Waarom vinden we sportprestaties zo belangrijk?

Vanmorgen hoorde ik minister Edith Schippers – een mislukte amazone overigens – op Radio 1 zeggen dat topsporters financiële steun krijgen, zodat zij zich helemaal en financieel zorgeloos kunnen richten op hun sportprestaties. Ook worden de toppers na hun actieve loopbaan begeleid in het maatschappelijke leven. Ik vraag mij af waarom we topsportprestaties zo belangrijk vinden en waarom we topsporters op alle mogelijke manieren helpen. Plus, waarom we niet hetzelfde doen met bijvoorbeeld kunstenaars (in de breedste zin van het woord).

De politiek en de rest van de maatschappij vinden kunst en cultuur ook belangrijk, maar topsport en topsporters lijken een streepje voor te hebben op alles en iedereen. Hoe komt dat toch? Want, wat levert een superbe sportprestatie ons economisch en financieel eigenlijk op? We vinden de economie en de financiën toch altijd zo belangrijk en de belangrijkste graadmeters?

Okay, als het Nederlands voetbalelftal goed presteert op een groot toernooi, dan stijgt de omzet van en in de kroegen en van Oranje-artikelen, maar dat is een vrij unieke situatie. In Europa is voetbal nou eenmaal veruit de grootste sport. Echter, wanneer atlete Dafne Schippers optimaal presteert, merken we dat dan ook aan onze welvaart? We zijn hooguit trots dat een atlete van eigen bodem een wereldster is en haar maar ook onze naam en faam hoog houdt of oppoetst. We hebben dan het gevoel dat ons land in de hele wereld positief in het nieuws komt. Er zullen nochtans hooguit wat meer meisjes aan atletiek gaan doen. Ook als de volleybalsters of hockeyers titels behalen, dan heeft dat weinig economisch resultaat. Goed, als autocoureur Max Verstappen puik presteert dan zou je nog kunnen zeggen dat dit goed is voor de kartcentra in ons land en dat de economie daar dus een klein beetje meer van opkikkert.

Goede sportprestaties zijn dus vooral fijn en goed voor ons nationalistische eergevoel. Kunst en cultuur doen eigenlijk hetzelfde voor ons welzijn. Concerten, exposities, voorstellingen, schoonheid en festivals versterken onze levenslust en levensvreugde en zijn net als sport opium voor het volk.

Misschien gaat er in kunst en cultuur alles bij elkaar nog wel meer geld om dan in topsport. Toch lijken politici en media altijd meer belang te hechten aan topsport en topsporters meer de hemel in te prijzen en te willen steunen dan bijvoorbeeld kunstfotografen, filmregisseurs en muzikanten.

Ik denk evenwel dat topsport – door het competitie-element en door het supporteren – heel erg een beroep doet op ons opportunisme dat we vrijwel allemaal hebben en in steeds grotere mate lijken te cultiveren. Euforisch kunnen we worden als een Nederlandse sporter of sportploeg goud haalt, vooral ook omdat de sporters voor hun land uitkomen. Een nieuwe film van bijvoorbeeld Paul Verhoeven wordt evenzeer enthousiast onthaald, maar wordt toch niet zo bejubeld als een succesvolle sporter.

Iedereen – fans en politici – lijken mee te willen en kunnen surfen op de golven van succes van sporters.

Wat het opportunisme aangaat: in Nederland kunnen we een topsporter in de bloei van zijn sportleven heel erg pamperen en ophemelen, maar hebben we weinig belangstelling voor sporters die misschien net zo hard of nog harder knokken maar die minder talent en/of geluk en succes hebben. En zodra een topsporter gaat falen, dan laten wij hem of haar met z’n allen zakken. Onze zorg voor topsporters is dus ook maar heel betrekkelijk.

Ik vind het goed dat topsporters van het Rijk (de belastingbetaler) een maandloon krijgen waarmee ze rond kunnen komen en zich volledig kunnen focussen op hun prestaties. Het geldt helaas alleen voor topsporters, niet voor ook toegewijde sporters die niet die opzienbarende prestaties leveren (kennelijk is dat eerlijk en logisch). Toch fascineert het mij waarom we voor topsporters een uitzondering maken. Er zijn bijvoorbeeld best veel schrijvers – ook succesvolle schrijvers – die zich suf moeten schnabbelen, omdat ze niet kunnen rondkomen van hun boekenverkoop. Zij worden niet gesteund door de overheid en de maatschappij (tenzij ze de een of andere prijs winnen).

Maar ja, topsport staat heel erg in de belangstelling. Het is de sterkste drug voor het volk en media en politici doen daaraan mee. De mens is heel erg competitiegericht – concurrentiestrijd zit in de natuur van alle levende wezens – en sport is natuurlijk buitengewoon competitief en speelt in op onze diepste gevoelens van voorkeuren en weerzin alsmede van nationalisme.

Het is een apart fenomeen hoe wij omgaan met sport en dan met name met topsport(ers). Vaak zijn we ons daar niet eens van bewust en laten we ons meeslepen door overdreven enthousiasme. Overdreven althans, als je het vergelijkt met de waarde die we hechten aan en tonen voor andere waardevolle fenomenen die misschien nog wel veel belangrijker en relevanter zijn en onder de streep meer opleveren van dat waar wij anderszins zo vol van zijn.

En nu komt het: bij sport hebben wij echt het gevoel dat er een unieke prestatie wordt geleverd. We zijn er live (en via de televisie en radio) bij. Bij de opnames van een film of een meesterwerk op doek zijn we niet zelf aanwezig (geen getuige van), en daar zit bovendien geen competitie-element in en bij sport wel. Dat is waarom sport mensen over de hele wereld zo boeit. Het is instant-bewondering.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s