Aanrijding

Gisteravond ging het op de autoradio over een succesvolle behandeling voor psychiatrische patiënten die niet meer vergoed wordt, met alle nare gevolgen van dien voor de gekartelde mensen. Steeds meer kapitaal gaat naar een kleine groep puissant rijke mensen en voor de rest blijft nog maar heel weinig geld over. Het kapitalisme 2.0.

Door de combinatie van auto en dit specifieke nieuwsbericht moest ik voor het eerst sinds dertig jaar weer denken aan een aanrijding die mijn moeder ooit had met een vrouw. Ik zat op dat moment bij mijn moeder in het Mini Coopertje en was een jaar of twaalf. Bij een stoplicht werden we aangereden door een ander oud autootje. Het was maar een lichte botsing.

Mijn moeder stapte uit om de schade op te nemen en af te handelen en de andere bestuurster idem dito. Ik bleef in de auto zitten. Als ik niet met mensen in contact hoefde te komen, dan vermeed ik dat. Mijn moeder raakt niet snel zichtbaar in paniek en schiet niet om het minste geringste in de stress. Zij is heel goed in het van een olifant een mug maken of van een mug een mier (en van een mier een nog kleinere mier of een heel leuke, speelse, trouwe, lieve hond). Ze bleef dan ook zeer ontspannen en kalm na de aanrijding. Ze is niet het type dat luidkeels baalt en verwijten maakt.

De andere vrouw was echter helemaal overstuur, op een zeer introverte manier. Ze droeg een soort van huispak en had lang, steil haar, een kapsel waar geen model in was aangebracht.

De veroorzaakster van de botsing vertelde aan mijn moeder – turende naar de kapotte koplampjes, dat ze pas was ontslagen uit de psychiatrische inrichting en sinds maanden weer naar huis mocht. “Dat dit me nou weer moet overkomen,” zal de strekking van haar wanklank zijn geweest.

Wat ze mankeerde, vertelde de ex-psychiatrische patiënte niet. Mijn moeder vroeg er ook niet naar. De vrouw zag er niet gestoord uit, hooguit zenuwachtig, kwetsbaar, onrustig, snel van slag en gekweld. Vaak besteden psychisch gerafelde mensen weinig aandacht aan hun uiterlijk, deze vrouw ook niet.

Hoe de kwestie verder is afgehandeld, weet ik niet. Volgens mij was de schade aan de auto’s vrijwel te verwaarlozen. Mijn moeder heeft de vrouw niet geknuffeld of omhelst om haar gerust te stellen, maar ze heeft het vast en zeker wel erbij laten zitten: dat kapotte lampje zou ze zelf wel laten vervangen én betalen. Waarom de verzekering erbij slepen als het ook makkelijker kan?

Wij reden verder en na een kwartier zaten mijn moeder en ik alweer over andere dingen dan het ongelukje te praten.

Maar gisteravond moest ik plots weer aan de vrouw uit de psychiatrische inrichting denken. Op haar heeft dat kleine botsinkje wellicht grote impact gehad. Ga maar na: een rottijd achter de rug in de kliniek en meteen de eerste ‘vrije’ dag – het eerste vrije moment zelfs – weer pech.

De vrouw zag er niet uit alsof ze het leven weer aankon. Het had er meer van weg dat iemand met een been in het gips weer op de skilatten en sneeuwhelling was gezet.

Toen had ik nog niet kunnen vermoeden dat ik zelf zware en chronische psychische en vooral psychosomatische stoornissen zou krijgen. Ik leed toen al veel door de thuissituatie en mijn extreme gevoeligheid/ sensitieve intelligentie, maar bleef vooral lichamelijk en psychosomatisch gezond. Doordat mijn toen al ernstige verlegenheid, frustraties, angsten en minderwaardigheidsgevoelens niet werden aangepakt (ik liet ook niets merken) en de bominslagen thuis gewoon door bleven gaan, konden de eerste tekenen van psychisch leed uitgroeien tot zware psychische en psychosomatische shit. Het leven ‘hielp’ daar vele handjes bij. Niet alleen andere mensen zoeken de zwakste aarde-bewoners uit om te slachtofferen, het leven zelf is ook zo gemeen. Niets menselijks is het leven vreemd.

Vooralsnog heb ik nooit in een psychiatrische inrichting of op een psychiatrische afdeling hoeven te vertoeven en ik denk dat ik daar alleen nog maar meer zou afdalen naar de dalen van de hel. Ik ben simpelweg mentaal (nog) te gezond om baat te hebben bij en niet kapot te gaan aan opname.

Maar die aangetaste vrouw – ik wilde eerst labiele vrouw schrijven, maar ik vind het woord labiel zo verschrikkelijk onterecht en denigrerend, alsof iemand van nature niet stabiel is, terwijl geen baby overspannen, bloednerveus of met een zenuwinzinking of burn-out wordt geboren (of wel?) – was duidelijk te zwak om op eigen benen te staan. Ze was nog maar net losgelaten in de grote mensenmaatschappij en het ging alweer mis. De pech onderweg was weliswaar heel klein, maar was in haar beleving heel groot en vervelend, volgens mij. Als de emmer vol is, dan is één klein druppeltje genoeg om de emmer te laten overlopen…

Ik zou (alsnog) willen weten hoe het nu met haar gaat en hoe het haar na de aanrijding is vergaan. Was de botsing haar laatste pechgevalletje en heeft ze zich na haar ontslag uit de inrichting kunnen oprichten en herpakken of stond ze noodgedwongen alweer heel snel bij de hulpverleners op de stoep?

Wat een nieuwsberichtje al niet voor herinneringen en gevoelens en gedachten kan oproepen bij een mens… En ik ben er natuurlijk ook echt het type mens voor om zulke sterke voor anderen nietszeggende herinneringen te bewaren en erop te gaan zitten broeden…

Wat ben ik eigenlijk een lieverd, een goedzak. Als ik mezelf op de mond kon kussen, dan deed ik het…

http://www.Achterdetraliesvandeangst.jouwweb.nl

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s