Poes overleden

Onze aanlooppoes Lola, die zeven jaar lang bijna dagelijks bij ons kwam, is overleden aan een darmtumor. Ze ligt begraven onder de vlinderstruik in de achtertuin van haar baasje, onze achterbuurvrouw, het plekje waar ze meestal lag te relaxen. Op de verjaardag van mijn oudste zus, op woensdag 15 juni 2016, heeft de dierenarts haar moeten laten inslapen. Het arme diertje was aan het einde van haar Latijn, nagenoeg helemaal op.

In mijn verbeelding zie ik haar op dit moment naar onze keukendeur tippelen om te komen bedelen om slagersgehakt, strooikaas, spek, boterhamworst of een warm plekje op schoot of op de verwarming.

Dat ze er niet meer is, voelt heel onwerkelijk én als zout in onze koffie. Automatisch verwacht ik haar en verbeeld ik me haar te zien lopen, luieren of jagen als ik door het raam in de tuin kijk. Maar ze is er niet meer. Ze is er alleen nog in onze warme herinneringen. Of is er leven na de dood, ook voor een poes?

Ik verbeeld me dat Lola nu, na haar overlijden, kan praten en met een blij, hoog kinderstemmetje tegen me zegt dat ze het thans fijn heeft, dat alles goed met haar is. Ik wil dat het waar is. Ik hoor haar praten en gelukkig zijn!

Op een gegeven moment ben ik haar ‘Flipper’ gaan noemen. Omdat ze als een dolfijn klonk als we iets tevoorschijn toverden wat ze heel erg lekker vond en waar ze op dat moment verschrikkelijk veel zin in had.

We hebben haar trouwens best een lange tijd ‘Sjefke’ genoemd, want die naam hoorde ik de achterbuurvrouw op een avond herhaaldelijk – op een lieve manier – noemen en ik dacht dat ze het tegen de poes had. Maar ik vermoed dat een vriend of familielid op bezoek was die zo heette. Op een dag kwam de zachtaardige, sympathieke achterbuurvrouw iets aan ons vragen betreffende haar huisdier en toen pas wisten we dat de poes Lola heette en een meisje was. En gesteriliseerd trouwens.

Sinds ik van Lola’s overlijden heb gehoord, voel ik me van binnen dof. Alsof een vat van vreugde afgekneld zit, alsof een put van plezier is gedempt. Emotioneel en sentimenteel ben ik met zulke dingen. Net als haar baasje, mijn vrouw en onze kinderen hield ik erg veel van dit beestje.

Dubbele gevoelens vechten in mij nu extra hectisch om de meeste aandacht, om voorrang. Enerzijds troost ik me met de gedachte/wetenschap dat Lola – zeer gevoelig, schrikachtig, lief, zachtaardig – voor zover we dat kunnen aanvoelen een tamelijk fijn leven heeft gehad. Zeven vette jaren. Gevolgd door letterlijk en figuurlijk ongeveer zeven magere weken.

De laatste weken met haar waren extra speciaal. Als je weet dat iemand heel ziek is en mogelijk snel komt te overlijden, dan geef je hem of haar extra liefde en aandacht en dat intensiveert het gevoel en de onderlinge band. Die mooie herinneringen met dit bijzondere huis-aan-huis-dier (ze had een paar adresjes waar ze haar honger stilde en lekker behaaglijk kon luieren) pakt niemand meer van ons af. En ik ben dankbaar dat ze bij haar eigen baasje en in haar eigen huisje is overleden, en niet ergens op straat of bij onbekenden. Ook voor haar baasje vind ik dat een fijne en geruststellende gedachte.

Anderzijds is het natuurlijk gewoon platte-fietsband-onderweg-en-geen-hulp-in-de-buurt dat Lola – zo ontzettend lief en levenslustig – zo jong zo ziek is geworden en is gestorven (die kanker-kanker ook!), en dat we haar nu moeten missen.

Haar onrechtvaardige ziekte/lijden en overlijden maakt me andermaal mismoedig, want het drukt me maar weer eens met de neus op de keiharde, terroriserende feiten van de meedogenloosheid en de ondergang van het leven. Ik kan niet leven met die crue, onverbiddelijke en onuitwisbare kant van het leven. Waarom gebeuren er zulke vreselijke dingen? Ja, omdat het nou eenmaal zo is, dat weet ik ook wel. Maar ik ben een mens met hersenen en bewustzijn en zo’n dooddoeners als ‘omdat het zo is’ zijn me te ontluisterend en te simpel, ook al zijn ze waar.

Lola is nu dood en heeft gelukkig geen weet van haar huidige toestand. Mijn verslagenheid zal na verloop van tijd wel weer wegebben, want zo gaat dat. Zo ging het ook na het vertrek van mijn beste vriendje Thomas naar de andere kant van het land, na de dood van mijn Zeeuwse en Limburgse opa’s en oma’s, na de dood van mijn lievelingsoom, na het verval van en nooit meer contact hebben met mijn vriendinnetje Elian en na het wegvliegen van onze valkparkiet Nilsson op wie ik ontzettend dol was. Missen blijf je ze altijd, maar het gemis wordt wat minder nadrukkelijk en minder actueel en de eeuwige liefde komt boven en blijft drijven.

Maar ergens wil ik nog even heel sterk rouwen om de dood van de poes. Want in die rouw voel ik me nauw met haar verbonden en voel ik hoeveel ze voor ons betekende en hoe speciaal ze was. En ik mis haar gewoon! Dat doet pijn! Ik betreur het dat ze er nooit meer zal zijn. Nooit meer. Echt nooit meer. Voor altijd niet meer…

Ik hou van haar. En zolang ik leef en qua geestelijke gezondheid kan, zal ik me haar herinneren als een heel bijzonder schepseltje. Dat echter een enorme leegte in mijn dagelijks bestaan achterlaat. Maar wel hart en hoofd vult met heel zachte warmte…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s