Kerk op vrijdagochtend

De kerk lijkt met maar vijf mensen in de banken nog leger dan wanneer er helemaal niemand is. Nog leger en groter. Het is beslist geen onaardig godshuis van binnen. Geen overdadige versieringen, maar in plaats daarvan op enkele knusse plekken mooie beelden (ik ben verliefd op Maria), de kruisgang geschilderd op vierkanten houten panelen die aan de Andalusisch-witte muren hangen alsof dit een museum is (een museum van religieuze verering) en overal indrukwekkend, kleurrijk glas-in-lood (schilderijen van geperst zand).

De stilte maakt muziek. En nodigt uit tot bezinning.

Op de derde rij zitten drie vrouwen naast elkaar. Drie keer vreugdeloze devotie. Of is het eerder wanhoop? Of een poging om er na de dood meer genadig vanaf te komen? De ruwe handen gevouwen, de keurig gekapte hoofden gebogen, de dunne lippen stijf op elkaar, de ogen droef.

Misschien worden ze in de volksmond wel De Drie Weduwezusters genoemd. Ze hebben geen van drie uitstraling. Ze stralen letterlijk niets uit. Ze zijn duidelijk onzichtbaar. Gedienstige, zichzelf wegcijferende vrouwen die nooit een uitspatting hebben beleefd of zouden willen beleven. Altijd dezelfde bestelling bij dezelfde slager, zulke types. Hun enige avontuur in het leven is wanneer ze fantaseren over de dood, de laatste en enige reis in hun vlakke doch misschien evenwichtige, aangenaam kalme bestaan. Ik zou er een moord voor doen.

De vrouw meest rechts is van Aziatische komaf, en die valt mij dus meteen op: ik ben altijd nieuwsgierig naar vrouwen met een kleurtje. Alles uit het buitenland kan op mijn warme belangstelling rekenen. Ze draagt nochtans een ontsierend gouden montuur. Haar lichaam – een aan de bovenkant bolle rug, alsof er een heel volkorenbrood onder de huid tussen haar schouderbladen zit – lijkt net zo oud als van de andere twee dames die witgrijs en eveneens schriel zijn, maar in haar gezicht ontbreken de rimpels die de Limburgse besjes in overvloed bezitten. Alle drie de schouders gebogen, alsof ze onafgebroken gebukt gaan onder een te laag deurtje van een kabouterhuisje.

Een iets kwiekere, wellicht actievere vrouw van hun leeftijd voegt zich bij het zwijgende drietal. Ze heeft daarnet het altaar klaar gemaakt voor de mis die op het punt van beginnen staat. Het is alsof er alleen in deze vrouw beweging en dus leven zit, alsof ze naast drie gemummificeerde parochianen zit. De andere drie lijken te zijn bevroren in hun gebed.

Je kan zien dat het geen dankgebeden zijn, maar eerder smeekgebeden, gerelateerd aan grote aardse en wellicht zelfs existentiële problemen. Het leven is een lange aaneenschakeling van dingen die (uiteindelijk) fout en kapot gaan. Zorgen, kwalen en problemen zijn de drie hoofdthema’s van het menselijk bestaan.

Ja, je moet de slingers zelf ophangen, maar sommige mensen hebben geen trapje, komen niet bij het plafond of hebben simpelweg geen slingers. Of worden niet blij van slingers. Ik ken mensen die nergens meer up tempo van gaan klinken, die nergens echt van kunnen genieten.

Een vierde vrouw staat bij de offer-kaarsjes. Het is alsof ik kan voelen en daardoor weet dat ze hier voor haar overleden man staat. Ze mist haar echtgenoot zo enorm, dat haar hele non-verbale communicatie het gemis uitschreeuwt en uitbeeldt. De heimwee naar hun leven samen omhult haar als een harnas.

De vijf vrouwen in deze nagenoeg verlaten kerk geloven in God en Jezus. Ze voelen Zijn aanwezigheid en bekommernis, en ze vertrouwen met de moed der wanhoop op het positieve eindoordeel. God bezorgt de gestolen geschenken niet terug en repareert de kapotte cadeaus die hij heeft geschonken niet, maar Hij geeft je een schaar waarmee je het zelfmoord-touw doorknipt.

Daar sta ik dan, als een toerist in eigen regio, als een architectuur én kunst minnende holistische atheïst in een gebedsparel. Vijf vrouwen en een Aziatische, katholieke pastoor die de r als een l uitspreekt.

Er zijn behalve geen autochtone aspergestekers ook haast geen Nederlandse ‘kerkklerken’ (meer) te vinden. Ik vraag me af of de Aziatische vrouw op de derde rij familie is van ‘mijnheer pastoor’ of dat ze misschien het Chinees restaurant in het grote dorp bestiert waar hij regelmatig komt eten (na het bidden). Mensen van dezelfde nationaliteit zoeken elkaar in den vreemde toch altijd weer op om een gevoel van ‘gemeenschap’ te vormen, al is het maar een gemeenschap van twee personen, alsof ze tot elkaar zijn veroordeeld, zelfs als ze elkaar niet aardig vinden. De kerkgangers hebben in elk geval religieuze gemeenschap met elkaar. Ik ben ook religieus impotent en kan dus geen gemeenschap hebben met deze lieden.

Hoewel ik niet geloof, kom ik graag in kerken (mits er geen mis is: de mis is meestal de conrector die het schoolfeest stillegt). Je ontsnapt er even aan de maatschappij, aan de commercie, het consumentisme, het kapitalisme, het werken, het moeten presteren, de concurrentieslag en de competitiestrijd.

Ik zou best wel het klooster in willen, maar dan ergens in Italië of Frankrijk, met een mooie tuin met mooi uitzicht, sexy nonnetjes, allerlei sportfaciliteiten, veel wijnen en kazen en privileges. Het klooster+-leven, zeg maar.

Als de pastoor begint te bazelen, verlaat ik met mijn Albert Heijn-boodschappentas met daarin een fles cola en een pot satésaus – de tas waarin ik later een grote boodschap zal doen bij gebrek aan een toilet – het kerkpand. Altijd een magisch moment, als je uit een kerk komt en weer frisse lucht inademt. Het is dan alsof de wereld in de tussentijd een beetje mooier is geworden, alsof de lucht boven je is bezield…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s