Aanvallers worden zelden goede (voetbal)trainers

De meeste voetbaltrainers in het betaalde voetballers waren als speler verdediger en/of middenvelder. Aanvallers worden – net als doelmannen (keepen heeft feitelijk weinig met het veldspel te maken) – zelden hoofdtrainer en nog meer zelden een goede hoofdtrainer. Hoe komt dat? Het antwoord is eenvoudig. Het uitleggen is moeilijker… 

door Roland Danckaert

Neem de trainers van de Eredivisieclubs die het afgelopen seizoen bij de eerste zeven zijn geëindigd. Er zit geen enkele ex-aanvaller bij. Cocu (PSV), De Boer (Ajax), Van Bronckhorst (Feyenoord), Van den Brom (AZ), Erik ten Hag (FC Utrecht), John Stegeman (Heracles) en Erwin van de Looi (FC Groningen) konden allemaal (heel) goed voetballen, maar geen van hen was aanvaller. Ron Jans van PEC Zwolle was aanvaller/aanvallende middenvelder, maar hij was ook docent Duits en had dus al didactische gaven die als trainer onmisbaar zijn.

Ex-topaanvallers of zeer aanvallend ingestelde middenvelders als Marco van Basten, Ruud Gullit, John van ’t Schip, Diego Maradona, Wim Kieft en Ronald de Boer zijn weinig succesvol gebleken als trainer of hadden/hebben geen ambitie om als hoofdcoach aan de slag te gaan.

In het internationale topvoetbal zijn er maar heel weinig coaches die in hun actieve voetbalperiode spits of buitenspeler waren. Johan Cruijff was een van de uitzonderingen. Echter, Nummer Veertien begon als spits, maar werd later de regisseur op het middenveld. Hij was een speler die instinct, intuïtie en talent combineerde met voetbalinzicht, teamgeest en een duidelijke voetbalfilosofie. Die combinatie is vrij uniek voor een voorhoedespeler.

De meeste (voormalige) spitsen en flankspelers speelden veel meer voor zichzelf dan middenvelders en verdedigers. Als jij degene bent die (creatieve) solo-acties moet maken en het voorin moet beslissen, dan ben je minder bezig met samenspelen, opoffering en de opbouw, zelfs nu zowaar van voorhoedespelers wordt verwacht dat ze hun (verdedigende) taken uitvoeren. Bovendien zijn de voorwaartsen niet alleen wat meer egoïstisch van karakter, ze spelen ook veel meer op gevoel, op intuïtie en minder dan de middenvelders en verdedigers met het koppie.

In zekere zin hebben keepers nog meer dan buitenspelers en afmakers een eigen agenda en een unieke rol binnen het team. Met je handen en hele lichaam ballen tegenhouden, is een heel ander genre dan wanneer je voetballer bent.

Verdedigers en middenvelders zijn meestal niet alleen heel andere type voetballers dan doelverdedigers en aanvallers, maar ook (compleet) andere type mensen. In het veld moeten ze veel meer dan doelmannen (die het meestal moeten hebben van hun reflexen) en dan de voorste twee of drie nadenken, dienstbaar zijn en het hebben van overzicht en inzicht, en buiten het veld zijn middenvelders en verdedigers dikwijls veel rationeler en meer bezig met het teambelang dan sluitposten en goalgetters.

Daarmee is verklaard waarom het meestal verdedigers en middenvelders zijn die trainer worden en die succes hebben als coach. Als je voor een groep staat, dan red je het niet (alleen) met voetbalkunde en intuïtie. Hoe leg je instinct en intuïtie – gevoelsmatige ingevingen – uit aan andere mensen (die dat creatieve niet of in minder sterke mate in zich hebben)? Als trainer moet je bepaalde oefenstof juist goed kunnen overbrengen. Je bent veel meer leraar dan (ex-)voetballer. Ook veel meer psycholoog dan oud-speler. Spitsen en doelmannen zijn vaak juist wat meer egocentrische eenlingen, zowel in als buiten het veld. Ze blijven meestal hun hele leven speler, althans denken, voelen en doen als speler. Dat helpt niet als je voortdurend bezig moet zijn met het groepsbelang en het groepsproces en boven een spelersgroep moet staan. Als trainer kun je niet alleen maar een van de jongens zijn! Je moet als trainer kunnen denken, voelen en doen, niet als speler.

Iemand die gewend is alles op gevoel en talent te doen, kan zich meestal moeilijk verplaatsen in meer rationele spelers, en omgekeerd. De wisselwerking tussen zulke tegenpolen loopt meestal spaak.

Trainers zijn met de keeper en de spitsen meestal snel klaar. De doelman moet de ballen tegenhouden, communiceren met z’n defensie en het spel goed en snel hervatten. Meer kan er eigenlijk niet gezegd worden door een hoofdtrainer tegen een keeper. De spitsen dienen weliswaar hun (verdedigende) taak in acht te nemen, maar moeten vooral acties durven maken en op het juiste moment de bal afgeven en aan een ander gunnen, maar als het kan of moet voor eigen succes gaan.

Verdedigers en middenvelders vormen de ruggengraat van een elftal. Zij moeten zorgen dat de bal niet te vaak te dicht in de buurt van de eigen goal komt en zo vaak mogelijk bij het vijandelijke doel terecht komt, zodat de spitsen hun slag kunnen slaan. Ze hebben daarmee veelvoudige en grote verantwoordelijkheden, meerdere ingewikkelde taken. Zij vormen het tactische geraamte van een team. Het behelst veel meer en vereist veel meer overzicht en denkwerk om te moeten verdedigen en tegelijkertijd op te bouwen dan ballen tegen te houden of goals te maken. Er komt veel meer inzicht, verstand en tactisch vernuft bij kijken, terwijl het dus bij keepers gaat om de reflexen en bij de aanvallers om hun creativiteit.

Natuurlijk is niet iedere voormalige verdediger of middenvelder geschikt als coach. Niet iedere back of iedere nummer 6 kan even goed met mensen omgaan en heeft didactische gaven. Maar het is wel zo, dat verdedigers en middenvelders overduidelijk vaker trainer worden en betere coaches worden dan keepers en aanvallers. En eigenlijk is dat dus helemaal niet zo vreemd. Het heeft alles te maken met wie je bent en waar je goed in bent. Pingelvotten en spelers met een neusje voor de goal zijn meestal creatief en intuïtief – de artiesten onder de voetballers, de vrijbuiters – en worden zodoende geen middenvelder of verdediger, terwijl de middenvelders en verdedigers het vaak meer moeten hebben van hun werklust, inzicht en team-opoffering en daardoor ongeschikt zijn voor een rol als voorwaartse.

Trainers zijn strategen en docenten, en strategen en docenten zijn vaak niet ‘vrijbuiterig’, creatief en intuïtief zoals aanvallers. Ze denken na over de tactiek, hebben inzicht in die tactiek en sturen anderen aan. Spitsen sturen meestal niemand aan, die gaan hun eigen weg. En doelmannen zetten hooguit de verdediging goed neer bij een corner of vrije trap.

Verdorie, wat is het moeilijk om iets dat zo voor de hand ligt duidelijk uit te leggen! Maar ja, ik was dan ook een klassieke rechtsbuiten (op de trainingen de uitblinker, tijdens de wedstrijden een van de minderen) die het moest hebben van schijnbewegingen en voorzetten. Ik deed alles op gevoel. Het schrijven doe ik net zo zeer op gevoel. Misschien lukt het me daarom niet al te best om dit kort maar krachtig uit te leggen… Nou ja, ik heb een poging gedaan en volgens mij is dat streven lovenswaardig.

http://www.rolanddanckaert.bloggertje.nl

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s