Twee levens verenigd in oorlog

Johannes groeide op in een Zeeuws dorpje niet ver van de Belgische grens. Hij was de een na jongste van de acht kinderen. Zijn vader was landarbeider in loondienst, zijn moeder huisvrouw. Ze woonden in een klein huisje tegenover een aardappelakker. Zijn vader had een eigen moestuin en kippen.

Johannes was zeven jaar toen de oorlog uitbrak. In die tijd moest zijn blindedarm verwijderd worden, viel een dakpan op zijn hoofd en had hij een bijna dood-ervaring na het eten van giftige besjes. Onder de oorlog had hij niet geleden. Hij maakte geen heel nare dingen mee, het hele gezin trouwens niet. De Duitse soldaten die er waren gelegerd en er iedere dag rondhingen, waren zelfs best aardig. Hun uniformen maakten indruk op Johannes.

Johannes had niet veel op met het boerenleven, hij was redelijk intelligent en had een grote honger naar kennis. Hij wilde zich opwerken en zich ontworstelen aan het harde boerenbestaan dat hem niet aantrekkelijk leek. Op school werd Johannes evenwel gezien als een boerenpummel, met name door zijn klasgenoten van betere komaf. Thuis, door zijn ouders maar vooral door zijn broers en zus, werd hij gezien als een rare studiebol en voelde Johannes zich dan ook een vreemde eend in de bijt.

Regelmatig kreeg hij van zijn ouders en andere familieleden te horen dat het de bedoeling was dat hij boer zou worden en dat er geen geld en geen noodzaak was om verder te studeren. Zo snel mogelijk geld verdienen, dat was wat hij moest doen, werd hem voorgehouden. Johannes keek op naar zijn leraren en naar de kinderen in zijn klas van politici, artsen, ambtenaren, agenten en leraren.

Johannes had een grote bewijsdrang. Hij wilde uitblinken en iets bereiken. Echter, hij werd door bijna niemand gezien.

Johannes verveelde zich thuis vaak. Er was weinig te doen. In huis waren er geen boeken en er werd binnen het gezin bovendien minachtend gedaan over boekenkennis. Het was een kleine gemeenschap, er kwamen in de buurt veel incest, stiekeme homofilie en zwangerschappen uit slippertjes voor. Met seks verdreef men de verveling. Als er ergens weinig afleiding is, dan wordt een mens steeds geconfronteerd met zijn en haar sterkste driften. Geilheid is onze sterkste emotie/behoefte, met honger, dorst en geborgenheid.

Johannes was erg gesteld op mooie meisjes en vrouwen, maar had ook wel eens met vrienden een wedstrijdje ‘wie het eerste klaarkomt tijdens het rukken’ gedaan, en dan werd hij ook wel opgewonden van de andere stijve pikken en het sperma dat eruit stoof. Zijn leven lang heeft hij meer naar seks verlangd dan dat hij seksuele bevrediging kreeg…

Johannes wilde tijdens zijn puberteit graag op dansles, omdat hij wist dat er in de betere kringen veel gedanst werd (stijldansen). In eerste instantie mocht hij niet op dansles van zijn ouders, ze vonden het onzin. Na veel zeuren, werd er dan toch geld vrij gemaakt om Johannes op dansles te kunnen laten gaan. Maar hij bleek geen gevoel voor ritme te hebben en werd op de dansles uitgelachen door de andere jongens en door zijn danspartner. Teleurgesteld haakte hij af. Op feestjes zat hij langs de kant, terwijl anderen vrolijk en zelfverzekerd dansten. Vernederend vond Johannes dat.

Johannes kreeg uiteindelijk een baan als grenswachter. Zijn ouders en broers en zus waren blij dat hij eindelijk wat ging verdienen, maar Johannes bleef onderwijl studeren en na jaren van werken en studeren, werkte hij zich op tot ambtenaar.

Het spannende werk als douanier in combinatie met de avondstudie én twee afgebroken verlovingen (zijn verloofdes verbroken beide keren de verloving) eisten hun tol van hem en Johannes raakte overspannen. Die overspannenheid is hij nooit echt te boven gekomen, al bleef hij na een korte periode ‘thuiszitten’ (alleen maar frustrerend voor hem) altijd heel druk aan het werk. Uit zijn werk haalde hij zijn voldoening. Belangrijk wilde hij zijn en gevonden worden. Hij snakte naar waardering van anderen, de waardering die hij van zijn ouders en broers en zus nooit had gehad en nooit heeft gekregen.

Rosalia groeide op in een katholiek dorpje in Limburg. Ze was nummer vier in een gezin van zeven kinderen. Haar vader was schipper op een olieboot, haar moeder was huisvrouw maar voer vaak met haar man mee. Een broer van haar vader en de moeder van haar vader woonden ook in het huis aan de Maas. Rosalia’s moeder en oma konden het prima met elkaar vinden, waren zelfs bevriend met elkaar. De inwonende oom dronk veel. Oma liep soms wel zeventien kilometer naar een kapel om aan God te vragen om haar zoon te laten stoppen met drinken, en nadat ze een noveen-kaars had opgestoken en een noveen had gebeden, moest ze dezelfde zeventien kilometer teruglopen. Haar gebeden werden nooit verhoord. Haar zoon ging alleen nog maar meer drinken. Niet God heeft haar geholpen, maar wel haar geloof en vertrouwen in God.

Rosalia werd geboren toen de oorlog ruim een half jaar bezig was. Als driejarige zag ze hoe haar vader en inwonende oom door de Moffen werden meegenomen naar een werkkamp. Een jaar later keerden ze terug, vermoeid, bebaard maar blij en voornemens om de draad van hun leven weer op te pakken en de herinneringen aan het werkkamp te verstoppen en te verzwijgen. Met die shit konden ze immers niets opbouwen en ze wilden niemand belasten en verwonden met hun kampstress waar ze overigens niet veel aan hadden overgehouden, behalve een nooit meer verdwenen haat jegens de Moffen.

Rosalia zag haar hardwerkende ouders weinig. Ze zat op een kostschool bij de nonnen. Deze religieuze dames waren meestal hardhandig, streng, ongevoelig, humorloos, harteloos, zakelijk, kindonvriendelijk en bot. Vaak moesten de kinderen in het lijkenhuisje bidden voor de overledenen. Hartstikke eng vond Rosalia dat.

Rosalia was blij als haar lieve, guitige oma haar soms stiekem een zakje snoep overhandigde door de spijlen van de poort aan de rand van het plein van de kostschool. Ze voelde zich vaak eenzaam en had dikwijls alleen de mieren op het plein om mee te spelen.

Rosalia’s vader was heel erg streng. Met name zijn dochters mochten weinig. Praten en omgaan met jongens en uitgaan, waren uit den boze. Rosalia voelde zich gevangen, maar had een zacht en meegaand karakter en was niet rebels. Ze ging niet tegen haar vader in. Moeder hielp de meiden soms aan wat meer vrijheid en aan leuke momenten met leeftijdsgenootjes, ook van het andere geslacht. Dan spande moeder met het kroost samen en zorgde ze ervoor dat haar man en zij wat langer bij een tante zouden blijven, zodat de kinderen even konden afspreken en rondhangen met een groepje.

Op de MULO vond Rosalia – gevoelig, creatief met taal en garen en wol, dol op schoonheid en gezelligheid – het heel erg leuk. Eindelijk verlost van die kut-nonnen en hun te strenge, ijskoude regime! Eindelijk meer vrijheid! De vrije omgang met leeftijdsgenoten vond ze zalig: lachen, flirten, sjansen, gek doen.

Maar na twee jaar moest ze haar opleiding staken van haar vader. Ze moest in de winkel aan huis voor scheepsbenodigdheden gaan werken. Weer kwam Rosalia niet in opstand. Lief en meegaand, gehoorzaam. Alleen diep van binnen opstandig. Maar voor haar eigen mening, wensen en gevoelens waren nooit aandacht en ruimte. Ze durfde er ook niet om te vragen. Altijd zichzelf wegcijferen…

Op een dag ontmoette Rosalia een acht jaar oudere, knappe jongen – zwarte vetkuif – die er kwam tanken met zijn scooter. Hij heette Johannes en kwam oorspronkelijk uit Zeeland. Met hem sprak Rosalia stiekem af. Haar relatie met hem biechtte ze na een tijdje eerst op aan haar coulante moeder en die vertelde het aan haar man. Hij was er niet voor en waarschuwde haar voor van alles, maar hij verbood de relatie niet. Johannes werd niet veel later aan het gezin voorgesteld. Bijna niemand mocht hem. Vrijwel iedereen – ook Rosalia’s inwonende oma – vond hem niet bij haar passen. Hij was een betweter, ruziezoeker en dominant, vonden ze.

Maar Rosalia proefde voor het eerst van haar leven aan iets dat leek op vrijheid. Met Johannes kon ze bovendien heerlijk vrijen. Eindelijk een gevoel van genot. En ze was dus geen kleine meid meer, ze hoorde al zowat bij de volwassenen. Want als je een vriend hebt en je vrijt al (stiekem) met elkaar, dan wordt het menens en dan hoor je al een beetje bij de grote mensenwereld.

Zonder condoom vrijen en voor het zingen de kerk uit, dat moest wel fout gaan. Rosalia raakte dan ook zwanger. Huizenhoog zag ze er tegenop om het aan haar ouders en al zeker aan haar vader op te biechten. Zo jong al in verwachting (18 jaar) en dan ook nog van iemand die lang niet altijd even lief en attent was, die veel kritiek had op haar familie en die door bijna niemand in de familie aardig werd gevonden… Iemand die toch al zo worstelde met het gevoel niet gewaardeerd te worden, die door zijn levensloop toch al zo’n hekel had gekregen aan veel mensen…

Toch besloot Rosalia het nieuws van de zwangerschap eerst aan haar vader te vertellen. Haar moeder zou in paniek raken als ze het als eerste zou horen. Haar vader riep meteen zijn vrouw erbij en samen omhelsden ze hun dochter. Ze zouden haar steunen. Vader zei wel nog dat ze dit nooit had moeten doen. Maar ja, het was nou eenmaal zo en dan moest er ook maar getrouwd worden. Zo ging dat immers in katholieke kringen…

Rosalia voelde en wist dat Johannes niet bij haar paste, maar ze was zwanger van hem en ze zouden trouwen. Ze had het gevoel dat ze niet meer terug kon. Ze DURFDE niet terug. Eén keer dreigde ook zij – de derde al – om de verloving te verbreken en gooide ze haar ring weg in het gras (een zus vond de ring terug), waarna Johannes dreigde om zelfmoord te plegen. Rosalia liet zich emotioneel chanteren. Ze had nooit geleerd om voor zichzelf op te komen en ze was niet het type dat van nature voor zichzelf opkwam. Te lief, te meegaand, te gehoorzaam, voorzichtig.

Rosalia en Johannes kregen drie kinderen, twee dochters en een zoon. Hun relatie was en werd nooit goed. Dat is het understatement van de eeuw. Toch bleven ze bij elkaar en met elkaar aanmodderen. Het werd van kwaad tot erger. Hij werd heel vaak heel erg woedend op haar en de kinderen, reageerde vrijwel iedere dag overspannen op alles en zag zijn kinderen als een bedreiging voor zijn huwelijk en levensgeluk, terwijl zij het allemaal liet gebeuren, het als een geslagen hond over zich heen liet komen en zich in haar kinderen vastbeet.

Rosalia en Johannes vormden nooit een eenheid en hun gezin met drie kinderen was nooit een hecht team. Hij was de stoorzender, het was hij tegen de rest, de rest tegen hem. Harmonie, geborgenheid en ontspanning waren er zelden of nooit. Het kroost kreeg geen lucht, kreeg het constant benauwd, werd het kind van de rekening, terwijl beide ouders met elkaar en mede daardoor individueel ongelukkig waren…

Tijdens een familie-avond raakte Johannes slaags met een groot deel van zijn schoonfamilie dat zijn agressieve en jaloerse houding tegenover Rosalia en henzelf spuugzat was. Jarenlang na dat gevecht mocht Rosalia haar eigen familie niet meer zien van hem, maar ze sprak regelmatig in het geheim af met haar ouders en broers en zussen. Soms nam ze dan haar kinderen en met name haar zoon mee. Rosalia en haar zoon waren dan altijd bang dat hij erachter zou komen en weer zou ontploffen. Johannes was allang niet grillig en onvoorspelbaar meer: het was zijn gewoonte geworden om ziedend te worden, verbaal en soms ook fysiek.

Johannes – die met slechts één broer van hem een goed contact had – verzoende zich op een dag met de schoonfamilie, maar ze hebben elkaar nooit echt gemogen, ook na de ‘verzoening’ niet.

Rosalia heeft een paar keer de kans gehad om met haar kinderen te vluchten met en naar bezorgde en behulpzame familieleden. Ze was evenwel te bang voor de wraakacties van Johannes, voor wat er dan allemaal zou gaan gebeuren.

Zo bleef de dramatiek vooral beperkt tot het kleine gezin waar de spanningen iedere keer opnieuw escaleerden…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s