnteresseerd. Of juist wel en dan willen ze zelfs eigenlijk meer van je, maar dan verhullen ze dat ook consequent. Maar zoals met alles en altijd moet je er het beste van zien te maken. Je moet voortborduren op wat wel fijn is en contact houden met mensen die het op hun beurt heel fijn vinden om je regelmatig te zien, te spreken of te schrijven.

SYLVANA SIMONS

Discussies op de Facebook-pagina’s van de media draaien vaak uit losse flodder- en snelkookpan-opinies. Bedroevend weinig internetters hebben en geven een heel genuanceerde, redelijke en goed onderbouwde mening. De meeste mensen schrijven vluchtig wat zinnetjes of wat woorden en daarmee denken ze hun bijdrage te hebben geleverd. Maar dat is minder erg dan het bedreigen en beledigen van mensen met een andere mening.

Sylvana Simons kan erover meepraten. Wat zij allemaal over zich heen heeft gekregen, alleen al omdat ze Zwarte Piet racistisch vindt en wil laten verbieden/’afschaffen’, is echt bedroevend. Echter, niet alleen mensen van buitenlandse komaf en een ander kleurtje krijgen te maken met bedreigingen en agressie als ze een mening verkondigen die de intolerante medemens niet aanstaat. Iedereen met een afwijkende of oncomfortabele mening wordt door een bepaalde groep afgezeken en gepakt op zijn of haar uiterlijk, handicap, beroep, politieke voorkeur en foto’s en teksten op internet. Er is nou eenmaal een groep mensen die niet de beschaving heeft om fatsoenlijk te blijven. Dus de reacties tegen Sylvana zijn misschien wel racistisch van toon, maar niet racistisch van aard. Die reacties zijn vooral boos en boosaardig, algemeen intolerant en agressief. Iedereen – ook blanke Nederlanders zoals ik – krijgt de volle lading als hij of zij iets zegt of schrijft wat zulke mensen in het verkeerde keelgat schiet.

Het is daarom zaak om te blijven relativeren en in te zien dat het hier altijd gaat om een boosaardige minderheid van een laag niveau, een deplorabel beschavingspeil. De meerderheid deugt en blijft netjes en redelijk. De agressievelingen verander je toch niet. Als ze te ver gaan, dan kun je hooguit proberen ze voor de rechter te slepen. Voor het overige kun je maar het beste onverstoorbaar je gang gaan en je verbinden met lieve, wijze en leuke mensen. De lieve, wijze en leuke mensen moeten samenspannen om er een betere wereld van te maken en het leuk en fijn te hebben met elkander, en normaal met elkaar te discussiëren, met respect voor een andere opinie.

Sylvana en de medestanders van Sylvana – ik ben beslist geen tegenstander van haar – doen soms net alsof heel Nederland racistisch is. Dat is niet zo. Het is alleen zo, dat een bepaalde groep mensen – ook in dit land – zich niet kan en wil beheersen en van een bedenkelijk niveau is. Maar vergeleken bij landen als Hongarije, Italië, Amerika en Roemenië zijn we in Nederland (de burgerij, de media en de politiek) zelfs buitengewoon redelijk, flexibel, tolerant, ruimhartig, ruimdenkend, liberaal, progressief en geneigd om ruimte te geven voor discussie.

Ik zou graag zien dat Sylvana zich zou verbinden met de progressieve Nederlanders en blij zou zijn met de positieve ontwikkelingen. Zo zijn er al veel meer witte Pieten en roetveeg-Pieten. Dat is progressie. Dat is terreinwinst. In een land als Hongarije had de regering gezegd: Piet blijft zwart, en nu allemaal jullie kop houden en anders beland je in de cel! Kom op Sylvana, geef Nederland ook eens een pluim waar we dat verdienen! Je hebt heel veel witte, gele, rode en zwarte medestanders, hoor! Dat lijkt misschien niet zo als je je fixeert op de mensen die verwensingen naar je hoofd slingeren en die je bedreigen, maar het is wel zo! En tegen je belagers gewoon aangifte blijven doen. Want laat dit duidelijk zijn: hoe die lui met jou omgaan, kan niet door de beugel! Maar je moet niet op alle slakken zout blijven leggen, dan wordt de discussie een gebed zonder einde en heel heel heel erg zuur en grimmig. En dat win je niet, al bedoel je het nog zo goed!

Het is jammer dat onze regering niet heel duidelijk stelling heeft genomen in deze kwestie en de Zwarte Pieten-discussie niet bij wet en gebod heeft afgehandeld. Wat mij betreft, is Zwarte Piet inderdaad een te stereotiep figuur, de geknechte neger van een rijke, blanke leider. De kinderen maakt het niet uit of Piet er is en hoe hij eruit ziet, zij willen slechts cadeaus.

Als onze regering Zwarte Piet uit piëteit met de gekwetste donkere landgenoten zou hebben verboden en spijt zou hebben betuigd voor het slavenverleden en de kolonies, dan was er meer duidelijkheid geweest, al ben ik bang dat mensen als Sylvana niet snel tevreden gesteld kunnen worden. Ze mag van mij best wat vaker aangeven dat ze zich ervan bewust is dat bijna geen hedendaagse mens Zwarte Piet als een negerslaaf ziet of wil afschilderen.

Hoe dan ook, iedereen krijgt voortdurend te maken met onrecht. Voor miljarden mensen is het iedere dag slikken en weer doorgaan. Niet alle onrecht kun je (effectief) bestrijden.

Echter, anderzijds vraag ik me af waarom Simons en haar gevolg – zo bozig en alsmaar verwijzend naar hun belagers – hun hakken in het zand blijven zetten. Wat willen ze van Nederland en van de Nederlanders? Nogmaals, we zijn al niet de meest beroerde. Zo heel verkeerd is dit landje en dit volk echt niet! Zeker, het kan en moet nog beter, maar Sylvana en haar kompanen hebben hun punt gemaakt en zouden er verstandig aan doen dankbaar te zijn voor de discussiemogelijkheid (die in veel andere landen onmogelijk zou zijn), voor hun vele (ook blanke) medestanders en voor de aanpassingen die er al op hun aandringen zijn gedaan. Ik wil eens horen van Sylvana dat heel veel Nederlanders haar steunen en dat er in dit land weliswaar nog veel anti-discriminatiewerk aan de winkel is, maar dat heel veel mensen zich daarvoor inzetten. Want ook dat is waar! Het heeft geen zin om je energie te verspillen aan je vuile tegenstanders!

Kijk, Sylvana moet ons geen complex gaan aanpraten. We are not the bad guys. Denk je nou werkelijk dat zwarte mensen elkaar onderling niet beledigen, misleiden, afmaken en bedreigen? Denk je nou werkelijk dat zwarte mensen de blanke medemens nooit belachelijk maakt, uitlacht en weg hoont? Er wordt overal gediscrimineerd. Ook de gediscrimineerden discrimineren! Verwachten mensen als Sylvana dan volmaakte reinheid van de blanke medemens?! Het is allemaal zo vruchteloos.

Nogmaals, het is verschrikkelijk dat je als mens wordt bedreigd vanwege een mening die je ventileert. Maar dat overkomt heel erg veel mensen. Het is mij ook overkomen toen fans van GeenStijl mijn teksten te links vonden. Ik werd onterecht, vijandig en keihard weggezet als een alcoholist met borderline. Ik werd ‘deaud’ gewenst.

Ik had met die lui de strijd kunnen blijven aangaan, maar ik heb het naast me neergelegd: wat zulke mensen schrijven en zeggen, zegt alleen maar iets over hun bedenkelijke aard. Ik ga daar geen energie in steken. Ik ga sowieso bijna nooit meer in op wat anderen over me zeggen en schrijven. Ik weet zelf precies hoe het is en hoe het zit, wat ik bedoel en vind en wat ik goed doe en fout heb gedaan. Ik ben kritisch genoeg op mezelf en ben open en eerlijk over mijn fouten, ondeugd, tekortkomingen en valkuilen.

Ik heb gekozen voor de positieve, wijze en lieve maar ook empathische, eerlijke, zuivere en openhartige mensen. Hun geluid wil ik oppikken, met hen wil ik me verbinden. Voor hen schrijf ik en zet ik me in.

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen