De kapper mee op vakantie

Straks zie je ze weer allemaal richting Italië, Oostenrijk, Zeeland en Frankrijk karren, de Nederlandse ANWB-leden in hun geruiten bloesje met korte of opgestroopte mouwen of in hun zomertopje, de tent op het dak en/of de caravan aan de trekhaak. Man achter het stuur, vrouw er als de 8-jarige dochter naast en de kinderen met alle bagage op de achterbank. Belastingen keurig betaald, de buren of een familielid past op het huis, genoeg geld op de rekening om het er lekker van te nemen en de jeans verruild voor een bermuda. Grote, lange neuzen, rode hals, keurig kapseltje, lange benen, sliertig of te dik en grote voeten. De onvermijdelijke sandalen. Sommige vrouwen zijn niet van een legertank te onderscheiden. Sommige mannen niet van Lange Jan uit De Efteling.

Het liefst nemen deze oer-Hollandse vakantiegangers – die altijd behoudend en traditioneel op dezelfde partij stemmen en bij onvrede hooguit een uitstap maken naar de PVV – alles van huis mee: hun aardappelen, hun tijdschriften (voor hem de Quest en de National Giographic en voor haar de Linda en de Weekend), hun kaas, hun snoep, hun smeer- en braadboter, hun cup-a-soep,  hun brood, hun condooms, hun spruitjes, hun zonnebrandcrème en hun poetsdoekjes. Als het kon, dan zouden ze zelfs hun tuin meenemen, zodat ze die – zoals het hoort – om de drie dagen kunnen bij trimmen en glad strijken.

Immers, op de camping doen ze niets wat ze thuis op het balkon of in de tuin ook niet kunnen en zouden doen: ze lezen wat, drinken koffie, spelen Rummikub en leggen een kaartje en als ze zich vervelen, dan gaan ze eens kijken of er in de buurt wat te doen is. En ach, als de kinderen zich maar vermaken, zeggen ze tegen elkaar en tegen collega-vakantiegangers uit de polder. “Als de kinderen lol hebben, dan heb je zelf ook lol.” De hoogblonde jongens en meisjes met onzichtbare wenkbrauwen, door de zon nog eens extra gebleekt,  rennen de hele dag op hun blote voeten naar en rondom het zwembad en krijgen steeds meer sproeten op neus en wangen. Meestal zijn het mensen uit de Randstad, met de kinderen-voor-kinderen-r. Nederlandser kan niet.

Niets mis mee, hoor. Meestal zijn ze heel vriendelijk, opgewekt en behulpzaam. Ze zijn alleen zo horkerig, burgerlijk, fatsoenlijk, keurig, zo licht, zo wit en zo lang! Ik krijg er altijd spontaan afstotingsverschijnselen van en een gruwelijk verlangen naar kleine, donkere mensen die een minder irritante taal spreken.

Vanzelfsprekend hebben we ook nog de Tokkies. Blote bierbuiken, te grote, goudkleurige schakelkettingen of een ketting met de eigen naam, goedkope stinkparfum, teenslippers van de Zeeman, tatoeages tot op de balzak, schaamlippen en het poepgat aan toe, eeuwig een biertje bij de hand en een sigaretje in de hand, oorbelletje in (ook de mannen), leger-bermuda aan alsmede legergroen-kleurige Crocs. Plezier is voor deze mensen twee weken lang geen seconde nuchter zijn.

Nederlanders maken op vakantie natuurlijk toch ook graag uitstapjes. Vooral winkeltjes kijken, is een favoriete bezigheid van de reislustige landgenoten. Meestal loopt voorop de man boven alles uittorenend met een camera op de buik of om de schouder, en met een plattegrond van het te bezoeken stadje. En zo slippert het gezin door de bergachtige, nauwe straatjes langs de winkeltjes. Automatisch mag het terrasje pikken niet ontbreken. Nederlanders zitten graag op een terrasje. Lekker onder een parasol en bij een verkoelend drankje mensen kijken. Mooier had God het niet kunnen scheppen.

Nogmaals, we nemen graag huis en haard mee als we van huis weggaan en op vakantie gaan binnen Europa. Ik ken een boer die zijn hele veestapel meenam naar een boerderijhuisje in Frankrijk: 333 koeien en 752 schapen. De hele vakantie door heeft hij gewerkt. Ieder vrij moment was hij bij zijn veestapel te vinden.  Er was eigenlijk geen plaats voor al die dieren, maar het woord veestapel zegt het al: het is gewoon een kwestie van een beetje handig stapelen.  Die boer is dus écht stapelgek!

En zo ken ik een nogal chique mevrouw die altijd haar kapper meeneemt op reis. Thuis gaat ze iedere week naar de salon en niemand anders mag aan haar haren komen, ook haar man niet, zelfs bij het vrijen niet. Om verzekerd te zijn van een vertrouwde coupe courte gaat de kapper mee naar Denia in Spanje. Hij zit tijdens de rit erheen en terug op de achterbank, tussen de twee kinderen van de mevrouw in. Soms spijkert hij zelfs onderweg haar kapsel nog wat bij.

Uit onderzoek is laatst gebleken dat Nederlanders op vakantie liever geen Nederlanders tegenkomen (hetgeen vreemd is, want thuis willen ze alleen maar Nederlanders om zich heen en geen vreemdelingen). Toch gaan ze vaak naar oorden waar veel andere Nederlanders komen. Soms naar oorden waar vrijwel alleen maar landgenoten neerstrijken en feesten. Maar ja, als je in de Randstad woont, dan kom je bijna geen autochtonen meer tegen. Dan zijn je landgenoten toch ook een beetje exotisch, een beetje nieuw voor je. Dat dan weer wel.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s