Ik heb geleerd om niets te laten merken…

“Jij gaat met me mee op interview,” wees de ervaren journalist naar mij. Ik vond het eng, mee op reportage met een doorgewinterde prof. Het was de eerste dag van mijn snuffelstage bij de krant en ik was verlegen én bang voor nieuwe mensen en situaties. 

Maar er was meer waardoor ik me ongemakkelijk voelde. Ik bespeurde iets bij mijn mentor dat me niet beviel. Iets met seks. Een van zijn collega’s probeerde me te redden door te opperen, dat het geen zin had dat ik meeging naar het interview met een met pensioen gaande directeur van een jeugdinternaat voor moeilijk opvoedbare jongens.

Ik voelde dat deze collega dit zei om mij te beschermen, niet omdat hij dacht dat ik de missie zou verknallen. De senior-verslaggever – op de burelen van het dagblad hoog in rang en aanzien – stond er evenwel op dat ik hem zou vergezellen. Mijn redder in nood gaf het op, maar met gewetensbezwaren (zag/merkte ik).

Een half uur later zat ik naast Peter M. in zijn lichtblauwe lelijke eend. Buitengewoon opgelaten voelde ik me. En ja hoor, het duurde niet lang of de crack legde zijn rechterhand op mijn knie, terwijl hij me haast verliefd aankeek, waarbij hij zijn gele tanden bloot lachte.

Met een uiterst pijnlijke glimlach en een totaal verstard lichaam beantwoordde ik zijn versierpoging. Gelukkig begreep hij de signalen en was hij niet het type dat zijn zin in dit opzicht doordreef.

Tijdens het interview met de directeur – kalend, bril met dik, zwaar montuur, geruit colbertje, pijp rokend (de klassieke ouderwetse directeur die met jongeren werkt – een karakter van Bordewijk) – zweeg ik. Het gesprek – doorspekt met chronologische feitjes – vond ik zeer oninteressant en ik kon me er moeilijk op concentreren, ook al omdat ik gespannen was vanwege mijn eerste journalistieke ‘opdracht’ voor het ‘echie’. In die tijd was ik bovendien alleen maar geïnteresseerd in sportnieuws, en dan met name over Ajax, het Nederlands elftal en toptennis.

Aan het einde van het onderhoud liet mijn ‘leermeester’ mij een vraag stellen aan de afzwaaiende directeur. Geheel kenmerkend voor mijn ware, gevoelige aard vroeg ik aan de man wat hem al die jaren had gedreven, waarom hij dit werk met moeilijke jongens had gedaan.

Zijn antwoord op mijn vraag werd de kop boven het verhaal, zag ik de volgende dag in de krant. Ik voelde een mengeling van trots en van verwarring. Had deze trouwens allang overleden journalist – van wie ik later via zijn en inmiddels mijn collega’s hoorde dat hij getrouwd was, maar op jonge jongens viel – mijn vraag en het antwoord daarop zo goed gevonden, wilde hij mij – onzeker als ik overduidelijk was – een hart onder de riem steken of kwam zijn keuze voor deze kop voort uit zijn geilheid? Had hij bij het tikken van het verhaal – met een stijve – aan mij gedacht?

Hoe kon het, dat hij zijn verhaal in de krant had opgehangen aan die ene vraag die ik aan de directeur had gesteld, terwijl hijzelf een uur met hem had gepraat en zo ervaren was? Kon ik – volslagen groentje in de verslaggeversorde –  dan betere of meer relevante/prikkelende vragen stellen dan een man met dertig jaar journalistieke ervaring?

Deze ervaren rot bleef nog jarenlang heel vriendelijk en lief tegen me doen. Maar hij heeft me nooit meer aangeraakt. Of was hij het die achter me kwam staan en overduidelijk geil mijn schouders masseerde, ook een moment waarbij ik me heel opgelaten voelde? Ik weet het niet eens meer! Verdrongen misschien.

Ik vermoed dat hij had gehoopt dat ik ook homo was en op zijn avances of signalen was ingegaan. Ik had evenwel het geluk, dat deze journalist iemand was die weliswaar wat probeerde bij mij – of polste – maar niet verder ging dan dat, niets probeerde te forceren. Maar ik was opgelucht toen hij dood was. Nooit meer hoefde ik me ongemakkelijk te voelen in zijn bijzijn… De dood van sommige mensen is ronduit een opluchting, hoe bot dat ook klinkt. Het is zo, en dat ervaren we allemaal wel eens. Ik ken een paar weduwen die na de dood van hun etter helemaal opleefden…

Jaren later had ik een nog meer verregaande ervaring met een Surinaamse man – hij gaf onder andere danslessen en werkte voor de kerk – die me altijd vriendelijk groette. Mijn zussen hadden nog dansles van hem gehad en vonden hem heel vriendelijk, net zoals ze hun rij-instructeur zo leuk vonden.

Die rij-leraar groette me altijd joviaal als hij een van mijn zussen kwam oppikken voor een rijles en ik op straat aan het voetballen was met mijn buurjongen Marcel (ik durfde zelden naar Marcel toe, omdat ik verlegen was en bang was voor zijn – heel normale! – ouders. Dan zat ik vaak uren te hopen dat hij naar me toe zou komen – met bal – om te vragen of ik zin had om te voetballen, en dat had ik altijd. Hij wist dan niet dat ik de tijd en het lot daar al uren om zat te smeken. Trouwens,  we hebben in totaal wel een heel jaar zonder pauzes gevoetbald samen, maar kwamen zelden bij elkaar thuis, zoals ik uitgaansvrienden heb gehad bij wie ik nimmer thuiskwam, van wie ik niet eens wist waar ze precies woonden).

Maar toen ik rijles van hem had, was hij een narrige, gespannen man die me al snel verweet dat ik geen gevoel had voor autorijden. Ik ben bij hem gestopt, want ik werd nog meer gespannen van die man dan ik al was. Daarna kwam ik terecht bij een praatzieke, oude mevrouw die me uit mijn concentratie haalde, en uiteindelijk kwam ik uit bij de voor mij juiste instructeur, lekker relaxed en rustig.

Dus toen die Surinamer aan me vroeg of ik zin had om bij hem thuis wat te drinken en wat te praten, voelde ik geen nattigheid (mijn zussen liepen met hem weg en hij leek mij heel erg leuk). Later zou ik leren dat je nooit moet afgaan op de ervaringen van anderen met iemand en op de aanbevelingen van anderen over iemand. Mensen hebben me al zo vaak getipt over een therapeut die ze zogenaamd geweldig vonden, en die in mijn geval bagger bleek te zijn, of gewoon een ordinaire geldwolf en kwakzalver…

Nattigheid voelde ik zelfs niet toen de Surinaamse man vertelde dat hij sportmasseur was en me uitnodigde voor een massage om de spieren los te maken. Totdat ik – voordat ik het wist (ik durfde geen ‘nee’ te zeggen!) – boven op zijn slaapkamer op zijn bed lag, hij mijn onderbroek uittrok, terwijl ik al op mijn buik op het matras lag en hij zichzelf vliegensvlug had uitgekleed.

Weer dezelfde verstarring van lichaam en geest. “Ontspan,” zei  de grote, dikke, zware neger maar steeds, terwijl hij me – vrij normaal – bleef masseren. Vrij normaal, totdat ik me op mijn rug moest draaien, en hij al snel mijn piemel begon te masseren. Ik raakte in paniek, maar durfde niets te laten merken. Ik was bang voor verkrachting, had nooit voor mezelf leren opkomen (mijn ouders probeerden andere mensen altijd te plezieren door overdreven vriendelijk te doen) en ik wist dat ik niet zou zijn opgewassen tegen de kracht van die grote, bebaarde man die zo sterk was als een beer.

Mijn pik werd geen moment stijf, alleen maar slapper door de afkeer, angst, stress en spanning. Weer had ik het geluk dat ook deze homo niets trachtte te forceren, dat het geen aanranding of verkrachting werd. Hij stak een verhaal af over zijn moeder die hem altijd had verteld, dat hij zijn piemel goed moest verzorgen. Hij complimenteerde me met mijn volgens hem mooie, vrouwelijke lichaam (precies wat een jongeman wil horen! Not!).

Opeens was het voorbij. Volgens mij had hij zelf ook geen erectie gekregen. Godzijdank. Ik mocht me weer aankleden, en hij hulde zich weer in z’n altijd zwarte outfit.

Weer eenmaal beneden in zijn woonkamer vroeg hij me wat ik van hem dacht. Ik was nog steeds van slag door wat er was gebeurd , maar liet nog steeds niets merken. Niets laten merken, daar was ik heel erg goed in. Niemand kon wat aan me zien, aan de buitenkant. Niemand kon ooit vermoeden hoe ik me voelde, hoe verschrikkelijk ik me voelde en hoe erg ik leed onder de situatie thuis. Ik was de beste acteur van de wereld.

Voor mijn doen, antwoordde ik de masserende dansleraar eerlijk. Ik zei: “Wat ik van u dacht? Dat u homo bent!” Dit antwoord irriteerde hem zichtbaar. “Wat maakt het uit of ik homo ben? Wat doet het ertoe of je hi-ba-bo bent?

Ik was blij toen ik weer buiten stond, alleen. Op de een of andere vreemde manier heb ik mezelf vlak daarna afgetrokken, terwijl ik aan seks met hem dacht, terwijl ik dat niet wilde. De geest zit zo bizar in elkaar, maar ja, het hele leven is één grote bizarre en barre, complexe vertoning…

Nog jarenlang kwam ik de ‘masseur’ regelmatig tegen op de fiets, maar ik probeerde hem vanaf dat ene bezoek bij hem thuis te ontwijken. Ik deed alsof ik hem niet zag, terwijl ik hem vroeger altijd spontaan en bewonderend had gegroet. Op een gegeven moment hoorde ik dat hij dood was: doodgevroren op het station, tijdens een winternacht.

Ook deze homo of bi-man had iets geprobeerd, omdat hij bepaalde behoeften/lusten had, en ik ben – misschien vanwege mijn zachte karakter en niet geheel onknappe voorkomen – altijd in trek geweest bij homo’s.

Zo voelen vrouwen zich zo vaak wanneer mannen kijken hoe ver ze kunnen gaan, wanneer ze polsen of de vrouw in is voor meer en dan handtastelijk en misleidend worden…

Deze ervaringen hebben wel wat gedaan met mijn houding ten opzichte van mannen. Mijn vader was ook al de stoorzender van mijn/ons geluk. Het waren vrijwel altijd mannen die me vervelende gevoelens bezorgden. Sommige onderwijzers op de lagere school ook al. Die konden om niets uitvliegen en heel kwetsende dingen zeggen.

Onbewust leerde ik dat ik op mijn hoede moest zijn voor mannen, de goedzakken niet te na geschreven. Mannen brachten vaak ellende. Later waren het huisartsen, schoolhoofden en een vervelende psycholoog die me teleurstelden en het bloed onder mijn nagels vandaan haalden. Vrouwen waren meestal liever. Op televisie zie je ook meestal mannen die de boel verstoren, verzieken en verpesten. Het zijn meestal de mannen die opdracht geven tot oorlog en die oorlog voeren.

Oh ja, en dan was er nog die inmiddels gepensioneerde  paranormaal genezer die wel wat kon, maar die zijn patiënten totaal geen spreekruimte gaf en die deed alsof hij alles helderziend zag en voelde en daarop zijn adviezen baseerde, terwijl hij nooit heeft geweten en heeft willen weten wat ik nou exact mankeerde, beleefde en voelde. Ik vraag me af of zo iemand aan het einde van zijn loopbaan vindt dat hij alles zo goed mogelijk heeft gedaan en geen fouten heeft gemaakt, sommige dingen beter anders had moeten doen. Waarschijnlijk vindt hij dat hij zijn stinkende best heeft gedaan en is hij niet gevoelig voor zelfkritiek of voor kritiek van anderen. Naar trekje.

Vroeger dacht ik met mijn minderwaardigheidscomplex altijd dat anderen beter waren en het beter wisten dan ik – mijn leeftijdsgenoten waren bijna allemaal stoerder, sterker en soepeler in de omgang, meer ontspannen, vrijer, en mijn vader hemelde altijd andermans kinderen op ten nadele van ons – en ik heb die paragnost ook heel lang kritiekloos op handen gedragen en geloofd. Alles wat hij zei, was heilig voor mij. Hij deed zelf alsof hij almachtig was.

Onderhand weet ik dat het juist omgekeerd is: ik ben juist vaak degene die liever is, die leuker is, die het beter weet, die menselijker is, die eerlijker is, die meer inzichten heeft! Ik zal nooit arrogant en betweterig worden en ik zal altijd charmant onzeker, dienstbaar en twijfelaar blijven, ik zal altijd open blijven staan voor goede meningen van anderen, maar ik heb geleerd om zelf na te blijven denken en eerst en vooral bij mijzelf te rade te gaan, te vertrouwen op mijn eigen instinct, intuïtie, kennis, wijsheid, doorzettingsvermogen, perceptie, beleving en intelligentie.

Mijn enige echte nare ervaring met een vrouw was met de autistische (asperger) UWV-arts die ik wel had kunnen schieten vanwege haar harteloze, onwrikbare onbegrip. Oh ja, en met enkele leraressen op de Middelbare School van de kinderen. De details zal ik u besparen.

Mensen in het algemeen zijn haast niet te vertrouwen en zijn sowieso minstens zo gemankeerd als ikzelf, de positieve uitzonderingen daargelaten. Mannen evenwel nog net iets minder dan vrouwen, lijkt wel (in mijn leven, ik weet niet hoe het bij u/jou is…).

http://www.Achterdetraliesvandeangst.jouwweb.nl

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s