De lezer

Met haar linkerhand drukte ze zijn stijve – die bijna zijn buik raakte – omlaag, horizontaal, waarna ze hem begon af te zuigen alsof haar leven ervan afhing. Met de wijs- en middelvinger van haar rechterhand vingerde ze zichzelf ondertussen. ‘Dit is de seks die ik altijd heb verlangd’, dacht Gregory. ‘Dit is de seks die de meeste mannen zich wensen. Geen romantisch gedoe, maar vuur, storm en bliksem tussen de lakens, een vrouw die precies is zoals de wijven in de pornofilms die je stiekem bekijkt, een meid die alles wat vies is hartstikke lekker vindt, voor wie seks haar lust en haar leven is en die precies begrijpt wat een man wil en nodig heeft. Die dat zelf ook heel erg hard nodig heeft. Ga door schatje, ga zo door, ik kom in je mondje, ja!’ 

Valentijn las deze passage uit de door de internationale literatuurcritici alom geprezen roman van een Amerikaanse schrijfster die haar verhalen lardeert met een uitgekiende hoeveelheid geschreven porno, dusdanig dat het niet te vulgair wordt en niet te overheersend. Want dan zouden haar collega’s en de recensenten van de gevestigde tijdschriften en dagbladen het geschrevene niet pruimen. Het moet literair verantwoord blijven, zo’n verhaal, natuurlijk! Er mag of moet seks in voorkomen, maar de passages over de neukpartijen en over de erotische gevoelens en gedachten mogen geen eigen leven leiden. Seks mag niet de slagader zijn van het levendige verhaal. De erotische passages moeten functioneel zijn. Ja ja. Welkom in de hypocriete wereld van het verstandshuwelijk tussen de decadentie en het snobisme, vaak gebezigd door rijk en gestudeerd links.

Terwijl Valentijn het ‘fuck-fragment’ las, zwol de geilheid in zijn boxershort op. ‘Zouden de passanten die mij hier zien zitten, kunnen zien of merken dat ik een erotisch boek aan het lezen ben?’ dacht hij onwillekeurig. Als Karin en hij hebben gevreeën, vraagt Valentijn zich eveneens af of de andere kerkgangers (op zondagochtend) of hun vier kinderen (bij het ontbijt of als ze uit school komen) aan hun gezichten kunnen zien en aan hun gedrag kunnen merken dat ze de liefde hebben bedreven. ‘Misschien kunnen ze ons geil wel ruiken’, denkt hij soms. In seksshops, seksbioscopen en parenclubs ruikt het immers overduidelijk naar seks. Of denk je dat maar, lijkt dat maar zo? Doet de verbeelding dat met je reukorgaan en hersenen?

Valentijn kan zich herinneren dat hij bang was dat zijn moeder aan hem kon zien dat hij bij een hoer was geweest, ontmaagd was door haar. Zestien was hij.Van zijn verjaardagsgeld, honderd Frank, was hij naar een hoer gegaan. Hij had haar telefoonnummer gevonden op de advertentiepagina in een regionaal weekkrantje en haar opgebeld. Een kwartier later stopte ze zijn lul in haar kut. Met een condoom eromheen. Ze heette Charlotte en leek een halfbloedje te zijn met Latijns-Amerikaans bloed.

Valentijn had er door de zenuwen niet van kunnen genieten. Hij had het gevoel dat hij iets deed wat verboden was, betrapt zou kunnen worden, iets deed dat ondeugdzaam en gewoonweg oneerbaar was. Alleen vieze oude mannetjes bezoeken de hoeren, toch? En had ze zijn pik wel écht in haar soepele gleuf gedaan? Valentijn herinnerde zich een tijdschrift-artikel met en over prostitués waarin stond dat sommige dames van lichte zeden dat ding van de man gewoon tussen hun bovenbenen stoppen, dat hij er niets van merkt dat hij nooit in haar was.

Trouwens, zijn moeder leek niet te zien, horen of ruiken dat hij zojuist was ontmaagd, door een overigens allerbeminnelijkste sekswerker op wie hij best verliefd had kunnen en willen worden. Valentijn als de reddende engel van een hoer. Ze zou verliefd zijn op hem en haar beroep niet meer willen uitoefenen, omdat ze alleen met hem de lakens zou willen bevuilen en het matras zou willen benutten als de trampoline van de genitaliën.

Valentijn zat gemoedelijk op een bankje op de kade langs de rivier. Rechts van hem voer het veerbootje met hooguit negen auto’s en evenzoveel fietsers op en neer tussen twee historische dorpjes. Deze setting paste perfect bij hem. Valentijn had de wijzers van zijn levens-horloge teruggezet naar de jaren 50, 40, 30 en 20 uit de vorige eeuw. De oude huizen, het ouderwetse en trage vervoer over het water en de rust aan de waterkant deden hem goed.

Hij had zijn vintage-hoed naast zich neergelegd, zodat het leek alsof hij een treinpassagier was die zijn tas naast zich heeft neergezet om te voorkomen dat iemand pal naast hem komt zitten.

Af en toe keek Valentijn op van zijn boek, naar de veerboot en naar de zwanen en eenden in de rivier. De waterdieren leken te zwemmen op vloeibare Olympische gouden zonneplakken in de kronkelende en geribbelde stroom. Je zou die plekken ook zonnen-eilandjes kunnen noemen, maar dan waterige atolletjes in ander water, in donkergrijs, onspectaculair water.

Hoewel Valentijn het leesvoer opwindend en herkenbaar vond, zei hij inwendig tegen zichzelf dat hij in een niet zo polygame periode zat. Het kon zo weer anders zijn, maar nu had hij even genoeg aan Karin. Mogelijkerwijs ook, omdat hij zich zorgen om haar maakte, vanwege die plek op haar rug. Misschien wel huidkanker. Dat deed hem beseffen hoe lief hij haar vond, en hoe goed ze matchten, na vijftien jaar huwelijk nog altijd. Steeds meer, leek het wel.

Hij wist dat hij geen goede minnaar was, geen man waar vrouwen die een slippertje willen of die dromen van de beste seks van hun leven wat aan zouden hebben. ‘Ik ben ook in bed nog steeds zo onzeker en klunzig als bij die eerste keer’,  dacht hij. ‘Ik kom daar maar niet overheen, ondanks alle ervaring. Eigenlijk bak ik er niks van in de sponde. Het is dat Karin ook geen ervaring had toen we elkaar leerden kennen en geen referentiekader heeft, plus dat ze gewoon snel tevreden is of niet snel ergens een punt van maakt als het om mij en de kinderen gaat. Maar anders… zou ze allang een betere lover hebben gezocht. En beslist hebben gevonden. Niet liever en emotioneel loyaler, wel bedrijviger en behendiger. Ik kan ook nog steeds niet goed zoenen, en al helemaal niet zonder tong, met alleen maar de lippen. Bij acteurs ziet dat er altijd zo lekker, makkelijk en als vanzelfsprekend uit, maar dat zoenen van Karin en mij lijkt in principe helemaal nergens op. Karin doet het niet vaak en zelfs niet graag, volgens mij. Dat zal mede te maken hebben met mijn geringe talent voor kussen, voor lippen-neuken’.

