Vervelend mooi weer

Ik haat de zon die de mensen naar buiten lokt. Geef mij maar de regen die de mensen thuis houdt, in hun schulp doet kruipen. Ik hou immers intens van rust en van rustige straten, van maar een paar mensen. Drukte is me te druk. Als er vroeger bij ons thuis bezoek kwam, dan vluchtte ik naar mijn kamer en kwam ik pas weer tevoorschijn als de visite weg was. En dan hoorde ik mijn moeder uit over wat ze allemaal hadden gezegd, gedronken en gegeten.

Nieuwsgierig ben ik levenslang geweest en op zich ook best wel charmant en handig in de omgang met mensen, maar ik heb altijd een allergie gehad voor mensen. Ik heb mensen steeds vervelend en beangstigend gevonden. Er waren en zijn maar een paar mensen bij wie ik me echt op mijn gemak voel, bij wie ik het langer uithoud dan een uurtje. Maar vind ik eenmaal iemand aardig, geweldig of amusant, dan loop ik met haar of hem weg. Of ik verafschuw of ik bewonder. De middenweg kent mijn voetstappen niet. En ik zou niet weten waarheen ze leidt. Maar dat laat ze vast in het midden.

Tegenwoordig, als je zoiets (be)schrijft over jezelf, dan word je meteen verdacht van een persoonlijkheidsstoornis of een andere psychiatrische ziekte, terwijl niet alles wat afwijkt krom is en niet iedereen die afwijkt kromme redeneringen heeft. Ik ben gewoon geen kuddedier en geen mensen-mens. Zielenknijpers heb ik leren kennen als harteloze, geldbeluste zelf-overschatters.

Als jeugdvoetballertje (rechtsbuiten) was ik in één ding de allerbeste en de enige: ik kon heel goed vrijlopen. Het liefste zocht ik de ruimte, stilte en leegte op aan de zijlijn van het voetbalveld, zo ver mogelijk van het kluitje en van het midden. En ik speelde niet samen. Ik pingelde liever. Mijn directe tegenstander in de luren leggen, was voor mij het doelpunt scoren.

Toen al had ik aanleg voor pleinvrees: ik begaf me liever niet in de drukte en in de ruimte, ik hield me liever afzijdig en ik bleef bij voorkeur veilig aan de kant. Die zijlijn gaf me een gevoel van beschutting, geborgenheid, veiligheid en houvast. Werkelijk alle andere spelertjes vormden één grote homp van krijgsjongetjes die streden om de heilige graal, de bal! Ik niet. Ik koos voor het alleen-zijn en al zeker niet voor het strijdgewoel.

Het vreemde is, dat ik weliswaar de enige was die vrij liep, maar dat bijna niemand me zag staan. Ik was ook niet zo, dat ik om de bal schreeuwde en de ploeggenoten attent maakte op mijn wil om de bal te hebben. Nee, want dan moest ik pochen, iets afdwingen, anderen dwingen en contact maken, allemaal dingen die ik liever meed en waar ik de allerslechtste in was, en nog steeds ben.

Zo kan ik heel goed het werk van anderen aanprijzen en ermee leuren – werklustig en volhardend – en wat dat betreft, zou ik een goede manager/regelneef zijn voor artiesten en kunstenaars, maar met mijn eigen baksels te koop lopen, doe ik niet. Ik word daar zelfs ongelukkig van. Maar ik hoop tegen beter weten in dat anderen mijn talent opmerken of dat er iemand op mijn pad komt zoals ik, iemand die zich inzet voor het succes van een ander, iemand die een ander in de etalage probeert te zetten.

Zoals ik al memoreerde, vind ik mensen al snel vervelend. Te egocentrisch, te materialistisch, te oppervlakkig, te zelfverzekerd, te oneerlijk, te onzeker, te slap, te hypocriet of te burgerlijk. Er zijn ook zo weinig lieve, vriendelijke, wijze, diepzinnige, humoristische, evenwichtige, redelijke, warme, onbaatzuchtige, moedige, geïnteresseerde figuren. Er zijn wel bekende mensen die ik bewonder.

Door mijn hoog gevoeligheid pik ik heel veel non-verbale informatie op over de mensen in mijn omgeving en voel ik heel veel dingen die anderen niet opmerken/aanvoelen/door hebben. Iemand die veel lacht kan op mij toch een heel depressieve indruk maken… Ik voel door de schijn heen.

De meeste mensen hebben me – afgezien daarvan – teleurgesteld in hoe ze zijn en wat ze doen en laten. Maar ik ben getrouwd met een gouden engel. En de relatie met mijzelf is heel erg goed geworden.

Gaandeweg heb ik geleerd dat je hard moet zijn en zacht als het kan. Dat kan niet zo heel vaak, zacht zijn, mezelf zijn. Het leven en heel veel andere mensen zijn hard, egoïstisch en zakelijk, en houden zich helemaal niet bezig met rechtvaardigheid, eerlijkheid, gelijkheid, hulpvaardigheid, menselijke warmte, empathie en het algemeen belang op de langst mogelijke termijn. Het leven heeft net als de meeste mensen geen bekommernis om het individu en is gewoon zoals het is: een keiharde strijd van competitie, concurrentie en macht en functionele positieve eigenschappen.

Als zachtaardig mens heb ik de keiharde maatschappij en het bikkelharde leven altijd betreurd. Maar daarin word ik harder en realistischer, onverschilliger. Ik kan het harde karakter van de mensheid en het bestaan niet veranderen, maar ik kan wel zorgen dat ikzelf wat harder word (me wapen!) en de harde realiteit aanvaard. En als het kan, toon ik mijn enorme bagage aan empathie, rechtvaardigheidsgevoel, vriendelijkheid, tederheid, liefde en warmte.

Maar er zijn steeds minder mensen die ik het waard vind om aardig voor te zijn en moeite voor te doen.

In heel erg moeilijke omstandigheden zijn mijn vrouw en ik immers  vrijwel alleen maar op onbegrip, desinteresse, onverschilligheid, onderschatting en egocentrisme gestuit. We hebben niet gekregen wat we nodig hebben. Waarom zouden we in die behoeftige positie nog zoveel (weg)geven?

Ik heb dus bij nadere beschouwing altijd een goede reden gehad om mensen te mijden en de massa te verafschuwen en te wantrouwen. Ze hebben mijn instinctieve, spontane gelijk helaas bewezen.

Je kan het verbitterd en arrogant noemen, maar dan sla je de plank volledig mis. Maar je oordeelt maar, ik weet zelf toch hoe het zit. Jouw opinie laat me koud, en al zeker als je me niet warm weet te maken voor jouw visie.

Zelden ontmoet ik mensen met meer inzichten en een juiste kijk op mijn en de dingen, met een heldere blik. Ze doen wat dat betreft juist onder voor mij. Noem het hoogdravendheid, ik noem het zelfkennis, mensenkennis en ervaringsdeskundigheid.

De maatschappij en het leven schikken zich niet naar mijn zachte, kwetsbare en gevoelige aard. Ik zal dus moeten zorgen dat het leven en de mensen mij minder frustreren, ergeren, irriteren, plagen en uit balans brengen.

Ik sta nog steeds vrij (op het strijdtoneel van de samenleving) en nu zelfs achter de zijlijn, maar ik heb inmiddels wel mijn eigen bal…

Ik ben nooit iemand geweest die meedeed met de rest, ik ben altijd de observant geweest. Daar ligt mijn kracht: als de buitenstaander die van buitenaf heel goed inziet wat goed en fout gaat. Ik schik me in de rol die past bij mijn aard/natuurlijke aanleg en gedrag…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s