Het huilen is om te janken

Vrouwen huilen vaak om niks, zeggen mannen. Om een geknapt boterhamzakje. Vrouwen huilen om het minste geringste. Als ze (harde) kritiek krijgen, worden uitgekafferd, een toets of examen niet hebben gehaald, een platte band hebben met de auto, hun man of vriendje naar doet. Het is net alsof vrouwen altijd wel een reden hebben, kweken of verzinnen om te (kunnen) huilen. De ogen zijn vaker nat dan de kutjes.

Maar Cécile – ze valt op oudere mannen, misschien wel onbewust omdat ze een goede band met haar vader mist, alhoewel ze altijd verliefd wordt op gehavende oudere mannen die ze kan troosten, beschermen en redden – heeft bijna nooit een zakdoek nodig om haar wangen droog te deppen en haar neus te snuiten (waarom gaat huilen altijd gepaard met een snotneus?). Ja, Cécile grient bij een zielige of ontroerende film of soap-fragment en bij mooie muziek, maar niet als het een beetje of erg tegenzit.

Zelfs niet als haar kinderen verdriet hebben en hevig grienen of als ze moet vernemen dat haar moeder kanker heeft of dat haar man op het werk een hartaanval heeft gehad, alhoewel Cécile nooit meer onredelijk moppert op haar (zowaar drie jaar jongere!) echtgenoot sinds hij bijna voor de hemelpoort heeft gestaan. Cécile is nu zorgzaam voor hem. Eerder had ze dat niet. Omdat ze meer van hem houdt dan ze wist of toch ook omdat ze haar kinderen hun vader gunt en haar leven zonder haar man op z’n kop zou staan en moeilijker zou worden?

Voorheen stak Cécile weleens haar middelvinger achter zijn rug naar hem op, terwijl ze met haar tong tussen haar lippen een scheet-geluid maakte en naar haar zus of moeder keek, want zij moesten getuige zijn van haar hekeling. Cécile en haar vertrouwelinge lachten er altijd om.

In de lange huwelijksperiode voor zijn hartaanval wilde Cécile op feestjes nog wel eens zeggen dat ze nooit meer zou trouwen als ze het nog eens over mocht doen. Haar Gerard – die haar op handen draagt – zat dan gewoon naast haar, maar reageerde er nooit op. Het leek hem niet te raken. Hij bleef even goed gemutst, gezellig en liefdevol naar zijn vrouw toe. Hij kwam er ook niet op terug – op haar verborgen klaagzang over haar huwelijk en lotsverbondenheid met hem – als ze weer met z’n tweeën waren, in de auto op weg naar huis of voor het slapengaan in bed.

Seks hebben Cécile en Gerard trouwens al jaren niet meer. Ze hebben er beiden geen behoefte meer aan, althans niet met elkaar. Seks zonder passie en seks met sleur gaan niet samen. Althans, goede, bevredigende seks niet.

Gerard is trouwens niet monogaam, ook al is Cécile alles voor hem (dat lijkt een contradictie, maar het leven wemelt van de bizarre scenario’s). Hij houdt teveel van vrouwelijk schoon, verleidingen, passie en erotische avonturen en hij komt bij Cécile op dat gebied te weinig aan zijn trekken om seksueel trouw te zijn.

Gerard huilt net als Cécile – die zich trouwens snel gekrenkt voelt en haar eigen dubieuze rol en fouten buiten beschouwing laat – makkelijk bij een ontroerend of heel emotioneel tv-fragment en bij prachtige muziek, maar zelden vanwege zijn eigen of andermans levenspijn. Vlak na en lang na zijn hartproblemen en bijna-dood-ervaring heeft hij geen traan gelaten. Zelfs niet toen een van zijn dochters hartverscheurend aan zijn ziekbed huilde en snikte dat ze bang was dat papa dood zou gaan. Als je het altijd heel moeilijk hebt gehad, ken je de gemene streken des levens te goed om er ondersteboven van te zijn. Overleven is dan een stramien. Geconfronteerd worden met ellende en incasseren is dan een gewoonte. Een slechte gewoonte tegen wil en dank.

Gerard’s moeder is zwaar dement en herkent hem niet meer en hoewel hij dit heel erg vindt, heeft hij er nog geen waterlanders om gehad. Zijn vader heeft een progressieve spierziekte en is te trots om de rolstoel en een verpleeghulp aan huis te accepteren. Trots inclusief de mantra dat je anderen niet tot last wilt zijn, maakt het jezelf en anderen onnodig moeilijk. Een mens moet zijn/haar trots laten varen en hulp aanvaarden en zelfs verwelkomen, en ervan genieten en er dankbaar voor zijn. Je helpt anderen toch ook, waarom zou je je dan niet laten helpen als je het moeilijk hebt?

