Pico is dood

Onze grasparkiet is dood

Zijn wangen nog steeds rood

De kooi heeft z’n leven verkloot

Dood was hij voor het eerst tam

Levenloos dat Pico naderbij kwam

Aan mijn leven vrijwillig deelnam

Ik weet hoe een kutkooi voelt

Hoe angst je leven bekoelt

En het levensgeluk je nimmer kroelt

Ook ik leef in een kooi, een onzichtbare

Ik lijd er zichtbaar onder als het ware

In de greep van het ongenaakbare…

© Roland Danckaert

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Hello bossy!

You are so vain. You probably think this blog is about you!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Die goeie ouwe tijd

Mijn moeder en een van haar oudere zussen hebben bij de nonnen op kostschool gezeten. Dat was in de jaren veertig van de vorige eeuw.  Hun ouders waren schippers, vandaar. Harde werkers. Hij klaagde veel en vurig over bepaalde klanten, zij mopperde haast nooit. Hij was een echte familieman en liet merken dat hij waarde hechtte aan een hechte gezinsband. Zijn moeder woonde in bij het gezin. De moeder van mijn moeder en haar schoonmoeder konden het goed met elkaar vinden. Nooit een onvertogen woord gevallen.

Mijn moeder hield veel van haar oma, van de mama van haar vader. Een warm, betrokken, goedlachs mens. Veel zorgen, maar het geloof, het familieleven en de humor hielden haar op de been.

Mijn moeder vond het verschrikkelijk bij de nonnen. De nonnen waren vreugdeloos, harteloos en konden en wilden zich niet inleven in de kinderen. Zo was dat in die tijd, zeker bij de nonnen.

Mijn moeder vond het fijn dat haar oma tijdens het speelkwartier regelmatig een zakje snoep kwam brengen nadat ze in de kerk was geweest om een noveen te bidden. Oma riep dan joehoe door de kogelgaten (restanten van de oorlog) van het ijzeren hek van de kostschool en mijn moeder en haar zus renden dan naar de afscherming toe. Oma stak dan een zakje snoep door het kogelgat dat ze in ontvangst namen. Eigenlijk mocht dat niet van de nonnen. Van de nonnen mocht bijna niets, behalve bidden en smeken. De kinderen mochten tijdens één moment in de week een greep doen uit de snoepkast in de kostschool. In die kast werd het snoep van alle individuen bewaard. Tussendoor snoepen was verboden. Het stikte er van de geboden en verboden.

Mijn moeder vindt dat haar oma en vader warmere mensen waren dan haar moeder. Niet liever, want haar moeder was heel erg lief, maar warmer. Maar haar vader was wel heel erg streng. En uitzonderlijk punctueel. Hij had zijn vaste plek op de eerste rij van de kerk. Iedere zondag om 13.00 uur moesten alle kinderen stipt op tijd aan tafel zitten voor het gezinsdiner, en geen minuut later. Na het eten brachten hij en zijn vrouw steevast een bezoek aan zijn zus. Vaak zat hij dan al in de auto met ronkende motor, terwijl zijn vrouw nog aan het afwassen was. Geen tel te laat wilde hij komen. Als mijn oma dan eindelijk klaar was en zich in de auto bij haar man voegde, reed hij al weg, terwijl zij nog de deur van de auto dicht en de autogordel om moest doen. Eenmaal bij zijn zus viel hij dikwijls aan tafel in slaap.

Die goeie ouwe tijd…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vliegreis

Een hartgrondige hekel heb ik aan het maken van vliegreizen. Drukte, rijen, mensenmassa’s, wachttijden (doelloos rondhangen), afstanden overbruggen… brrr… alles wat verschrikkelijk is, komt samen bij het vliegen. Helaas zijn de alternatieven niet veel beter: auto (files en het gaat veel te traag), trein (erg duur, onbetrouwbaar, vermoeiend) en boot (saai en langzaam) bieden geen soelaas.

Een vliegveld is een bewijs dat de hel werkelijk bestaat. Nee, ik schrijf het verkeerd. Het vliegveld is het bewijs dat er nog iets ergers bestaat dan de hel. In vergelijking met een luchthaven is de hel de hemel!

Luchthavengebouwen zijn behalve veel te druk en te massaal erg ongezellig en gewoonweg stresserend. Ze hebben wat weg van de IKEA (weinig frisse lucht, zelfs op de plantenafdeling te weinig groen, een doolhof), maar met het verschil dat je het interieur niet kunt kopen en je er geen Zweedse kutballetjes kunt bestellen. Een IKEA op een vliegveld, dat zou pas een hels piramidespel zijn. Ik word in de IKEA en op een vliegveld steevast slap, slaperig en gaperig.

Natuurlijk zijn de security-checks en controles op een vliegveld een bedreiging voor je medische en geestelijke veiligheid. Tegenwoordig moet je je half uitkleden en dan nog word je gefouilleerd door een naar zweet stinkende, vieze, mannelijke douanier die van handtastelijkheden zijn beroep heeft kunnen maken. Iedere passagier wordt behandeld als een potentiële terrorist. Maar ik zweer je: de meeste terroristen zijn spontaan terrorist geworden door de ondraaglijke en onmenselijke stress op een vliegveld. Dat vliegveld maakt het ergste in een mens los!

Als je dat vagevuur hebt overleefd, kom je in de volgende vuurloze brandhaard terecht: de taxfree shops. Man, wat heb ik een hekel aan winkelen en al zeker aan winkelen om de tijd te doden. Je weet dat je niets zult kopen of uit verveling een nutteloze aankoop zult doen. Je wilt eigenlijk gewoon lekker op jezelf zijn, gaan slapen en wakker worden in je hotelbedje aan de andere kant van de wereld, maar je moet eerst nog veertien uur dermate afzien dat je aan zestien weken ‘hangmat-dobberen’ nog niet genoeg hebt om te recupereren.

Hup, met z’n allen naar de gate waar zich een uur voor het boarden al een lange rij met horkerige Noord- en Zuid-Hollanders (die reizen van alle Nederlanders veruit het meest) heeft gevormd. Daar zit je dan, opgescheept met honderden andere te vrolijke of te chagrijnige, wachtende mensen die om de tijd te doden onzinnige en flauwe dingen tegen elkaar zeggen. Ik haat het. Ik gruwel ervan. Maar ja, je moet er wat voor over hebben om wat van de wereld te zien. Was ik maar een huismus in plaats van een globetrotter!

Als je zoals ik pech hebt, dan ben je behept met een ongezonde portie vliegangst en gaat dat toestel – eenmaal in de lucht – schudden alsof het een cocktailshaker is in de beverige hand van Tom Cruise. Je wordt dan helemaal ‘gejuicet’, vermengd met die andere 344 passagiers: je ruikt het geurtje van de vrouw 33 stoelen achter je en je bent het huilende kind drie rijen voor je!

In het vliegtuig, gedurende de reis, word je geacht te overleven in een stoeltje met de beenruimte voor iemand die met beide benen op een landmijn is gaan staan. Zelfs Rob Scholte, de ontbeende kunstenmaker uit Amsterdam, heeft onvoldoende ruimte in die stoelen! Het eten dat je krijgt voorgeschoteld zit in een plastic verpakking, maar heeft ook een substantie van plastic. Volgens mij is de verpakking smaakvoller dan wat erin is geschept door een onderbetaalde Indiër met chronische haaruitval.

Bij lange reizen krijg je een koptelefoon, zodat je kunt kiezen uit het keuzemenu aan muziek. Zoals altijd biedt muziek een beetje troost en afleiding. Een leven zonder muziek zou totaal uit de toon vallen van het levensgeluk. Maar als je die mooie cd hebt afgeluisterd, zijn er nog maar 35 minuten verstreken en moet je nog 10 uur vol kakken in die aluminium tube die over het hemelasfalt raast. Ik voel me net goedkope nep-tandpasta als ik in een vliegtuig zit. En mijn pogingen om te slapen, stranden altijd in slapeloosheid.

Films kijken in een vliegtuig vind ik al helemaal een ramp. Om te beginnen, ben ik sowieso zelden in the mood om een film te kijken, maar er is al helemaal niks aan als je naar zo’n klein kutschermpje zit te staren dat net te hoog hangt, zodat je met een halve nekhernia het vliegtuig verlaat teneinde op de tandenborstel van een andere luchthaven te worden gestreept. Wat een kwelling! Wat een kommer en kwel(ling)!

En iedereen in dat vliegtuig zit iets anders te doen, iets voor zichzelf te fröbelen. Je zit niet gezellig met z’n allen naar die romantische comedy te kijken, nee, de een zit te dutten, de ander luistert muziek, weer een ander leest een boek, hordes spelen hun eigen spelletje op de iPad… Stel je voor dat je in een huiskamer zit waar alle gezinsleden op de bank iets voor zichzelf aan het doen zijn, terwijl jij film wilt kijken. I rest my uglycase.

http://www.rolanddanckaert.nl

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Deugniet

In de ruime, best gezellige wachtkamer van de huisarts neem ik plaats tegenover een Turkse vrouw (ze praat de taal met de vele Umlauten) en haar dochtertje en zoontje, allebei van een jaar of vijf. De vrouw draagt een hoofddoek. Ze heeft me wel gezien (heb ik gemerkt), maar ze doet alsof ze me niet ziet. Misschien vindt ze me aantrekkelijk en ben ik daardoor een gevaar voor haar zedelijke gedachten en gevoelens en voor haar kuise beloften aan de profeet. Mogelijk negeert ze iedere man die niet haar eigen man is.

De Turkse vrouw – lichtblauwe spijkerbloes, grote zwarte bril – praat met haar dochtertje op dezelfde wijze waarop ze met een van haar eigen, volwassen vriendinnen zou praten. Ze informeert vooral naar de handel en wandel van de moeders van haar vriendinnetjes. Het meisje geeft serieus antwoord, alsof ze een van de volwassen vriendinnen van haar moeder is, en bouwt onderwijl aan haar blokkentoren waarbij ze haar moeder dwingend vraagt en dus eigenlijk gebiedt om te kijken naar haar creatie. De moeder heeft evenwel geen enkele belangstelling voor het kinderspel. Ze wil alleen maar praten.

Het guitige, mooie zoontje van de vrouw ligt onder de turquoise zitbank waarop zeker zeven slanke mensen naast elkaar plaats zouden kunnen nemen, ware het niet dat nergens ter wereld mensen dicht bij elkaar willen zitten en elkaar juist vermijden als het even kan, en als het NIET kan.

Het jochie met de prachtige, donkere, fonkelende ogen likt met zijn gladde, roze tongetje aan de onderkant van zijn slipper. Als zijn moeder het ziet, zegt ze dat hij daarmee moet ophouden. De doerak vindt verboden leuk en spannend en juist een aanmoediging om het verbodene te continueren. Zo zijn deugnieten! Dus likt de blaag wederom aan de zool van zijn schoeisel. Hij lacht ondeugend naar mij als zijn moeder hem opnieuw commandeert ermee op te houden. Stout zijn, is leuk! Het leukste wat er is!

De moeder maakt de klassieke fout van opvoeders om uit luiheid, vermoeidheid en gemakzucht op haar kont te blijven zitten en haar stemvolume en stem-toon niet aan te passen. Ze blijft zitten alsof ze in beton is gegoten en vraagt steeds op dezelfde toonhoogte en met hetzelfde stemvolume aan het joch of hij wil stoppen met het uitvoeren van het verbodene. Van nanny Jo en andere tv-kinderopvoeders – die vooral de ouders moeten opvoeden – hebben we toch geleerd dat je bij het streng toespreken van je kind oogcontact moet maken, fysiek in actie moet komen, je stem omlaag moet brengen en de verboden actie dient te interrumperen door in dit geval de slipper af te pakken.

Kijkt deze vrouw nooit naar nanny Jo of kijkt ze wel maar steekt ze er niks van op? Je hebt van die mensen die (bijna) niets oppikken…

De vrouw besteedt weinig aandacht aan haar zoon die nog steeds op de vloer ligt onder de bank. Ze oogt moe. Maar ze doet waar Turkse vrouwen maar ook Turkse mannen geen genoeg van kunnen krijgen: klessebessen met hetzelfde geslacht. Dus richt ze zich andermaal op haar dochter. Die is kennelijk wél interessant genoeg voor een gesprek. Deze moeder kan duidelijk niet het kind in zichzelf aanspreken om zodoende interesse te tonen voor de activiteiten van het kroost en op hetzelfde niveau als hen te communiceren. Maar misschien is het slechts een momentopname. Ik vrees van niet.

Ja, er is een psycholoog aan me verloren gegaan. Eigenlijk ben ik een psycholoog, ik heb alleen geen diploma als zodanig. Maar ik wed dat ik beter ben dan Bram Bakker. Allez, net zo goed dan. Laat ik bescheiden wezen en Bakker niet opnieuw afkraken, hoeveel genoegen ik daar ook in schep. Om de een of andere reden heb ik een gruwelijke hekel aan die man. Kan ook simpelweg liggen aan zijn kop. Zo banaal kan het zijn.

De moeder ziet het niet, maar ik – die altijd alles en iedereen observeert – wèl: het jongetje steekt zijn rechterhand in zijn broek en voelt aan zijn piemeltje. Stout lacht hij naar me, de deugniet!

Het is voor de tweede keer in korte tijd dat ik word geconfronteerd met een kind dat heel demonstratief en exhibitionistisch de eigen plasser betast. Kinderen ontdekken al vroeg hun lichaam en zelfs (hun) seksualiteit, en ze doen dat spontaan, open en bloot, op een onschuldige manier, en in het bijzijn en ten overstaan van volwassenen, bekenden en onbekenden. Zieke, gestoorde pedoseksuelen – die zichzelf evenmin hebben gemaakt en kunnen helpen – kunnen daar misbruik van maken, helaas.

Pas na een tijdje ziet de moeder wat haar kleuter doet. Licht geschokt zegt ze half in het Nederlands-half in het Turks tegen haar jongste kind dat hij zijn hand uit zijn broek moet doen. Hij gehoorzaamt twee tellen, maar gaat dan weer terug met zijn hand in zijn broek. En vanonder die zitbank kijkt hij me weer ondeugend aan, terwijl hij zijn piemeltje betast. Dingen doen die niet mogen, dat is het leukste wat er is in de wereld van een geboren deugniet.

Ik herken het wel, van vroeger en van nu. Misschien is het jongetjes meer eigen dan meisjes, genieten van het doen van verboden, stoute dingen.

Ik lach naar het jongetje, maar voel me een beetje opgelaten. Kijken naar een manneke dat zijn handje in zijn broek doet om aan zijn pikje te voelen… dat voelt niet zo comfortabel en alledaags, al zou ik zelf ook best wel vaker mijn hand in mijn broek willen stoppen om mijn plasser vast te houden, want dat is gewoon een fijn, vertrouwd gevoel. Onze penis is onze talisman, onze knuffel. Het is het lekkerste wat we hebben. Ik begrijp dat kereltje dus wel.

De moeder begrijp ik niet zo goed. Die zou wel wat meer feminisme, pit, alertheid en enthousiasme kunnen gebruiken. En wat meer moederlijke aandacht voor haar zoontje. Maar ja, in die cultuur zijn zoontjes nog meer voorbehouden aan en interessant voor hun vader en eventueel broertjes en grotere broers. Vrouwen en mannen strikt of toch zoveel mogelijk gescheiden. Precies zoals het bij ons tachtig jaar geleden was… Over tachtig jaar zijn ze in islamitische landen en kringen en in extreem-christelijke groeperingen hopelijk ook zover…

Maar deugnieten zijn van alle culturen… en van alle leeftijden!

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Werd onschuldige teambuilding Nouri fataal?

Ajax-speler Abdelhak Nouri (20) werd tijdens een oefenwedstrijd tegen Werder Bremen getroffen door hartritmestoornissen. Hij moest op het Oostenrijkse veld gereanimeerd worden en wordt nog steeds in coma gehouden. Vreemd genoeg lijkt er met zijn hart niks mis te zijn. Pas als hij niet meer in slaap wordt gehouden, moet blijken hoe het ervoor staat met zijn hersenen. Werd een op het eerste oog onschuldig ongelukje tijdens onschuldige teambuilding de middenvelder fataal?

Natuurlijk, het was tijdens die oefenwedstrijd heel heet en de nieuwe Ajax–coach Marcel Keizer had zijn jongens ondanks de hitte en de prilheid van het nieuwe seizoen werkelijk verschrikkelijk afgebeuld, maar een gezonde jongeman – sportman – moet daar tegen kunnen. Je kunt bevangen raken door oververmoeidheid in combinatie met de hitte, maar dat kan normaal geschreven nooit leiden tot dermate serieuze hartproblemen dat er voor je leven gevochten moet worden.

Uit alle voorgaande medische keuringen bij en door Ajax was nooit aan het licht gekomen dat de Marokkaanse Nederlander iets mankeerde. Hoe kon hij afgelopen zaterdag dan toch getroffen worden door een levensbedreigende ‘ineenzakking’?

Waarschijnlijk vinden de meeste mensen het te ver gezocht en onwaarschijnlijk, maar ik sluit niet uit dat een groepsuitje met de Ajax-selectie Nouri fataal is geworden. In diverse berichten over het trainingskamp van Ajax heb ik gelezen dat Nouri tamelijk bang was tijdens het raften op een wild riviertje. Door veteraan Huntelaar werd hij onhandig en hardhandig van de ene naar de andere boot geworpen, waarbij de jongeling een op het eerste oog onschuldige hoofdwond opliep. Is er toen iets mis gegaan? Is eerst de schrik hem om het hart geslagen en is er door de klap op zijn hoofd binnenin iets geknapt of beschadigd?

Natuurlijk ben ik geen medicus en is dit pure speculatie. Misschien zelfs wat ongepast nu nog niemand weet wat er precies is gebeurd. Mogelijk wordt me verweten te willen scoren over de rug van een zieke jonge ster in wording. Maar ik opper nochtans iets dat mij niet helemaal onwaarschijnlijk lijkt, maar waar (bijna) niemand aan lijkt te denken.

Schuld heeft sowieso helemaal niemand aan deze tragedie.

Let wel: ik beweer niet dat mijn theorie klopt. Ik doe slechts een suggestie. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Soms kunnen op het oog onschuldige factoren een grotere impact hebben dan iedereen vermoedt.

Het enige dat telt, is dat we allemaal hopen dat Appie, zoals de behendige, kleine steekpasser wordt genoemd, weer helemaal de oude wordt en een mooi vervolg kan geven aan zijn carrière bij Ajax.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Trump krijgt te veel aandacht

De relzieke media zijn behalve door misstanden, rampen, ongelukken, terrorisme en oorlogen geobsedeerd door relschoppers zoals Wilders en Trump. De media leven van slecht nieuws en van de gekke daden en uitspraken van dwaze machthebbers en dus spuiten ze de slagroomsoes vol en op met stront.

Dat is enerzijds goed (we moeten de oncomfortabele waarheid niet verbloemen), maar het is overdadig geworden. En dat verlamt de nieuwsconsumenten en is slecht voor het collectieve moreel.

Er moet een andere focus komen. Een focus op positieve gebeurtenissen, inhaalslagen, overwinningen, mooie acties, goede plannen en wijze, vreedzame mensen.

Alleen dan kunnen de hoop, het vertrouwen en de positieve energie groeien en goede daden, wijsheid en constructivisme zich versterken en verspreiden.

Na Wilders beheerst nu Trump de media en daardoor het maatschappelijke en politieke debat. Zonde van al die goede politici met al hun fijne plannen en goede inzet. Hun werk en woorden worden totaal overwoekerd door Trumpmania. Bijna iedereen spreekt schande van en over Trump en ergert zich aan hem, maar lijkt daar tegelijkertijd van te smullen, net zoals we afstemmen op een horror-film, omdat het huiveren ons zo’n lekker gevoel geeft. Kunnen we nog zonder (negatieve) spanning? Moeten we ons dagelijks gerecht te heet blijven maken/te veel blijven peperen om ervan te kunnen genieten?

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen