Het oudste beroep ter wereld

Al heel vroeg tijdens de mensheid ontdekten vrouwen dat ze hun lichaam konden ruilen voor goederen, diensten, macht en geld, met andere woorden: dat seks een verkoopartikel en machtsmiddel was (is). En dat er vraag naar was (is).

In vrijwel alle oude culturen was hoererij ingeburgerd. Heel wat mannen wilden reeds duizenden jaren geleden ‘betalen’ voor seks die ze als vrijgezel of als gebonden ziel niet (vrijelijk) konden krijgen. Blijkbaar zit dat in de natuur opgesloten, want primitievere diersoorten dan de mens, zoals de mensapen, ‘leveren’ evenzo seksuele diensten in ruil voor materiële beloningen.

Hoeren horen ‘nou eenmaal’ bij het leven. Mensenhandel, uitbuiting, verkrachting en slavernij blijkbaar insgelijks, maar die zijn gelukkig strafbaar (desondanks komen ze nog veel te veel voor). Helaas trekken criminelen vaak prostitués aan, en omgekeerd. Maar laten we het vooralsnog hebben over de vrouwen die uit vrije wil of vrije keuze seks aanbieden. Dat is al zo oud als de weg naar Rome.

Bordelen zijn geen moderne verschijnselen. Dames van lichte zeden beschouwen hun kut al eeuwen als een mooie bron van inkomsten, terwijl miljarden mannen en jongens op deze planeet bij het zien van rood licht en rode gordijnen achter de ramen van een sekshuis in de verleiding komen om klant te worden van een dame in lingerie. Zelfs gebonden en (gelukkig) getrouwde mannen, want ze willen weleens iemand anders neuken dan hun eigen partner en erotische avonturen beleven, plus het feit dat hun vrouw hen dikwijls niet (genoeg en vaak genoeg) kan bevredigen, bijvoorbeeld doordat ze bepaalde gewenste seksuele handelingen niet verricht en seksuele voorkeuren afkeurt.

Wel ja, mannen kunnen hun vrouw vaak evenmin (voldoende) bevredigen, maar de meeste vrouwen maken geen gebruik van een gigolo (mede omdat er minder gigolo’s en mannenbordelen zijn, een bezoek aan een gigolo minder ‘ingeburgerd’ is en vrouwen seksualiteit vaak anders beleven dan de rampetampende mannen) .

Reeds een paar duizend jaar voor Christus waren er volop hoeren, met name in het Midden-Oosten en Azië. In Babylon (in het huidige Irak, niet ver van Bagdad) maar dienovereenkomstig in het noorden van Turkije was hoererij heel gebruikelijk. Sommige van die hoeren waren zowaar zakenvrouwen, uitbaters van drankenhandels waar wijn van de hand werd gedaan. Neuken en zuipen was toen al een populaire combinatie.

Niet alle prostitués waren vrij. Je had toen al slavinnen in dienst van hun bazen (pooiers) die rijk werden dankzij de kut van hun ‘bezittingen van vlees en bloed’. Wanstaltig natuurlijk.

De oude Grieken, een paar honderd jaar voor Christus, vonden prostitutie helemaal in orde  en er dus gewoon bij horen. Straat-, café- en hotelprostitutie waren usueel in die tijd, en men vond het niet gek dat de Staat meeprofiteerde van de inkomsten van de bordelen waar de slavinnen de mannen dienden te bevredigen.

Ook rond het Jezus-tijdperk was prostitutie courant, veelvoorkomend. Jezus ging om met prostitués. Of hij van hun diensten gebruik maakte, is bij mijn weten niet bekend, maar in elk geval behandelde hij niemand als een melaatse. Deze vredesactivist en moralist wilde dat iedereen menselijk en met respect werd behandeld, inclusief de hoeren. Ook in dat opzicht had Jezus meer innerlijke beschaving dan het merendeel van de mensheid.

De omgeving van Jezus sprak schande van zijn (menselijke) omgang met de seks-vrouwen, maar zoals het een moedige held betaamt, trok deze bijzondere man zich daar geen kloten van aan. Hij had ballen, die Jezus. Zowel niet-kerkelijke als kerkelijke mensen volgen vandaag de dag zijn voorbeeld en proberen de mensen aan de kantlijn of in de kelder van onze samenleving bij te staan, serieus te nemen en te behandelen als een volwaardig individu. Ook hoeren, junks, zwakzinnigen en criminelen zijn mensen die respect verdienen.

Ik mag dan een holistische en humanistische atheïst zijn die louter in de natuurwetten en in de evolutieleer gelooft, maar mijn levensopvattingen verschillen amper van die van Jezus Christus van Nazareth, een van de moedigste, meest wijze en meest empathische mensen aller tijden. Hij is een van mijn helden. Daarvoor hoeft hij niet de Zoon van God te zijn.

De Romeinen wisten idem dito van wanten als het ging om betaalseks. Veel vrouwen werden gegijzeld en gedwongen om seks te hebben met de klanten en hun meesters.

Onder invloed van het christendom en de kerk veranderde de houding tegenover hoeren, bordelen en  slavinnen, want de monogamie en ‘seksuele zuiverheid’ werden gepredikt. Seks werd meer en meer gelinkt aan een vaste relatie en liefst aan het huwelijk. Erotiek werd steeds minder beschouwd als een genot ten faveure van de opvatting dat seks vooral bedoeld was om kinderen op de wereld te zetten, want er moesten zoveel mogelijk gelovige zielen komen. Hoe groter de schaapachtige kuddes, hoe meer macht en invloed de geloofsinstituten hadden.

De kerk mat zelf met twee maten, met name in de Middeleeuwen, want waar enerzijds de kuisheid werd gepropageerd, bezondigden bijvoorbeeld de kardinalen en pausen zich aan betaalde seks en orgies (ook met mannen en minderjarige jongens). De kerk bestierde zelfs bordelen, heb ik gelezen. Prostitutie zou zijn beschouwd als verwerpelijk, maar tevens als onvermijdelijk, teneinde verkrachting en maagdenschennis te voorkomen.

Ook in Nederland waren er al hoerenhuizen, soms in de vorm van herbergen, badhuizen en stoven (een soort van liefdadigheidsinstellingen waar het warm werd gestookt en de arme stakkers seks konden hebben). Dat was voornamelijk in Amsterdam. Prostitutie werd door de vingers gezien, zolang het de openbare orde maar niet verstoorde. Werden een klant en hoer bijvoorbeeld betrapt op een kerkhof, dan konden ze ferme straffen krijgen en dan met name de prostitué. Het verminken van haar gezicht was een populaire straf. Meer en meer werden de hoeren verbannen naar de doodlopende steegjes tegen de stadsmuren aan, naar de achter(af)buurten. Ze kwamen letterlijk en figuurlijk aan de rand van de samenleving te staan. Jezus zou zich kapot hebben geschaamd vanwege de plaatsvervangende schaamte zoals er met de vrouwen en meisjes werd omgesprongen. Maar het probleem was en is dan ook dat maar weinig levende zielen zo’n goede inborst hadden en hebben, zo’n enorme innerlijke beschaving hadden en hebben als bijvoorbeeld Jezus.

De prostitutie maakte nog allerlei ontwikkelingen door met voor- en tegenstanders, en een heel warrig gedoe rondom de regelgeving waar je echt geen wijs uit werd en wordt. Maar welke regels er ook golden, hoeren bleven en blijven hun werk doen. Een natuurlijke behoefte en een zo grote inkomstenbron kun je nou eenmaal nooit uitroeien. Zo werd in Nederland na de Tweede Wereldoorlog de escort-dame geïntroduceerd, overgewaaid uit Amerika waar de callgirl al een fenomeen was. In de roerige jaren zeventig van de vorige eeuw was er een flinke aanwas in ons land van straatprostitués, van meisjes en vrouwen die tippelden, vaak om hun drugs- en/of alcoholverslaving te kunnen bekostigen. Nederland kent volgens mijn informatie thans zes officiële tippelzones in verschillende steden door heel het land waar tippelen en het oppikken van hoeren geoorloofd zijn.

