Diep, diep, diep, diep levensberouw

Je vindt het leven hartstikke eng, de wereld de akeligste plek. Als iemand die bang is voor muizen en die claustrofobisch is en die in een defecte lift met duizend muizen vast zit. Je kunt er niet uit. Je gilt, je schreeuwt, je probeert kalm te blijven, maar leuk wordt het nooit. Je vindt dit feestje hoogst onaangenaam. Je wilt WEG! Straks moet er weer gedanst worden op slechte muziek en je haat het. Je haat het dat je mee moet doen en het moet aanhoren en aanzien. Je haat het uit de grond van je bevroren hart!

Zoals jij bent, is het: een leven lang berouwen dat je leeft, dat je bent geboren.
Je wenst vurig – ondanks je panische doodsangst en stervensvrees en ondanks je liefde voor al het fijne en mooie dat er OOK is – dat je nooit was geboren, dat je al die akelige dingen niet had hoeven mee te maken en nog zal moeten gaan meemaken. Je bent er niet tegen bestand, tegen de gruwelen des levens en tegen de slechtheid van de mensen. Zoals de Turkse handlezer al tegen je zei: ‘je bent te goed voor deze wereld’. Je zou nooit meer kinderen op de wereld zetten, je zou iedereen willen aanraden niemand nog een geboorte op deze hel aan te doen. Het is sadistisch en onnadenkend om leven te verwekken. Deze planeet was beter af zonder de mens en de mensheid zelf ook…
Je bent als iemand die doodsbang is voor achtbanen, maar die noodgedwongen in de snelste en ruwste achtbaan ter wereld zit. En de rit houdt maar niet op, hoe vaak je ook ‘STOP!’ schreeuwt vanuit de tenen van je hart.

Je maakt er het beste van, maar goed wordt het nooit. Onmogelijk. Je bent nou eenmaal zoals je bent: lief, zachtaardig, voorzichtig, gesloopt, angstig en oprecht. Je kunt hier nou eenmaal niet aarden, ook al graaf je je voeten nog zo diep in het vochtige zand. Als je niet van spinazie houdt, kun je het hooguit leren eten, maar echt lekker ga je het nooit vinden.

Je bent geboren met een paar vlekken op je sneeuwwitte ziel. Die vlekken zitten er nu nog op of in. Die gaan er nooit meer uit. Er komen iedere dag steeds meer vlekken bij. Sommige vlekken gaan er bij het wassen wel (deels) uit, maar vele vlekken verdwijnen nooit. Sommige vlekken breiden zich juist uit.

Als je nou gezond was, niet gehavend was, dan was alles anders geweest. Misschien niet heel veel beter, maar wel beter dan nu. Er is nu zoveel wat je geluk en gezondheid in de weg staat. Dit is geen leven, dit is puur overleven, met de moed der wanhoop, als een krijger die het in z’n eentje en met enkel een speer opneemt tegen een heel leger met bommen, granaten en kanonnen.

Doodsbang ben je voor het enge leven, voor de akelige maatschappij/mensheid. Je weet dat er altijd weer nieuwe trauma’s aan je worden verbonden, dus je vreest met het grootste vrezen de toekomst. Je hebt geen verleden dat je vertrouwen heeft geschonken en je heden is zowaar nog hopelozer dan hoe het in die hel was. Je wist niet dat er nog iets ergers was dan de hel, maar je zit erin opgesloten en er zijn geen deuren, geen ramen, zelfs geen kieren. In de isoleercel van de ergst denkbare werkelijkheid zit je gevangen.

Behalve verdrietig, mismoedig en radeloos ben je woedend. Ziedend. Kwaad op zoveel domheid en slechtheid, op zoveel ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Buiten zinnen ben je over zoveel onzinnige en onrechtvaardige ellende, teleurgesteld tot in iedere cel van je lijf over de kwaadaardige, gemene en slechte aard van het leven en van veel van je medemensen.

Je wilt eeuwig en lekker leven, maar er tegelijkertijd niet zijn. Wel zeker, ben je een levensgenieter, maar je hebt te veel ellende voor je kiezen gekregen. In het spookhuis bevindt zich een slachthuis en jij wordt iedere dag een beetje meer geslacht. De cliotoris is al van je ziel gesneden met een botte schaar…

Totaal radeloos ben je. Er is hier geen uitgang en die zogenaamde God grijpt blijkbaar alleen na je dood in. En ook dan moet je het nog zien (als je dan nog wat kan zien; dat betwijfel je ten zeerste).

Je maakt je niet alleen druk om je eigen martelgang, je rouwt ook om de andere mensen die rouwen. De meeste mensen denken alleen aan hun kortstondige eigenbelang, maar jij bekommert je om het lot van de ganse planeet en daarbuiten! Maar je moet constateren dat alles een aflopende zaak is, verdorven en bedorven is… Alles. Echt alles. Alles gaat verkeerd. Alles. Alles loopt slecht af. Alles. Op den duur echt alles.
Dit godverdomde kutleven! Deze klerehel! Waarom? Waarom? Waarom moet het zo? Waarom is het zo? Waarom ben je er niet tegen bestand? Waarom moet uitgerekend jij door het meest helse hondenleven als het meest kwetsbare wezen op deze helse verdomde planeet?!

Inderdaad, je wenste dat je nooit geboren was. Dan had je ook niet geweten wat je gaat missen als je opnieuw dood bent. Tegen wil en dank besta je. Je vindt het bestaan ook wel iedere dag even fijn en mooi, maar diep in je hart vind je het afschrikwekkend en verschrikkelijk! Je schrikt je iedere dag een hoedje. Doodeng vind je het, leven. Doodeng! Echt hartstikke doodeng!

Het treurige is dat alleen de dood definitief kan bevrijden en kan verlossen. Alles wordt pas goed als alles voorbij is, als er helemaal niets meer van je over is. Want jij gelooft al die indianenverhalen niet over andere dimensies, over reïncarnatie, hemel, paradijs, hel, God, duivel en karma. Je gelooft er geen snars van. Het treurige is dat in het leven zelf de verlossing nooit maar dan ook nooit defintief kan plaatsvinden.
Leven is bij voorbaat; dat er voortdurend dingen mis gaan. Dat is het leven. Dat er voortdurend dingen in de soep lopen. Beschadigingen produceert het leven af en aan, af en aan. Complicaties. Het is om hartstikke krankzinnig van te worden. Steeds maar weer moeten we anticiperen op onheil en onaangename gebeurtenissen en situaties. Jij bent beter dan het leven zelf. Als het leven zich vormde naar jouw lieve en goede bedoelingen… Daar kon die God van hen een puntje aan zuigen. Jij bent meer en beter dan die nep-God, liever en rechtvaardiger, slimmer en wijzer.

Maar luister nou maar naar mij. Ik zing een zoet lied voor je. Laat je troosten, al is het maar voor even. Dan voel je heel misschien, even, hoe het is om zalig dood te zijn, weer dood te zijn, net als in mei 1940 toen voor jou geen hel losbarstte en je nergens weet van had…

De dood is een zegen, het leven een ramp. Het leven is het gevolg van een oerknal. Het leven is een oorlog tussen tegenstellingen, yin en yang. Daarvoor, voor die knal, voor het begin van de ramp, heerste er totale vrede… Er was NIETS aan de hand…

Het leven kan dan ook nooit door een liefdevolle Oerkracht zijn geschapen. Als het leven al is geschapen, dan is de duivel de schepper. In de dood woont en heerst God, oftewel Vrede… Voor goed en voor kwaad…

http://www.rolanddanckaert.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.