Gestoorde reacties bij stoornissen

Wanneer je aan een psychische ziekte lijdt, een mentale en/of emotionele stoornis, dan word je door haast iedereen – ook artsen en therapeuten – behandeld alsof je het aan jezelf te wijten hebt en je alleen maar aandacht wilt voor jezelf. Je wordt behandeld alsof je hebt gekozen en blijft kiezen voor je aandoening en ondertussen vindt men dat je gewoon sterker moet zijn dan je kwaal.

Als iemand dement is, kanker heeft, aan Parkinson of een andere lichamelijke ziekte lijdt (met psychische en emotionele effecten), dan wordt men zo niet benaderd, dan is er veel meer medelijden en begrip.

Maar als het tussen de oren zit, dan denkt men – inclusief artsen en therapeuten – dat je het zelf schuld bent én dat je het ook weer zelf kunt oplossen, als je maar wilt (en weer normaal gaat doen). Ook gaat men ervan uit dat er altijd een oplossing is. En men onderschat de dagelijkse strijd en de sociale en maatschappelijke bij-effecten.

Momenteel ben ik aan het lezen in het boek ‘Ann’ (2008) van Kristien Hemmerechts. Ann is een chronische anorexia-patiënte die met de moed der wanhoop blijft vechten voor genezing, erkenning en een beter leven. Ze doet er alles aan om te genezen, maar haar omgeving – inclusief artsen en therapeuten – betuttelen en wantrouwen haar en weten zich zelf totaal geen raad met haar toestand. Men reageert vaak op een manier (wantrouwend, betuttelend) die Ann alleen nog maar bozer en zieker maakt. Juist die foute reacties maken dat je als patiënt aandacht gaat vragen voor het onbegrip en voor je lijden. Iedereen wil erkenning en serieus genomen worden, rechtvaardig benaderd en behandeld worden.

Als het tussen je oren zit, dan meent men (vaak) onterecht dat je sterker bent dan je aandoening, alsof je lichaam ook altijd sterker is dan je tumor(en). Niet dus. Dit is het hem nou net: bij een psychische aandoening ben je verzwakt tussen je oren, en ziek. Je bent niet gek, slap, zwak of wat dan ook. Vaak is de aandoening ‘simpelweg’ nog sterker dan jezelf. Echter, ook mensen met een chronische psychische ziekte als anorexia moeten wel beresterk zijn, want het kost onnoemelijk veel energie en kracht om met zo’n aandoening en die dagelijkse ellende te moeten leven! Daar staan andere mensen zelden voldoende bij stil!

De omgeving ontwikkelt te weinig inzichten! Het is heel frustrerend als je als patiënt voortdurend wordt geconfronteerd met foute, onjuiste conclusies van anderen (ook van artsen en therapeuten) over je kwaal en je eigen houding/gedrag. De omgeving oordeelt vaak en stelt geen vragen, luistert niet. Ze vertellen je wat eraan je mankeert en wat je zou moeten doen om te herstellen, maar ze stellen geen vragen en nemen je antwoorden en verklaringen niet serieus. Want je bent ziek tussen je oren en dan zal er wel helemaal niks deugen van wat je doet en zegt. DAAR zit de logische en begrijpelijke frustratie en pijn van veel mensen met een stoornis. Hoe er met ze wordt omgegaan, wat ze allemaal aan lariekoek moeten slikken, lariekoek die de ‘gezonde’ mensen als absolute waarheden verkondigen. Want zij zijn gezond en jij bent ziek en dus hebben zij de wijsheid in pacht en jij niet! In feite word je dus als een minderwaardige behandeld! Dat doet je innerlijke vrede en je herstelproces beslist geen goed, integendeel: het verergert je pijn en gevoel van absolute eenzaamheid en moedeloosheid!

Artsen en therapeuten geven niet vaak/meestal niet toe dat hun therapie en kennis niet voldoende zijn om je te kunnen helpen, laat staan je te kunnen genezen. Maar vooral als mens, als medemens – op het gebied van de menselijkheid – laten ze het schromelijk afweten. Te weinig of zelfs helemaal geen echte interesse, betrokkenheid, meedenken, begrip, warmte, meeleven en aandacht.

Het komt niet bij de mensen in je omgeving op om zich af te vragen of zij misschien anders en beter kunnen reageren en moeten leren omgaan met jou en je kwaal. Immers, zo denken ze: jij bent ziek tussen je oren en niet zij. Dat is een grove denkfout, want ook mensen die niet (opvallend) ziek zijn tussen de oren, maken fouten en zich – vaak onopzettelijk en onbewust – schuldig aan fout gedrag. Wanneer men niet naar het eigen gedrag wil kijken en men dat gedrag niet wil verbeteren, dan houdt alles op. Dan is er geen enkele ontwikkeling mogelijk, althans geen constructieve.

Mensen met een psychische stoornis en dus ook met een eetstoornis worden vaak gek van het zoeken naar de oorzaken. Zo ook Ann in het boek. Duizenden verschillende verklaringen en oorzaken worden er door professionele hulpverleners, de omgeving en zelfs door de zeer empathische schrijfster gezocht voor in dit geval de eetstoornis. Men gaat er daarbij altijd vanuit, dat de patiënt zelf of iemand in de omgeving verantwoordelijk is voor de ziekte en dus foute gedragingen heeft.

Maar iedereen heeft goede en slechte gedragingen, alleen zijn de gevolgen niet altijd zo groot. Zeker, men moet altijd proberen om anderen op hun fouten te wijzen en zelf in de spiegel te kijken, maar bij een chronische ziekte die al zo lang duurt, zijn de oorzaken meestal van geen enkel belang meer. Die zijn al van veel te lang geleden. Meestal lijdt men dan vooral onder de symptomen en vicieuze cirkel die heel wat dagelijkse ellende en nieuwe stoornissen veroorzaken.

Alsof het niet gewoon genoeg is dat Ann in haar jeugd is misbruikt en in een negatieve sfeer moest opgroeien… Is dat niet voldoende reden om het evenwicht te verliezen? Ziek worden door de omstandigheden, door de ervaringen.

In plaats van te blijven wroeten in iemands hoofd, gedrag en verleden, is het veel beter om dat psychologiseren en analyseren achterwege te laten en te proberen om iedere dag goede keuzes te maken en bij iedere slechte keuze weer gewoon opnieuw te beginnen.

Een dagindeling met voldoende plezier, frisse buitenlucht, ontspanning, rust, een relaxte houding, sociale contacten en leuke en zinvolle bezigheden en een vast ritme, dat is heel belangrijk, ook voor gezonde mensen. Het dagelijks leven als houvast. Het dagelijkse leefpatroon als leidraad en medicijn. Al kun je weinig en is je leven kut, hoe maak je het dan toch zo aangenaam mogelijk? Dat is levenskunst!

En: men moet niet inzetten op genezing, maar op een zo aangenaam mogelijk leven. Misschien komen de verbetering en genezing dan vanzelf. Vanuit ontspanning en levensgeluk treedt vaak verbetering op.

Aangezien de psychische kwaal sterker is dan de sterke patiënt – zoals kanker sterker kan zijn dan je vechtende lijf – heb je hulp nodig. Praktische en emotionele bijstand/steun en warmte én iemand die je helpt om je angsten steeds weer op te zoeken en in de ogen te kijken. Vermijdingsgedrag is altijd funest. Maar zonder betutteling. Als de anorexia-patiënt niet of maar weinig KAN eten, heb er dan begrip voor, maar voorkom dat de patiënt het voedsel en het eten (de handeling) helemaal vermijdt. De patiënt WIL wel eten, hou dat in gedachten. Begeleidt hem of haar daar bij.

Voor iedere patiënt is het nefast om teveel bezig te zijn met zijn of haar ziekte en al zeker op een negatieve manier die geen vruchten afwerpt. Eindeloos blijven wroeten in je psyche, verleden en oorzaken helpen niet. Integendeel. Vaak vind je toch geen precieze antwoorden. Beter kun je leren om dat navelstaren en analyseren wat meer achterwege te laten en los te laten. Niet dat je dan zal genezen of dat je ziek blijft door je gedrag (die ziekte zit er nou eenmaal!), maar je kan dan iets makkelijker omgaan met je situatie en ziekte. Dat is ook al winst.

Probeer vrede en vriendschap te sluiten met de lelijke of lelijke kanten van mensen en de werkelijkheid. Het verandert toch niet. Je kan hoog en laag springen, maar als je ziekte sterker is dan jezelf, dan blijft dat zo. En mensen veranderen niet zomaar ten goede. Je hebt geen macht over ze. Als mensen hun eigen fouten niet kunnen of willen inzien, erkennen en toegeven, dan krijg je geen schuldbekentenis, oprechte interesse en begrip van ze en dan zal jij geen recht worden gedaan. Zie daar mee te leven.

Hang de witte vlag uit, je bewijst jezelf er een dienst mee. Probeer te roeien met de riemen die je hebt en er het beste van te maken. Oordeel niet te hard over mensen die in gebreke blijven. We blijven allemaal min of meer in gebreke. Vaak bedoelen mensen het toch goed, zeker mensen die van je houden. We zijn allemaal gemankeerd en behept met tekortkomingen. Kijk naar wat WEL fijn is, WIE wél lief is voor je. En probeer daarvan te genieten, daar dankbaar voor te zijn!

Je kan wel boos blijven en die innerlijke onvrede blijven voeden, maar daarmee vergiftig je jezelf en de mensen die ondanks alles toch van je houden. Dan maak je alles onopzettelijk nog erger dan het al is.

Probeer leuke dingen te doen, al kun je nog maar weinig. Zoek creatief naar het aangename! En blijf ook kort maar krachtig je grieven uiten!

http://www.bloggers.nl/rolanddanckaert

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s