Tegen angst doe je niet veel

Ik ben een heel gevoelig mens én bang aangelegd, al heeft dat angstige karakter zich tot een angststoornis ontpopt door alle angstaanjagende en beangstigende situaties waarin ik reeds als kind verzeild ben geraakt en door de duizenden zeer zware op zichzelf traumatische paniek- en angstaanvallen vanaf mijn adolescentie.

Maar goed, als kind was ik doodsbang voor vreemde en vooral luidruchtige mensen, honden, diep water, hoogte, afgronden, groepen mensen, nieuwe ervaringen, meisjes, nieuwe sociale omgevingen, veranderingen, ongelukken en snelheid (in de auto bijvoorbeeld). En dan extreem bang, hé?!

Nee, ik durfde niet met die stoere oom een ritje achter op de motor te maken. Dat durf ik nog altijd niet. En nee, ik durfde niet die hoge ladder op of hoog te klimmen op het wandrek of in de touwen in de gymzaal. En ja, terwijl de rest van de klas al in het diepe zwembad speelde, liep ik nog verschrikt en verkrampt te wandelen in het ondiepe.

Op meisjes afstappen? Doodeng! Naar de buurjongen met die welbespraakte en erg aanwezige vader? Liever niet! Het initiatief nemen om iets af te spreken met vrienden? Nee! Ik vond bijna alles eng, en ik vind nog steeds heel veel dingen griezelig. Echt enge dingen zoals operaties, narcose, de dood, vechthonden, zwemmen in zee en met 200 kilometer over de drukke Autobahn rijden, vind ik dus al helemaal doodeng. Als ik een ambulance of lijkwagen zie rijden, raak ik beneveld door paniek.

Zeker, sommige angsten kun je overwinnen. Ik heb zelfstandig maar in het bijzijn van mijn onmisbare vrouwlief – die als enige rekening houdt met mijn angsten en als enige weet hoe te reageren – mijn panische vliegangst overwonnen en ik ren niet meer hard weg als ik op een kilometer afstand een hondje zie. Sommige honden heb ik zelfs leren vertrouwen en liefhebben. Dat is voor mij al heel wat. De angst voor de tandarts heb ik onder controle gekregen, ook weer geheel zelfstandig.

Ik heb  een angststoornis zoals straatvrees op eigen kracht overwonnen, al heb ik wel nog heel erg veel en al heel lang last van pleinvrees en van levensgevaarlijke paniekaanvallen op de autoweg (als ik zelf moet sturen), maar die angsten worden mede veroorzaakt door de geestelijke en lichamelijke zwakte/uitputting.

Ik zal echter nog steeds niet de ladder op klimmen om de goot schoon te maken (vrouwlief doet dat), ik zal nog steeds niet in het diepe zwemmen (hooguit eventjes aan de kant, zodat ik me ieder moment kan vastgrijpen), ik maak me nog steeds uit de voeten als ik een hond zie die ik er eng uit vind zien, ik durf nog steeds niet op het dak van een hoog gebouw te staan zonder het gevoel te krijgen dat ik ga springen of zonder duizelig te worden en ik vind het nog altijd lastig om me in nieuwe sociale situaties te begeven en mensen te ontmoeten die ik niet ken of die ik reeds lang niet heb gezien.

Angst zit in mijn genen, maar mijn angstsysteem is dus ook verstoord geraakt door mijn trauma’s. Het is bekend dat heel gevoelige wezens met een bewogen leven meer kans maken op het ontwikkelen van een angst- en/of paniekstoornis, al kunnen zelfs ongevoelige(re) mensen een angst- en/of paniekstoornis krijgen.  En let wel: iedere fobie is anders, er zijn vele gradaties in angsten en ieders beleving verschilt.  Niets en niemand generaliseren of over één kam scheren, altijd blijven kijken naar het individu en de unieke situatie (die altijd bestaat uit een unieke mix van oorzaken, gevolgen en situaties).

Kijk, ik probeer mijn angsten heus wel te relativeren. Ik ben als de dood voor de dood, maar ik weet dat doodgaan doodeenvoudig is. Ik ben heel bang voor ziekenhuisopnames en operaties, vooral met veel snijwerk en narcose, maar de meeste mensen overleven dat wel (behalve dan een tante van me – het lieve mens). Ik ben heel bang voor kanker, een beroerte, een hartaanval of een spierziekte, maar als het je eenmaal treft, dan is het zeker niet leuk, maar een mens lijdt nog het meeste van het lijden dat hij vreest. Mijn moeder heeft kanker en chemo en bestralingen gehad en leeft nog en mijn Limburgse opa en Zeeuwse oom overleefden allebei diverse hartaanvallen en operaties voordat ze het loodje legden.

Maar angst is een raar fenomeen. Ik heb een paar jaar geleden – ik was al grijs – een keer in een pretpark in een zweefmolen gezeten die vrij hoog en hard ging en ik heb echt om mijn moeder geschreeuwd. Ik was duizelig en doodsbang. Ik had mezelf van tevoren nog wel ingeprent dat ik het durfde, dat alle anderen ook niet bang waren, dat me niets kon gebeuren… Maar als je bang bent, dan ben je bang, daar helpt geen lieve moedertje aan. Ik wist dat me niets kon gebeuren, maar ik vond het tegen wil en dank echt doodeng. Mijn lichaam trok het bijna niet, en mijn geest daardoor ook niet. Of omgekeerd.

Ik ben dus heel gevoelig en ervaar alles heel intens, als overweldigend.  Daardoor maak ik overal een heel groot probleem van en heb ik sterk de neiging tot sterke overdrijvingen. Maar ik ervaar het dan ook echt allemaal overdreven intens en daar kan ik niets aan doen, zo ben ik.

Ook andere dieren dan mensen kunnen zo gevoelig en angstig zijn. Onze aanlooppoes Lola bijvoorbeeld is een heel voorzichtig diertje. Je mag over haar nageltjes aaien en ze heeft nog nooit naar iemand uitgehaald (zegt haar baasje), maar ze is en blijft vrijwel altijd heel alert, op haar hoede en ze schrikt heel erg snel en dan hevig, zelfs van en bij ons, terwijl we haar – als ze wél ontspannen is – overal mogen aaien en krabben.

Aan geaardheid doe je nou eenmaal helemaal niets, of althans heel weinig.

Daarom vind ik het al knap van mezelf dat ik enkele panische angsten heb ingedamd of zelfs helemaal heb overwonnen en dat ik jarenlang met vreselijke vliegangst, een burn-out, pleinvrees én hoogtevrees toch heel verre vliegreizen heb gemaakt en al die angsten en spanningen en lichamelijke kwellingen het hoofd heb geboden, en in die omstandigheden journalistje heb gespeeld. Dat bewijst mijn dapperheid en doorzettingsvermogen, mijn wilskracht.

En ondanks mijn pleinvrees en de uitputting blijf ik iedere dag de hort op gaan om te voorkomen dat ik anders nog banger word voor het buiten en onder de mensen zijn. Dat doet niet iedereen mijn na, kan ik je op een briefje geven.

Maar een angsthaas blijf ik, want dat ben ik, van nature. Een wezel is een wezel en geen leeuw.  Onderweg ben ik altijd bang voor een ongeluk, of we nou in de trein, de bus, het vliegtuig of de auto zitten. Niet zo bang dat de angst me naar de keel grijpt, maar wel gespannen-bang en alert. Om maar een voorbeeld te noemen. In een achtbaan op een kermis of pretpark krijg je mij niet. Op de bovenste ring van een stadion heb ik onverdraaglijke hoogtevrees en ik ben altijd bang dat onze kinderen of mijn vrouw iets overkomt en dat we aan het verdriet onderdoor zullen gaan.

Er is geen kruid tegen gewassen. Het zijn bovendien te hevige en teveel angsten om allemaal succesvol te kunnen aanpakken.

Ik verwens het leven dat er zoiets bestaat als nutteloze en heel vervelende angst en paniek. Ik weet heus wel dat angst nodig is om je voor gevaren te behoeden, maar mijn angsten gaan voorbij die instinctieve, nuttige angst. Dat is immers het kenmerk van een heel bange geaardheid en van een angststoornis.

http://www.rolanddanckaert.bloggertje.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s