De utopische mens: Thomas More 2.0

Tot halverwege de vorige eeuw werd en was ‘Utopia’ oftewel de ideale samenleving eeuwenlang veelbesproken, met Thomas More als een van de beroemdste utopisten. Een ideale samenleving is natuurlijk sowieso een onhaalbare kaart, want niets in dit leven en op deze wereld is ideaal, en al zeker niet voor heel lange tijd.

Eventjes kan iets ideaal zijn of lijken te zijn, maar lang duurt dat doorgaans niet. Desalniettemin is het een loffelijk en hoffelijk streven om de ideale samenleving na te streven en zo in de buurt te komen van een zo ideaal mogelijke maatschappij. Echter, aangezien mensen onderling verschrikkelijk verdeeld zijn en andere (eigen)belangen hebben, is dat allemaal heel erg moeilijk te realiseren en in stand te houden.

Ik vind eigenlijk dat we het nu, in West-Europa, niet eens zo heel erg slecht doen. Het kan en moet nog veel beter (eerlijker, menselijker, hartelijker, meer gelijk, wijzer, met meer ontzag voor de natuur en het milieu alsmede voor de medemens), maar het kan anderzijds nog veel slechter. De voorbeelden daarvan zien we in tal van werelddelen.

Het gevaar van het toewerken naar een utopische of ideale samenleving is dat we vergeten dat er nou eenmaal eeuwig problemen, hete hangijzers, struikelblokken, ruzies/conflicten en tragedies zullen zijn, dat dit nou eenmaal in de natuur en dus in het leven besloten zit. We zullen dat moeten accepteren, echter niet zonder te reiken naar perfectie, zolang we maar beseffen dat perfectie niet haalbaar is, of toch zeker niet blijvend kan zijn – anders raken we gefrustreerd en gaan we domme en zelfs kwaadaardige dingen doen en verliezen we haast alle moraal uit het oog.

Maar er zit nog een ander gevaar aan vast, namelijk dat we vergeten om de goede dingen die we al hebben geïnstitutionaliseerd en opgebouwd vergeten te benoemen en dat we verzuimen om die uit te bouwen. Als we alleen maar bezig zijn om wat fout is goed te maken en niet voort te borduren op wat reeds goed is, en als we dat goede ook niet meer waarderen, dan gaat het volgens mij goed fout. Ook als we dat goede steeds maar weer willen bijschaven in onze zucht naar perfectie, en zodoende een ‘kunstwerk’ kapot schaven. Je kan ook te lang blijven schaven en dan wat goed is kapot maken.

Het streven naar ‘Utopia’ hebben we als mensheid echter een beetje opgegeven in de tweede helft van de vorige eeuw. De hippies en sektes in de jaren zeventig waren misschien wel de laatste echte en actieve utopisten. De hippiecultuur is zowat uitgestorven en wordt over het algemeen als mislukt beschouwd vanwege seksuele misstanden en drugs- en alcoholmisbruik, maar er zaten heel goede, mooie en fijne kanten aan die subcultuur. En heel veel hippies hebben in die tijd de tijd van hun leven gehad. Het is jammer dat deze stroming bijkans is uitgestorven.

Misschien grepen de hippies te hoog of schoot de rest van de wereld hun hele hebben en houwen aan duigen: in plaats van gewoon hun eigen groep met hun eigen leefmethode te vormen, werd hun cultuur gezien als hét alternatieve antwoord op een mislukte, verknipte en verloederde, burgerlijke, materialistische samenleving. Het doel leek te zijn dat het hippiedom de nieuwe manier van leven zou worden en de ideale samenleving zou creëren, maar dat was vanzelfsprekend gedoemd te mislukken. Inderdaad, de hippiecultuur was niet perfect en dus niet in alle opzichten beter dan de gewone maatschappij, en toch was ze waardevol en had ze – in verbeterde vorm – navolging verdiend! Ik hoop nog altijd dat een nieuwe generatie dat voor elkaar bokst! Of misschien moet mijn generatie dat alsnog gaan bewerkstelligen. Kom op, vijftigers!

Toen het alleen nog maar ging over die mislukking en over de uitwassen op seks-, drugs- en alcoholgebied stierf de hippiecultuur een snelle dood. Jammer, want bepaalde waarden van de hippies waren dus wel degelijk vruchtbaar en een goed alternatief. Echter, er is helemaal niets van die hippiecultuur overgebleven, niets. De samenleving is alleen maar steeds minder hippieachtig aan het worden, druist alleen maar steeds meer in tegen het gedachtegoed van de vrijzinnige sieradenmakers, kunstenaars, communes en muzikanten.

HET STREVEN NAAR DE IDEALE, FOUTLOZE MENS

Het ijveren voor de ideale maatschappij heeft sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw plaatsgemaakt voor het streven naar de ideale, foutloze mens, naar de mens zonder afwijkingen, gebreken, stoornissen en zwaktes. Men heeft bijna wereldwijd het neoliberale kapitalisme geaccepteerd als dé beste vorm van economie/samenleving (daar valt overigens heel veel tegenin te brengen én heel veel voor te zeggen), en ondertussen streeft men naar een samenleving met alleen maar (bijna) ideale individuen die allemaal goed op eigen benen kunnen staan, zichzelf kunnen bedruipen en precies in de mal, het korset, passen van de maatschappij. Wie afwijkt, krijgt een negatief stempel, therapie, afwijzingen en medicijnen.

Nee, je bent niet meer energiek, levenslustig en creatief, je hebt ADHD. Nee, je hebt geen hekel aan lezen en je kan je niet concentreren op wat je geen reet interesseert en je bent niet langer meer een doener dan een denker, je hebt ADD. Nee, je bent niet langer lief en aardig, maar overgevoelig. Nee, je wordt niet meer als emotioneel, recalcitrant en temperamentvol gezien, maar als een probleemgeval, als iemand met op z’n minst borderline. En nee, je bent niet meer graag op jezelf en hebt niet gewoon behoefte aan structuur en regelmaat en je kan je niet langer heel erg goed in iets verdiepen, maar voortaan ben je een autist. En nee, je bent tegenwoordig niet meer werkloos en/of arbeidsongeschikt, maar een uitvreter die de samenleving geld kost. En nee, je hebt geen Down meer, je bent gewoon ongewenst en je moet geaborteerd worden. Want je voldoet niet aan het plaatje van de volmaakte, foutloze mens die niemand tot last is, die de samenleving geen geld kost en die op eigen benen kan staan.

We kijken steeds minder (lang en nauwkeurig) naar de goede kanten van mensen doch steeds meer en fanatieker naar hun (zogenaamde) gebreken. Bijna alle jonge mensen labelen we met een stoornis. Enerzijds doen we dat ook weer niet, want door de moraal van deze regering wordt iedereen die niet op sterven ligt geacht te moeten en kunnen werken, omdat iedereen de handen uit de mouwen kan steken, en als je geen armen en handen meer hebt, dan kun je leren typen met een potlood tussen je mond of met je tenen, maar je zal en moet zelf je geld kunnen verdienen en de samenleving geen extra geld kosten.

Maar anderzijds accepteren we een smetje op het gedrag en het karakter niet meer. We therapeutiseren er volop en lustig op los en proberen iedereen klaar te stomen om in dat keurslijf van de maatschappij te passen. Daarom zijn bedrijven zo dol op robots: die worden nooit ziek (al kunnen ze wel gaan haperen natuurlijk), die spreken de baas niet tegen en vertonen geen menselijke trekjes. Mensen zijn immers maar incompetente, onvolmaakte wezens en daar moeten we niks van hebben.

Het is wat dat betreft een heel akelige samenleving met een heel griezelige insteek geworden.

Men zal nog eeuwenlang doorgaan – indien het de mensheid is gegeven – met het perfectioneren van de burgers en met het vervangen van de menselijke arbeidskrachten door robots die nooit moe, ongesteld, grieperig en recalcitrant worden. En net als het neoliberale kapitalisme zal men dat gaan accepteren als normaal en als de best denkbare leef- en werkmethode.

De wijsbegeerte en de ethiek hebben het totaal verloren van de economie en de technologie.

IK HEB STEEDS MINDER OP MET DEZE MAATSCHAPPIJ EN DE MENSHEID

Deze wereld is nooit echt mijn wereld geweest, ik heb op aarde nooit werkelijk kunnen aarden. In dit geldbeluste, hyper-technologische en harteloze tijdperk met een gebrek aan harmonie, solidariteit en menselijkheid voel ik mij steeds minder op mijn gemak en wordt mijn Weltschmerz in plaats van geringer steeds erger.

Althans, men noemt het Weltschmerz en zo klinkt het als een ziekte, maar eigenlijk is het gewoon een romantisch idealisme, heel onschuldig. Ja, je lijdt eronder maar niet eraan. Mensen met Weltschmerz zouden, als ze meer invloed en meer vaste voet aan de grond kregen, van wezenlijk belang kunnen zijn voor deze samenleving die op hol is geslagen, verkeerde paden is ingeslagen en tot bezinning gebracht zou moeten worden.

Maar deze maatschappij – verzameling individuen en groepen – is niet te stuiten in haar race naar het Walhalla dat ook wel afgrond genoemd kan worden.

Ja, je kan mij een aarts-pessimist noemen, maar ik noem mijzelf liever een realist die de goede dingen maar ook de problemen ziet en benoemt en die hoopvolle suggesties doet, echter in de wetenschap dat men niets met die suggesties doet.

Jezus werd gekruisigd, John Lennon, Martin Luther King. J.F. Kennedy, Olaf Palme, Malcolm X en Abraham Lincoln werden eveneens vermoord… De zeer wijze Pythagoras zou zelfmoord hebben gepleegd of daartoe zijn gedreven.

Vreemd genoeg zijn veel wijze mensen en idealisten er slecht vanaf gekomen. Soms lijkt het alsof niets wat goed is op deze aarde mag standhouden en bloeien.

Dat wat zo lijkt, is meestal niet echt zo, maar het voelt wel alsof het echt zo is, en dan is het eigenlijk zo. Je hebt de realiteit van de feiten en de waarheid van de beleving…

http://www.rolanddanckaert.nl

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s