Hartje zomer genieten van het échte Spanje

Ben je ook een liefhebber van Spanje, maar tevens een hekelaar van het massatoerisme? Ga dan in de zomervakantie naar het binnenland van Spanje. Bloedheet, maar ook bloedmooi. Een sfeerverslag van een reis door het land van Don Quijote, de Tempeliers, monarchieën, wereldveroveraars,  generaal Franco, stierengevechten, flamencomuziek en de nalatenschap van de Romeinen, Kelten en Moren. 

door Roland Danckaert

Zestien jaar was ik toen ik (in 1983) op televisie de taalcursus Spaans – getiteld Por favor – volgde bij de educatieve omroep TELEAC (Televisie Academie). Ik zag hoe de hoofdrolspelers van deze cursus, Pilar en Miquel, op de Plaza Mayor zaten van de oogverblindende en jaloers makende universiteitsstad Salamanca. Het verlangen om Salamanca te zien, was sindsdien tussen mijn slapen blijven rondzweven.

Hoewel ik met mijn ouders en twee zussen en later met mijn vrouw en onze kinderen regelmatig in Spanje kwam (veel eilanden en de gehele kust gezien), kwam het er nooit (eerder) van om Salamanca, de stad ten noordwesten van Madrid, te bezoeken en mijn ultieme TELEAC-momentje te beleven en mijn mooie jeugdherinnering/jeugdverlangen te actualiseren. Het binnenland van Spanje sloegen we steevast over. Voor de zomervakantie kozen we telkens voor andere bestemmingen.

DE LANG GEPLANDE REIS IS ER DAN TOCH VAN GEKOMEN

Dit jaar kwam het er dan toch van: het maken van een rondreis door het binnenland van Spanje, het land dat mij sinds onze eerste vakantie in Torrevieja (Costa Blanca) – ik was toen een jaar of twaalf – is blijven boeien. De avondwandelingen over de met palmbomen omzoomde boulevards en over de grote permanente kermis van Torrevieja, mijn fietstochtjes door de nabij gelegen citroenbomenvelden, de expedities naar de roze zoutmeren, de taal, de mooie Spaanse meisjes, de heerlijke geuren en het lekkere eten in sfeervolle restaurants hadden van mij – vanaf die eerste Spaanse vakantie – een halve Spanjaard gemaakt. Boven mijn proefwerken op de Middelbare School schreef ik bij de in te vullen naam steevast ‘Rolando Danckaerto’. Ik kon slechts een hele Spanjaard worden door ook de veelzijdige hoofdstad Madrid en de rest van het binnenland – het klassieke en echte Spanje – te gaan verkennen.

We zijn nu (16 augustus) twee dagen terug van een bekoorlijke reis door het hart van het vasteland van Spanje en kijken er met veel genoegen op terug. Wat hebben we veel mooie mo(nu)menten gehad, en ook monumentale momenten beleefd.

We vertrokken vanaf vliegveld Düsseldorf (met luchtvaartmaatschappij Iberia): 3 uurtjes vliegen. Op Madrid Barajas Airport pikten we onze huurauto op en reden we naar ons eerste hotel in de plaats Alcorcón.

ONZE ROUTE (3700 KM) EN DE HITTE

Onze route van de hele vakantie: Madrid (aangename, schone hoofdstad)-Alcalá de Henares (zeer bezienswaardige geboorteplaats van Miquel de Cervantes, de auteur van Don Quijote)-San Lorenzo de El Escorial (koninklijk abdijcomplex)-Segovia (schitterend Romeins aquaduct)-Valladolid (verrassend leuke historische stad)- Palencia (bezienswaardige kathedraal)-León (een van de aantrekkelijkste steden van Spanje)-Oviedo (veel folklore in de provincie Asturias)- Gijón (heeft leuke wijk aan zee)-Avilés (bogengalerij)-Cudillero (kleurrijke huizen in baai)-Luarca (leuke haven)-Ribadeo (mooie kust: rotsbogen in water, genaamd Los Catedrales)-Mondoñedo (oude huizen)-Lugo (schitterende, oude stadsmuur intact)-A Coruña (levendige en erg sfeervolle havenstad)-Ponferrada (mooi kasteel van de Tempeliers, op woensdag gratis te bezoeken)-Astorga (o.a. gebouw van Gaudi)-Zamora (boordevol mooie kerken)-Salamanca (volgens mijn opinie de mooiste stad van Spanje)-Candelario (een van de leukere, authentieke dorpjes)-Plasencia (historische plaats)-Cáceres (een en al oudheid)-Nationaal Park Monfragüe (schitterende rotsbergen)-Trujillo (een van de hoogtepunten)-Mérida (Romeinse opgravingen)-Córdoba (schitterende kathedraal/moskee en veel witte, nauwe straatjes)-Calatrava (kasteel) –Almargo (bijzondere Plaza Mayor)-ToledoConseugra (witte molens, het Spaanse kinderdijk)-Avila (bijzondere stadsmuur)-Aranjuez (koninklijk paleis)-Chinchón (medio augustus stierengevechten op Plaza Mayor)-Madrid.

Stuk voor stuk bezienswaardige steden en dorpen die – op Salamanca en Toledo na – zelfs in de zomer niet overspoeld worden door toeristen. We hebben tijdens onze reis maar een paar Nederlanders gezien en gehoord. Als we al toeristen uit andere landen zagen, dan waren het meestal Fransen (en Aziaten in met name Toledo).

Ja, het was warm. Gemiddeld 38 graden in de schaduw. Maar met de airco in de auto, in de restaurants en hotels en met de hotelzwembaden tot onze beschikking viel de hitte alleszins mee. Voor ons althans was het draaglijk. Op hele warme dagen is het in Nederland benauwder en ’s nachts warmer. In het noorden van Spanje is het sowieso ook in juli en augustus lekker koel en in Gijón hadden we zelfs bijna de hele dag regen.

HET GOEDE SPAANSE LEVEN

Spanjaarden zijn levensgenieters en feestvierders. Veel mensen nemen voor pakweg 2 euro 50 een ontbijtje (cafe con leche en een croissant a la plancha) in een van de koffietentjes, het wemelt er van de pasteleria’s (gebakszaken), bij je biertje, wijntje of glaasje fris krijg je meestal een gratis kleine snack geserveerd (we hebben meegemaakt dat een ober zijn gasten gratis tapas bleef voeren!), de tapas-barretjes en terrasjes zitten ook midden op de dag meestal goed vol, voor ongeveer 9 à 16 euro krijg je een heerlijk dagmenu geserveerd (drie-gangen met een drankje) en ’s avonds komen de steden en dorpen pas echt tot leven: jong en oud gaat dan de straat op om te flaneren en wat te eten en te drinken.

In de (stads)parken en over de boulevards wandelen de locals rustig of zitten mensen te genieten van het mooie weer, de conversaties en het observeren van andere mensen. Trouwens, vrijwel alle plaatsen hebben minstens één fraai aangelegd park(je) en zijn bomen- en plantenrijk. Zelfs van de rotondes op de wegen hebben de Spanjaarden dikwijls iets leuks gemaakt.

Het is duidelijk: Spanjaarden verstaan de levenskunst en hechten aan de kwaliteit van leven. In de toeristenplaatsen zijn de obers en hotelmedewerkers met name in het hoogseizoen vaak niet zo vriendelijk, maar wij hebben in het niet zo toeristische binnenland bijna alleen maar aardige, behulpzame en zeer correcte mensen ontmoet. Tweemaal maakten we het mee, dat een oude man ons zomaar aansprak en in het Spaans een hele verhandeling gaf over de historie en bezienswaardigheden van zijn stad.

KLEINE BIJZONDERHEDEN

Op 25 juli, een dag na aankomst, ontdekten we een spijker in de band van onze huurauto. Wij probeerden de autoverhuurmaatschappij te bereiken, maar het bleek een nationale feestdag te zijn. Een van de vele nationale feestdagen in Spanje. Geen Spanjaard kon ons nochtans vertellen wat er die dag werd gevierd, alleen maar dat het een vrije dag was. Dat vond ik grappig. We hebben het toen zelf maar opgezocht op internet: op 25 juli wordt de heilige Jacob(us) oftewel Santiago geëerd/herdacht.

Overigens zie je vooral in het hele noorden van Spanje de pelgrimsroute (de Jacobsweg) aangegeven staan naar Santiago de Compostela (graf van Santiago/Jacob), en vele pelgrims wandelen die aan hun rugzak de Jabob-schelp hebben bevestigd. Deze route wordt al sinds de elfde eeuw gelopen.

In de magistrale stad León verbleven we in een kloosterhotel (met pelgrimskerk) en woonden we aldaar een mis bij waarbij de pelgrims en aanwezige hotelgasten speciaal werden gezegend door de pastoor, afhankelijk van het land van herkomst in het Duits, Engels, Spaans of Portugees. Wij werden – als Nederlanders – gezegend in het Duits. De pastoor had in elk geval een goede geografische kennis (wist blijkbaar dat Nederland aan Duitsland grenst)… Het was toch raar geweest als hij ons in het Portugees of Engels had gezegend.

Hoewel mijn vrouw en ik niet religieus zijn, vonden we het ontvangen van de hostie en het bijwonen van de mis – die werd voorgedragen door mijnheer pastoor en enkele nonnen die mooi synchroon zongen (één non bespeelde het orgel) – een bijzondere ervaring. Het was gewoon een heel mooie, harmonieuze sfeer. Als diepzinnige mensen vinden wij het – afgezien van de religieuze leer en het Bijbelverhaal – heel waardevol dat in een kerk nog wordt stilgestaan bij de diepere waarden in en van het leven en bij ‘goed en kwaad’. Waar vind je die verdieping en saamhorigheid anders nog? Bijna nergens.

In Alcalá de Henares, iets ten oosten van Madrid, zagen we op vrijwel alle kerktorens grote ooievaarsnesten met de imposante zwart-witte vogels erin. We zaten er op een terrasje van onze tapas (verschillende lekkere kleine hapjes) te genieten toen opeens de kerkklokken zo luid begonnen te klinken dat onze trommelvliezen begonnen te klepperen, maar de ooievaars – die op 50 centimeter van de herrie verbleven – gaven geen krimp. Trouwens, was het toeval dat er zoveel zwangere vrouwen rondliepen?

Zoals gememoreerd, is Alcalá de geboorteplaats van Miquel de Cervantes, de Spaanse Shakespeare. Zijn boek Don Quijote (Quichot zoals wij het noemen) – uitgekomen in het begin van de zeventiende eeuw – is wereldberoemd geworden. Het verhaal handelt over een lage edelman die door het teveel lezen van ridderromans zijn verstand is kwijtgeraakt en letterlijk tegen windmolens (reuzen in zijn verbeelding) is gaan vechten. Door heel midden-Spanje zie je odes aan de auteur en zijn romanfiguur terug. Het is een absoluut meesterwerk over waanzin en verbeelding van een gestoord (geestelijk ziek) persoon die volgens het verhaal misschien niet eens zo gek is en onlogisch denkt en handelt, zeker niet als je het afzet tegen de waanzin van de ‘gezond en gewoon’ geachte maatschappij.

Wat je verder door heel Spanje ziet, zijn natuurlijk de stierengevechten. Ik vind het een prachtige traditie die gepaard gaat met een heel authentieke, folkloristische sfeer (inclusief rituelen) en het gevecht zelve is ronduit spannend. Maar het gevoel bij mij – bij het zien van de op tv uitgezonden stierengevechten (ook voor leerling-toreadors!) – was dubbel: ik vind het vreselijk om te zien hoe de stieren worden gepest en gemarteld en worden benut als middel van menselijk vermaak. Voor mij hoeven het pijnigen, martelen en doden van de stieren er niet bij. Dat kan ook zonder – minder barbaars, volgens mij.

In de stad Chinchón onder Madrid hebben we zelfs door een tijdelijke plaza de toros gelopen. Het feest ter herdenking van de hemelopneming van de Heilige Maagd was er in volle gang en daar hoort in die stad met die aparte Plaza Mayor (groene balkonhuizen) een serie avondlijke stierengevechten bij midden op het plein. Wij waren er ’s middags en toen zaten er al heel wat (feestende en aangeschoten) mensen op de tribunes langs de speciaal voor dit feest opgebouwde ‘arena’ op het plein. Je kon gewoon in de zanderige arena lopen en staan. Diezelfde avond zouden professionele stierenvechters de strijd aangaan met de dieren, maar niet voordat moedige jongens en mannen met z’n allen in de arena voor hun leven renden en vluchtten om niet op de horens genomen te worden van de stieren (traditie).

Behalve stierengevechten op de Spaanse televisie (er is zelfs een zender die alleen maar is gewijd aan deze vorm van a-nimal-musement) zagen we er op de treurbuis tevens een talentenjacht voor flamencozangers en- zangeressen, een soort van Voice of España, maar dan met jonge muzikanten die de traditionele muziek ‘beoefenen’. Opmerkelijk. En leuk om te zien en horen.

Wat we tevens door heel dit middenstuk van Spanje zagen, waren Romeinse overblijfselen, hetgeen ons nog maar eens bewust maakte van de macht, kennis en bouwkunst van de Romeinen. En de Spaanse geschiedenis is daarbij doorweekt van de strijd tussen de moslims en de christenen. Dat zie je overal weer terug, zoals in het stadje Ponferrada met haar schitterende Tempeliers-kasteel. De Orde van de Tempeliers was een christelijke kruisriddersorde die de heilige oorlog vocht tegen de moslims, ook voor de pelgrims/christenen in Palestina. De moslims vervolgden op hun beurt de christenen. Er is niet veel veranderd sinds de twaalfde eeuw, helaas…

SLOT/SAMENVATTING

Het binnenland van Spanje en vooral ook het boerse, Oostenrijk-achtige noorden van het land is een door Nederlanders verwaarloosde zomerbestemming, terwijl de echte Spanje-liefhebber die allergisch is voor het massatoerisme juist daar een heerlijke vakantie kan beleven.

Er zijn een paar nadelen. Als je helemaal geen Spaans verstaat en spreekt, dan kun je je in de meeste hotels en barretjes wel met wat Engels redden, maar daar houdt het dan ook mee op, omdat de meeste Spanjaarden en zelfs de meeste jonge Spanjaarden geen of erg slecht Engels spreken. Spanjaarden zijn heel erg gefixeerd op hun eigen land (of regio/provincie) en taal (of dialect). Mijn vrouw en ik verstaan het Spaans matig tot redelijk en spreken het een heel klein beetje. We kunnen ons in elk geval behelpen met onze kennis van de taal. Maar als Spaans werkelijk Chinees voor je is ( ervan uitgaande dat je totaal geen Chinees kan), dan heb je – indien voorradig en bruikbaar – handen en voeten nodig om je verstaanbaar te maken, vooral als je wat meer wilt zeggen dan ‘twee bier, een koffie en een portie patat’.

Erg vervelend vonden wij het feit dat ze in dit gedeelte van Spanje voor vrijwel iedere kerk entreegeld heffen, en nog veel ook (ongeveer 4 tot 6 euro per persoon), laat staan voor de kastelen en musea. Als je een cultuurliefhebber bent en alle kerken, kastelen en musea van binnen wilt bekijken, dan ben je een godsvermogen kwijt aan entreekosten.

Tenslotte viel het ons een beetje tegen, dat er erg weinig bezienswaardige of sfeervolle hele kleine dorpen en gehuchten waren. Het binnenland – met voornamelijk kale vlaktes, veel dor, gelig gras (hooi) en op enkele plaatsen grote zonnebloemvelden en wijngaarden – biedt heel veel mooie steden en nietsbetekenende uit de kluiten gewassen dorpen (zo groot als kleine steden) en op veel plaatsen adembenemende landschappen, maar niet de kleine, rustige plaatsjes waar wij zo erg van houden.

Tijdens mijn reis schreef ik de volgende samenvatting over onze reis door het hart van Spanje:

Het binnenland van Spanje is van een toeristische buitencategorie, zeker qua architecturale schoonheid. Zelfs in de zomervakantie of misschien wel juist in de zomervakantie ben je er echt onder de Spanjaarden. Voor mensen die goed tegen de hitte kunnen en die niet van half Amsterdam/Parijs/Londen én Berlijn houden in het land van de paella-eters is het middengebied van Spanje een waar buitenkansje.

TOETJE: GEDICHTEN

Tijdens mijn reis schreef ik twee gedichten.

Het onderstaande gaat over de ochtendzon die in een mistdeken tussen de bergen schijnt.

Zonneschijn in de mist

Een deugdzame list

Het wit-porselein gewist

Zoals ranja een glas water kleurt

wordt het spookachtige opgefleurd,

het laken met ontmaagdingsbloed besmeurd

© Roland Danckaert

 

Het onderstaande gedicht gaat over de maan.

De maan weet niet dat ze bestaat

ze is ongewoon doch er gewoon

De schemerrotonde weet niet dat ze maan

wordt genoemd door wezens zoals jij en ik

Ze is helemaal verlaten, zelfs door zichzelf

Van Neil Armstrong heeft ze nooit gehoord

Laat staan dat ze hem ooit heeft ontmoet

Zijn voetstappen zijn lucht voor haar

De maan weet niet wat ze doet met eb en vloed

Ze doet gewoon wat ze gewoonlijk doet

De maan beseft niet dat ze om zichzelf en de aarde draait

Onwetend en onbewust draait ze zoals ze draait

De nachtlamp weet niet van haar verhouding met de zon

Het is een liefdeloze maar veelbetekenende relatie…

© Roland Danckaert

 

Happiness is really smiling instead of stressing…

Adiós! ♥

 

 

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s