Afscheid van overleden zoontje

Brammetje ligt thuis, op zijn eigen bedje in zijn eigen kamertje. Vier dagen geleden werd hij overreden. Op slag dood. Acht jaar nog maar. Een mooie leeftijd om te sterven, nog ruim voor die verdomde pokken-puberteit, voor de Derde Wereldoorlog en de Grote Klimaatramp. Gestorven op het hoogtepunt van zijn leven. Wat doet het ertoe of je honderd wordt of acht? Als je dood bent, telt niets meer. Niets is het ultieme iets. Niets is niet niks.

Natuurlijk, de fractie van een halve seconde waarin Brammetje zich bewust was van het ongeluk duurden een helse eeuwigheid. Het leven is behalve hemels vooral hels. Sowieso een strijd. Kijk maar naar de natuur. Het bestaan is primair een strijd. Tussendoor proberen we die strijdbijl te begraven en er wat leuks van te maken, maar het leven graaft die strijdbijl altijd weer op en gaat ons ermee te lijf. Kutleven. Overgewaardeerd, smerig, ranzig, sadistisch, onrechtvaardig, steeds weer voor moeilijkheden zorgende, dramatische kutleven.

Zolang je leeft, wil je normaal gesproken oud worden, behalve als het leven nog akeliger is dan de doodsangst. Maar als je dood bent, dan is er niets meer, het ultieme iets. Niets is niet niks!

Voor de nabestaanden is het zwaar. De overlevenden strijden voort. Ze hebben er het grootste trauma van hun leven bij en zullen er hoogstwaarschijnlijk nooit meer echt overheen komen.

Brammetje’s twee oudere broers, zijn opa’s en oma en vooral zijn ouders proberen nu vooral om niet helemaal te breken, zich te verzetten tegen eventuele zelfmoordgedachten. Zelfs nu hen het ergste is overkomen wat een gezin kan overkomen, willen ze toch door met hun leven en de pijn van het verlies met zich meedragen en combineren met de liefde van en voor en herinneringen aan Brammetje. Stille, verlegen, autistische Brammetje. Lieve, gecompliceerde, lelijke, guitige Brammetje. Computerfreak Brammetje.

Vandaag wordt Brammetje gecremeerd. Vannacht heeft zijn moeder op een luchtbed op zijn kamer geslapen, naast zijn bed, naast hem. Zolang ze hem nog kan zien, aanraken en ruiken breekt ze niet. Brammetje is er niet meer en is er toch nog wel. Het lijkt alsof hij slaapt. Ze heeft zo vaak naar hem gekeken, terwijl hij sliep. Als een mens wakker is, dan is hij eigenlijk nooit echt vredig. Wel in een normale, diepe, droomloze slaap.

Om 05.00 uur vannacht zat de moeder van Brammetje op haar knieën (op de slaapkamervloer) aan de rand van zijn bed. Ineens kreeg ze het Spaans-benauwd. Ze dacht aan vandaag, aan het moment dat hij het huis voorgoed in deze toestand gaat verlaten. Vanavond of morgen zal hij terugkomen naar huis, maar in veraste toestand, als een opgebrande sigaret.

Moeder raakte vannacht in paniek bij die gedachte. Ze probeerde Brammetje wakker te schudden, letterlijk nieuw leven in te blazen met haar adem. Zijn favoriete slaapliedje zong ze voor hem. Uit zijn favoriete voorleesboek las ze hem nog eenmaal voor. Ergens vurige hoop dat het een droom is en dat hij alsnog wakker wordt en doet alsof hij nooit dood is geweest, nooit een ongeluk heeft gehad.

Zijn vader kan het niet aan om Brammetje te zien. Dood. Hij ontwijkt het lijk. Hij wil Brammetje alleen nog maar levend terugzien, in zijn herinneringen, verbeelding en fantasie.

Brammetje was een eenkennig moederskindje. Zijn vader had met hem niet de hechte band die hij met zijn twee oudere zoons heeft. Er was liefde, maar afstandelijk. Er was een band, maar niet heel intensief. Eigenlijk was hij Brammetje van geboorte af aan al een beetje kwijt, heeft hij Brammetje nooit echt gehad. Brammetje was van zijn moeder. Met anderen deelde hij heel weinig.

Hoewel hij zielsveel van Brammetje hield en Brammetje beslist van heeft heeft gehouden, was het contact voor de vader diep van binnen onbevredigend, teleurstellend. En nu is Brammetje dood en kan dat contact ook nooit meer groeien. Frustrerend. Diep-triest. De intieme momenten die hij met zijn zoon heeft gehad, zijn op de kootjes van één vinger te tellen…

Nog steeds, zelfs nu hij dood is en als lijk op bed ligt (zonder zijn bril op, want iemand die slaapt, draagt geen bril), is zij intiemer met hun zoon dan hij. Dat maakt hem nog steeds tot een ‘dichtbij op afstand’, tot een ‘interne buitenstaander’.

De twee oudere jongens, veertien en zestien (Brammetje was een zeer gewild en gepland nakomertje), hadden evenmin veel contact met Brammetje. Ze zijn vooral dik met elkaar. Brammetje leefde zijn eigen leven en eigenlijk leefden Brammetje en zijn broers een beetje langs elkaar heen. Iedere avond aan de keukentafel zat Brammetje met moeder te vertellen, hun vader er een beetje bij en de broers met elkaar te kuiten. Een harmonieus gezin, maar ergens toch verdeeld in sub-gezinnetjes, zoals je ook in reisgezelschappen en voetbalteams verschillende clubjes mensen hebt.

Vannacht ben ik een paar keer wakker geschrokken, omdat ik aan Brammetje en zijn familie moest denken. Ik heb Brammetje nooit ontmoet, alhoewel, één keer, vlak na de geboorte. Ik heb hem nooit leren kennen, moet ik eigenlijk schrijven. Ik kende zijn ouders. Kort na de geboorte van Brammetje verwaterde het contact, ik weet al niet meer waarom precies. Drie maanden geleden sprak ik zijn vader weer eens en werden we Facebook-vrienden. Hun tragedie stond eergisteren samengevat in een krantenbericht van de Zeeuwse Courant.

Onze beleving hangt af van de combinatie van wie en hoe we zijn en wat we meemaken. Hoe we ons voelen, hangt af van de impact die de omstandigheden, onze keuzes, onze omgeving, gedachten, gevoelens en emoties en de ervaringen op ons hebben en of en hoe we daarmee om kunnen gaan. Dat is voor iedereen anders. De mate van gevoeligheid, de grootte van de intelligentie en de geestelijke, emotionele en lichamelijke gezondheid/toestand spelen daarbij een eminente rol. Alles wordt veel moeilijker en al snel veel te lastig als je getraumatiseerd bent en/of een stoornis hebt. Zulke mensen gaan werkelijk door de allergrootste hel: met een trauma en/of stoornis de spanningen, stress en crises te lijf gaan, is een haast onmogelijke en onmenselijke opgave. Maar het behoort wel tot de gruwelen des levens, tot de helse mogelijkheden! Ik weet er helaas ALLES van. ALLES. En geloof maar niet dat je dan op veel bevestiging (erkenning), begrip, warmte en troost kan rekenen. Wel op veel betutteling, achterdocht, hoon, kritiek, desinteresse en ontkenning. En op heel veel koude zakelijkheid, eufemisme en afstandelijkheid van artsen, instanties en psychologen met hun zogenaamd professionele houding. BAH!

Sinds ik weet van het overlijden van Brammetje vraag ik me af hoe het met zijn ouders gaat. Of het een beetje gaat. En wat dit drama met hen zal doen in de nabije en verre toekomst. Ik vraag me af of ze troost vinden bij elkaar, steun hebben aan elkaar en hoe ze dit het hoofd (gaan) bieden. Het gaat me te ver om me voor te stellen hoe ik eraan toe zou zijn als een van onze kinderen of mijn vrouw zou overlijden en dan ook nog zo tragisch, maar ik probeer me wel te verplaatsen in de ouders van Brammetje.

Ikzelf zou geen behoefte hebben aan al die steunbetuigingen en mooie woorden, ik zou alleen maar mijn kind terug willen en met rust gelaten willen worden. Iedereen gaat er anders mee om. Een mensenmens ben ik nooit geweest, eerder een sociale Einzelgänger. Vroeger was mijn moeder het mens op wie ik leunde en vertrouwde (ze leeft godzijdank nog), nu is dat mijn vrouw met wie ik de meest intense en intieme band heb. Ik ben niet zo van de vriendschappen. Ik heb altijd één favoriet of één vertrouwenspersoon – eerst mijn moeder, nu mijn vrouw – en de rest is omgeving, alhoewel onze kinderen natuurlijk boven iedereen staan voor ons. En dan nog, ik ben begaan met de hele aardkloot. Ik wil dat het iedereen en alles goed gaat. Ik hou van harmonie, geluk, vrede, liefde, zorgeloosheid, wijsheid, puurheid.

De ouders van Brammetje lijken me heel verschillend van karakter en gedrag. Zij heeft veel sociale contacten en is spiritueel ingesteld en put daar kracht uit, hij is een eenzelvige en rustige harde werker die leeft voor zijn vak, meer een gevoelige binnenvetter. Hij lijkt mij (nog) kwetsbaarder dan zij.

Slagen zij erin om zichzelf en hun leven weer op de rails te krijgen, hun huwelijk door deze emotionele storm te loodsen en hun andere twee zoons goed te begeleiden? Lukt het hen om  individueel en samen de dood van Brammetje te verwerken of te integreren in hun dagelijks zijn?

Natuurlijk, kalmeringspillen of rustgevende kruidendrankjes kunnen in zo’n kut-crisis-situatie helpen, net als gesprekken met een psycholoog of een andersoortige therapeut. Erover praten, samen huilen en schreeuwen, erover schrijven, afleiding, vriendschappen, interesses, hobby’s, werk, een positieve levenshouding, levenslust… Het draagt allemaal een belangrijk steentje bij aan overleven. Overleven = doorgaan.

Op die manier kun je de negatieve impact van een tragedie een beetje beperken. Stootbumpers. Omzeil-technieken.

Maar soms zijn de trauma’s sterker dan wij en al onze geneesmiddelen en lapmiddelen. Ik hoop voor de ouders van Brammetje, hun andere twee kinderen, de opa’s en oma en het hartsvriendje van Brammetje dat zij hier tamelijk ongeschonden of zo ongeschonden mogelijk uit zullen komen, dat ze hier niet nog heel veel bijkomende en verergerende ellende – psychisch, emotioneel, psychosomatisch, relationeel, sociaal, praktisch – aan zullen overhouden. Het is altijd maar afwachten. Je hebt frontsoldaten die na drie jaar front hun leven weer oppakken en weinig of niets mankeren en je hebt frontsoldaten die na één week front totaal getraumatiseerd terugkomen en nooit meer de oude worden.

Dat is dan geen teken van zwakte en het is al zeker niet zijn of hun eigen schuld, het is gewoon wat het leven bij een mens kan aanrichten. Het leven kan ook gewoon slopen. Dat doet het zo nu en dan en soms zelfs massaal en langdurig.

Maar de moderne mens is als de dood voor situaties en mensen die niet te fiksen zijn. Dat vinden we doodeng en dat drukken we dan ook weg, alsof het er niet is. Dan geven we voor het gemak de lijder maar de schuld. Pillen, praten en een positieve levenshouding MOETEN helpen, vinden we. Wij mensen moeten alles kunnen fiksen. Imperfectie mag er niet zijn. Een tragedie moet een probleem worden dat we kunnen oplossen. Want wij zijn God. Wij zijn maakbaar. Wij kunnen alles. Wij kunnen alles goed maken en onder controle krijgen en houden. Wij zijn De Almacht.

Lijden is verboden. Daarom plegen velen euthanasie als het niet leuk meer is. Daarom worden buikbaby’s met een afwijking geaborteerd. Daarom stoppen we verwarde mensen weg. Lekker makkelijk. Als we ze niet zien, dan zijn ze er niet en dan is het niet zo.

Hoe ironisch. De mens is een heel onmenselijk dier geworden… De mensheid en zijn maatschappij zijn vooral heel onmenselijk geworden.

Maar er zijn gelukkig wel nog menselijke mensen. Warme, zorgzame, lieve, goedhartige, bekommernisvolle mensen. Deze engelen moeten die duivelse God De Mensheid dan maar het goede voorbeeld geven…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s