De Cotswolds: bijzonder mooi en bijzonder druk

Als ‘Engelland’-liefhebber kun je eenvoudigweg niet heen om The Cotswolds, een heuvelachtig gebied met honderden jaren oude dorpjes en stadjes in het midden van Engeland. The Heart of England is bijzonder mooi en bijzonder druk!

door Roland Danckaert

Op drie uur rijden van Dover en op nog geen twee uur karren van Londen liggen The Cotswolds, gelegen in verschillende graafschappen, maar met name in het graafschap Gloucestershire, met het stadje Stow-on-the-Wold als oudste en hoogst gelegen plaats. Je vindt er behalve vriendelijke, beschaafde mensen veel okergeel-kleurige huisjes uit bijvoorbeeld de zestiende en zeventiende eeuw, alsmede redelijk veel antiekzaakjes, oude pubs en andere kleine eenmanswinkeltjes. De mooiste dorpjes zijn volgens ons (in willekeurige volgorde) Castle Combe, Broadway, Bibury, Chipping Campden, Painswick, Bourton-on-the-Water en LaCock.

Wie echter had gedacht dat The Cotswolds heel landelijk en rustig zijn, komt bedrogen uit. Dit bijzondere en ook wel bijzonder mooie gebied is bijzonder druk. Door de meeste dorpjes en stadjes loopt een heel drukke straat en overal staan en rijden auto’s. Dat is heel erg jammer. Het is een beetje als ijsklontjes in je warme koffie of als lelijke, rotte tanden in de mond van een mooie vrouw.

UITSTAPJES

Onze eerste stopplaats na aankomst in het ook niet onaantrekkelijke Dover was Guildford, gelegen in het graafschap Surrey. Het is een levendige stad met een prettig en mooi centrumpje. Ongeveer twintig kilometer ten zuiden van Guildford ligt het alleraardigste dorpje Chiddingfold met een steengoede en leuke pub en kerk bij The Green. De weg er naartoe is bovendien lieflijk.

Vanuit onze standplaats Swindon – naargeestige stad – maakten wij in The Cotswolds uitstapjes naar de historische plaatsen Bath en Oxford. Door Bristol hebben we alleen maar gereden: het is alles bij elkaar geen onaardige stad, maar de bezienswaardigheden liggen er uitermate ver uit elkaar, heel versnipperd. Ongeveer twintig kilometer ten zuiden van Bristol ligt de prachtige stad Wells waar vooral de machtig mooie kathedraal je fotocamera overuren laat maken en je blik verwent. De steden Malmesbury, Cirencester en Gloucester (kathedraal) zijn eveneens de moeite waard. Een bezoek aan de megalieten van het plaatsje Avebury in het graafschap Wiltshire is zeer aan te bevelen: de grote stenen vormen een zeer oud heiligdom (ouder dan Stonehenge dat zou dateren van 2300 voor Christus).

KERKEN

De kerken in Engeland en ook in The Cotswolds zijn nog een heel levendige plek. Vrijwel de hele dag door kun je er terecht voor een gratis rondleiding, (artistieke) exposities, souvenirs en thee en koffie, en soms zelfs voor scones en cake.  Er wordt gelachen, de kinderen hebben er hun eigen speelhoek en je kan er boeken lenen. De Engelsen hebben blijkbaar wél begrepen hoe je een kerk nog onderdeel laat zijn van de samenleving en hoe je inkomsten kan genereren.

PUBS

In Engeland kan je overal goedkoop (ongeveer 8 pond per gerecht) en lekker eten in de pubs, de cafés die bijna allemaal eten serveren:  de menukaart bestaat vrijwel altijd uit salades, hamburgers, hot dogs, soepen, sunday roast, pasteitjes, sandwiches, lasagne en Indiase curry. Ik ben een liefhebber van de Engelse ale en bestel bij het eten altijd een pint (ongeveer een halve liter). Soms zit het drinken bij het eten inbegrepen (aanbieding). Ik kies bij voorkeur voor de lokale bieren van de tap. Mijn vrouw en zoon zijn dol op het vruchtensapje J2O (appel-mango).

ENGELLAND

Niet voor niets schrijf ik Engelland in plaats van Engeland. Wij komen er – net als op andere plaatsen in Europa en de rest van de wereld – heel graag. De mensen zijn er over het algemeen behulpzaam, vriendelijk en open.

Engelsen hechten erg aan vroeger. Niet voor niets worden ze conservatief genoemd. Ze integreren hun oude spullen en herinneringen aan vroeger graag in het heden en liefst laten ze het zoals het was, met zeer veel respect voor de schoonheid en de waarde van dingen en gebruiken van ‘toen’. Daarom zie je rond de kerken ook altijd van die oude grafstenen in het gras, denk ik, open en bloot en niet weg gepropt achter een hek en grote bomen.

Wij houden erg van oude architectuur, toen architectuur nog echt was verweven met de kunst (door de religie). Moderne architectuur kan qua vormgeving, groene energie, uitstraling, comfort en beleving ook heel veel bieden, maar is toch minder interessant en kunstzinnig (zonder beelden en ornamenten). Net als veel andere landen in Europa – vooral Italië, Portugal en Spanje  – heeft Engeland qua oude architectuur erg veel te bieden. De gewone huisjes in The Cotswolds zijn wat dat betreft uniek: heel oud, heel fotogeniek, heel specifiek ook.

Toch zag ik het Engeland zoals ik Engeland graag zie meer op de terugweg naar Dover. Via de prachtige stad Salisbury (niet overslaan!) reden we over de A272 (via Petersfield, Midhurst en Uckfield) terug naar de kust, waarbij we het geluk hadden dat onze navigatie ons over kleine, smalle maar heel leuke binnenweggetjes voerde. Minder bijzondere plaatsen dan in The Cotswolds, maar wel de heggetjes, smalle, zeer heuvelachtige weggetjes, stenen muurtjes en houten hekjes waar ik zo ontzettend dol op ben.

SNOEIHARD SNOEIWERK

Vrijwel heel Engeland is gesnoeid. We hebben vrijwel alleen maar gereden langs gesnoeide bomen en heggen. Volgens mij moeten ze daar duizenden fulltime-snoeiers in dienst hebben! Dat snoeien van de Engelsen is misschien wel kenmerkend voor hun aard, als ik even mag generaliseren: de Engelsen snoeien ook naar hartenlust in hun gedrag en uitingen, totdat er een soort van etiquette ontstaat die door de beugel kan.

KUST

Overigens verbleven we de laatste nacht, de dag voor onze overtocht, in het kleine kustplaatsje Hythe (Kent) waar trouwens op waarschuwingsborden staat geschreven dat je tijdens het zwemmen in zee niet de eventuele walvissen en dolfijnen mag aaien. We verbleven er in een oud Best Western-hotel aan de boulevard: omdat er geen airco was, sliepen we met het raam open. Geen straf, met de zeegeluiden op de achtergrond.

SAMENVATTEND

We hadden alle vijf een ander beeld van The Cotswolds dan de werkelijkheid ons toonde. We hadden gedacht dat het er rustiger, landelijker en knusser zou zijn en dat is dus absoluut niet het geval. Het zuiden van Engeland is hectisch.

Er is altijd en overal druk verkeer. Parkeren in de binnensteden is vaak onmogelijk. Parkeergarages zijn er dun gezaaid, losse parkeerplaatsen al helemaal. Je wordt in de grote steden geacht de Park&Ride te benutten waarbij je je auto op een parkeerplaats zet bij een bushalte. Soms moet je een pond of drie betalen voor het parkeren én apart voor het buskaartje (retourtje, meestal met groepskorting), maar vaak betaal je alleen voor de bus (soms maar 6 pond voor 5 personen).

The Cotswolds bieden unieke plaatsjes die je gezien moet hebben. Echter, ikzelf geef de voorkeur aan het noorden van Engeland, zoals het Lake District, The Dales en steden zoals Newcastle, York, Manchester en Liverpool. Op de een of andere manier vind ik het daar  – net als ten oosten van Londen, in en bij Canterbury – toch nog net wat leuker, maar dat is een kwestie van persoonlijke smaak. Aangezien het ons doel is om zoveel mogelijk van Engeland te zien, willen we toch ook Cornwall en Devon een keer zien. The Cotswolds waren zonder dat enorm drukke verkeer leuker geweest dan het nu was (en is), dus we weten wat ons in Cornwall en Devon te wachten staat, al is het in Dartmoor National Park natuurlijk niet (zo) druk met verkeer.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s