Gregory spuugde op haar anus om het kontgaatje natter en dus beter toegankelijk te maken. Hij wilde voorzichtig bij haar naar binnen gaan, maar zij riep: ‘Kom op, niet zo aarzelen, gewoon erin rammen en pompen. Ik hou ervan om in mijn kontje genomen te worden. Het voelt net als poepen, maar dan omgekeerd. Heerlijk! Zo ja!’

‘Er waren jaren dat ik er alles voor zou doen om eens anaal te kunnen neuken’, dacht Valentijn. ‘Karin vindt dat vies. Mij lijkt het verrukkelijk, lekkerder dan vaginaal vrijen. Eén keer, in het begin van onze relatie, probeerde ik onaangekondigd bij haar achteringang naar binnen te gaan, maar toen fluisterde ze: ‘Je zit verkeerd’. Voor mij het signaal om ermee op te houden. Ze leek me al niet het type dat daar voor in was. Maar nu, vandaag en de voorbije weken eigenlijk al, heb ik weinig behoefte aan seksueel avontuur, aan erotische primeurs, aan heerlijke handelingen die ik misschien nooit van mijn leven zal doen, waarnaar ik tot aan mijn dood zal verlangen – tijdens mijn hete en ontevreden levensfases. Als dat plekje van Karin op haar rug niet kwaadaardig is, misschien komt dan die geilheid en het verlangen naar hetere seks met andere vrouwen wel weer terug. Nu nemen mijn zorgen om haar gezondheid en mijn angst en medelijden me te veel in beslag. En eigenlijk vind ik deze erotische rust wel lekker. Lekker rustig. Kon ik dat ook maar zo voelen als er geen vervelende aanleiding was om niet geil te zijn. Geilheid is eigenlijk heel onrustig. Ik vind die veerboot daar in feite net zo geweldig als een speedboot. Het hoeft voor mij eigenlijk allemaal niet zo cool, niet zo heftig, niet zo spannend. Op een verlaten boerderij voel ik me waarschijnlijk lekkerder dan in hartje New York, hoe geweldig ik The Big Apple ook vind’.

Valentijn sloeg het boek dicht. Hij keek even in de zon, naar het veerbootje en in gedachten naar de glimlach van zijn eigen vrouw.  De opwinding in zijn broek maakte plaats voor een warm gevoel in zijn hart.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Afsluiten voor het nieuws

De wereld draait de verkeerde kant op. De mensen lopen tegen de wijzers van de klok in. Het is al moeilijk genoeg om mijn eigen kleine wereldje draaiende te houden, laat staan dat ik die grote wereld die we aarde noemen als een basketbal op mijn wijsvinger kan laten ronddraaien. Soms wou ik dat Boeddha, Gandhi en Jezus de wereld in hun handen konden nemen en de goede kant op konden laten draaien, en dat de aarde en de mensen van klei waren en dat de drie wijzen ons naar hun ideaalbeeld zouden (kunnen) kneden en vormgeven.

Ik hul het nieuws in een boerka, ik doe stopverf in mijn oren ieder heel en half uur dat ik naar de radio luister en de kranten gebruik ik als kussen voor als ik op een nog nat bankje in de zon wil zitten. De rolluiken van mijn binnenwereld doe ik omlaag en ik sluit de buitenwereld buiten. Ik scherm me af voor de corpulente waanzin, voor de gekte met obesitas.

Ik draai rondjes om mijn eigen as.

Want ik kan niets en niemand veranderen of verbeteren. Mezelf ternauwernood…

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het oudste beroep ter wereld

Al heel vroeg tijdens de mensheid ontdekten vrouwen dat ze hun lichaam konden ruilen voor goederen, diensten, macht en geld, met andere woorden: dat seks een verkoopartikel en machtsmiddel was (is). En dat er vraag naar was (is).

In vrijwel alle oude culturen was hoererij ingeburgerd. Heel wat mannen wilden reeds duizenden jaren geleden ‘betalen’ voor seks die ze als vrijgezel of als gebonden ziel niet (vrijelijk) konden krijgen. Blijkbaar zit dat in de natuur opgesloten, want primitievere diersoorten dan de mens, zoals de mensapen, ‘leveren’ evenzo seksuele diensten in ruil voor materiële beloningen.

Hoeren horen ‘nou eenmaal’ bij het leven. Mensenhandel, uitbuiting, verkrachting en slavernij blijkbaar insgelijks, maar die zijn gelukkig strafbaar (desondanks komen ze nog veel te veel voor). Helaas trekken criminelen vaak prostitués aan, en omgekeerd. Maar laten we het vooralsnog hebben over de vrouwen die uit vrije wil of vrije keuze seks aanbieden. Dat is al zo oud als de weg naar Rome.

Bordelen zijn geen moderne verschijnselen. Dames van lichte zeden beschouwen hun kut al eeuwen als een mooie bron van inkomsten, terwijl miljarden mannen en jongens op deze planeet bij het zien van rood licht en rode gordijnen achter de ramen van een sekshuis in de verleiding komen om klant te worden van een dame in lingerie. Zelfs gebonden en (gelukkig) getrouwde mannen, want ze willen weleens iemand anders neuken dan hun eigen partner en erotische avonturen beleven, plus het feit dat hun vrouw hen dikwijls niet (genoeg en vaak genoeg) kan bevredigen, bijvoorbeeld doordat ze bepaalde gewenste seksuele handelingen niet verricht en seksuele voorkeuren afkeurt.

Wel ja, mannen kunnen hun vrouw vaak evenmin (voldoende) bevredigen, maar de meeste vrouwen maken geen gebruik van een gigolo (mede omdat er minder gigolo’s en mannenbordelen zijn, een bezoek aan een gigolo minder ‘ingeburgerd’ is en vrouwen seksualiteit vaak anders beleven dan de rampetampende mannen) .

Reeds een paar duizend jaar voor Christus waren er volop hoeren, met name in het Midden-Oosten en Azië. In Babylon (in het huidige Irak, niet ver van Bagdad) maar dienovereenkomstig in het noorden van Turkije was hoererij heel gebruikelijk. Sommige van die hoeren waren zowaar zakenvrouwen, uitbaters van drankenhandels waar wijn van de hand werd gedaan. Neuken en zuipen was toen al een populaire combinatie.

Niet alle prostitués waren vrij. Je had toen al slavinnen in dienst van hun bazen (pooiers) die rijk werden dankzij de kut van hun ‘bezittingen van vlees en bloed’. Wanstaltig natuurlijk.

De oude Grieken, een paar honderd jaar voor Christus, vonden prostitutie helemaal in orde  en er dus gewoon bij horen. Straat-, café- en hotelprostitutie waren usueel in die tijd, en men vond het niet gek dat de Staat meeprofiteerde van de inkomsten van de bordelen waar de slavinnen de mannen dienden te bevredigen.

Ook rond het Jezus-tijdperk was prostitutie courant, veelvoorkomend. Jezus ging om met prostitués. Of hij van hun diensten gebruik maakte, is bij mijn weten niet bekend, maar in elk geval behandelde hij niemand als een melaatse. Deze vredesactivist en moralist wilde dat iedereen menselijk en met respect werd behandeld, inclusief de hoeren. Ook in dat opzicht had Jezus meer innerlijke beschaving dan het merendeel van de mensheid.

De omgeving van Jezus sprak schande van zijn (menselijke) omgang met de seks-vrouwen, maar zoals het een moedige held betaamt, trok deze bijzondere man zich daar geen kloten van aan. Hij had ballen, die Jezus. Zowel niet-kerkelijke als kerkelijke mensen volgen vandaag de dag zijn voorbeeld en proberen de mensen aan de kantlijn of in de kelder van onze samenleving bij te staan, serieus te nemen en te behandelen als een volwaardig individu. Ook hoeren, junks, zwakzinnigen en criminelen zijn mensen die respect verdienen.

Ik mag dan een holistische en humanistische atheïst zijn die louter in de natuurwetten en in de evolutieleer gelooft, maar mijn levensopvattingen verschillen amper van die van Jezus Christus van Nazareth, een van de moedigste, meest wijze en meest empathische mensen aller tijden. Hij is een van mijn helden. Daarvoor hoeft hij niet de Zoon van God te zijn.

De Romeinen wisten idem dito van wanten als het ging om betaalseks. Veel vrouwen werden gegijzeld en gedwongen om seks te hebben met de klanten en hun meesters.

Onder invloed van het christendom en de kerk veranderde de houding tegenover hoeren, bordelen en  slavinnen, want de monogamie en ‘seksuele zuiverheid’ werden gepredikt. Seks werd meer en meer gelinkt aan een vaste relatie en liefst aan het huwelijk. Erotiek werd steeds minder beschouwd als een genot ten faveure van de opvatting dat seks vooral bedoeld was om kinderen op de wereld te zetten, want er moesten zoveel mogelijk gelovige zielen komen. Hoe groter de schaapachtige kuddes, hoe meer macht en invloed de geloofsinstituten hadden.

De kerk mat zelf met twee maten, met name in de Middeleeuwen, want waar enerzijds de kuisheid werd gepropageerd, bezondigden bijvoorbeeld de kardinalen en pausen zich aan betaalde seks en orgies (ook met mannen en minderjarige jongens). De kerk bestierde zelfs bordelen, heb ik gelezen. Prostitutie zou zijn beschouwd als verwerpelijk, maar tevens als onvermijdelijk, teneinde verkrachting en maagdenschennis te voorkomen.

Ook in Nederland waren er al hoerenhuizen, soms in de vorm van herbergen, badhuizen en stoven (een soort van liefdadigheidsinstellingen waar het warm werd gestookt en de arme stakkers seks konden hebben). Dat was voornamelijk in Amsterdam. Prostitutie werd door de vingers gezien, zolang het de openbare orde maar niet verstoorde. Werden een klant en hoer bijvoorbeeld betrapt op een kerkhof, dan konden ze ferme straffen krijgen en dan met name de prostitué. Het verminken van haar gezicht was een populaire straf. Meer en meer werden de hoeren verbannen naar de doodlopende steegjes tegen de stadsmuren aan, naar de achter(af)buurten. Ze kwamen letterlijk en figuurlijk aan de rand van de samenleving te staan. Jezus zou zich kapot hebben geschaamd vanwege de plaatsvervangende schaamte zoals er met de vrouwen en meisjes werd omgesprongen. Maar het probleem was en is dan ook dat maar weinig levende zielen zo’n goede inborst hadden en hebben, zo’n enorme innerlijke beschaving hadden en hebben als bijvoorbeeld Jezus.

De prostitutie maakte nog allerlei ontwikkelingen door met voor- en tegenstanders, en een heel warrig gedoe rondom de regelgeving waar je echt geen wijs uit werd en wordt. Maar welke regels er ook golden, hoeren bleven en blijven hun werk doen. Een natuurlijke behoefte en een zo grote inkomstenbron kun je nou eenmaal nooit uitroeien. Zo werd in Nederland na de Tweede Wereldoorlog de escort-dame geïntroduceerd, overgewaaid uit Amerika waar de callgirl al een fenomeen was. In de roerige jaren zeventig van de vorige eeuw was er een flinke aanwas in ons land van straatprostitués, van meisjes en vrouwen die tippelden, vaak om hun drugs- en/of alcoholverslaving te kunnen bekostigen. Nederland kent volgens mijn informatie thans zes officiële tippelzones in verschillende steden door heel het land waar tippelen en het oppikken van hoeren geoorloofd zijn.

De driften van de mannen, de behoefte aan (makkelijke en tamelijk grote) inkomsten van vrouwen die ervoor kiezen om met hun lijf geld binnen te harken maar evenzo de stuitende, criminele vrouwenhandel dragen ertoe bij dat het oudste beroep ter wereld tevens het laatste beroep ter wereld zal zijn. Er zullen altijd hoeren, hoerenlopers, pooiers en mensenhandelaren zijn. Samen met eten, drinken, slapen, plassen en poepen is seksen een eerste levensbehoefte, voor de een (veel) meer dan voor de ander.

De morele discussie rondom hoererij vind ik niet bijster interessant en belangrijk. In de praktijk maakt ieder voor zichzelf uit of hij of zij het verantwoord vindt om een hoer te bezoeken en al dan niet vreemd te gaan en om met seks geld te verdienen. De behoefte aan (buitenechtelijke) seks is niet weg te denken uit het leven, of we dat nou goed vinden of niet. We vinden het evenmin leuk en goed dat we ziek worden, aftakelen en doodgaan, maar het is allemaal realiteit. De lelijke waarheid zul je evengoed onder ogen moeten komen en zien.

Het enige wat belangrijk is en waar de overheid zich mee moet blijven bemoeien, is dat de criminaliteit wordt ingedamd, zeker rondom de prostitutie. Vrouwenhandel, vrouwenmishandeling (psychisch, emotioneel, existentieel en lichamelijk), geweld en onderdrukking zijn net als seks door en met minderjarigen strafbaar, maar op de een of andere manier lukt het de politiek, justitie en politie maar niet om de sekshandel zuiverder te maken.

Helemaal zuiver maak je die praktijken nooit, maar zoals het nu is, is het bar en boos.

We weten immers allemaal dat het alleen al in ons land wemelt van de lugubere loverboys en pooiers en van de duistere seksclubs. We weten allemaal dat er alleen al in ons land duizenden, tienduizenden, meisjes en vrouwen tegen hun wil in seks moeten hebben met klanten. Meestal gaat het om straatarme meisjes en vrouwen die uit Oost-Europa, Zuid-Amerika en Azië zijn gehaald of afkomstig zijn. Bij invallen in sauna- en seksclubs door de FIOD en de politie, wordt meestal te weinig belastend materiaal gevonden om dergelijke ‘crimihuizen’ te (kunnen) sluiten.

Zou je alle hoererij, hoerenbezoek en/of seksclubs verbieden, dan kom je geen stap verder, want dan gaat het ondergronds, illegaal, gewoon verder en waarschijnlijk nog veel verder dan tot waar de criminelen nu gaan. De criminele mannen en vrouwen die via hun hoertjes geld willen en zullen verdienen, blijven naar manieren zoeken om hun slag te slaan. Veel mishandelde en gevangen gehouden prostitués durven niet naar de politie te stappen uit angst voor represaillemaatregelen van hun bazen/bazinnen, maar ook omdat ze financieel afhankelijk zijn van hun al dan niet gedwongen beroep. Niet zelden onderhouden ze niet alleen zichzelf, maar ook hun arme ouders en andere familieleden ver weg.

Armoede, een ongelijke verdeling van het kapitaal en bezittingen ligt ten grondslag aan het probleem, en ook wel dat justitie en politie aan handen en voeten zijn gebonden en opgezadeld zitten met een veel te grote bewijslast.

Gandhi – net als Jezus een wijze held met meer innerlijke beschaving dan 99,9 procent van de mensen op deze aardkloot – zei het al treffend: ‘Er is genoeg voor iedereen, voor ieders behoefte, maar niet genoeg voor ieders hebzucht’. De ander wat gunnen, daar gaat het om. De ander onbaatzuchtig wat gunnen. Liefst het beste. Maar je ziet het al aan heel kleine dingen in de samenleving dat men de ander geen fuck gunt. Als je bij een rotonde staat te wachten, zie je de meeste andere automobilisten extra gas geven zodat jij niet op de rotonde kan en zij jou voor blijven. Gentleman-gedrag legt het af tegen egoïstisch haantjesgedrag.

Geen enkele vrouw op deze wereld zou uit armoede hoer hoeven te zijn als we de taart eerlijk zouden verdelen. Vrouwen die uit eigen vrije wil de hoer willen spelen en op die manier hun brood bij elkaar willen neuken, moeten dat zelf weten. We leven niet meer in de tijd dat we mensen om hun vrije keuzes verminkten, verbrandden en vermoordden. Alhoewel…

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een leeg, wit vel papier

‘Niemand wordt als een slecht persoon geboren, iedereen is bij de geboorte een leeg, wit vel papier’. Deze stelling wordt onbegrijpelijkerwijs nog steeds geponeerd.

De mensen die dit zeggen, vergeten dat je – hoe jong en klein je ook bent – met bepaalde eigenschappen wordt geboren. Positieve en negatieve eigenschappen. Plus dat daar gradaties in zijn. Je kan van nature een beetje autistisch of een beetje gevoelig zijn, maar ook heel erg, of juist gemiddeld. Zo kun je ook van nature een beetje goed, gemiddeld goed of heel goed zijn van inborst. Dat geldt voor alle eigenschappen, zoals narcisme, psychopathie, sadisme en ga zo maar door. We hebben deze eigenschappen allemaal – door elkaar heen, met elkaar vermengd  – in mindere of meerdere mate, dus heel zwart-wit is het zeker niet.

Natuurlijk houdt het niet op bij die aangeboren eigenschappen. Met wie je omgaat, je opvoeding, je leefomgeving en wat je meemaakt, doen een duit in het zakje. Alles werkt op elkaar in en door.

Echter, iemand die van nature heel goed is, zal zelfs door heel veel botte pech niet snel een slecht mens worden. Hij of zij kan wel eens (heel) slechte dingen doen, maar diep in zijn of haar hart is zij of hij lief en aardig, en misschien zelfs onbaatzuchtig en empathisch. Immers, de natuur is sterker dan wat en wie dan ook. Wat je van nature bent, dat vlak je niet uit.

En zo heeft iemand die van nature weinig of zelfs amper een geweten heeft maar een heel klein zetje in de verkeerde richting nodig om volledig te ontsporen.

Hij of zij kan onder invloed van een positieve, lieve omgeving beslist geremd worden in zijn of haar slechtheid en gemotiveerd worden om goede, aardige dingen te doen, maar in wezen blijft hij of zij een mens met een gering geweten, zelfs wanneer dat geweten door een positieve invloed enigszins wordt ontwikkeld en de neiging tot het slechte wordt geremd. Dat loont altijd de moeite. Het voorkomt veel ellende. Blijf investeren, ook en vooral in slechte mensen!

Je hoort of leest wel eens over moordenaars die in de cel tot inkeer komen. Doordat ze bijvoorbeeld tot het geloof zijn gekomen hetgeen hem of haar stimuleert om op het rechte pad te blijven (dat kan ook door iets anders zijn dan het geloof). Toch denk ik dat dit vooral geschiedt met mensen die intrinsiek de aanleg hebben om het goede te doen. Er moet iets in henzelf zijn dat ontvankelijk is voor het goede, voor het positieve.

Laten we een despoot als Hitler als voorbeeld nemen van een uitermate slecht en gestoord mens. Ik denk dat Hitler van nature een psychopaat was en dat bepaalde levenservaringen dat hebben verergerd en uitgebold. Had hij de teleurstellende en verschrikkelijke ervaringen niet gehad en was hij bijvoorbeeld WEL een succesvol kunstschilder geworden, dan was hij misschien nooit de leider van de nazi’s geworden, maar dan nog had hij het in zich om een massamoordenaar te zijn. Het zou zich dan alleen niet gemanifesteerd hebben. Dan zou hij waarschijnlijk geheel anoniem een klein sadistje zijn geweest, geneigd om het slechte te doen met mensen. Veel minder erg dan wat er van hem was geworden, maar ook hij was BIJ DE GEBOORTE BESLIST GEEN LEEG VEL WIT PAPIER. Iedereen wordt geboren met een arsenaal aan eigenschappen, met een bepaalde aanleg, net als met bepaalde talenten en tekortkomingen.

De meeste mensen denken veel te simpel na en gaan al filosoferend over platgetreden paden. Dat zijn de mensen die beweren dat er zo’n hardnekkige griep heerst omdat het zo weinig heeft gevroren. Zulke lieden denken niet breder en grondiger na. Griep komt ook voor in warme oorden. Komt bij dat dit jaar de griepepidemie losbarstte toen het opeens stevig begon te vriezen. De oorzaken van de vele griepvirussen die vreselijk hardnekkig zijn, zijn divers: ze zijn onder andere te wijten aan de luchtverontreiniging, aan de slechte kwaliteit van ons voedsel, aan ons medicijngebruik, aan de kracht van de intelligente virussen en bacteriën die steeds meer bestand zijn tegen onze medicijnen en ons afweersysteem (er zullen altijd epidemieën blijven uitbreken, hoe goed onze gezondheidszorg ook is – we hebben nou eenmaal natuurlijke vijanden) en door zoiets simpels als onze overdreven hygiëne, dat we ons te luchtig kleden en we elkander besmetten (want we leven in een massa-maatschappij met overbevolking, dicht op elkaar).

De meeste mensen beweren dingen zonder lang, diep en ZELF na te denken. Ze denken en zeggen maar wat, en meestal komen ze met heel simpele en achterhaalde stellingen aanzetten, net zoals van dat lege, witte vel papier. Het is gewoon onwaar dat iedereen als een goed mens of als een blanco individu wordt geboren. Dat is je reinste bullshit. En dat is eigenlijk heel evident voor wie nuchter, holistisch (alles in ogenschouw nemend en bij elkaar optellend) en tijdrovend analyseert en nadenkt en wie weigert om de ander domweg na te papegaaien.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De eerste muziek

Muziek is een grote bron van vreugde, genieting, herkenning en troost. Ik heb zelden iemand ontmoet die muziek niet heel mooi, fijn en belangrijk vindt. Maar wanneer en hoe is het maken van muziek eigenlijk ontstaan?

Het (muziek) lijkt iets te zijn dat alleen mensen maken. Dieren maken geluiden en kunnen reageren op muziek, maar volgens wetenschappers blijft dat allemaal heel functioneel en instinctief. Bij mensen heeft het te maken met emotie en met (doelbewuste) kunst.

Ritme, regelmaat en cadans zitten net als geluiden bij het levenspakket inbegrepen. Ons hart slaat ritmisch, we wandelen en rennen zelfs ritmisch en als we fluiten dan heeft het bijna altijd iets weg van de een of andere melodie, ook als het een zelfverzonnen deuntje is.

Muziek lijkt dus net zo oud te zijn als de mens, omdat de mens van nature nou eenmaal muzikaal is en omdat het leven uit ritme bestaat en wij met onze grotere en ontwikkelde hersencapaciteit dat kunnen ervaren, begrijpen en gebruiken.

De oermensen zullen geluiden vast en zeker hebben gebruikt/gemaakt om dieren na te bootsen, weg te jagen en te lokken, alsook om hun rituelen kracht (volume) bij te zetten. Zo is zingen eigenlijk melodisch praten, muzikaal praten. Een psalm bijvoorbeeld is een gezongen gebed, een muzikaal gebed.

Ik ben eens op internet gaan zoeken naar de eerste uitingen van muziek. Volgens de geraadpleegde bronnen zijn de oudste bewijzen van muziek maken gevonden van mensen die ongeveer 50.000 tot 10.000 jaar geleden leefden. Het waren jagers die in holen woonden en grottekeningen en voorwerpen hebben nagelaten, waaronder kleine instrumenten zoals diverse soorten fluiten (met en zonder vingergaten en gemaakt van verschillend – vaak dierlijk – materiaal).

Deze vondsten bewijzen dus dat men al heel lang geleden muziek maakte. Maar misschien brachten de mensen voor die tijd ook al muziek voort, op de een of andere manier. Dat er (nog) geen sporen van zijn gevonden, wil niet zeggen dat het niet bestond.

Gaandeweg werd de meerstemmigheid ontdekt (samenzang) en werden er steeds meer en betere instrumenten uitgevonden en gemaakt. Weer waren het de mensen in het oude Egypte (3300 voor Christus tot ongeveer 300 na Christus) die aan de wieg stonden van de moderne beleving van dans en muziek, namelijk als bron van vermaak, troost en ontspanning, inclusief optredens. Ook vereerden de Egyptenaren met hun muziek en dans hun goden. Uit die tijd zijn diverse lofzangen (hymnes) bewaard gebleven.

Uit ongeveer de 31ste eeuw voor Christus dateren de bewijzen voor de muziekbeleving van de Egyptenaren via reliëfs in tempels en tombes waarin dansen/dansers en mogelijk zelfs bepaalde, maar nog niet ontcijferde partituren werden afgebeeld. In die periode werd er in alle lagen van de bevolking muziek gemaakt, dus niet alleen bij de farao’s maar zelfs op de boerderijen en op het slagveld. De harp was een populair instrument.

De Grieken en later de Romeinen breidden het arsenaal aan instrumenten uit. In hun cultuur was muziek evenzeer heel belangrijk. Iedere Griek die scholing genoot, werd tevens muzikaal onderwezen.

Driehonderd jaar geleden zouden de eerste grote orkesten met strijkers, slagwerkers, koperblazers en houtblazers zijn ontstaan. Die orkesten bestonden meestal uit ongeveer 30 musici, terwijl de hedendaagse symfonie-orkesten honderd of meer muzikanten onder contract hebben staan.

Allengs werd de muziek steeds moderner. In de twintigste eeuw is het hard gegaan en kwam de nadruk steeds minder te liggen op de oude klassieke muziek. Heel veel muziekstromen werden toen populair waaronder de (militaire) Marsmuziek gevolgd door de Big Bands, de (religieuze, zwarte) Gospelmuziek, de Folkmuziek (volksmuziek), de Blues (klaagmuziek van de Afro-Amerikanen), de countrymuziek (de muziek van de immigranten – vaak boeren – in Amerika uit Engeland en andere delen van Europa) en ga zo maar door, waarna de popmuziek en de synthesizermuziek de rij sluiten.

Muziek, het soort muziek dat wordt gemaakt, is dus heel erg gebonden aan de (overheersende) cultuur en aan het tijdperk van dat moment. Muziek komt voort uit de collectieve behoeften en beleving van een groep mensen (afhankelijk van hun situatie) en heeft gaandeweg een sterke wisselwerking gekregen met andere kunstuitingen en culturele verschijnselen zoals de film, tv-producties, de mode, de dans, ballet en het toneel. Maar muziek is evenmin weg te denken uit de (duurdere) supermarkten en winkelcentra, uit de wachtkamer van de arts, in de stadions, op het vliegveld en op het trein- en metrostation, in de wellness-centra en ga zo nog maar oneindig door.

Muziek is een beetje het kloppend hart geworden van een van onze belangrijkste zintuigen, het gehoor. De zintuigen willen en ‘moeten’ we constant prikkelen, want stilte/geluidloosheid is haast geen optie meer.

Ook voor mij is muziek heel belangrijk. Ik zing al zolang ik kan praten. Dat doe ik zelfs op de fiets, en soms best luidkeels (vooral als ik goede zin heb). Als kind hield ik mini-concerten in de achtertuin van het ouderlijk huis. Dan bracht ik Nederlandstalige hits ten gehore, met het handvat van een springtouw als microfoon. Mooie, goede muziek bevestigt, buigt om of beïnvloedt de stemming waarin ik verkeer en kan me beroeren en ontroeren, ontspannen en vermaken. In ieder mens zit muziek!

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De vernietigende kracht van stress

Als kind en puber wist ik helemaal niet dat je psychische stoornissen kon krijgen van stress en spanningen. Hooguit dat je een hartaanval kon krijgen van alle negatieve opwinding en hevige emoties.

Mijn vader heeft na een uit de hand gelopen ruzie met mij – ik was toen 17 of in die richting – hartproblemen gekregen. Daarover voelde ik me schuldig, al was hij tegen wil en dank een onmogelijk mens, de absolute sfeerverpester en boeman thuis. Ik probeerde hem via verbaal en fysiek geweld positief te veranderen, tot rede te brengen. Inderdaad, niet de methode om iemand positief te beïnvloeden, maar ik wist me geen raad, was nog maar jong, zat gevangen in een hel en had als kind aan zoveel blootgestaan waar een kind nooit aan zou moeten en mogen blootstaan… Het hield nooit op, de angstaanjagende ruzies en drama’s, en de sfeer tussen mijn ouders die om te snijden was.

Ik dacht altijd dat mensen hun (zware en/of hardnekkige) psychische problemen te wijten hadden aan alcohol- of drugsmisbruik, aan kortsluiting in hun hoofd (een toevallige biochemische ramp) of aan een heel zwaar (oorlogs)trauma. In die tijd noemde je iemand met psychische problemen ‘een gek’, of je zei dat zij of hij ‘gek was geworden’.

Tussen mijn twaalfde en achttiende worstelde ik wel al met psychische problemen zoals ernstige vermageringszucht, sociale remmingen, bloosangst, grootscheepse minderwaardigheidsgevoelens die in de meerderheid waren en zelfhaat, maar ik legde in die tijd niet de link met de situatie thuis en met het oorlogshuwelijk van mijn vader en moeder waar wij als kinderen voortdurend mee werden geconfronteerd. Niemand legde die link.

Met andere woorden: iedereen – en ook ik, onervaren en jong als ik was – dacht kennelijk dat een dergelijk negatieve, angstaanjagende en bedreigende leefsituatie geen invloed kon hebben op je geestelijke gen psychosomatische gezondheid en dat je al die stress gewoon het hoofd moest kunnen bieden, a piece of cake. Een mens moest wel heel erg extreme dingen meemaken, zoals een concentratiekamp, om getraumatiseerd te raken. Of je moest het er met drank- en drugsmisbruik zelf naar maken of er moest in je kop toevallig iets heel erg fout gaan, spontaan.

Zo dacht ook ik, totdat ik geheel out of the blue oftewel onverwacht psychosomatische problemen kreeg toen ik achttien was. Een heel zware burn-out of (zenuw)inzinking die gepaard ging met plotselinge maar blijvende zeer desoriënterende duizeligheid, hevige onrust en buitengewoon impregnerende paniek- en angsttoestanden, iedere keer als ik buiten was of onder de mensen verbleef.

Toentertijd legde nog steeds niemand de link met de thuissituatie, ook mijn ouders, onze buren en andere familieleden niet (die min of meer wisten wat zich bij ons achter de voordeur afspeelde). Ook ik nog niet. Ik dacht dat ik gewoon pech had gehad en was getroffen door een mysterieuze ziekte waar de doktoren geen antwoord op hadden. Ik heb lang gedacht dat ik het Chronisch Vermoeidheid Syndroom had.

Door diverse kwakzalvers – die me duizenden euro’s hebben gekost en die allen een andere diagnose stelden en ‘hun eigen’ oorzaak voor mijn shit oplepelden – liet ik me wijsmaken dat mijn problemen te wijten waren aan het eten van tomaten (nachtschade), aan een verstoorde werking van de alvleesklier (een Chinese kruidendokter voorspelde dat ik binnen 2 jaar ernstige alvleesklier-problemen zou krijgen), een te lage bloedsuikerspiegel, een koemelk-allergie, een voedsel-intolerantie voor met name suiker, een schimmelinfectie in de darmen en aan mijn zogenaamd paranormale gevoeligheid (ik zou onbewust kwalen en spanningen overnemen van andere mensen en daardoor een vervuilde aura hebben en slecht werkende chakra’s).

Pas later legde ikzelf (anderen nog steeds niet! Ook hulpverleners niet!) de link tussen mijn inzinking(en) en de symptomen en waaraan ik als kind en puber had blootgestaan, namelijk dagelijkse stress en spanningen, een alledaagse beladen en gespannen sfeer met geregeld uitbarstingen. Als hoog gevoelig kind met een lichte autistische aanleg was die leefomgeving voor mij moordend.

Helaas waren de inzinkingen zo impregnerend op mijn gezondheid en gestel dat ik er nooit helemaal van ben hersteld. De praatjes van de psychologen en hun medicijnen hebben me nooit geholpen, integendeel. Ik bleek en blijk zelf mijn beste goeroe en therapeut.

Bij angsttoestanden zeggen de psychologen altijd dat het de angst is voor de angst en dat je gewoon niet zelf die angst moet oproepen. Dat is evenwel makkelijker gezegd dan gedaan. Als je echt heel zware paniektoestanden hebt meegemaakt, dan hebben die ervaringen zich in en op je bewustzijn getatoeëerd, en je geheugen is dan je bewustzijn geworden. Het is namelijk zo verschrikkelijk ingrijpend! Het is logisch dat je dan iedere keer weer bang bent voor een nieuwe heftige aanval, net zoals je er niet aan kan ontkomen om de hond te wantrouwen die jou bijna dood heeft gebeten.

Wat alle therapeuten die ik heb geconsulteerd – het heeft me duizenden euro’s gekost, maar weinig opgeleverd, behalve stress en frustraties – onderschatten, is wat een heel erg zware paniekstoornis ook met je lichaam doet en met je zelfvertrouwen. En wat een heel erg zware paniekaanval voor gevolgen heeft voor je lichaam en je geest. Zulke zeer zware aanvallen zijn namelijk echte aanslagen op je hele gestel en op je actuele gezondheid. Je kan je daarna wekenlang of zelfs maandenlang geradbraakt voelen, totaal uitgewoond, slap, duizelig en prikkelbaar. En nog angstiger. Ik weet het, want ik maak het al 30 jaar mee!

Als je zoals ik de pech hebt dat de angstremmers (medicamenten tegen angst) averechts werken en de alom geloofde cognitieve gedragstherapie niet (voldoende) aanslaat, dan ben je aan de goden overgeleverd. En de goden helpen mij net zo goed als dat ze al die miljoenen slachtoffers hielpen die Hitler heeft gemaakt…

Enfin, nu weet ik wat stress, spanningen, overbelasting, een negatieve leefomgeving en een belastende  werk- en leefsfeer alsmede frustraties, eenzaamheid, overwerktheid etcetera met een mens kunnen doen. De slopende kracht van stress is enorm. Kan enorm zijn.

Jazeker, een mens kan veel aan en de ene mens is nou eenmaal kwetsbaar dan de ander. De ene mens is – bijvoorbeeld door een hoge mate van gevoeligheid, emotionaliteit en karaktertrekken – vatbaarder voor het oplopen van bepaalde stoornissen dan andere mensen. Maar je bent niet per se gek als je psychische problemen hebt en je bent het niet automatisch zelf schuld. En het is dus wel degelijk een kwestie van oorzaak en gevolg.

Er was een tijd dat alles werd gegooid op een moeilijke jeugd, maar nu is iedereen – de medici en hulpverleners incluis – doorgeslagen naar de andere kant: dat een mens zelf bepaalt hoe je ergens mee omgaat en dat een moeilijke jeugd helemaal geen oorzaak meer is of hoeft te zijn, en nog minder een ‘excuus’. Alsof je als patiënt naar excuses zoekt. Je zoekt naar verlichting en liever nog naar genezing.

Maar in dit hele verhaal heb ik één ding geleerd, ben ik me van één ding bewust geworden: ik weet het vaak zelf beter dan de ander, ik kan op mijzelf vertrouwen. En ik kan beter analyseren dan menigeen, hetgeen ook uit dit artikel weer blijkt. En al pikt niemand het op of al spreekt iedereen me tegen, ik weet dat het klopt wat ik concludeer. Ik generaliseer niet, ik durf persoonlijk te zijn, mijn eigen ervaringen te beschrijven, zonder te projecteren. Het is MIJN verhaal, MIJN ervaring. En het is precies (gegaan) zoals ik het beschrijf.

Mijn minderwaardigheidscomplex is opgeruimd. Dat is een enorm grote overwinning. Ik heb een medestander, de belangrijkste zelfs van allemaal: mijzelf.

Ofschoon, zonder mijn geweldige echtgenote was alles ondoenlijk. Want de angsten (pleinvrees met name) zijn bij mij net zo wezenlijk en verlammend als een dwarslaesie bij mensen die lichamelijk verlamd zijn. En het is net zo moeilijk om van die verlamming af te komen als bij een dwarslaesie. En dat is geen teken van zwakte of onkunde. Het is de kracht van de stoornis.  In mijn geval hebben de hulpverleners er geen antwoord op. En hebben ze zich nimmer van hun menselijke, warme en betrokken kant laten zien en dat laatste neem ik hen het meest kwalijk. Ze onderschatten de kracht van iemand serieus nemen, zich voor de ander hard maken en interesseren, moeite doen voor een ander, begrip tonen en erkenning geven.

Het UWV en de artsen hebben me zelfs nog zieker gemaakt dan ik al was, doordat ze me enorm hebben gefrustreerd door me niet te geloven en niet te begrijpen en door hun harteloosheid. Maar ze komen zelf in hun privéleven nog wel aan de beurt. Dat doet het leven automatisch voor je: je vijanden of de mensen die met al hun arrogantie en zelfingenomenheid in gebreke zijn gebleven komen net zo goed ooit aan de beurt: zij krijgen hun portie ellende nog wel. En dan heb ik genoegdoening. Wraak (waar je zelf niets voor hoeft te doen) kan wel degelijk zoet en heilzaam zijn. Het is heerlijk om te vernemen dat het met sommige mensen – eikels of trutten – slecht gaat of slecht is afgelopen. Hun verdiende loon. In ieders leven zal regen vallen.

Als de UWV-arts die me schoffeerde kanker heeft gekregen, dan lach ik in mijn vuistje, net zoals ik het heerlijk vond om te vernemen dat Khadaffi, Bin Laden en Saddam Hoessein het leven lieten en net zoals al zijn vijanden blij waren met de dood van Hitler. Dan denk ik:  Vieze, vuile, gore trut, je hebt me in mijn meest kwetsbare periode binnen tien minuten uitgemaakt voor iemand die simuleert en je weigerde naar mijn verhaal te luisteren. Door jou heb ik niet de uitkering waar ik recht op heb (hoeveel mensen ken ik wel niet die veel meer kunnen dan ik en wel zijn afgekeurd!). Mijn eerlijkheid en openhartigheid lieten jou volledig koud, met je maskerachtige spitsmuizengezicht en je te wijde pantalon voor die smalle spillebenen van je. Je weigerde me te geloven, je weigerde te luisteren en vragen te stellen en je weigerde je in mijn situatie te verdiepen, kutwijf.  Je hebt mijn stress-stoornis verergerd door jouw harteloze opstelling, denigrerende houding en foute conclusies, en daardoor ben ik in die tijd keihard achteruit gegaan en heb ik nog meer moeten lijden. Daar heb niet alleen ik last van gehad – financieel, praktisch en gezondheidsmatig, maar ook mijn gezinsleden en familieleden.  En dat noemt zich arts, hulpverlener! Dat noemt zich mens! Gelukkig heb jij nu kanker, autistisch kutwijf! Het is je goed recht! Veel plezier ermee. 

Ik ben Jezus Christus niet. Ik wens mijn vijanden en de mensen die me pijn hebben gedaan niet het goede toe, en al zeker niet als ze nooit tot inkeer zijn gekomen. Ik haat ze, ik vervloek ze, ik veracht ze en ik wens ze al het slechte toe wat een mens kan overkomen. Zo ook Wilders en zijn achterban. Lui die je niet kan uitstaan en die door wat dan ook van de aardbodem verdwijnen… dat is een godsgeschenk. Maar ikzelf blijf pacifistisch, ik zal geen kwaad berokkenen, dat laat ik over aan het leven. Het is het leven wel toevertrouwd om slachtoffers te maken. Ik ben zelf al heel vaak aan de beurt geweest…

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De potentatige PVV-stemmer

Ik hoor Geertje Wilders niet over zijn Nederlandse, oer-Hollandse fans die zijn broer hebben bedreigd, omdat die het niet eens is met Geert. Tuurlijk hoor je Geert daar niet over. Je hoort Geert nooit klagen over rechts Nederlands en rechts buitenlands tuig. Hij legt alleen maar het accent op moslims die zich misdragen, en op in zijn ogen linkse ratten. Stigmatiseren is zijn passie. En is tevens de passie van zijn woeste aanhangers.

Hij is bovendien allesbehalve een politicus. Een politicus heeft een brede politieke visie. Een moderne politicus denkt na over een zo groot mogelijke harmonie van en in de hele wereld en is in staat om op diplomatieke wijze samen te werken. Maar Geertje heeft geen visie, die heeft alleen maar oneliners én haat. Hij mist ook nog eens de nodige zelfspot. Mensen zonder zelfspot zijn heel gevaarlijk als ze macht krijgen. Kijk maar naar Erdogan, Bouterse en Assad.

Die zogenaamd oer-Hollandse aanhangers, die Joods-christelijke fans van ome Geertje… Ja echt, de kerken en synagoges puilen uit, zitten afgeladen vol met PVV-stemmers. Nu woon ik toevallig in Limburg en ik ken meer dan voldoende mensen hier die weigeren om gewoon Nederlands te spreken en die je met de nek aankijken en negeren als je het dialect niet machtig bent. Zo Nederlands zijn ze dus. Zo goed zijn ze geïntegreerd. Als je hen zou vragen of ze alsjeblieft Nederlands zouden willen spreken of als je het ze zou verplichten, dan zouden ze witheet worden. Als zij de beledigingen, verdachtmakingen en negatieve kritiek zouden krijgen die ze in overvloed paraat hebben voor die volgens hun verdomde moslims, dan zou je nog eens wat beleven. Die zouden zich niet zo koest houden als de koran-lezers die zich dag in dag uit moeten verantwoorden en die er in negatieve zin tot in den treuren worden uitgelicht en ter discussie worden gesteld.

Alsof wij ‘echte’ Nederlanders allemaal zo’n lieverdjes waren en zijn. Een oom van mij zegt altijd dat wat in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd alleen maar in Duitsland kon en kan gebeuren, vanwege de Duitse mentaliteit. Maar dan vergeet hij de NSB-ers en verraders, en al die Nederlandse mensen die weigerden om heldhaftig te zijn en de bedreigde mensen te helpen. Dan is hij blind voor wat de Nederlanders hebben uitgericht en aangericht in de geschiedenis (zoals in Indonesië en Suriname) en voor wat andere landsmensen veroorzaken. Dat wat in Duitsland is gebeurd in de jaren 1939-1945 had overal kunnen plaatsvinden. Overal. Ook in Nederland. Wij zijn geen haar beter dan de Duitsers of dan de Marokkanen.

De Limburgse PVV-stemmertjes die ik ken, die zouden eigenlijk het liefst zien dat Limburg zich zou afscheiden van ‘Holland’. Zo Nederlands zijn ze. Er zitten lui tussen die echt oer-Limburgs leven en nooit baklava zouden eten of een hamam zouden bezoeken, maar er zitten er ook tussen die lekker een rondreis maken langs de Koningssteden in Marokko, de goedkopere Turkse kapper frequenteren en de deur plat lopen bij de grillroom.

Geert Wilders is in mijn optiek net als Donald Trump een gestoorde, narcistische, psychopathische potentaat, een gevaarlijke rechtse, nationalistische gek, een potentiële fascist, en zijn aanhang is natuurlijk niet anders. Heel enge, agressieve en globe-fobische mensen die je vooral NIET serieus moet nemen. Beter twee miljoen gekken met kortsluiting die niet worden gehoord dan 12 miljoen landgenoten die worden opgescheept met een in mijn optiek geschifte en gevaarlijke leider (en zijn losgebarsten aanhang) die ze niet willen en die ze niet kunnen luchten of zien.

Wilders beweert dat hij ons land weer van de Nederlanders gaat maken, maar hij heeft zelf aan meer dan half Nederland een bloedhekel. Hij hekelt de media, hij hekelt de rechters, hij hekelt linkse politici en kiezers en hij hekelt iedereen die het niet met hem eens is. Hoe wil deze man in Nederland voor meer vrede en harmonie gaan zorgen? Hoe denkt deze man op zo’n manier – met al die haat en woede – Nederland weer Nederlandser te maken? Wilderser wil hij Nederland maken! WILDERSER, NIET NEDERLANDSER! Er is voor Wilders maar één ding dat telt: dat hij de macht krijgt en dat iedereen aan zijn wil gehoorzaam is. En er zijn 2 miljoen mensen die met hem dwepen en zijn wil heel graag willen (laten) uitvoeren. Twee miljoen gevaarlijke, visieloze, gestoorde mafkezen die altijd beweren dat alle andere mensen de problemen ontkennen die er spelen rondom en met Marokkanen en andere allochtonen, maar die de problemen die blanke mensen en speciaal ‘echte’ landgenoten veroorzaken steevast onderbelichten!

Maar mensen zoals ik ontkennen helemaal niet dat er OOK problemen zijn met en in de multiculturele samenleving. Echter, dat zijn niet de enige problemen, en (criminele) allochtonen zijn niet de enige probleemveroorzakers. De manier van Wilders lost niets op, vergroot alleen maar de spanningen in de samenleving én de wederzijdse haat. Er zijn genoeg politici die een BETER antwoord hebben op ALLE problemen, die BETERE plannen hebben en die zich BETER presenteren en die ons land BETER vertegenwoordigen, die in elk geval minder gevaarlijk en minder stigmatiserend en polariserend zijn. En dat is al heel wat. Wij moeten hier geen Trumpiaanse toestanden willen!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen