We lopen op onze jeugd

We lopen op schoenen, fysiek. Maar emotioneel en psychisch lopen we op onze jeugd. En zoals we in onze jeugd hebben leren lopen, zo schrijden we voort. Dat wat er vroeger is ingeslepen en ingeslopen, dat bestuurt ons hele onderbewustzijn. De behoeften die vroeger niet zijn vervuld, die jagen ons onbewust op en die maken ons afhankelijk als een junk aan drugs, zonder dat we meestal krijgen wat we echt nodig hebben. Want als we volwassen zijn, dan mogen we de behoeften van het dralende kind in ons niet meer vervullen, dan moeten we volwassen doen en ons groot houden. De hele tijd zijn we daarom onbewust bezig met autosuggestie en zeggen we geruststellende dingen tegen onszelf, omdat we onbewust weten dat woorden invloed kunnen hebben op hoe we ons voelen.

Neem nou Karien. Zonder dat ze het beseft en zonder dat haar omgeving het weet en ziet, is ze eigenlijk al haar hele volwassen leven op zoek naar een moeder en een vader, want als kind heeft ze die nooit gehad. Dat gemis is nooit over gegaan, dat gat is nooit opgevuld. Dat kind met lege handen en een leeg, bedelend hart domineert haar 45 lentes.
Haar moeder ontviel haar al snel. Ze kwam om bij een auto-ongeval. Haar vader was alleen maar bezig met zichzelf en met zijn nieuwe gezinnetje. Hij had al heel gauw na de dood van zijn vrouw – haar lichaam lag nog intact onder de grond – een vervangechtgenote en met haar maakte hij maar liefst vier kinderen. Vier kinderen die door haar stiefmoeder werden voorgetrokken. En ook door haar vader, want die slappe lul durfde niet tegen zijn vrouw in te gaan. En dus heeft Karien nooit vaderliefde gekend en niet lang (genoeg) moederliefde genoten.
En een kind dat geen ouderliefde en zorg krijgt, kan geen kind zijn, die staat er alleen voor en die krijgt te maken met een enorm emotioneel dal waar geen bloemen van liefde, ontferming en bekommernis hebben kunnen groeien.

Karien heeft geleerd zich altijd sterk en staande te houden en dat is haar heel goed gelukt. Dat wat je uit noodzaak geboren al heel vroeg in je leven moet (aan)leren, daar word je vanzelf een kei in. Zo kan een tegenslag in één klap een toffe peer worden.
Karien heeft baat bij haar overlevingsdrift. Ze staat haar mannetje en redt zichzelf wel, en anderen. Maar diep in haar kwijlt het verlangen naar die sterke mannenschouder om op uit te kunnen huilen, om even kind bij te kunnen zijn en diep in haar ijsbeert de zouten heimwee naar die zachte, warme vrouwenhanden die door haar haren strijken en naar die vrouwenstem die in haar oor fluistert dat het allemaal wel goed komt. Warme adem van haar mama in haar oren, als een aangename lentebries op de fiets, weldadige woorden die via de buis van Eustachius naar het hart afzakken en achter de ribben slingers ophangen.

Ze doet sterk en ze is ook sterk, maar wat heeft Karien er behoefte aan om haar zwakte eens in de ‘troostschoot’ van een mama of papa te leggen…

En zo lopen we allemaal tot aan onze kist op onze jeugd.

Google ook eens op Roland Danckaert + Lezerscolumns Metro voor al mijn lezerscolumns voor het dagblad Metro.

http://Oorlogsverhaalinmelick.rolanddanckaert.nl

http://Positievevoorbeelden.rolanddanckaert.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.