De driften van de mannen, de behoefte aan (makkelijke en tamelijk grote) inkomsten van vrouwen die ervoor kiezen om met hun lijf geld binnen te harken maar evenzo de stuitende, criminele vrouwenhandel dragen ertoe bij dat het oudste beroep ter wereld tevens het laatste beroep ter wereld zal zijn. Er zullen altijd hoeren, hoerenlopers, pooiers en mensenhandelaren zijn. Samen met eten, drinken, slapen, plassen en poepen is seksen een eerste levensbehoefte, voor de een (veel) meer dan voor de ander.

De morele discussie rondom hoererij vind ik niet bijster interessant en belangrijk. In de praktijk maakt ieder voor zichzelf uit of hij of zij het verantwoord vindt om een hoer te bezoeken en al dan niet vreemd te gaan en om met seks geld te verdienen. De behoefte aan (buitenechtelijke) seks is niet weg te denken uit het leven, of we dat nou goed vinden of niet. We vinden het evenmin leuk en goed dat we ziek worden, aftakelen en doodgaan, maar het is allemaal realiteit. De lelijke waarheid zul je evengoed onder ogen moeten komen en zien.

Het enige wat belangrijk is en waar de overheid zich mee moet blijven bemoeien, is dat de criminaliteit wordt ingedamd, zeker rondom de prostitutie. Vrouwenhandel, vrouwenmishandeling (psychisch, emotioneel, existentieel en lichamelijk), geweld en onderdrukking zijn net als seks door en met minderjarigen strafbaar, maar op de een of andere manier lukt het de politiek, justitie en politie maar niet om de sekshandel zuiverder te maken.

Helemaal zuiver maak je die praktijken nooit, maar zoals het nu is, is het bar en boos.

We weten immers allemaal dat het alleen al in ons land wemelt van de lugubere loverboys en pooiers en van de duistere seksclubs. We weten allemaal dat er alleen al in ons land duizenden, tienduizenden, meisjes en vrouwen tegen hun wil in seks moeten hebben met klanten. Meestal gaat het om straatarme meisjes en vrouwen die uit Oost-Europa, Zuid-Amerika en Azië zijn gehaald of afkomstig zijn. Bij invallen in sauna- en seksclubs door de FIOD en de politie, wordt meestal te weinig belastend materiaal gevonden om dergelijke ‘crimihuizen’ te (kunnen) sluiten.

Zou je alle hoererij, hoerenbezoek en/of seksclubs verbieden, dan kom je geen stap verder, want dan gaat het ondergronds, illegaal, gewoon verder en waarschijnlijk nog veel verder dan tot waar de criminelen nu gaan. De criminele mannen en vrouwen die via hun hoertjes geld willen en zullen verdienen, blijven naar manieren zoeken om hun slag te slaan. Veel mishandelde en gevangen gehouden prostitués durven niet naar de politie te stappen uit angst voor represaillemaatregelen van hun bazen/bazinnen, maar ook omdat ze financieel afhankelijk zijn van hun al dan niet gedwongen beroep. Niet zelden onderhouden ze niet alleen zichzelf, maar ook hun arme ouders en andere familieleden ver weg.

Armoede, een ongelijke verdeling van het kapitaal en bezittingen ligt ten grondslag aan het probleem, en ook wel dat justitie en politie aan handen en voeten zijn gebonden en opgezadeld zitten met een veel te grote bewijslast.

Gandhi – net als Jezus een wijze held met meer innerlijke beschaving dan 99,9 procent van de mensen op deze aardkloot – zei het al treffend: ‘Er is genoeg voor iedereen, voor ieders behoefte, maar niet genoeg voor ieders hebzucht’. De ander wat gunnen, daar gaat het om. De ander onbaatzuchtig wat gunnen. Liefst het beste. Maar je ziet het al aan heel kleine dingen in de samenleving dat men de ander geen fuck gunt. Als je bij een rotonde staat te wachten, zie je de meeste andere automobilisten extra gas geven zodat jij niet op de rotonde kan en zij jou voor blijven. Gentleman-gedrag legt het af tegen egoïstisch haantjesgedrag.

Geen enkele vrouw op deze wereld zou uit armoede hoer hoeven te zijn als we de taart eerlijk zouden verdelen. Vrouwen die uit eigen vrije wil de hoer willen spelen en op die manier hun brood bij elkaar willen neuken, moeten dat zelf weten. We leven niet meer in de tijd dat we mensen om hun vrije keuzes verminkten, verbrandden en vermoordden. Alhoewel…

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een leeg, wit vel papier

‘Niemand wordt als een slecht persoon geboren, iedereen is bij de geboorte een leeg, wit vel papier’. Deze stelling wordt onbegrijpelijkerwijs nog steeds geponeerd.

De mensen die dit zeggen, vergeten dat je – hoe jong en klein je ook bent – met bepaalde eigenschappen wordt geboren. Positieve en negatieve eigenschappen. Plus dat daar gradaties in zijn. Je kan van nature een beetje autistisch of een beetje gevoelig zijn, maar ook heel erg, of juist gemiddeld. Zo kun je ook van nature een beetje goed, gemiddeld goed of heel goed zijn van inborst. Dat geldt voor alle eigenschappen, zoals narcisme, psychopathie, sadisme en ga zo maar door. We hebben deze eigenschappen allemaal – door elkaar heen, met elkaar vermengd  – in mindere of meerdere mate, dus heel zwart-wit is het zeker niet.

Natuurlijk houdt het niet op bij die aangeboren eigenschappen. Met wie je omgaat, je opvoeding, je leefomgeving en wat je meemaakt, doen een duit in het zakje. Alles werkt op elkaar in en door.

Echter, iemand die van nature heel goed is, zal zelfs door heel veel botte pech niet snel een slecht mens worden. Hij of zij kan wel eens (heel) slechte dingen doen, maar diep in zijn of haar hart is zij of hij lief en aardig, en misschien zelfs onbaatzuchtig en empathisch. Immers, de natuur is sterker dan wat en wie dan ook. Wat je van nature bent, dat vlak je niet uit.

En zo heeft iemand die van nature weinig of zelfs amper een geweten heeft maar een heel klein zetje in de verkeerde richting nodig om volledig te ontsporen.

Hij of zij kan onder invloed van een positieve, lieve omgeving beslist geremd worden in zijn of haar slechtheid en gemotiveerd worden om goede, aardige dingen te doen, maar in wezen blijft hij of zij een mens met een gering geweten, zelfs wanneer dat geweten door een positieve invloed enigszins wordt ontwikkeld en de neiging tot het slechte wordt geremd. Dat loont altijd de moeite. Het voorkomt veel ellende. Blijf investeren, ook en vooral in slechte mensen!

Je hoort of leest wel eens over moordenaars die in de cel tot inkeer komen. Doordat ze bijvoorbeeld tot het geloof zijn gekomen hetgeen hem of haar stimuleert om op het rechte pad te blijven (dat kan ook door iets anders zijn dan het geloof). Toch denk ik dat dit vooral geschiedt met mensen die intrinsiek de aanleg hebben om het goede te doen. Er moet iets in henzelf zijn dat ontvankelijk is voor het goede, voor het positieve.

Laten we een despoot als Hitler als voorbeeld nemen van een uitermate slecht en gestoord mens. Ik denk dat Hitler van nature een psychopaat was en dat bepaalde levenservaringen dat hebben verergerd en uitgebold. Had hij de teleurstellende en verschrikkelijke ervaringen niet gehad en was hij bijvoorbeeld WEL een succesvol kunstschilder geworden, dan was hij misschien nooit de leider van de nazi’s geworden, maar dan nog had hij het in zich om een massamoordenaar te zijn. Het zou zich dan alleen niet gemanifesteerd hebben. Dan zou hij waarschijnlijk geheel anoniem een klein sadistje zijn geweest, geneigd om het slechte te doen met mensen. Veel minder erg dan wat er van hem was geworden, maar ook hij was BIJ DE GEBOORTE BESLIST GEEN LEEG VEL WIT PAPIER. Iedereen wordt geboren met een arsenaal aan eigenschappen, met een bepaalde aanleg, net als met bepaalde talenten en tekortkomingen.

De meeste mensen denken veel te simpel na en gaan al filosoferend over platgetreden paden. Dat zijn de mensen die beweren dat er zo’n hardnekkige griep heerst omdat het zo weinig heeft gevroren. Zulke lieden denken niet breder en grondiger na. Griep komt ook voor in warme oorden. Komt bij dat dit jaar de griepepidemie losbarstte toen het opeens stevig begon te vriezen. De oorzaken van de vele griepvirussen die vreselijk hardnekkig zijn, zijn divers: ze zijn onder andere te wijten aan de luchtverontreiniging, aan de slechte kwaliteit van ons voedsel, aan ons medicijngebruik, aan de kracht van de intelligente virussen en bacteriën die steeds meer bestand zijn tegen onze medicijnen en ons afweersysteem (er zullen altijd epidemieën blijven uitbreken, hoe goed onze gezondheidszorg ook is – we hebben nou eenmaal natuurlijke vijanden) en door zoiets simpels als onze overdreven hygiëne, dat we ons te luchtig kleden en we elkander besmetten (want we leven in een massa-maatschappij met overbevolking, dicht op elkaar).

De meeste mensen beweren dingen zonder lang, diep en ZELF na te denken. Ze denken en zeggen maar wat, en meestal komen ze met heel simpele en achterhaalde stellingen aanzetten, net zoals van dat lege, witte vel papier. Het is gewoon onwaar dat iedereen als een goed mens of als een blanco individu wordt geboren. Dat is je reinste bullshit. En dat is eigenlijk heel evident voor wie nuchter, holistisch (alles in ogenschouw nemend en bij elkaar optellend) en tijdrovend analyseert en nadenkt en wie weigert om de ander domweg na te papegaaien.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De eerste muziek

Muziek is een grote bron van vreugde, genieting, herkenning en troost. Ik heb zelden iemand ontmoet die muziek niet heel mooi, fijn en belangrijk vindt. Maar wanneer en hoe is het maken van muziek eigenlijk ontstaan?

Het (muziek) lijkt iets te zijn dat alleen mensen maken. Dieren maken geluiden en kunnen reageren op muziek, maar volgens wetenschappers blijft dat allemaal heel functioneel en instinctief. Bij mensen heeft het te maken met emotie en met (doelbewuste) kunst.

Ritme, regelmaat en cadans zitten net als geluiden bij het levenspakket inbegrepen. Ons hart slaat ritmisch, we wandelen en rennen zelfs ritmisch en als we fluiten dan heeft het bijna altijd iets weg van de een of andere melodie, ook als het een zelfverzonnen deuntje is.

Muziek lijkt dus net zo oud te zijn als de mens, omdat de mens van nature nou eenmaal muzikaal is en omdat het leven uit ritme bestaat en wij met onze grotere en ontwikkelde hersencapaciteit dat kunnen ervaren, begrijpen en gebruiken.

De oermensen zullen geluiden vast en zeker hebben gebruikt/gemaakt om dieren na te bootsen, weg te jagen en te lokken, alsook om hun rituelen kracht (volume) bij te zetten. Zo is zingen eigenlijk melodisch praten, muzikaal praten. Een psalm bijvoorbeeld is een gezongen gebed, een muzikaal gebed.

Ik ben eens op internet gaan zoeken naar de eerste uitingen van muziek. Volgens de geraadpleegde bronnen zijn de oudste bewijzen van muziek maken gevonden van mensen die ongeveer 50.000 tot 10.000 jaar geleden leefden. Het waren jagers die in holen woonden en grottekeningen en voorwerpen hebben nagelaten, waaronder kleine instrumenten zoals diverse soorten fluiten (met en zonder vingergaten en gemaakt van verschillend – vaak dierlijk – materiaal).

Deze vondsten bewijzen dus dat men al heel lang geleden muziek maakte. Maar misschien brachten de mensen voor die tijd ook al muziek voort, op de een of andere manier. Dat er (nog) geen sporen van zijn gevonden, wil niet zeggen dat het niet bestond.

Gaandeweg werd de meerstemmigheid ontdekt (samenzang) en werden er steeds meer en betere instrumenten uitgevonden en gemaakt. Weer waren het de mensen in het oude Egypte (3300 voor Christus tot ongeveer 300 na Christus) die aan de wieg stonden van de moderne beleving van dans en muziek, namelijk als bron van vermaak, troost en ontspanning, inclusief optredens. Ook vereerden de Egyptenaren met hun muziek en dans hun goden. Uit die tijd zijn diverse lofzangen (hymnes) bewaard gebleven.

Uit ongeveer de 31ste eeuw voor Christus dateren de bewijzen voor de muziekbeleving van de Egyptenaren via reliëfs in tempels en tombes waarin dansen/dansers en mogelijk zelfs bepaalde, maar nog niet ontcijferde partituren werden afgebeeld. In die periode werd er in alle lagen van de bevolking muziek gemaakt, dus niet alleen bij de farao’s maar zelfs op de boerderijen en op het slagveld. De harp was een populair instrument.

De Grieken en later de Romeinen breidden het arsenaal aan instrumenten uit. In hun cultuur was muziek evenzeer heel belangrijk. Iedere Griek die scholing genoot, werd tevens muzikaal onderwezen.

Driehonderd jaar geleden zouden de eerste grote orkesten met strijkers, slagwerkers, koperblazers en houtblazers zijn ontstaan. Die orkesten bestonden meestal uit ongeveer 30 musici, terwijl de hedendaagse symfonie-orkesten honderd of meer muzikanten onder contract hebben staan.

Allengs werd de muziek steeds moderner. In de twintigste eeuw is het hard gegaan en kwam de nadruk steeds minder te liggen op de oude klassieke muziek. Heel veel muziekstromen werden toen populair waaronder de (militaire) Marsmuziek gevolgd door de Big Bands, de (religieuze, zwarte) Gospelmuziek, de Folkmuziek (volksmuziek), de Blues (klaagmuziek van de Afro-Amerikanen), de countrymuziek (de muziek van de immigranten – vaak boeren – in Amerika uit Engeland en andere delen van Europa) en ga zo maar door, waarna de popmuziek en de synthesizermuziek de rij sluiten.

Muziek, het soort muziek dat wordt gemaakt, is dus heel erg gebonden aan de (overheersende) cultuur en aan het tijdperk van dat moment. Muziek komt voort uit de collectieve behoeften en beleving van een groep mensen (afhankelijk van hun situatie) en heeft gaandeweg een sterke wisselwerking gekregen met andere kunstuitingen en culturele verschijnselen zoals de film, tv-producties, de mode, de dans, ballet en het toneel. Maar muziek is evenmin weg te denken uit de (duurdere) supermarkten en winkelcentra, uit de wachtkamer van de arts, in de stadions, op het vliegveld en op het trein- en metrostation, in de wellness-centra en ga zo nog maar oneindig door.

