Overleden zonder dat ik het wist

D. schreef ook blogs op WordPress, ze twitterde en zat op Facebook. Maar ik had al een tijdje niets meer van haar gelezen. Op Facebook was ze bijna niet meer actief, en ook op WordPress en Twitter niet. ‘Ze lijkt wel van de aardbodem te zijn verdwenen’, dacht ik.

Gisteren gaf ik haar naam in op Google. En stuitte ik op haar rouwkaart: na een ongelijke strijd had ze op bijna 45-jarige leeftijd het tijdelijke voor het eeuwige verruild (zij geloofde heilig in reïncarnatie). Uit de rouwtekst viel op te maken dat D. – nog geen jaar na het heengaan van haar vader – op een rustige manier was overgegaan, in het bijzijn van de mensen die haar het meest dierbaar waren. Ze verlangde naar de regenboog en daar was ze nu, luidde de liefdevolle tekst.

Geschokt was ik. We hadden, sinds ik haar op Facebook had ontvriend vanwege voor mij onoverkomelijke meningsverschillen, al drie jaar geen contact meer gehad, maar het feit dat ik haar zo nu en dan bleef volgen, geeft al aan dat ik ergens misschien wel een beetje spijt had van het ontvrienden (nieuwe technieken en gebruik-dingetjes, nieuwe woorden…). Of dat ze in elk geval niet uit mijn interessesfeer was verdwenen en ZAL verdwijnen.

De geschiedenis van D. en mij? We zagen elkaar in onze latere tienerjaren tijdens het uitgaan. Het bleef altijd bij kijken, over en weer. Ik vond haar leuk (knap en lief uitzien) en/of ik vond het leuk dat ik dacht dat ze mij leuk vond (of verbeeldde ik me, dat ze steeds naar me keek?). Ik was verlegen en durfde niet op haar af te stappen. Met meisjes die ik echt leuk vond, ging ik niet (soepel) om, te bang. Zij stapte ook niet op mij af.

Eén keer kwam ik haar in die tijd tegen op het treinstation. Ik stapte net de trein uit, zij in. Blijkbaar waren we niet voor elkaar bestemd. Even een blik van herkenning. Ze lachte en zei ‘Shit’. Weg was ze, de treindeuren gingen al dicht en ze zat nog niet goed en wel in de coupé of de trein was al in beweging gezet. Ik vroeg me destijds af wat ze met ‘shit’ bedoelde. Ik hoopte dat ze bedoelde: ‘Wat jammer dat ik nu net vertrek, terwijl jij net aankomt, en we dus niet even kunnen kennismaken’. Ver gezocht misschien. Ook liefdeshoop doet leven.

Er waren nog wat voorvalletjes. Op een carnavalsavond stond ik te zoenen met mijn gelegenheidsvriendinnetje C. toen D. naast ons stond en zij C. in haar zij begon te porren. C. porde D. terug. Catfight.

“Die twee blijven maar bezig,” hoorde ik D. op een gegeven moment zeggen tegen haar vriendin. Klopt, zoenen met C. was erg lekker. Maar ik had liever met D. gezoend.

Met carnaval durfde ik meer. Ik heb eens het mooiste, blonde meisje proberen te versieren toen haar vriendje naar de wc was.  Dat meisje vond het overduidelijk niet vervelend dat ik haar probeerde te verleiden, maar bleef haar vriendje trouw. Dat had ik weer.

Op een avond zaten mijn zus en ik op het terras van Roermond met een vriend van ons uit Zwitserland en hij wees naar D. die in de deuropening van het café naar het terras stond te staren. “Die blonde meid daar, die kijkt steeds naar jou,” zei hij. Ik voelde me gevleid, maar was geen casanova. Ik had weinig zelfvertrouwen en voelde me niet knap, stoer en goed genoeg voor zulke mooie meisjes, van goede komaf ook nog. D. kwam uit een welgestelde middenstandsfamilie uit het dorp waar ik sinds 1995 woon met mijn lieve vrouw.

Toen al was ik een pathetisch figuur. Als een verliefde jongen van negen jaar reed en fietste ik wekelijks een paar keer langs het ouderlijk huis van D. in de hoop dat ze me zou zien en we in contact zouden komen met elkaar. Meestal reed mijn moeder. Ik had al mijn zenuwinzinking gehad en leed aan ernstige uitputting en straatvrees. Langs het huis van D. rijden was een van mijn/onze uitjes. We zagen haar nooit. Misschien woonde ze wel al niet meer thuis. Alhoewel, ze was ruim drie jaar jonger dan ik en dan zou ze wel heel erg jong op eigen benen hebben gestaan.

Wat was ik verliefd, naïef, pathetisch én vasthoudend. Minstens vier jaar lang ben ik WEKELIJKS meerdere malen langs haar huis gereden in de hoop op iets dat nooit gebeurde. Wat was ik toch een rund…

Net als toen ik Y. uit Mijdrecht via een brief na VIJF jaar vroeg of ze me terug wilde. Y. en ik hadden drie dagen iets gehad tijdens carnaval. Na die heerlijkste carnaval van mijn leven had ik het uitgemaakt, omdat ik vreesde dat Y. me zonder schmink lelijk zou vinden en omdat ik bang was voor het serieuze werk.

Daarom had ik het na carnaval ook uit gemaakt met de eerder ter geschrevene gebrachte C. Een eersteklas bangeschijter was ik. Ben ik. En ik was toen met die brief naar Y. al 21 jaar! Y verbaasde zich natuurlijk hogelijk over mijn brief, maar gaf me wel nog een laatste kusje. Ik heb nooit terug gereageerd. Ik was nog hevig gepikeerd en teleurgesteld ook dat ze me niet terugnam en niet al die jaren naar me was blijven smachten zoals ik naar haar verlangde, terwijl ik het destijds uit had gemaakt!

Ik kon niet tegen kritiek, en nog niet, en wilde altijd maar aanbeden worden. Terwijl ik mijzelf haatte… Gecompliceerd allemaal.

Hopen dat een ander het initiatief neemt, daar was en ben ik de beste in. Toen ik elf, twaalf was, ben ik twee jaar lang langs de flat van I. gefietst, iedere dag. Op school durfde ik niks tegen haar te zeggen, omdat ze te lekker rook, te mooi was en op die zalige actrice/zangeres Olivia Newton John (in haar jonge jaren) leek. Maar ik hoopte dat het haar zou opvallen dat ik steeds langs haar flat fietste en naar boven keek, ik meen naar de elfde etage waar ze met haar broertje en moeder woonde (haar vader zou homoseksueel zijn). Ik hoopte dat I. naar beneden zou spurten om me de liefde te verklaren. Als ze dat had gedaan, was ik waarschijnlijk hard weg gefietst. Ik was de grootste sukkel die de evolutie ooit heeft voortgebracht.

Op mijn vijftiende kreeg ik heel even verkering met A., maar ik wist me als ‘vriendje van…’ totaal geen raad met de situatie en me geen houding te geven. Ik wist niet eens hoe je diende te tongen! Voor A. was er geen lol aan. Ik was duizend maatjes te klein voor haar. Niet veel later had ze iets met een oudere jongen die in een open sportwagen reed… Ik was volgens mij veel liever en wijzer dan die gast, maar hij was veel zelfverzekerder, ervarener, stoerder en vrijer. Daar vallen meisjes/vrouwen eerder voor. Daarom worden ze vaak zo ongelukkig met hun partner. Vrouwen/meisjes kiezen meestal de slechtste mannen die door hun charisma, succes, geld, vette auto, mooie kleding en uitstraling het aantrekkelijkste zijn voor ze.

In 2011/2012 was ik D. nog niet vergeten. Via Facebook – lang leve Facebook – zocht ik contact met haar via een privébericht. Op Google had ik al wat informatie over haar gevonden. Ze stond niet meer in de familiezaak, maar gaf therapie en coaching. In dat FB-bericht stelde ik mijzelf aan haar voor en biechtte ik aan haar op, dat ik in mijn jonge jaren verliefd op haar was geweest en haar zelfs nog een anonieme Valentijns-kaart had gestuurd, die ik had geadresseerd aan de familiezaak. Ze reageerde positief. Althans, ze gaf er geen blijk van mij te kennen (van zien ), maar wilde wel eens praten. Ik wilde in die tijd als ervaringsdeskundige lotgenoten coachen en misschien konden we aan kruisbestuiving doen.

Na wat e-mails te hebben uitgewisseld, hebben we op een zonnige middag een uurtje met elkaar gepraat. Ik was en ben gelukkig getrouwd en het vroegere gevoel van verliefdheid op D. was er niet meer, maar ik vond haar wel aantrekkelijk en leuk.

D. zat schijnbaar lekker in haar vel en goed in de slappe was, reisde net als wij graag en veel, gaf graag (goede) hulp en adviezen, deed zelfs aan stervensbegeleiding en had plannen voor een wereldreis. Ze was helemaal into het boeddhisme. Flink spiritueel bezig met heel veel andere spirituele mensen.

Het ging toen (wederom) heel erg slecht met me, maar D. vond dat ik veel positiever moest en kon zijn. Maar daar was ik nog niet rijp voor en dat begreep ze niet. Het verdriet en de woede waren te vers en zoals een wijs iemand ooit heeft gezegd: iedere poging om vers verdriet te verlichten, wekt alleen maar irritatie op. Het irriteerde me dan ook dat D. wilde dat ik (nog) meer in mijn kracht ging staan, terwijl ik me totaal ontkracht voelde: ik was ontslagen, ons gezamenlijk inkomen kelderde enorm, mijn moeder kreeg kanker, onze dochter had wat problemen op school, er waren veel conflicten met het UWV, buurtbewoners, artsen en school en ik had ook toen al de vele chronische aandoeningen….

En D. had het niet zo op Moslims in het algemeen. Dat vond ik voor een spiritueel iemand zonde en vreemd. Toen ze me schreef dat ik blij mocht zijn dat onze dochter een stomme Nederlandse vriend had en geen Turk, was voor mij de maat vol. Ik vatte het te serieus (als racistisch) op en ontvriendde haar. Ik kan niet tegen stigmatisering, van beider kanten niet (dus ook van buitenlanders jegens ons niet). Die ontvriending was misschien te heftig, maar ik reageerde in die tijd op alles extreem emotioneel en impulsief. Begrijpelijk, zeker omdat ik van nature een emotioneel mens ben, ook in goede doen.

D. en ik waren niet voor elkaar bestemd, denk ik. Ik heb de juiste vrouw getroffen. Of D. of een andere vrouw dan mijn eigen vrouw het met me zou hebben kunnen uithouden – gezien al mijn problematiek – betwijfel ik, alhoewel ik niet alleen maar problemen heb en geef, maar tevens heel lief, inspirerend en loyaal ben (anders hield mijn vrouw het ook niet uit met me. We zien elkaar nog steeds doodgraag).

Maar de meisjes en vrouwen op wie ik ooit lange tijd verliefd ben geweest en/of met wie ik ooit iets heb gehad (heel weinig!) zal ik emotioneel nooit kunnen en willen loslaten, zelfs niet als de vriendschap of verliefdheid eindigde in een conflict, zoals met C. die nog altijd boos op me is, omdat ik toen best bot tegen haar was (ik heb haar ooit via Facebook een berichtje gestuurd en ze was 25 jaar later nadat ik het had uitgemaakt nog steeds heel boos op me, al schreef ze dat ze zichzelf en mij had vergeven).

D. is al sinds mei 2015 dood. In juli zou ze 45 jaar zijn geworden. Ik weet niet waaraan ze is overleden, maar ik vermoed aan kanker, die kut-ziekte.

Pathetisch wederom, maar ik heb haar gevraagd om in mijn droom te verschijnen en te vertellen waar ze nu is en hoe het thans met haar gaat. Echter, geen teken van leven. Waarom zou ze – als er nog niets is na de dood – naar mij luisteren en toekomen? Ik betekende weinig of zelfs helemaal niets voor haar. Maar ook van de mensen die veel voor me betekenden en nu dood zijn, krijg ik – ondanks mijn verzoeken – geen boodschappen. Ze zijn morsdood, of althans zo lijkt het.

Als D. nog had geleefd en actief zou zijn op Twitter en Facebook, dan zou ik haar zo nu en dan hebben gevolgd. Misschien zou ik hebben geprobeerd het contact te herstellen. Nu ik weer wat lekkerder in mijn vel zit, hadden we wellicht nog meer en beter kunnen uitwisselen.

Hoe dan ook, ik ben blij dat ik haar in mijn volwassen, getrouwde leven toch nog heb leren kennen, zeker gezien mijn aanhoudende verliefdheid vroeger en zielige en naïeve vasthoudendheid daaromtrent. Ik weet zeker dat ze mijn negativiteit in ‘onze’ periode betreurde. Ik weet ook dat ze geen racist was. Integendeel. D. was een mooi mens die de wereld mooier wilde maken en die mensen wilde helpen en hééft geholpen. D. wilde genieten en laten genieten, en dat is haar gelukt. Ze was een regenboog op aarde, een kleurrijk wonder op twee mooie benen. Op internet heb ik heel mooie en inspirerende teksten gevonden die D. heeft geschreven.

Ik vind het jammer dat ze er niet meer is en dat dit volgens mijn beleving definitief is… Maar D. zelf geloofde heilig in het leven na de dood.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s