Na bijna vijftig jaar heb ik het wel gezien

Ik ben bijna vijftig jaar. In januari 2017 besta ik een halve eeuw, als ik dan nog adem. Ik heb steeds frequenter steeds sterker het gevoel dat ik het allemaal wel heb gezien op dit noordelijk halfrond. Ik kan eindbalansen opmaken. Let wel: daarmee beweer ik niet dat ik het voor gezien hou. Waarschuw de treinmachinist dus niet!

Ik wil graag nog een tijdje blijven leven om toch nog te kunnen genieten van de slagroom op het ijs.

Edoch, anderzijds vind ik vijftig jaar levenspijn lang genoeg geweest. Ik ervaar het leven primair als een opgave. In het tv-programma ‘De Kist’ (EO) hoorde en zag ik tv-presentatrice Loretta Schrijver hetzelfde zeggen, en dat vond ik eigenlijk heel fijn: haar opmerking hield me gezelschap. Het is aimabel om je eigen beleving uit de mond van een ander te horen. Als iedereen maar door de microfoon roept dat het leven een feestje is en Nederland aan de copacabana ligt, dan voel je je nog eenzamer als jij het aardse getriangel hoofdzakelijk ervaart als ezelgebalk, ondanks alle mooie muziek die er ook is.

Het bestaan is sowieso een strijd voor iedereen (dat is een feit), maar de strijd van de een is de strijd van de ander niet, en dan heb ik het nog niet eens over de verschillende wijzen waarop individuen het leven en dus ook hun strijd beleven en aankunnen: sommige mensen zijn heel erg goed in strijden en/of ervaren hun strijd helemaal niet zo als zwaar. Sommige soldaten komen geestelijk kerngezond terug van jaren ‘battlen’ in de spits van het bataljon, andere soldaten keren na een dag al getraumatiseerd huiswaarts.

Ik kan in dit geval alleen maar over mijn ervaringen berichten. Ik schrijf voor mezelf als ik zwart op wit zet dat ik het leven, en mijn leven, zwaar vind. Te zwaar zelfs vaak. Ontluisterend. Onnodig en zinloos teleurstellend. Betreurenswaardig.

Dat ik dat zo indringend en van top tot teen voel, heeft natuurlijk alles te maken met de combinatie van mijn levensloop, levenservaringen, situatie, toestand en (gevoelige) karakter plus mijn beleving.

Thuis was het, met name door het gedrag van mijn vader, vaak onveilig en onprettig. Het hield maar niet op. Redding en hulp – bevrijding en verlossing – kwamen er niet. Het ging maar door. Het was een helse rit zonder einde.

Al heel vroeg werden mijn levensblijheid, onschuld en enthousiasme in de kiem gesmoord. Niet alleen door thuis, ook door wat ik allemaal om me heen hoorde en op het nieuws zag. Ik had daar een buitengewoon scherp oog voor en al die waanzin kwam keihard bij me binnen. En ook dat hield en houdt maar niet op. Het gaat maar door. Geen kentering, geen verlossing.

Tot ver in mijn volwassen jaren kon ik niet omgaan met alle onrecht, onmenselijkheid, waanzin, slechtheid en domheid, later leerde ik het beter managen, door zelfhulp en door hier en daar wat goede tips op te pikken en volhardend toe te passen.

Maar ach, eigenlijk betreur ik deze maatschappij nog steeds intens. Ik word er niet vrolijk van en dan druk ik me heel erg gekookte spaghettisliert uit. Mijn Weltschmerz is veel groter dan het universum en vele malen krachtiger dan het zonlicht.

Met mijn mentale en later psychosomatische gezondheid ging het door de situatie thuis en de impact van ‘de wereld’ reeds vroeg mis. Het etterde maar door, ook omdat ik lange tijd niets liet merken en alles in mijn eentje wilde tillen, verdragen en oplossen. Ik had toen niet alleen hulp nodig om er op tijd bij te zijn  – achteraf gezien dan – maar ook een gezondere leefomgeving. Die kwamen er beide niet. Het ging maar door. De wond werd steeds vuiler en groter. Voor zulke wonden hebben ze nog steeds geen verband uitgevonden…

Ik kreeg tijdens de puberjaren – sommige mensen blijft niets bespaard – allerlei complexen en werd vatbaar voor moordende obsessies: zelfhaat, groeiende bloosangst, parende minderwaardigheid, felle eetstoornissen, beklemmende verlegenheid, verwoestende eenzaamheid, een uithollend sociaal isolement, de krankzinnige uitlevering aan idiote paranormale hulpverleners, een hersenspoeling en uiteindelijk de totale zenuw-ineenstorting, angst- en paniekstoornissen, geestelijke en lichamelijke uitputting, stress-stoornis en zeer geringe lichamelijke weerstand. Artsen, psychologen en uitkeringsinstanties lieten zich allemaal van hun chocolade-hersenhelft zien, maar gelukkig neemt het leven altijd vanzelf wraak voor je: iedereen komt aan de beurt en als het ziekbed of de lijkkist van je vijand voorbij komt, dan voel je pas enige gerechtigheid. Die arrogante, zelfingenomen, harteloze en gemankeerde kwallen… grrr…. Minkukels zijn het.

Vanaf mijn zevende tot aan mijn 22ste heb ik immens afgezien en ging het bergafwaarts met me maar nooit noemenswaardige hulp gekregen en niet kunnen ontsnappen aan de thuissituatie. Het werd daarentegen allemaal almaar erger.

Mijn gouden engel – Sandra – kwam op mijn levensweg en toen begon mijn leven een beetje de hartjesvorm te krijgen die het nu heeft. Ik overwon op eigen kracht en met haar hulp, steun en opofferingen heel veel en ook Sandra begon zich – ondanks de zware lasten van een leven met mij maar mede dankzij de inspiratie, liefde en inzichten die ik haar gaf – positief te ontwikkelen (de zwemclub – het zwemmen en de leuke contacten met de medesporters – heeft er ook zeer toe bijgedragen), maar ik ben nooit meer helemaal de oude geworden sinds de zenuwinzinking/mega-burn-out/kolkende overspannenheid.

Mijn leven is nooit één weekje emotioneel draaglijk geweest. Het is op de eerste zeven jaar na altijd hectisch en kritisch geweest.

Aan mijn wilskracht, doorzettingsvermogen, levenslust, zelfinzicht en veerkracht heeft het nooit gelegen, maar er is gewoon iets onherstelbaar kapot en de ene moeilijkheid lost de andere af. Menigeen was door minder (ellende) voor de trein gesprongen. Geen werk, geen eigen geld, nooit fit, altijd ziek, zwak en misselijk, half impotent, allerlei stoornissen, een sociaal en maatschappelijk isolement…

Maar wel een fantastische vrouw en twee geweldige kinderen. Toch nog een leuke carrière gehad als freelance journalist en door enkelingen geroemd als blogger/schrijver van boeken in eigen beheer/ingezondenbrievenschrijver. Veel gereisd. Veel genoten. De sauna ontdekt als bron van ontspanning. Heerlijk!

En nu ben ik dus bijna vijftig jaar. Eigenlijk vind ik dat het lang genoeg heeft geduurd. Ik ben de kwalen beu en het vechten moe.

Ik heb het wel gezien en ik zie geen verbeteringen. De mensheid en maatschappij zullen net als de natuur en natuurwetten nooit (spectaculair) veranderen en Jezus zal niet terugkomen om ons voorgoed te redden en aan alle waanzin definitief een einde te maken.

Bijna een halve eeuw ben ik er nu. Wat valt er voor mij nog te ontdekken? Oh zeker, ik kan nog veel leuke dingen meemaken, ik zal nog veel moeten slikken, verteren en afzien en ik kan me op tal van gebieden vermaken en ontwikkelen, maar ik ken het leven van haver tot gort.

Ik weet wat er wel en niet is, ik doorzie het geloof en bijgeloof, ik heb ook de spiritualiteit – die beslist van waarde kan zijn – op leugens en valse beloften betrapt en ik weet dat ik qua geluk, gezelschap, vriendschap en financiën afhankelijk ben en blijf van mijn vrouw, mijn gouden engel hetgeen niet wegneemt, dat ik tegen wil en dank een geile vrouwengek blijf die snel smoorverliefd wordt op anderen (hetgeen gepaard gaat met ondraaglijke spanningen, verlangens en schuldgevoelens). Maar ik ben niet de enige mens die zo is… En al was het wel zo… ik ben zoals ik ben, daar helpt geen lieve moedertje aan.

Hoe dan ook, van het leven, de maatschappij en de mensheid en ook van mijzelf hoef ik geen spectaculaire verrassingen te verwachten. Het zal nooit echt goed komen. Niet met mij, niet met jou, niet met de maatschappij, niet met het leven, niet met de dood en niet met de mensheid.

Ik besef dat dit depressief overkomt. Tegenwoordig word je al heel snel beticht van borderline, depressie en negativiteit als je wat minder florissante gedachten en gevoelens hebt en uit. Maar de conclusies van anderen storen me steeds minder als ik weet hoe het zit en dat zij ernaast zitten. Zolang ik nog intens kan genieten van een balletje trappen of slaan, een lekker gerecht en kunst, zie ik mezelf niet als depressief, hooguit als gekweld. Ach, ze oordelen en veroordelen maar, ze doen maar wat ze niet laten kunnen. En ik ben ook niet altijd een haar beter.

Vaak wel, maar niet altijd. En dat meen ik nog ook. Ik heb een betere inborst, meer wijze inzichten en meer rechtvaardigheidsgevoel dan de gemiddelde mens. Helaas ben ik daarbij rekentechnisch en administratief slechter dan de gemiddelde mens (ik weet wat dat betreft minder dan een pasgeboren baby en ben in dat opzicht volstrekt zwakzinnig), ben ik sociaal meer verlegen en faalangstig dan de gemiddelde mens en ben ik minder praktisch ingesteld dan de gemiddelde mens. Bovendien heb ik de twee meest linkse linkerhanden als het op klussen aankomt. Ik sta er altijd met mijn handen in de zakken bij als mijn vrouw de computer aansluit of een schilderij ophangt. Ik ben praktisch, technisch, rekenkundig en sociaal gezien een catastrofe, een absolute ramp, een Downie (daar doe ik mensen met het syndroom van Down enorm mee tekort!). En nu ik toch bezig ben met karakter-zelfmoord: van een afstandje durf ik van alles te roepen, maar van dichtbij schijt ik altijd in mijn broek en wordt mijn grote mond zo klein als de schaamlippen van Hulk Hogan.

Er zijn maar weinig mensen die ik ECHT mag, bij wie ik werkelijk lange tijd wil zijn en die mij zien zitten. De meeste mensen vind ik vervelend en/of vermoeiend/oppervlakkig en vallen me tegen. Een paar uurtjes hou ik het wel met ze uit, maar achteraf voel ik me doorgaans niet bevredigd en wel gesloopt. Zelden zijn contacten voor mij enerverend, inspirerend en bevredigend.

Ik zeg niet dat het leven gemeen is, al is het een feit dat het leven naast lieve ook gemene kanten heeft (niets menselijks is het leven vreemd), maar ik ervaar het bestaan in grote lijnen als gemeen, als intens, ontstellend slecht en gemankeerd.

In tegenstelling tot wat u denkt, zit ik dit stukje niet met groeiende zwartgalligheid of uitputting te tikken. Ik geniet er zelfs van. Ik vind het heerlijk dat ik de gave heb om me te kunnen uitdrukken en dat ik sinds een jaar of zeven de vrijheid voel en neem om al mijn emoties – licht en donker – te aanvaarden en aan het licht te brengen.

Ik verstop me niet langer. Ik heb meer dan twee decennia mijn pijn verborgen, mijn vracht onder mijn trui verstopt, het zwaard van Damocles weggetoverd zodat anderen het niet konden zien. Daar pas ik voor. Thuis werd er al genoeg onder het tapijt geschoven. De ramen thuis waren aan de binnenkant vies, en van buiten altijd keurig geboend, als u begrijpt wat ik bedoel (als u begrijpt wat ik bedoel, is een typische uitdrukking van mijn vader op wie ik natuurlijk evenzeer veel lijk. Ondanks dat hij een buitengewoon moeilijk mens is en we geen contact meer met hem hebben om onze emotionele rust te bewaken/te hervinden,  heeft hij heel goede eigenschappen).

Zolang ik woede voel, zal ik nog wel levenslust hebben. Die woede komt voort uit levenslust en liefde, uit rechtvaardigheidsgevoel en uit het feit dat ik wat krom is getrokken recht wil breien.

Oh, wat ben ik kwaad op de mensheid, het onwaarachtige geloof, de maatschappij, mijn lot, mijn situatie en het leven als geheel… Die woede is pure brandstof. Het is tevens vergif, ik weet het, maar zonder die woede was ik helemaal niemand meer. Die kwaadheid komt voort uit mijn verlangen naar een beter leven en een betere wereld, naar meer wijsheid en rechtvaardigheid, menselijkheid en redelijkheid.

Als ik sterf, dan is er volgens mij niets. Niet-zijn, is voor mij het ultieme zijn. Nergens last van en je weet niet wat je mist. Ideaal. Ik kan me erop verheugen, alhoewel ik het verschrikkelijk, bedreigend, gevaarlijk en super-gemeen vind dat mensen elkaar en de leuke dingen des levens voor altijd los moeten laten. Ook daar kan ik heel erg boos om worden. Ik vind het leven een ongelofelijke griezel. Sterven lijkt me het engste wat er is, vooral als het met onnoemelijk veel strijd gepaard gaat.

En als er wel iets is voorbij de dood, dan vertrouw ik erop dat de mensen met de bijna-dood-ervaringen niet hebben gelogen en dat het daarboven een oneindige zee van volledige, vredige liefde is en dat opa en oma Wessem en opa en oma Zeeland – van wie ik nog steeds veel hou en die van mij hebben gehouden tijdens hun leven – me zullen opvangen, evenals ome Theo, ome Henk, tante Miep en ome Honoré, misschien zelfs Desiree. Misschien leren zij en ik elkaar dan pas echt goed kennen. Aangezien de liefde daarboven grenzeloos  en voor en van iedereen is, zal je in de hemel ook wel niet steeds aan je trouwring herinnerd worden, maar mag daar iedereen van elkaar houden en met anderen vrijen zonder schuldgevoelens, jaloezie en emotionele favela’s…

En dan ga ik ervan uit, dat de innige verbondenheid met mijn twee zussen, moeder, Sandra en de kinderen ook dan blijft bestaan.

Het is wat mij betreft bellenblazen als er niets meer is en het is champagne als er wel nog iets is, al schrikt een oneindig leven me nog meer af dan de dood. Ik vind het nu al zo lang duren, ondanks het feit dat de minuten op seconden zijn gaan lijken.

Mijn schrijfsels zijn oprecht. Als ze al niet goed of mooi zijn, dan in elk geval oprecht. Ik deug sowieso. Dat is geen verdienste, dat heeft te maken met oorzaak en gevolg, met de samenloop van omstandigheden: mijn voorouders en ouders zijn goede mensen en daar ben ik deels een product van, en bij de verwekking en ontwikkeling in de buik en op aarde heb ik veel goeds meegekregen.

Ik kan onbeschrijflijk lief, onbaatzuchtig, gul en attent zijn. Ik ben – als het klikt met iemand – een vrouwelijke lieverd, ontzettend zachtaardig, onmetelijk en intens liefdevol, complimenteus en belangstellend/bekommernisvol. Maar als ik word getreiterd of onrechtvaardig word behandeld of als dierbaren en zwakkeren onheus worden behandeld, dan blijf ik voor eeuwig vreselijk haatdragend, moordzuchtig, rancuneus en innerlijk agressief jegens die personen, totdat ze hun slechtheid of fout hebben hersteld. Aangezien de meeste slechteriken en omhoog gevallen, zelfingenomen dommeriken niet op hun slechtheden en fouten terugkomen, blijf ik ze stormachtig verwensen tot en met ze in hun graf worden neergelaten.

De cirkel is rond. Het voelt bijna eng. Alsof mijn leven af is, ik klaar ben en nu alleen nog maar de dood kan aantreden.

Maar ja, meestal loopt het in het ademproces allemaal heel anders dan je vermoedt of denkt. Of gebeurt dat wat je altijd al verwachtte op een totaal onverwacht moment en/of op een onverwachte manier.

Vanmorgen zag ik een vrouw achter het stuur van een zak-Japannertje zitten. Aan het achteruitkijkspiegeltje hingen twee witte wollen dobbelstenen met zwarte stippen. De bestuurder was blond en droeg zwarte lippenstift (vrouwen en zeker blondjes stemmen alles op elkaar af). Volgens mij kent ze de verkeersregels niet en gaat ze dobbelstenen gooien oftewel gokken als ze zich afvraagt of ze voorrang heeft: bij oneven niet, bij even wel…

http://www.Achterdetraliesvandeangst.jouwweb.nl

http://www.Oorlogsverhaalinmelick.rolanddanckaert.nl

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s