Het gaat Gerard – iemand die zich voor een vent verrassend kwetsbaar durft op te stellen, toegeeft aan zijn gevoelens, passies en emoties en altijd kritisch naar zichzelf kijkt en terechte verwijten aan zijn adres zal beamen – ontzettend aan zijn zieke hart, de toestand van zijn ouders, maar ook om de medische malaise van zijn ouweheer heeft hij nog niet gegriend.

Het is een feit dat vrouwen veel sneller en vaker en langduriger huilen dan mannen. Mannen zullen bij tegenslagen of emotionele situaties eerder dichtklappen, gefrustreerd raken, oplossingen zoeken en/of boos worden. Als mannen janken, dan is er vrijwel altijd echt iets (ernstigs) aan de hand (sterfgeval, doodziek kind). Hun huilbui is dan meestal heel intens, heel hevig, ongecontroleerd. Kort maar krachtig.

Nu kun je je afvragen waar het aan ligt dat de meeste mannen zelden huilen en veel vrouwen zo snel? Heeft dat te maken met de opvoeding en de cultuur (mannen ‘mogen’ niet huilen en doen zich onder elkaar en ten opzichte van de vrouw stoer voor. Stoerheid is mannelijk), met de evolutie (mannen die het zware en gevaarlijke werk deden, zoals jagen, konden zich geen ‘zwakte’ veroorloven en vrouwen verwachtten van mannen dat ze een (t)rots in de branding waren, terwijl mannen zich zo ook wilden presenteren – dat is overigens allemaal nog steeds zo) en/of met biologie en de aard van het geslacht? Waarschijnlijk is het een combinatie van deze dingen, zoals vrijwel alles een en/en-verhaal in plaats van een of/of-kwestie is.

En natuurlijk moet je nooit generaliseren. Niet iedere vrouw huilt makkelijk en om elk wissewasje. Niet iedere man huilt bijna nooit.

Iedere man en vrouw heeft mannelijke en vrouwelijke componenten, in een verhouding die door de natuur heel persoonlijk (bepaald) is. Sommige mannen zijn voor 2 procent vrouwelijk, anderen voor 60 procent. Zo heeft iedereen van alles een bepaalde dosis, of het nou handelt om een bepaalde mate van empathie, psychopathie, gevoeligheid, hardheid, intelligentie, wijsheid, betrouwbaarheid of wat dan ook. Al die verschillende doseringen bij elkaar, dat mengsel, maakt wie we zijn en dat maakt deels hoe we doen en overkomen.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Colaatje?

“Wacht nou eens even met dat flesje cola. Ik doe eerst de boodschappen in de auto en dan pas maak ik dat flesje open. Heb je me gehoord? Mama heeft ook dorst, maar ik moet wachten tot thuis. Jij kan zo drinken, even geduld. Zo, nu eerst het karretje terugbrengen naar de winkel en dan maak ik je flesje open. Niet met die fles schudden, anders spuit die cola er straks allemaal uit!”

“Kijk uit! Ja, nu moet je huilen, maar je bent het zelf schuld, Erwin! Je hebt nu pijn, omdat je niet naar me hebt geluisterd. Mama zei toch dat je je handen niet tussen die schuifdeuren moet houden? Die deuren gaan altijd weer dicht. Nee, ik kan er niet mee zitten, Erwin. Zie je nou wat er gebeurt als je niet naar mama luistert?! Laat me eens kijken naar je handje. Doe eens even rustig. Stop met huilen. Waar doet het pijn? Wijs me nou eens precies aan waar het pijn doet! Kun je je hand nog bewegen? Moet mama met je langs de dokter rijden? We gaan het thuis koelen. Niet koelen? Dat moet wel, Erwin, anders is je hand straks helemaal dik en opgezwollen, en dan kun je hem niet meer bewegen.”

“Doe nou eens rustig! Het is je eigen schuld. Ik heb geen medelijden met je, hoor. Dat komt ervan als je niet hoort wat mama zegt. Mama zegt dat niet voor niets. Wil je nu je cola? Nee hé? Nu wil je niet meer, hé? Dat krijg je er nou van!”

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Buikborsten

Haar borsten hangen op haar buik, hangen als zonwering, als een zonnescherm, als een tentzeil over haar onderlichaam. Haar benen en voeten hebben altijd schaduw. Haar maag is haar boezemvriend.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Slaaf van je kind tijdens je vakantie

Veel aarde-bewoners stemmen hun vakantie tot in het naadje van de kous af op hun kleine kind(eren). “Als je je kinderen ziet genieten, dan geniet je zelf ook.” En zo brengen vader en moeder of de verzorgers de hele vakantie door in speeltuinen, in het zwembad, in pretparken en aan zee. Met name kleine kinderen kun (mag) je niet uit het oog verliezen, dus je bent dan voornamelijk bezig om je kind op je netvlies te houden.

De meeste ouders (ik doel tevens op adoptie-ouders en pleegouders)/verzorgers maken, zodra ze luiers moeten verschonen, plotseling geen (verre) reizen meer. Ze mijden zelfs het buitenland. En het vliegtuig. Want het is zogenaamd zo’n gedoe, vliegen met kinderen. En de kinderen zelf zouden het niet leuk vinden.

Welnu, de ervaring van mijn vrouw en mijzelf in dezen is anders. Wij hebben altijd graag gereisd en hebben ons vakantiepatroon niet DRASTISCH gewijzigd toen we iedere schooldag bij de peuterschool stonden om ons kroost te brengen en te halen. We wilden nog steeds zoveel mogelijk van de wereld zien. Dit tot op de dag van vandaag, maar met name ik vind het reizen steeds meer een gruwelijk gedoe worden met die toenemende drukte op die steeds meer uitdijende luchthavens en al die rijen en al die tijdrovende, tergend langzame veiligheidscontroles…

Onze eerste (groeps)rondreizen gingen naar Turkije en Ecuador, en er zat een fly-drive tussenin aan de westkust van Amerika. IJs-sorbet vonden we het om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, nieuwe indrukken op te doen en andere culturen op te snuiven. Inmiddels hebben mijn vrouw en ik samen 44 landen bezocht.

Toen onze oudste was geboren, bleven we reizen maken. Zonder haar en met haar. Ze was drie jaar toen ze voor het eerst incheckte op een luchthaven en we met haar naar Tenerife vlogen. Nadat onze jongste op de wereld was gekomen, zetten we dat vakantiepatroon gewoon voort. Het is gelukkig altijd goed gegaan, mede dankzij de lieve, toegewijde oppas (opa en oma), het nodige geluk (geen ziekten of ongelukken) en dankzij het feit dat we wat dat betreft buitengewoon makkelijke kinderen hebben die zelfs tijdens de (vlieg)reizen zelden verveeld, onrustig en vervelend waren.

Toegegeven, veel meer dan mijn vrouw – die gewoon blij was dat ze drie weken kon relaxen en genieten – had ik er moeite mee als we zonder de nazaten op reis gingen. Maar dat had te maken met mijn angsten/angststoornissen. Ik vrees en verwacht altijd het ergste: dat het vliegtuig neerstort en de kinderen verweesd achterblijven of dat we onze vakantie moeten onderbreken vanwege een ongeluk, ziekte of sterfgeval, bij ons of bij iemand van het thuisfront. Bovendien heb ik me indertijd afgevraagd of het pedagogisch en voor het kind verstandig/verantwoord was om een baby van negen maanden drie weken bij opa en oma te laten, terwijl wij vakantie vierden in India en Nepal.

Maar het is godzijdank altijd goed gegaan, althans: tot dusver.

Het punt dat ik eigenlijk wil maken is, dat ik niet geloof in de gedachtegang dat je je vakantie(s) PER SE helemaal op de kinderen moet afstemmen. Juist de ouders – de volwassenen – hebben doorgaans de grootste behoefte aan ontspanning, alsmede aan tijd voor zichzelf en elkaar. Je rent al het hele jaar door achter je kind aan, terwijl je ook nog het huishouden moet doen en brood op de plank moet verdienen. Mag je dan ook een beetje aan jezelf denken? En is het zo slecht om je kind te leren dat niet alles om hem/haar draait en dat je zelf ook wensen en behoeften hebt?

Kinderen hebben eigenlijk veel minder behoefte aan vakantie. De opgroeiende wezens hebben het hele hele jaar door meestal minder veel last van negatieve stress, overbelasting en spanningen. Of ze zijn vaak beter in staat die te verwerken via hun spel en fantasiewereld.

Ik zeg niet dat je op vakantie geen rekening moet houden met het kroost en geen dingen moet doen voor en met hen. Tijdens onze reizen met de kinderen verbleven we meestal in hotels met zwembad, zodat ze na een dag-op-stap (plaatsen en natuurparken bezoeken) lekker konden spelen in het water. Wij speelden dan intensief met ze (mee). Tijdens de uitstapjes was er altijd wel een speeltuintje waar we een uurtje met de kinderen gingen ravotten. Wij deden dan actief mee. Mijn vrouw heeft een hekel aan badplaatsen en aan het strand, maar zo nu en dan kon ze het opbrengen om voor de kinderen (en mij 🙂 ) een middagje naar zee te gaan. En dan bouwden we met de kinderen kastelen of we speelden met de bal.

We hebben natuurlijk ook veel dingen puur en alleen voor de kinderen gedaan. Zo zijn we in Nederland en België regelmatig in vakantieparken geweest (met subtropisch zwembad, een kinderboerderij, een speeltuin en kindervoorstellingen) en zo hebben we heel vaak en veel pretparken bezocht, terwijl ik pretparken net zo erg haat als een muis katten haat. Maar zelfs ik had dan toch een leuke dag. Omdat we het als gezinnetje beleefden. Samen. En ook in die pretparken deden we actief mee.

Wij zijn nooit ouders geweest die passief op een bankje gaan zitten en weinig oog hebben voor de spelende kinderen. We zijn altijd heel betrokken geweest. Een team. Of we nou naar het circus gingen, naar de kermis, naar het speeltuintje, op familiebezoek of op vakantie… we gingen als TEAM en kwamen thuis als een nog hechter TEAM.

Ik zeg helemaal niet dat wij modelouders zijn en dat we het ideale gezinnetje zijn waar altijd alles pais en vree was en is. Dat is niet zo. Dat is nergens zo. Maar daar gaat het me niet om. In dit artikel heb ik proberen uit te leggen dat volgens mij de ouders ook recht hebben op HUN vakantie, op HUN ontspanning en dat het helemaal geen stront op je eet-bord is als de kinderen zich op vakantie moeten aanpassen aan de ouders en niet altijd en alleen maar op hun wenken worden bediend en niet aan de lopende band hun zin krijgen.

Het zal tevens aan hun van nature mooie karakter en inborst liggen, maar onze zoon en dochter zijn wellicht mede door de opvoeding nooit veeleisend geweest. Ze zijn ook naar hun ouders toe vrijwel altijd begripvol en empathisch en ze zijn snel tevreden. Beleven is belangrijker dan bezitten. Een mooie beleving is het rijkste en mooiste bezit. In die geest hebben mijn vrouw en ik onze koningswens opgevoed. We hebben ze nooit overladen met dure cadeaus. Wel met aandacht en samenspel.

In dit artikel heb ik proberen weer te geven hoe wij de vakanties hebben ingericht. Ik zeg niet dat iedereen het op deze/onze manier dient te doen. Maar ik beweer wel dat er nog een andere mogelijkheid is dan je hele leven inclusief de vakanties alleen maar afstemmen op je kind(eren). Zo hebben wij het gedaan. En het ging goed en het was fijn, voor alle betrokkenen. Op onze reizen hebben we ook ouders gezien die een rugzak-rondreis maakten met een kleine baby. Er zijn mensen die beweren dat je dat een baby niet kunt aandoen. Daar denk ik anders over. Het hoeft helemaal niet onverantwoord te zijn.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ritsiepieritsieparitsiepoem

Paperassen, vakantiebenodigdheden, reservesleutels, opladers, medicijnen… Mijn vrouw – een regelnicht en control freak pur sang (zelf heb ik nergens controle over) – bewaart dat allemaal. Op plaatsen waar alleen zij weet van heeft. Mededelingen over de bewaar- en vindplaatsen doet ze niet. Zij weet waar het allemaal is opgeborgen en dan is het goed.

Ik heb de allerliefste en leukste vrouw van de wereld – en dat meen ik oprecht – maar zij is ontegenzeggelijk zo’n vrouw die niets aan een ander kan overlaten, omdat ze vindt dat ze het zelf sneller en beter kan. En dan klagen dat ze altijd alles moet doen… 🙂

Als ik iets nodig heb en zij is er niet of ik heb haar niet bij de hand om me een handje te helpen, dan kan ik het dus niet vinden. Stad en land zoek ik in huis af naar bijvoorbeeld een polis of een vakantie-tas, maar welke la’s en kastdeuren ik ook opentrek, nooit kan ik vinden wat ik zoek. Vervolgens bel ik haar op het werk met de vraag waar dat of dat ligt. En vrijwel altijd antwoordt ze: “Ligt dat niet blablabla (bijvoorbeeld in die tweede la rechtsonder van die witte kast)?” Tja, mij moet ze dat niet vragen. Zij heeft het opgeborgen en mij/ons niet verteld dat en waar ze het heeft gestald! Meestal heeft ze trouwens gelijk. Bijna altijd. Gelukkig heeft ze een goed geheugen, ook betreffende wat waar ligt. God, laat haar niet dement worden, want dan kan ik niks meer vinden 🙂 !

Laatst zocht ik iets waarvan ik zowaar wist dat het in die grijsgroene tas moest zitten. Ik wist alleen niet in welk vakje. Het was zo’n tas met duizend ritsen. Met minstens duizend ritsen. En ik had geen flauw benul achter welke rits het door mij gezochte object zich zou bevinden. Hoe is het mogelijk dat ik altijd eerst de verkeerde 1022 ritsen open rits?! Altijd! God heeft geen weet van me en de duivel houdt zich erg met me bezig.

Dat heb ik ook met grote sleutelbossen. Als er 40 sleutels aan hangen, dan is het steevast probeersel nummer 48 die succesvol is. Er zit dus wel lijn en een wetmatigheid in. Ik heb zelden geluk. Mij zit altijd alles tegen. Het leven maakt het me niet makkelijk, het wordt me door de mensen niet makkelijk gemaakt en ik maak het ook mezelf niet makkelijk (ik ben eerder onmogelijk). The Story Of My Life.

Het is niet dat ik onhandig ben. Al die dingen zijn gewoon onhandig in het gebruik! Zo’n sleutelbos (je verdwaalt in die bos!) en zo’n tas met duizend ritsen… dat zijn toch kut-uitvindingen?! Slechte vergelijking, want de kut is God’s meester-uitvinding. Hij zou er de Nobelprijs voor de Seks voor dienen te krijgen, de mafketel.

En mijn vrouw heeft er een handje van om me zonder vingerwijzing alles uit handen te nemen en dan met de vinger naar me te wijzen als ik iets niet kan vinden of er met mijn handen in de zakken (drop) bij sta.

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Geëlektrocuteerd door de tandenborstel

Mijn tandarts heeft me aangeraden voortaan met een elektrische tandenborstel te poetsen. In zijn wachtkamer ligt een stapel reclamefolders van een merk van die mechanische happertjespoetsers. Misschien krijgt hij provisie als zijn klanten een exemplaar bestellen. Tegenwoordig is alles commercie, zelfs bij de niet-commerciële omroepen. Nog even en gevangenissen gaan reclame maken: ‘Bij ons is het goed toeven!’ Of: ‘Voor een gezellige gevangenschap’.

Ik ben zo iemand die geen geduld heeft om zijn tanden goed te poetsen. ALS HUISMAN moet ik al zoveel poetsen! Ik poets me te blubber. Ik heb er schoon genoeg van! ’s Avonds, voor het slapengaan, ben ik vaak te moe om uitgebreid mijn mond van een frisse adem te voorzien. En het maakt niet uit of ik mijn tanden poets of niet of mijn bek spoel met liters mondwater, mijn vrouw vindt toch altijd dat ik uit mijn muil stink. Na een halve minuut, met minder dan de Franse slag, hou ik het meestal voor gezien.

Ik zet wel heel erg veel druk op de tandenborstel. Ik schuur het glazuur er bijkans af! Ik schrob echt. Ik vaag mijn bijtertjes tot op de wortel weg.

Welnu, ik heb een tweedemonds elektrische tandenborstel cadeau gekregen van mijn schoonmoeder van 89 jaar. Haar tandarts – een andere dan die van mij – raadde haar zo’n geval aan in dezelfde periode waarin mijn tandheelkundige aandrong op de bittere noodzaak van een elektrische tandenborstel. Ook in zijn wachtkamer lag een stapel reclamefolders van die krengen. Je zou denken dat een tandarts en tandenborstel-producent zweren bij mond-op-mond-reclame, maar ze hebben hun tanden gezet in de professionele aanpak.

Het was te verwachten… Net als mijn schoonmoeder kan ik niet overweg met een elektrische tandenborstel. Technische apparaten en ik zijn gezworen vijanden, en mijn tegenstanders winnen altijd.

De eerste keer dat ik dat stuk techniek gebruikte, zette ik de motor van de met tandpasta bevoorraadde borstel aan, terwijl ik hem nog niet in mijn mond had. Dat sorteert hetzelfde effect als bij een blowjob in haar mond willen spuiten, maar al komen voordat ze haar lippen aan jouw geval heeft toevertrouwd. Ik heb trouwens eens een minnares gehad die moest niezen toen ze me pijpte (ze bleek allergisch te zijn voor sperma)… Daarbij klapte ze au!tomatisch haar gebit op elkaar. Dat doet pijn, kan ik u verzekeren. De afdruk van haar hoektanden staat nog in mijn penis-vlees!

Enfin, de hele badkamer zat onder de rondvliegende tandpasta. Het was net alsof ik spastisch had staan masturberen voor de badkamerspiegel, zo zagen de spiegel en de muren van de badkamer eruit!

Maar ook als ik de met tandpasta uitgeruste borstel pas in mijn mond laat draaien – het klinkt alsof het haar op mijn tanden met een tondeuse wordt verwijderd – wordt de tandpasta niet gelijkmatig over mijn tanden verdeeld, zoals dat op de traditionele manier wel het geval is. Meestal druipt de klodder tandpasta uit mijn mond, alsof ik het sperma van de buurman, de lelijke buurman, niet krijg doorgeslikt.

Ze kunnen me wat. Ik schakel gewoon weer over op de ouderwetse tandenborstel waarbij je je eigen energie moet gebruiken. Tegen de tandarts vertel ik straks vrolijk en overtuigend dat ik braaf poets met de elektrische tandenborstel. Ik wed dat hij dan zegt dat hij het verschil kan zien en er veel minder tandplak tussen mijn tanden en tandvlees zit. Zelfs medici laten zich makkelijk bedonderen.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Koen haalt het graag naar zich toe

Zodra Koen heeft wat hij wil, neemt zijn interesse af. Koen wil altijd hebben wat hij begeert en nog niet heeft. Raakt zijn begeerte uit het zicht of dreigt hij het te verliezen, dan komt hij in actie. Maar als Koen het eenmaal heeft of heeft veiliggesteld, dan voelt hij zich snel overweldigd en verliest hij zijn belangstelling. Koen moet dus kunnen azen, op iets of op iemand. En hij moet kunnen vechten om het te behouden. Waarom dit zo bij hem werkt, weet Koen niet. Zijn voormalige psycholoog en voormalige psychotherapeut konden de reden ook niet achterhalen. Zijn huidige psychiater evenmin.

Als het object, de situatie of de persoon van zijn begeerte op afstand is, zich van hem dreigt te verwijderen of hem dreigt te ontglippen, dan voelt Koen zich senang. Maar als hij het/hem/haar heeft, dan weet Koen zich geen raad en krijgt hij het benauwd, of hij raakt verveeld. ‘Dichtbij’ zit hem te dicht op de huid. Daar houdt Koen niet van.

Dit fenomeen is door de deskundigen zonder veel overtuiging en zonder uitleg of goede onderbouwing toegeschreven aan een latent autisme, een obsessieve-compulsieve dwangstoornis en/of aan zijn angststoornis. Feit is dat Koen tevens een afstandelijk individu is die het liefst en altijd automatisch de kat uit de boom kijkt. Bovendien is Koen verslaafd aan het gevoel van verlangen. Misschien is hij ook wel verslaafd aan de situatie om voor iets of iemand te moeten knokken. Zodra het saai wordt (en dat is bij hem pijlsnel het geval), wil hij er afstand van doen of afstand nemen en gaat hij op zoek naar een nieuwe uitdaging of prooi. En dat is door zo’n geestesdokter weleens gelinkt aan vermeende ADHD.

Maar welk etiketje er ook op wordt geplakt, terecht of onterecht… er verandert niets en er is geen kruid tegen gewassen. En Koen houdt niet van medicijnen die zijn temperament in beslag nemen en afzwakken. Dan is hij voor zijn gevoel niet zichzelf meer, maar een medicijngebruiker, de speelbal van het medicament. Net zo erg als te veel drugs en alcohol.

Gevoelige mensen die door omstandigheden (en/of destructieve personen) worden kromgetrokken en scheef groeien, zijn erg en extra vatbaar voor de (explosieve) uitbraak van allerlei (persoonlijkheid)stoornissen.

Echter, vrijwel geen mens is/blijft geestelijk en emotioneel en karakterologisch ‘normaal’. Iedereen heeft afwijkingen, valkuilen en latente of expressieve stoornissen.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen