Ongelukkig is uit de mode

Het woord ‘ongelukkig’ kom je nog maar zelden tegen. Een uitstervend woord-ras. Tegenwoordig heet diep ongelukkig zijn steevast een depressie, somberheid of een flinke dip. Terwijl een depressie toch echt inhoudt dat de lijder ongelukkig is. En van ongelukkig zijn, kun je van alles krijgen, van een beroerte, impotentie en een hartaanval tot lichte tot zeer sterke zelfmoordneigingen.

Kunnen genieten, ontspannen, lachen en lol hebben, behoren allemaal tot het arsenaal van het gelukkig zijn. Dat niet meer kunnen, betekent dat je ongelukkig bent, met vertakkingen naar de frustraties, het verdriet, de wanhoop, betonnen pessimisme en lusteloosheid.

De mate waarin je gelukkig en ongelukkig bent, varieert constant. Het is geen vaste staat van zijn. Je gemoedstoestand wordt bepaald door wat en wie je overkomen, je situatie, hoe je hebt geslapen en wat je hebt gedroomd, je biochemie, je omgeving (de sferen waarin je verkeert en het humeur van bijvoorbeeld je dierbaren, buren en collega’s), waar je je mee bezighoudt en hoe je dat doet, je geestelijke, emotionele, seksuele, spirituele en lichamelijke ‘staat van zijn’ en gezondheid en de mate waarin je geluk ervaart en teleurstellingen kan verwerken. Hoe gevoeliger je bent, hoe sterker je al die invloeden beleeft en hoe meer wisselend je buien zijn.

Je gelukkig of ongelukkig voelen… het wordt door tal van factoren beïnvloed en komt niet alleen voort uit de natuurlijke ‘(dag)temperatuur’ van je hart, buik en brein. Of anders geschreven: je hebt er deels geen invloed op en deels wel. En ook de mate van wel of geen invloed hebben, hangt weer af van diverse feiten en invloeden. Ieder ‘geval’ is uniek.

Ik vind het hoe dan ook jammer en raar dat we het woord ‘ongelukkig’ bijna niet meer gebruiken, terwijl het zo goed de lading dekt van iemand die het leven (even/tijdelijk of voortaan) niet meer (zo) leuk vindt.

Overigens kun je én lijden en toch gelukkig zijn, of in elk geval dankbaar en tevreden zijn. En er zijn mensen die nauwelijks lijden (lasten dragen, grote problemen en zorgen hebben) en zich desondanks ongelukkig voelen.

We moeten uitvogelen wat we zelf in de hand hebben en naar onze hand kunnen zetten en we dienen te accepteren dat we niet overal vat op hebben.

Persoonlijk voel ik me fysiek, mentaal en emotioneel zwaar belast en dikwijls zelfs gekweld, maar gelukkig zijn en ongelukkig zijn, wisselen elkaar bij mij steeds af. Ik heb in elk geval besloten om te proberen om mijn leven niet te laten beheersen door de zaken die vervelend, hinderlijk, jammerlijk, frustrerend en onverkwikkelijk zijn. Ik wil trachten zo leuk en goed mogelijk door te gaan en me niet teveel bezig te houden met de kommer en kwel ( de malaise ontkennen of helemaal negeren, dat werkt ook averechts en is niet verstandig), doch me op een ontspannen en leuke wijze vaak en veel bezig te houden met alle interessante en aangename zaken die niets met mijn kwellingen van doen hebben. Muziek, kunst, tv kijken, sport, de natuur, uitstapjes maken, reizen, eten en drinken, gezelligheid en het gezinsleven houden me op de been, geven me energie.

De ene dag of de ene periode lukt dat wat beter dan de andere dag of periode. Maar het loffelijke streven is er, en zorgt ervoor dat ik me vaker en meer (dieper) gelukkig voel dan wanneer ik dat doel niet voor ogen zou houden en me fatalistisch zou laten zakken in het moeras van de moedeloosheid en melancholie. Het komt desondanks geregeld voor dat ik ongewild met mijn neus en mond in dat moeras word gedrukt (ondanks mijn verzet en/of acceptatie), maar dat hoort er nou eenmaal bij, helaas…

Gistermorgen fietste ik naar mijn moeder – die vandaag trouwens te horen heeft gekregen dat ze nog steeds schoon is en dat de kanker niet is teruggekeerd – en terwijl ik zat te vechten tegen en met mijn angsten (pleinvrees) en psychosomatische malaise (evenwichtsstoornissen, kloppend hart), fietste voor me een moeder vlakbij de lagere school – waar onze kinderen ooit mooie jaren beleefden – en in het kinderstoeltje op haar fietsstuur zat haar zoontje dat maar achterom – naar mij – bleef kijken en me op een gegeven moment verwende met een ontwapenende, hartelijke, blije lach alsof hij blij was me te zien en een heel lief, zwaaiend handje.

Ik ben blij dat ik nog vertedering kan voelen, dat alle bitterheid niet mijn zoete smaakbeleving heeft verpest…

Geluk en ongeluk manifesteren zich altijd in momenten en in fases. Ze zijn (er) nooit standaard.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s