Zo werkt mijn angststoornis

De stoornis onderwerpt me, onderdrukt me, houdt me in haar greep en gevangen. De ziekte – simpelweg ontstaan door te veel en te langdurige spanningen, trauma’s en stress vanaf mijn zevende levensjaar en op zichzelf veel stress, frustraties, verdriet, woede en spanningen veroorzakend – houdt me de hele dag bezig, legt me aan banden. De aandoening is buitengewoon dominant en gaat gepaard met heel veel andere medische, sociale, maatschappelijke, emotionele, lichamelijke en mentale ongemakken, belemmeringen en symptomen.

Deze kwaal – dus bestaande uit veel verschillende, bijna allemaal aan elkaar gerelateerde kwalen – houdt me onder de duim en slokt iedere dag al mijn aandacht op, hoewel ik niet wil dat de angsten, paniek, stress, frustraties alsmede de lichamelijke en psychosomatische symptomen mij en mijn tijd domineren en opeisen. Ik probeer afleiding te zoeken, maar zelfs als ik afleiding zoek, ben ik toch zijdelings met de ‘spijker in de schoenzool’ bezig, omdat ik dan immers afleiding zoek van mijn ziekte. Vrijwel niets wat ik doe, denk en voel, heeft niet met mijn kwalen te maken. Dat is vreselijk om mee te maken, en onoplosbaar. Omdat de malaise zo repressief is.

De stoornis echt vergeten, is welhaast bijna onmogelijk, omdat ze vrijwel altijd en overal van zich doet spreken en me voortdurend het leven zuur maakt en voor zo ontzettend veel ongemakken, beperkingen en symptomen zorgt.

Desondanks probeer ik gewoon door te gaan met mijn/ons leven, me zo min mogelijk aan te trekken van de misère en zo vaak mogelijk te doen alsof ik gezond ben. Ik heb me nochtans mogelijk te veel gericht op de levenswijsheid en te weinig op de levenskunst, dat dan weer wel. Ofschoon, die twee hangen als een Siamese tweeling met elkaar samen en ik kan eigenlijk net zo goed heel gelukkig worden van opgedane en door mij verfijnde, uitgewerkte levensinzichten.

Mijn vrouw Sandra – Anna Alexandra officieel – is in dit hele verhaal geweldig. Ze zet zonder mopperen de tv zachter als ik niet tegen het voor mij harde geluid kan, ze geeft me geld zodat ik overdag naar de sauna kan gaan of wat kan gaan drinken, ze koopt een huisdier voor me als ik zeg dat ik er een mis en ze staat me altijd met raad en vooral daad bij. Ik hou niet alleen daarom heel veel van haar, maar ook omdat ze afgezien van haar empathie en hulp een leuk, schrander en lief persoon is en omdat we veel raakvlakken hebben en ik mijzelf bij haar kan zijn.

Echter, het is niet zo dat ik mijn vrouw alleen maar tot last ben, al ben ik haar grootste zorgenkind. Ik ben op mijn beurt goed voor haar, in alle mogelijke opzichten. Ik ben heus niet altijd zwaar drukkend gezelschap, maar ben juist heel lief, attent en humoristisch. Bovendien kan ze haar zorgen – haar zorgen vanwege mij openbaart ze evenwel zelden om me niet nog meer te belasten – bij me kwijt, bijvoorbeeld omtrent familieomstandigheden of vanwege haar evenzeer geliefde werk.

Toch lijken sommige mensen me haast verwijtend of in elk geval indringend te moeten wijzen op het feit hoezeer ik geboft heb met mijn vrouw. Alsof ik dat zelf niet besef. En alsof zij niet ook geboft heeft met mij. Ik hoef heus niet wakker geschud te worden als het gaat om de offers die mijn vrouw brengt. Daar ben ik mij iedere dag zeer van bewust.

Soms  voel ik me schuldig omdat ik/mijn situatie haar zo enorm belast, maar ik weet dat mij niet veel blaam treft, maar  dat de situatie, de ziekte schuld heeft.

Hoe dan ook, ik vind het heel erg voor mijn wederhelft dat ze haar lot heeft verbonden aan iemand met zo’n lullig en knullig lot. Ik zou niet kunnen leven met de wetenschap dat iemand van wie ik zoveel hou door zo’n diepe dalen moet, al zo lang. Ik ben blij dat ik deze kwalen heb en niet zij, dat meen ik oprecht.

Dat Sandra lijdt (door mijn kwellingen) doet mij pijn, want ik hou van haar en gun haar een veel zorgelozer en genietbaarder bestaan dan dit. Ik vervloek het leven dat ook zij zo meedogenloos wordt gemarteld en bij tijd en wijle zo onnoemelijk gekweld, gemarteld en stuk geslagen overkomt. Juist daarom doe ik meer dan mijn uiterste best om haar niet steeds te zwaar te belasten en om het leuk te maken voor haar, om mijn waardering en liefde voor haar te tonen, telkens weer. Ook ik moet daarbij weleens een ergernis of irritatie wegslikken. Niemand is ideaal.

Ondeskundige deskundigen

De in totaal vier psychologen die ik gedurende dertig jaar angststoornissen heb gezien, hadden allemaal een andere (diepere) diagnose en spraken elkaar wat dat betreft dus tegen, maar spreidden wel allemaal dezelfde kennis en praatjes over angst(lijders)ten toon. Het gebruikelijke: dat het allemaal angst voor de angst is, dat zo’n paniekaanval ook weer overgaat, dat je het vermijden moet zien te vermijden, dat niet alles wat je denkt waar is en dat cognitieve gedragstherapie, running therapy en medicijnen in veel gevallen helpen. En dat was het dan. Echt geluisterd naar mijn specifieke situatie, achtergronden en beleving werd er nooit. Ik voel me alleen gekend en gezien door mijn vrouw, onze kinderen en mijzelf.

Niet alleen kunnen bij iedere angststoornis de beleving en symptomen sterk verschillen, alleen al qua intensiteit, maar vergeten wordt vaak dat de oorzaak heel uniek is: een angststoornis door tijdelijke overwerktheid zal minder zwaar en gecompliceerd zijn dan een angststoornis door een traumatische jeugd en een angststoornis bij een optimist zal anders zijn dan bij iemand met Weltschmerz..

Tja, die weetjes over angst en paniek… ik kan er zo verdomd weinig mee. Ik heb dit ook niet nog maar pas, maar al 30 jaar, drie decennia! Ik weet heus wel dat angst een functie heeft (door de angst voor een leeuw blijf je op afstand) en dat het lichaam zich bij een paniekaanval klaar maakt om te vluchten door de hartslag, ademhaling en bloeddruk omhoog te zwengelen, maar… een angststoornis zegt het al: het is abnormale angst, het is een ziekte, net als reuma, MS, een beroerte of gebroken been!

En daar, in die ziekte en symptomen, zijn gradaties. Plus dat ieders beleving en situatie uniek is. Daarbij, zeg maar eens tegen iemand die bang is voor honden om het beest niet te ontwijken en kalm te blijven als het dier op hem of haar afstevent… Dat is heel moeilijk, vooral als die hond hem/haar ondanks de getoonde moed toch iedere keer weer aanvalt of achterna komt.

Ook zo vreemd: geen enkele psycholoog stelde voor om eens samen een blokje te gaan wandelen om zo met eigen ogen te kunnen zien/ervaren wanneer en hoe die angst zich manifesteert, hoe hevig, en hoe ik daar lichamelijk, mentaal en emotioneel op reageer. Het gedoe tussen patiënt en psycholoog speelde zich in mijn geval steeds alleen maar af in de veilige praktijkruimte… Dat vind ik raar. Psychologen ogen erg lui en onsportief, ze komen die stoel niet uit! Bovendien haat ik het dat ze weinig kritiek kunnen verdragen en dat al die medici elkaar de hand boven het hoofd houden. Er zijn haast geen (briljante en moedige) persoonlijkheden meer. Ik heb al vaker geschreven dat beroepsgroepen die gewend zijn om zelf te beoordelen zelf slecht tegen kritiek kunnen en dan heb ik het vooral over leraren, agenten en andere geüniformeerden, artsen, journalisten, juryleden en juristen.

Ondertussen heb ik afgeleerd om mijn situatie haarfijn uit de doeken te willen doen om begrip te krijgen van anderen. Dat levert me alleen maar frustraties op, omdat er zelden of nooit geluisterd/gelezen wordt met open vizier en zonder stellingname, projectie en vooroordelen maar ook haast nooit met werkelijke interesse, compassie en inzet. Als je al een reactie krijgt, dan gaat het vaak om betutteling, een stomme, lullige vraag, een preek over God en geloof of een 1-regelige aanmoediging.

Ikzelf weet hoe gecompliceerd en veelzijdig het eraan toe gaat bij en voor mij. Of tegen mij eigenlijk.

Tegen mij… Dat zijn woorden die psychologen zouden kunnen aangrijpen om er veel meer achter te zoeken. Vaak graven ze waar ze niet graven moeten en zoeken ze het veel te ingewikkeld en te diep. Ze geven je als patiënt overigens weinig ruimte en erkenning voor je eigen verhaal.

Het is allemaal psychologie

De angststoornis komt voort uit stress en levert zelf dus ook veel stress en vervelende symptomen op. Je zit zo in de greep van de malaise dat het haast ondoenlijk wordt om je te ontspannen en gelukkig te voelen. Want alles, ook de leuke dingen, gaat gepaard met gehakketak, met steeds weer die symptomen.

Toch kunnen – zeker als je zo gevoelig en in zulk wankel evenwicht bent als ik – heel kleine dingen telkens weer heel bepalend zijn. Het ene moment voel je je door vijf minuten te lang bloggen helemaal uitgewoond en het volgende moment zie je de zon ondergaan en raak je zo in vervoering dat je je plots weer kiplekker voelt. Zo gaat het de hele tijd. In je hoofd kunnen de plusjes door het minste geringste (bijna) allemaal minnetjes worden en omgekeerd exact hetzelfde. Het luistert allemaal verschrikkelijk nauw.

De ene periode gaat het wat beter dan de andere periode, maar lastig blijft het.

Natuurlijk, onderweg leer je van alles over jezelf, het leven, de maatschappij en de medemens en als het een beetje meezit, word je steeds wijzer en leer je steeds beter omgaan met je toestand, maar je ziet ook veel en vaak af, raakt uitgeput en moedeloos en denkt onvrijwillig iedere dag na over zelfmoord en de verlossing door de dood.

Er is leed waarvan je kan leren, maar er is ook leed dat je kapot en gek maakt. En soms zijn ze er allebei. Plus, ik geloof er niet in dat je niet zou kunnen groeien als het je voornamelijk voor de wind gaat. Als je van nature al een heel aardig, verstandig, empathisch en leuk mens bent, dan kun je ook nog groeien door je gelukkig te voelen.

Als ik redelijk gezond was gebleven en niet zo abnormaal (lang en extreem) ziek was geworden, dan had ik mijn empathie, hulpvaardigheid en idealisme veel meer kunnen benutten en uitwerken, daarvan ben ik overtuigd. En dan zou ik veel gelukkiger zijn geweest (meer hebben genoten) en evengoed hebben geweten wat en wie belangrijk zijn in het leven. Ik vind het zo’n ongelofelijke onzin dat je alleen door het lijden kunt groeien en een wijzer en beter mens wordt. Bullshit! Meestal zeggen mensen dat die niet (meer) heel erg afzien. In je diepste crises beweer je zoiets niet! Ik haat het als mensen beweren dat je de persoon bent geworden die je bent door de tegenslagen. Alsof je daar alles aan te danken hebt en alsof je niet ook vervelende trekjes kan krijgen door het lijden! Je wordt altijd de persoon die je bent door wat je meemaakt. Wie zegt dat je door gezondheid en geluk geen wijs en goed mens zou worden?!

Gezien worden

Ik kan me goed herinneren hoe ik eraan toe was vlak voordat de pleuris uitbrak, ik die enorme inzinking kreeg en daarmee voor het eerst paniek, hyperventilatie en zenuwzwakte. Ik was al heel erg lang – vanaf mijn zevende eigenlijk reeds – gestrest, gespannen en ongelukkig en op dat moment eenzaam: ik hunkerde naar de vriendschap en liefde van een vrouwmens. Al vijf jaar liep ik rond met ernstige duizeligheidsklachten die me dagelijks geselden en waar de artsen geen antwoord op hadden. Iedere dag iedere stap die ik zette duizelig. Een ware marteling. Net zoals mijn jeugd grotendeels een geseling – een afbraakproduct – was. En dan denk ik ook aan die vier lange jaren dat ons jongste kind geen enkele avond en nacht in- en doorsliep en zo verschrikkelijk veel en hard huilde. Vier jaar lang iedere avond en nacht. Tjezus, wij hebben het wel iedere keer voor de kiezen gekregen. En dan nog zijn er mensen die jaloers op ons zijn…

Ik kan me herinneren dat ik op een gegeven moment spontaan doch opzettelijk mank ging lopen als ik door de stad liep. Nu weet ik waarom ik dat deed: ik – die nooit over zichzelf sprak en die een gulle gever was – wilde gezien worden, ik wilde dat mijn enorme levenspijn werd gezien, ik wilde geholpen worden, ik wilde verzachting en liefst het einde van mijn lijden. Dat mank lopen, was een schreeuw om aandacht. De duizeligheidsklachten waren dat niet. De inzinking en angststoornis ook niet. Dat waren symptomen van veel te hevige en te langdurige stress, spanningen, trauma’s en frustraties.

Wel heb ik onder meer via dit weblog geprobeerd om erkenning te krijgen voor mijn lijden en uit te leggen hoe het met me gesteld is. Ik hoopte altijd diep van binnen, meestal onbewust, op iemand die zich in me zou verdiepen, op iemand die het voor me zou opnemen, op iemand die met mij zou zoeken naar verlichting en genezing én naar manieren om het leven leuker te maken.

Die behoefte komt vooral voort uit het feit dat ik op doordeweekse dagen acht uur of langer aaneengesloten alleen ben. Zodra vrouw en kinderen thuis zijn, valt die behoefte weg. Maar die eenzame uren, al die dagen in mijn eentje en dat in mijn toestand en met mijn kwalen, maken van mij een behoeftige man. Doch, ik heb nooit de reactie gekregen waar ik behoefte aan had en zal die ook niet krijgen. Mijn behoefte is te groot. Mijn situatie te extreem.

Ondertussen moet ik hoe dan ook toch inzien dat ik nooit de reacties zal krijgen waar ik op hoop. Niet als het gaat om mijn lot en niet als het handelt om mijn schrijftalent en psychologische kennis en inzichten. Ik zal ongezien blijven. En behoeftig. Ik zal blijven schrijven over mijn wel en wee, maar ik moet stilaan in de gaten hebben dat niet zal gebeuren waar ik stiekem op hoop: erkenning van mijn lot en strijdlust en erkenning als scribent en als amateur-psycholoog/-filosoof.

Ik zal zo blijven aanmodderen zoals het al dertig jaar gaat, hopelijk met mijn vrouw tot aan mijn dood aan mijn zijde. Het enige wat ik heb, is mijn eigen dagpatroon, mijn eigen leefpatroon waarbij ik de juiste keuzes probeer te maken, dingen doe die goed voor me zijn en dingen laat die mij nog meer geweld aandoen en die mijn situatie verergeren.

Al mijn tijd staat in het teken van het moeten omgaan met de terreur van de stoornissen die het gevolg zijn van een rampzalige, destructieve, slopende jeugd. Wat er in mijn kinderjaren en puberteit allemaal is gebeurd, interesseert me niet zoveel meer en houdt me niet steeds bewust bezig, maar ik moet er wel naar verwijzen als ik wil aangeven waar mijn stoornissen vandaan komen.

Echter, emotioneel en mentaal zo’n jeugd helemaal verwerken en zeker in het onderbewustzijn, is volstrekt onmogelijk. De littekens gaan nooit en te nimmer weg, de herinneringen en gevoelens weten van geen wijken en kunnen alleen door een andere tragedie – dementie – weggevaagd worden.

Ja, ook op dit stuk ben ik trots. Eerlijker en inzichtelijker dan dit kan ik niet zijn. Lotgenoten kunnen er wat aan hebben. Moedig openhartig ben ik ook nu weer geweest. En oprecht. Zuiver. Puur.

Ik geef mezelf een ferme schouderklop. Die heb ik dik verdiend, ook al ben ik net als iedereen onvolmaakt.

Tot slot

Ik ben het slachtoffer van een oorlogshuwelijk. Ik begrijp niet dat op zich liefdevolle, goed bedoelende ouders niet beseffen wat hun aanhoudende spanningen en ruzies en haatgedrag met de kinderen doet, of dat nou is door huwelijkse spanningen of een vechtscheiding. Volwassenen zouden toch moeten weten hoe teer de kinderziel is en hoe belangrijk het is dat een kind opgroeit in harmonie en een goede sfeer?

http://www.rolanddanckaert.nl

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s