Muziek is een beetje het kloppend hart geworden van een van onze belangrijkste zintuigen, het gehoor. De zintuigen willen en ‘moeten’ we constant prikkelen, want stilte/geluidloosheid is haast geen optie meer.

Ook voor mij is muziek heel belangrijk. Ik zing al zolang ik kan praten. Dat doe ik zelfs op de fiets, en soms best luidkeels (vooral als ik goede zin heb). Als kind hield ik mini-concerten in de achtertuin van het ouderlijk huis. Dan bracht ik Nederlandstalige hits ten gehore, met het handvat van een springtouw als microfoon. Mooie, goede muziek bevestigt, buigt om of beïnvloedt de stemming waarin ik verkeer en kan me beroeren en ontroeren, ontspannen en vermaken. In ieder mens zit muziek!

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De vernietigende kracht van stress

Als kind en puber wist ik helemaal niet dat je psychische stoornissen kon krijgen van stress en spanningen. Hooguit dat je een hartaanval kon krijgen van alle negatieve opwinding en hevige emoties.

Mijn vader heeft na een uit de hand gelopen ruzie met mij – ik was toen 17 of in die richting – hartproblemen gekregen. Daarover voelde ik me schuldig, al was hij tegen wil en dank een onmogelijk mens, de absolute sfeerverpester en boeman thuis. Ik probeerde hem via verbaal en fysiek geweld positief te veranderen, tot rede te brengen. Inderdaad, niet de methode om iemand positief te beïnvloeden, maar ik wist me geen raad, was nog maar jong, zat gevangen in een hel en had als kind aan zoveel blootgestaan waar een kind nooit aan zou moeten en mogen blootstaan… Het hield nooit op, de angstaanjagende ruzies en drama’s, en de sfeer tussen mijn ouders die om te snijden was.

Ik dacht altijd dat mensen hun (zware en/of hardnekkige) psychische problemen te wijten hadden aan alcohol- of drugsmisbruik, aan kortsluiting in hun hoofd (een toevallige biochemische ramp) of aan een heel zwaar (oorlogs)trauma. In die tijd noemde je iemand met psychische problemen ‘een gek’, of je zei dat zij of hij ‘gek was geworden’.

Tussen mijn twaalfde en achttiende worstelde ik wel al met psychische problemen zoals ernstige vermageringszucht, sociale remmingen, bloosangst, grootscheepse minderwaardigheidsgevoelens die in de meerderheid waren en zelfhaat, maar ik legde in die tijd niet de link met de situatie thuis en met het oorlogshuwelijk van mijn vader en moeder waar wij als kinderen voortdurend mee werden geconfronteerd. Niemand legde die link.

Met andere woorden: iedereen – en ook ik, onervaren en jong als ik was – dacht kennelijk dat een dergelijk negatieve, angstaanjagende en bedreigende leefsituatie geen invloed kon hebben op je geestelijke gen psychosomatische gezondheid en dat je al die stress gewoon het hoofd moest kunnen bieden, a piece of cake. Een mens moest wel heel erg extreme dingen meemaken, zoals een concentratiekamp, om getraumatiseerd te raken. Of je moest het er met drank- en drugsmisbruik zelf naar maken of er moest in je kop toevallig iets heel erg fout gaan, spontaan.

Zo dacht ook ik, totdat ik geheel out of the blue oftewel onverwacht psychosomatische problemen kreeg toen ik achttien was. Een heel zware burn-out of (zenuw)inzinking die gepaard ging met plotselinge maar blijvende zeer desoriënterende duizeligheid, hevige onrust en buitengewoon impregnerende paniek- en angsttoestanden, iedere keer als ik buiten was of onder de mensen verbleef.

Toentertijd legde nog steeds niemand de link met de thuissituatie, ook mijn ouders, onze buren en andere familieleden niet (die min of meer wisten wat zich bij ons achter de voordeur afspeelde). Ook ik nog niet. Ik dacht dat ik gewoon pech had gehad en was getroffen door een mysterieuze ziekte waar de doktoren geen antwoord op hadden. Ik heb lang gedacht dat ik het Chronisch Vermoeidheid Syndroom had.

Door diverse kwakzalvers – die me duizenden euro’s hebben gekost en die allen een andere diagnose stelden en ‘hun eigen’ oorzaak voor mijn shit oplepelden – liet ik me wijsmaken dat mijn problemen te wijten waren aan het eten van tomaten (nachtschade), aan een verstoorde werking van de alvleesklier (een Chinese kruidendokter voorspelde dat ik binnen 2 jaar ernstige alvleesklier-problemen zou krijgen), een te lage bloedsuikerspiegel, een koemelk-allergie, een voedsel-intolerantie voor met name suiker, een schimmelinfectie in de darmen en aan mijn zogenaamd paranormale gevoeligheid (ik zou onbewust kwalen en spanningen overnemen van andere mensen en daardoor een vervuilde aura hebben en slecht werkende chakra’s).

Pas later legde ikzelf (anderen nog steeds niet! Ook hulpverleners niet!) de link tussen mijn inzinking(en) en de symptomen en waaraan ik als kind en puber had blootgestaan, namelijk dagelijkse stress en spanningen, een alledaagse beladen en gespannen sfeer met geregeld uitbarstingen. Als hoog gevoelig kind met een lichte autistische aanleg was die leefomgeving voor mij moordend.

Helaas waren de inzinkingen zo impregnerend op mijn gezondheid en gestel dat ik er nooit helemaal van ben hersteld. De praatjes van de psychologen en hun medicijnen hebben me nooit geholpen, integendeel. Ik bleek en blijk zelf mijn beste goeroe en therapeut.

Bij angsttoestanden zeggen de psychologen altijd dat het de angst is voor de angst en dat je gewoon niet zelf die angst moet oproepen. Dat is evenwel makkelijker gezegd dan gedaan. Als je echt heel zware paniektoestanden hebt meegemaakt, dan hebben die ervaringen zich in en op je bewustzijn getatoeëerd, en je geheugen is dan je bewustzijn geworden. Het is namelijk zo verschrikkelijk ingrijpend! Het is logisch dat je dan iedere keer weer bang bent voor een nieuwe heftige aanval, net zoals je er niet aan kan ontkomen om de hond te wantrouwen die jou bijna dood heeft gebeten.

Wat alle therapeuten die ik heb geconsulteerd – het heeft me duizenden euro’s gekost, maar weinig opgeleverd, behalve stress en frustraties – onderschatten, is wat een heel erg zware paniekstoornis ook met je lichaam doet en met je zelfvertrouwen. En wat een heel erg zware paniekaanval voor gevolgen heeft voor je lichaam en je geest. Zulke zeer zware aanvallen zijn namelijk echte aanslagen op je hele gestel en op je actuele gezondheid. Je kan je daarna wekenlang of zelfs maandenlang geradbraakt voelen, totaal uitgewoond, slap, duizelig en prikkelbaar. En nog angstiger. Ik weet het, want ik maak het al 30 jaar mee!

Als je zoals ik de pech hebt dat de angstremmers (medicamenten tegen angst) averechts werken en de alom geloofde cognitieve gedragstherapie niet (voldoende) aanslaat, dan ben je aan de goden overgeleverd. En de goden helpen mij net zo goed als dat ze al die miljoenen slachtoffers hielpen die Hitler heeft gemaakt…

Enfin, nu weet ik wat stress, spanningen, overbelasting, een negatieve leefomgeving en een belastende  werk- en leefsfeer alsmede frustraties, eenzaamheid, overwerktheid etcetera met een mens kunnen doen. De slopende kracht van stress is enorm. Kan enorm zijn.

Jazeker, een mens kan veel aan en de ene mens is nou eenmaal kwetsbaar dan de ander. De ene mens is – bijvoorbeeld door een hoge mate van gevoeligheid, emotionaliteit en karaktertrekken – vatbaarder voor het oplopen van bepaalde stoornissen dan andere mensen. Maar je bent niet per se gek als je psychische problemen hebt en je bent het niet automatisch zelf schuld. En het is dus wel degelijk een kwestie van oorzaak en gevolg.

Er was een tijd dat alles werd gegooid op een moeilijke jeugd, maar nu is iedereen – de medici en hulpverleners incluis – doorgeslagen naar de andere kant: dat een mens zelf bepaalt hoe je ergens mee omgaat en dat een moeilijke jeugd helemaal geen oorzaak meer is of hoeft te zijn, en nog minder een ‘excuus’. Alsof je als patiënt naar excuses zoekt. Je zoekt naar verlichting en liever nog naar genezing.

Maar in dit hele verhaal heb ik één ding geleerd, ben ik me van één ding bewust geworden: ik weet het vaak zelf beter dan de ander, ik kan op mijzelf vertrouwen. En ik kan beter analyseren dan menigeen, hetgeen ook uit dit artikel weer blijkt. En al pikt niemand het op of al spreekt iedereen me tegen, ik weet dat het klopt wat ik concludeer. Ik generaliseer niet, ik durf persoonlijk te zijn, mijn eigen ervaringen te beschrijven, zonder te projecteren. Het is MIJN verhaal, MIJN ervaring. En het is precies (gegaan) zoals ik het beschrijf.

Mijn minderwaardigheidscomplex is opgeruimd. Dat is een enorm grote overwinning. Ik heb een medestander, de belangrijkste zelfs van allemaal: mijzelf.

Ofschoon, zonder mijn geweldige echtgenote was alles ondoenlijk. Want de angsten (pleinvrees met name) zijn bij mij net zo wezenlijk en verlammend als een dwarslaesie bij mensen die lichamelijk verlamd zijn. En het is net zo moeilijk om van die verlamming af te komen als bij een dwarslaesie. En dat is geen teken van zwakte of onkunde. Het is de kracht van de stoornis.  In mijn geval hebben de hulpverleners er geen antwoord op. En hebben ze zich nimmer van hun menselijke, warme en betrokken kant laten zien en dat laatste neem ik hen het meest kwalijk. Ze onderschatten de kracht van iemand serieus nemen, zich voor de ander hard maken en interesseren, moeite doen voor een ander, begrip tonen en erkenning geven.

Het UWV en de artsen hebben me zelfs nog zieker gemaakt dan ik al was, doordat ze me enorm hebben gefrustreerd door me niet te geloven en niet te begrijpen en door hun harteloosheid. Maar ze komen zelf in hun privéleven nog wel aan de beurt. Dat doet het leven automatisch voor je: je vijanden of de mensen die met al hun arrogantie en zelfingenomenheid in gebreke zijn gebleven komen net zo goed ooit aan de beurt: zij krijgen hun portie ellende nog wel. En dan heb ik genoegdoening. Wraak (waar je zelf niets voor hoeft te doen) kan wel degelijk zoet en heilzaam zijn. Het is heerlijk om te vernemen dat het met sommige mensen – eikels of trutten – slecht gaat of slecht is afgelopen. Hun verdiende loon. In ieders leven zal regen vallen.

Als de UWV-arts die me schoffeerde kanker heeft gekregen, dan lach ik in mijn vuistje, net zoals ik het heerlijk vond om te vernemen dat Khadaffi, Bin Laden en Saddam Hoessein het leven lieten en net zoals al zijn vijanden blij waren met de dood van Hitler. Dan denk ik:  Vieze, vuile, gore trut, je hebt me in mijn meest kwetsbare periode binnen tien minuten uitgemaakt voor iemand die simuleert en je weigerde naar mijn verhaal te luisteren. Door jou heb ik niet de uitkering waar ik recht op heb (hoeveel mensen ken ik wel niet die veel meer kunnen dan ik en wel zijn afgekeurd!). Mijn eerlijkheid en openhartigheid lieten jou volledig koud, met je maskerachtige spitsmuizengezicht en je te wijde pantalon voor die smalle spillebenen van je. Je weigerde me te geloven, je weigerde te luisteren en vragen te stellen en je weigerde je in mijn situatie te verdiepen, kutwijf.  Je hebt mijn stress-stoornis verergerd door jouw harteloze opstelling, denigrerende houding en foute conclusies, en daardoor ben ik in die tijd keihard achteruit gegaan en heb ik nog meer moeten lijden. Daar heb niet alleen ik last van gehad – financieel, praktisch en gezondheidsmatig, maar ook mijn gezinsleden en familieleden.  En dat noemt zich arts, hulpverlener! Dat noemt zich mens! Gelukkig heb jij nu kanker, autistisch kutwijf! Het is je goed recht! Veel plezier ermee. 

Ik ben Jezus Christus niet. Ik wens mijn vijanden en de mensen die me pijn hebben gedaan niet het goede toe, en al zeker niet als ze nooit tot inkeer zijn gekomen. Ik haat ze, ik vervloek ze, ik veracht ze en ik wens ze al het slechte toe wat een mens kan overkomen. Zo ook Wilders en zijn achterban. Lui die je niet kan uitstaan en die door wat dan ook van de aardbodem verdwijnen… dat is een godsgeschenk. Maar ikzelf blijf pacifistisch, ik zal geen kwaad berokkenen, dat laat ik over aan het leven. Het is het leven wel toevertrouwd om slachtoffers te maken. Ik ben zelf al heel vaak aan de beurt geweest…

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De potentatige PVV-stemmer

Ik hoor Geertje Wilders niet over zijn Nederlandse, oer-Hollandse fans die zijn broer hebben bedreigd, omdat die het niet eens is met Geert. Tuurlijk hoor je Geert daar niet over. Je hoort Geert nooit klagen over rechts Nederlands en rechts buitenlands tuig. Hij legt alleen maar het accent op moslims die zich misdragen, en op in zijn ogen linkse ratten. Stigmatiseren is zijn passie. En is tevens de passie van zijn woeste aanhangers.

Hij is bovendien allesbehalve een politicus. Een politicus heeft een brede politieke visie. Een moderne politicus denkt na over een zo groot mogelijke harmonie van en in de hele wereld en is in staat om op diplomatieke wijze samen te werken. Maar Geertje heeft geen visie, die heeft alleen maar oneliners én haat. Hij mist ook nog eens de nodige zelfspot. Mensen zonder zelfspot zijn heel gevaarlijk als ze macht krijgen. Kijk maar naar Erdogan, Bouterse en Assad.

Die zogenaamd oer-Hollandse aanhangers, die Joods-christelijke fans van ome Geertje… Ja echt, de kerken en synagoges puilen uit, zitten afgeladen vol met PVV-stemmers. Nu woon ik toevallig in Limburg en ik ken meer dan voldoende mensen hier die weigeren om gewoon Nederlands te spreken en die je met de nek aankijken en negeren als je het dialect niet machtig bent. Zo Nederlands zijn ze dus. Zo goed zijn ze geïntegreerd. Als je hen zou vragen of ze alsjeblieft Nederlands zouden willen spreken of als je het ze zou verplichten, dan zouden ze witheet worden. Als zij de beledigingen, verdachtmakingen en negatieve kritiek zouden krijgen die ze in overvloed paraat hebben voor die volgens hun verdomde moslims, dan zou je nog eens wat beleven. Die zouden zich niet zo koest houden als de koran-lezers die zich dag in dag uit moeten verantwoorden en die er in negatieve zin tot in den treuren worden uitgelicht en ter discussie worden gesteld.

Alsof wij ‘echte’ Nederlanders allemaal zo’n lieverdjes waren en zijn. Een oom van mij zegt altijd dat wat in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd alleen maar in Duitsland kon en kan gebeuren, vanwege de Duitse mentaliteit. Maar dan vergeet hij de NSB-ers en verraders, en al die Nederlandse mensen die weigerden om heldhaftig te zijn en de bedreigde mensen te helpen. Dan is hij blind voor wat de Nederlanders hebben uitgericht en aangericht in de geschiedenis (zoals in Indonesië en Suriname) en voor wat andere landsmensen veroorzaken. Dat wat in Duitsland is gebeurd in de jaren 1939-1945 had overal kunnen plaatsvinden. Overal. Ook in Nederland. Wij zijn geen haar beter dan de Duitsers of dan de Marokkanen.

De Limburgse PVV-stemmertjes die ik ken, die zouden eigenlijk het liefst zien dat Limburg zich zou afscheiden van ‘Holland’. Zo Nederlands zijn ze. Er zitten lui tussen die echt oer-Limburgs leven en nooit baklava zouden eten of een hamam zouden bezoeken, maar er zitten er ook tussen die lekker een rondreis maken langs de Koningssteden in Marokko, de goedkopere Turkse kapper frequenteren en de deur plat lopen bij de grillroom.

Geert Wilders is in mijn optiek net als Donald Trump een gestoorde, narcistische, psychopathische potentaat, een gevaarlijke rechtse, nationalistische gek, een potentiële fascist, en zijn aanhang is natuurlijk niet anders. Heel enge, agressieve en globe-fobische mensen die je vooral NIET serieus moet nemen. Beter twee miljoen gekken met kortsluiting die niet worden gehoord dan 12 miljoen landgenoten die worden opgescheept met een in mijn optiek geschifte en gevaarlijke leider (en zijn losgebarsten aanhang) die ze niet willen en die ze niet kunnen luchten of zien.

Wilders beweert dat hij ons land weer van de Nederlanders gaat maken, maar hij heeft zelf aan meer dan half Nederland een bloedhekel. Hij hekelt de media, hij hekelt de rechters, hij hekelt linkse politici en kiezers en hij hekelt iedereen die het niet met hem eens is. Hoe wil deze man in Nederland voor meer vrede en harmonie gaan zorgen? Hoe denkt deze man op zo’n manier – met al die haat en woede – Nederland weer Nederlandser te maken? Wilderser wil hij Nederland maken! WILDERSER, NIET NEDERLANDSER! Er is voor Wilders maar één ding dat telt: dat hij de macht krijgt en dat iedereen aan zijn wil gehoorzaam is. En er zijn 2 miljoen mensen die met hem dwepen en zijn wil heel graag willen (laten) uitvoeren. Twee miljoen gevaarlijke, visieloze, gestoorde mafkezen die altijd beweren dat alle andere mensen de problemen ontkennen die er spelen rondom en met Marokkanen en andere allochtonen, maar die de problemen die blanke mensen en speciaal ‘echte’ landgenoten veroorzaken steevast onderbelichten!

Maar mensen zoals ik ontkennen helemaal niet dat er OOK problemen zijn met en in de multiculturele samenleving. Echter, dat zijn niet de enige problemen, en (criminele) allochtonen zijn niet de enige probleemveroorzakers. De manier van Wilders lost niets op, vergroot alleen maar de spanningen in de samenleving én de wederzijdse haat. Er zijn genoeg politici die een BETER antwoord hebben op ALLE problemen, die BETERE plannen hebben en die zich BETER presenteren en die ons land BETER vertegenwoordigen, die in elk geval minder gevaarlijk en minder stigmatiserend en polariserend zijn. En dat is al heel wat. Wij moeten hier geen Trumpiaanse toestanden willen!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Profiel van de PVV-stemmer

De PVV-stemmer heeft zelf eigenlijk weinig (grote) problemen en bezit geen (degelijke) politieke visie, net zo min als de volgens mij latent-fascistische leider op wie hij/zij stemt.

De PVV-stemmer bezit geen gefundeerde en brede visie over de aanpak betreffende de klimaatsverandering en de uitdagingen en problemen die daaraan vast hangen. Geen gefundeerde en brede visie op de werkloosheid en werkgelegenheid. Geen gefundeerde en brede visie op de milieuvervuiling, luchtverontreiniging en het gevaar van verwrongen en uitgewoonde ecosystemen. Geen gefundeerde en brede visie op een gelijke inkomensverdeling. En ga zo maar door.

De PVV-stemmer heeft maar één stokpaardje, net als de naar mijn mening mesjogge leider: de in zijn/haar ogen mislukte en gevaarlijke multiculturele samenleving, zogenaamd de bron van alle kwaad. Met minder Marokkanen lossen we blijkbaar het fileprobleem op, alsmede de luchtvervuiling, de werkloosheid, de kloof tussen arm en rijk, het groeiend aantal gezinnen dat in armoede leeft en de problemen in de zorg.

De PVV-stemmer heeft eigenlijk zelf weinig te klagen, maar is doodsbang voor maar één ding, of eigenlijk voor maar één vijand: alles wat uit het buitenland komt en naar de islam ruikt.

Zullen we voortaan helemaal geen supporters meer toelaten tot voetbalwedstrijden, omdat een groepje van 100 tot 200 man zich structureel misdraagt? Zo kun je ook over de vluchtelingenstroom denken. Moet de overgrote meerderheid aan vluchtelingen boeten voor de kleine minderheid asielzoekers die voor problemen zorgt?

De PVV-stemmer is echter niet voor intelligente en diplomatieke oplossingen, maar voor… ja, voor wat eigenlijk?

De PVV-stemmer zegt steeds dat Wilders weer Nederland zal maken van ons land, waarmee ze bedoelen dat ook zij willen dat er geen of veel minder vluchtelingen worden toegelaten, dat er geen moskeeën meer worden gebouwd, dat geen enkele moslima meer een hoofddoek draagt, dat iedere moslim met de Nederlandse vlag wappert en beter onze taal beheerst dan zijzelf en dat criminelen van buitenlandse afkomst moeten oprotten. Daar komt het feitelijk op neer. Tot zover de politieke agenda van de PVV en de politieke wens van de achterban.

Voor de PVV-stemmer is dat het enige wat er moet gebeuren. Daarna is ons land weer lekker islam-vrij, veilig en dus opnieuw van ons. Natuurlijk zijn rijke Chinezen, Russen en Amerikanen hier altijd welkom, alsmede arbeidskrachten uit armere landen die we kunnen uitbuiten. Want nu de economie voor een bepaalde groep groeit, dreigt er een groot tekort aan arbeidskrachten en moet Nederland misschien wel honderdduizenden werknemers uit het buitenland gaan rekruteren, of had u dat nog niet vernomen?

De PVV-stemmer is de facto geen politiek dier, niet iemand met een afgewogen en briljante mening, met een nuchtere en intelligente kijk op het leven, de wereld, de mensheid, de politiek en de maatschappij. De PVV-stemmer is in mijn optiek feitelijk gewoon een xenofobe nationalist en potentiële NSB-er, zo eentje die een groot probleem op de verkeerde manier wil aanpakken en met de botte bijl denkt op te kunnen lossen.

De PVV-stemmer lijkt sprekend op de PVV en op haar volgens mij verknipte voorman.

De PVV-stemmer zal wel heel boos zijn over dit stukje. De PVV-stemmer is voortdurend boos, ontstemd en voelt zich doorlopend aangevallen. De PVV-stemmer voelt zich de underdog, maar wel de underdog die op een dag heel hard gaat terug bijten!

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ontstellend weinig bekend over agorafobie en weinig belangstelling voor fobielijders

Een volle emmer bestaat uit miljoenen druppels. En dan is er een druppel die de emmer doet overlopen…

Pleinvrees oftewel ruimtevrees is een angststoornis. Gestoorde angst. Een abnormale en ongezonde angstreactie. Je bent niet bang VOOR de ruimte en weidsheid, maar door de stoornis wel bang IN grote, open ruimtes en/of in drukke en afgesloten gelegenheden. Een overdaad aan stress-stofjes of hormonen in je hoofd zorgt voor een ongezonde reactie, voor vervelende symptomen.

Door tal van oorzaken heb ik pleinvrees gekregen. Laten we zeggen dat ik er door mijn uitzonderlijke hoog gevoeligheid en serieuze ernst aanleg voor had, mits de sfeer en leefomstandigheden dermate bezwarend, belastend, traumatisch en negatief waren dat de potentiële angsten konden groeien en bloeien.

Welnu, wie in mijn kinderschoenen en puberschoenen zou hebben gestaan, bevreemdt het geenszins dat ik binnen vijf jaar twee zeer zeer zeer zware burn-outs heb gehad en een stress- en angststoornis heb ontwikkeld. Oorzaak en gevolg. Alle (ingrijpende) gebeurtenissen in mijn leven konden niet anders dan tot deze nare ontwikkelingen leiden.

Zonder al die spanningen, bedreigingen en drama’s in mijn jeugd was ik misschien ook niet gezond gebleven, maar had ik beslist niet zulke (zware) stoornissen opgelopen. Mijn jeugd heeft mijn psychosomatische en emotionele gezondheid verpest, en daarmee (groten)deels mijn kwaliteit van leven en levensgeluk. Mijn leven is al heel vroeg in de soep gelopen en mijn gezondheid al heel snel en heel ijverig om zeep geholpen.

In feite ben ik geestelijk invalide, gehandicapt. Door die verlammende angsten. Geketend en getekend ben ik door de terroriserende symptomen. Mijn geest zit in een rolstoel en daardoor loop ik tegen allerlei praktische belemmeringen en moeilijkheden aan.

Een paniekaanval en een fobie zijn iets heel anders dan GEWOON heel bang zijn voor iets, waarbij de symptomen zich vooral beperken tot het mentale gedeelte en niet zo hevig zijn, mochten ze zich ook lichamelijk een uitweg zoeken.

Bij een paniekaanval nemen de angst en paniek helemaal bezit van je geest én lichaam. De geestelijke en lichamelijke gewaarwordingen zijn heel erg abnormaal, krachtig, hevig, overrompelend en ‘bezitterig’. Iemand die zulke hevige angst en paniek – die ook lichamelijk alle alarmbellen doet afgaan – nooit heeft ervaren, kan zich er onmogelijk een voorstelling van maken hoe dat is en hoeveel impact dat heeft op je. Alles wat negatief en positief indruk op ons maakt, doet iets met ons, verandert blijvend iets in ons. Een heel erg zware paniekaanval (er zijn gradaties in!) neemt voor altijd je onbevangenheid en onbezorgdheid weg. Je kan het vergelijken met voor een doodseskader staan. Het voelt als doodgaan, en als hartstikke gek worden en alle controle over jezelf en je innerlijke rust totaal verliezen.

Als ik op internet en bij professionele behandelaren advies probeer in te winnen en hulp zoek, dan stuit ik immer op een heel summiere kijk op en heel summiere informatie over paniek en fobieën. Overal lees je en hoor je dezelfde standaard-visie en standaard-teksten: pleinvrees is zus en zo, uit zich volgens die en die symptomen, kan die en die oorzaken hebben en moet zus en zo behandeld worden.

Echter, ik ervaar ‘mijn’ pleinvrees heel anders dan volgens de beschrijvingen op internet en dan volgens de lezingen van de psychologen en huisartsen. Ik kan me er niet voldoende in herkennen, in de informatie die wordt verstrekt.

Helaas heb ik persoonlijk ervaren dat de summiere standaard-info over pleinvrees toch de leidraad is voor alle behandelaren die op mijn pad kwamen. Niemand was bereid naar mijn unieke verhaal te luisteren en daar op door te vragen. Niemand stond open voor mijn verhaal, voor mijn versie, voor mijn beleving, voor mijn unieke verzameling symptomen en bij-kwalen.

Ik leek steeds, overal en bij iedere behandelaar een van de vele fobielijders die zou moeten beantwoorden aan de summiere standaard-info die er over agorafobie de ronde doet. Altijd voelde ik me het projectieplaatje van de algemene opvattingen. Het is zelfs zo dat geen enkele hulpverlener die ik ontmoette nadrukkelijk de link legde tussen mijn aandoeningen en ‘tropenjeugd’ waarin ik bijna steevast in spanning en angst zat en waarin ik opbrandde tussen twee vuren. Ze zagen er blijkbaar de logica niet van in dat zich na zo’n jeugd en met mijn enorme gevoeligheid deze kwalen bij mij ontwikkelden.

Het is zo enorm belangrijk om naar het individu te kijken én te luisteren en hem of haar serieus te nemen en als een volwaardig persoon te beschouwen. Niet iedere fobieleider en mens met een paniekstoornis heeft – zoals ik – (zulke zware) burn-outs gehad (waaruit de angsten voortkwamen; toen zijn de angsten begonnen!). Niet iedere fobielijder heeft – zoals ik – ook nog heel veel andere klachten, zoals een zeer gebrekkige weerstand, lichamelijke zwakte en evenwichtsstoornissen als absolute achilleshiel. Niet iedere fobielijder is – zoals ik – psychologisch en filosofisch sterk en bezit zoveel zelfinzicht en analytisch vermogen. Lang niet bij alle fobielijders is de pleinvrees of de angststoornis slechts een onderdeel van veel grotere misère, zoals bij mij. Bij mij is de agorafobie een van de vele duivelse Matroesjka-poppetjes. En alles werkt op elkaar in. Alle aspecten van je karakter, je leven, je omgeving en je gezondheid of ziekte werken op elkaar in en daarom is een holistische benadering zo belangrijk, waarbij alles in ogenschouw wordt genomen en met elkaar in verband wordt gebracht.

De impact die een bepaalde klacht op je heeft en hoe je alles beleeft, dat is heel erg persoonlijk. Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat medici en instanties zoals het UWV de tijd en moeite nemen om naar het individu te luisteren en te kijken. Als medicijnen en behandelingen niet (meer) helpen, zoals bij mij, dan brengen een luisterend oor, begrip, erkenning en meelevendheid wel degelijk de broodnodige verlichting! En dat wordt ontzettend onderschat. Dat menselijke aspect. En dat je niet als een nummer en als een van de vele patiënten wordt gezien, benaderd en behandeld, maar als een uniek individu met een eigen verhaal én een eigen inbreng.

Ik heb ervaren dat er ontstellend weinig belangstelling is voor de individuele fobielijder en dat er mede daardoor nog maar heel weinig bekend is over pleinvrees, dat er weinig (spectaculair) onderzoek naar wordt gedaan en dat de kwaal ontzettend wordt onderschat. Zeer hardnekkige en zeer hevige agorafobie is moordend en al zeker wanneer het gepaard gaat met nog heel veel andere symptomen en problemen, en nog meer als het door de patiënt als heel beperkend wordt ervaren. Een huismus met pleinvrees heeft er minder van te lijden dan een wereldreiziger. Hoe liever en vaker je buiten bent of wilt zijn, hoe meer je als agorafobie-lijder wordt geconfronteerd met je kwaal en haar symptomen.

Ik ben al dertig jaar ervaringsdeskundige en hou mezelf al drie decennia op de been. Zou ik misschien van nut en interessant kunnen zijn voor de medische wetenschap als het over deze aandoening gaat?! Zou ik mogelijk een zeer bruikbaar experiment-persoon kunnen zijn? Blijkbaar niet.

Edoch, al wat me rest, wat ik heb, is de huidige stand van zaken en het NU met de mogelijkheden, kansen, genietingen en beproevingen van NU en met de mensen die me NU bijstaan. Ik probeer/We proberen er NU het beste van te maken. Dat is het enige wat ik heb, het NU en mijn kwaliteiten om in het NU er het beste van te maken, van het NU het beste te maken.

Gezien, gehoord, gewaardeerd en begrepen word ik – behalve door mijzelf – door mijn vrouw die het nog steeds kan opbrengen om mij terzijde te staan, alsmede door onze twee kinderen en onder anderen mijn moeder. Maar het zou ook fijn zijn om eens gezien en gehoord te worden door mensen in een bepaalde (machts)positie en bij wie je om raad vraagt, omdat ze daar eigenlijk voor zijn en voor betaald krijgen. Helaas ben ik (nog) niet de goede personen tegengekomen. Ze beseffen niet dat ze me heel erg zouden kunnen helpen en verblijden door zich gewoon eens om me te bekommeren, door me serieus te nemen, door energie te steken in de menselijke benadering. Als pillen en adviezen niet (meer) helpen, maakt DAT het verschil.

Op mezelf aangewezen en teruggeworpen, en daarom dop ik m’n eigen boontjes maar…

Ik wil net als ieder ander gewoon gezellig en ontspannen door de stad lopen. Zonder angsten en spanningen, zonder vrees dat het weer mis gaat, zonder die duizeligheid en zonder het gevoel te hebben in rook op te gaan. Maar ik ben niet (zoals) ieder ander, ik heb pleinvrees. En dus ga ik wel de stad in – oh, hoe moedig en levenslustig ben ik! – maar oh jee, bij het zien van die grote brede oversteekplaats krijg ik het gevoel alsof ik in de grote gapende weidsheid zal oplossen als een bruistablet in water. Ik word door een onzichtbare sterke hand bij mijn nek gepakt en voorover gedrukt, alsof de angst me letterlijk klein en op de knieën wil krijgen. Ik probeer rustig te blijven, kalm door de buik te ademen en gewoon door te gaan. Oké, misschien is het beter als ik even stilsta. Maar als ik weer naar die oversteekplaats kijk, dan worden mijn benen alweer week en dreig ik door mijn knieën te gaan. De angst beheert me nu weer van top tot teen. Mijn lichaam is helemaal gespannen, er kunnen geen frons-rimpels op mijn voorhoofd meer bij.  Goed, rustig blijven en doorzetten. Niet opgeven! Niet teruggaan! Ik wil niet weer een nederlaag leiden. Ik wil verdomme gewoon lekker door de stad kuieren, daar heb ik zin in en daar geniet ik van, tenminste vroeger genoot ik daar zo erg van, toen ik nog niet die verdomde fobie had. Goed, ik herpak me weer, haal diep adem en zet het weer op een lopen. Ik steun op de grote, sterke paraplu die ik heb meegenomen, ook al schijnt de zon en is het onbewolkt. Ik moet toch op iets steunen. Kijk, als ik vlak langs de huizen af loop, dan gaat het nog wel.  Dat geeft het gevoel van beschutting, geborgenheid, veiligheid. Ja, het is allemaal puur een gevoelskwestie.  Daar is de oversteekplaats al verdomme. Oh jee, dit gaat helemaal fout! Het is hier zo weids en druk! Iedereen kijkt naar me. Ze zien het aan me! Nou ja, dat is dan maar zo, wat kan mij het schelen. Ik moet gewoon zien te overleven, de rest is onbelangrijk. Ik steek over, maar mijn benen lijken het te begeven en zijn aan het zwabberen. Ik lijk wel een dronkenman. Mensen zullen denken dat ik gezopen heb. Snel naar de overkant, want anders lig ik hier anders midden op straat en rijdt het verkeer over me heen. De angst ment me, als een paardenmenner. Hup, de zweep erover. Mijn ademhaling zit niet meer in mijn buik, maar achter mijn ogen of boven mijn kruin. Nee, ik zweet niet, heb geen hartkloppingen, heb het niet benauwd, zoals in alle boekjes over fobieën staat. Ik tril niet, maar ik blijf wel in de situatie zoals wordt aanbevolen. Ze zeggen dat de angst dan afneemt. Maar dat is niet zo. Ja, de angst is wel wat minder, maar die paniekaanval bij de oversteekplaats heeft gevolgen voor mijn lichaam: ik ben nu permanent duizelig. Onvast ter been. Dit is toch geen doen? Ik wilde alleen maar even lekker door de stad slenteren en misschien ergens wat kopen en eten. Maar ik voel me nu verschrikkelijk slap. Daar word ik automatisch nog onzekerder van en daardoor nog angstiger. Ik voel me nu slapper dan een vaatdoek. Hoe kom ik ooit terug bij de auto? Waarom heb ik mezelf dit weer aangedaan, waarom ben ik niet lekker veilig thuisgebleven? Waarom laat het lot me zo aan mijn lot over en me zo lijden? Wat heeft dit voor nut? Waarom komt er geen hulp, van bovenaf bijvoorbeeld?! Tja, al die zigeuners en Joden en tegenstanders van Hitler werden ook als uitgemergeld lijk op een stapel gegooid, voor hen was er ook geen hulp. Ik bevind me in ‘goed’ gezelschap. Ik ben eenzaam, maar heb nog altijd miljoenen lotgenoten! Ja, je mag je situatie zogenaamd niet vergelijken met het lot van die mensen toen, maar ze moesten maar eens in mijn schoenen staan, dan piepten ze wel anders. Zij lopen wel zonder paniek, angst en zonder een slap, duizelig lichaam door de stad. Zij zullen beslist ook kwalen hebben en lijden, maar lopen is voor hen normaal, daar denken ze niet bij na. Iedere stap die ik zet gaat gepaard met angst, paniek, spanning, stress, onzekerheid en vechtlust. Ik wou dat ik dood was en dit niet meer hoefde mee te maken. Nee, ik ben als de dood voor de dood, ik wil gewoon een beter en fijner bestaan, ik wil gewoon gezonder zijn. Maar nu sta ik hier uit te hijgen tegen de muur van een winkel en het lijkt alsof iedereen naar me kijkt en denkt dat ik gek ben en ziet dat ik niet in orde ben. Wat een opgave, wat een beproeving, wat een missie. Maar ik probeer gewoon mezelf te herpakken en dan maar wat etalages te kijken. Ik moet mezelf afleiden. Maar godverdomme, het gaat niet. Ik ben bekaf, gebroken. Ik wil niet terug, ik wil gewoon lekker shoppen. Maar ik ga terug. Ik hou de mobiele telefoon in mijn broekzak in mijn hand, voor het geval ik 112 moet bellen of gewoon een van de mijnen. Haal ik dit wel? Hoe omzeil ik die drukke, brede oversteekplaats? Dat kan dus niet! GOD-VER-DOMME! Weer die hel! Ik kan niet meer! Maar ik moet! Ik wil!

…. Ik heb het weer gered. Ik leef nog. Ik zit in de auto, veilig in de auto. 

http://www.Achterdetraliesvandeangst.jouwweb.nl

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen