Stervensangst neemt toe

Begin volgend jaar word ik 50. Een hele tijd zo’n halve eeuw, al lijkt het nog geen kwart leven. Dat getal 50 grijpt me spontaan naar de keel, merk ik. Het besef dat ik nu ruim over de helft van mijn tijd ben, is tot leven gewekt en overmant me. Stom, want 50 is niet veel ouder dan 49. Wat zo’n stom cijfertje teweeg kan brengen!

‘Wat nou precies zit mij niet lekker aan dat 50?’, vroeg ik mij vanmorgen af. Al snel wist ik het antwoord: ik realiseer me opeens dat de kans dat ik kom te overlijden steeds groter wordt. Ik zie op tegen de dood. Niet zozeer tegen het dood-zijn, want dat lijkt me een verademing (not to be is the best well-being there is!), maar wel tegen het sterven. Maar het meeste last heb ik van de wetenschap dat dit sterven steeds dichterbij komt en dat dit gegeven me dus niet zint. Toen ik 18 was, leek het doodgaan nog heel ver weg. Toen ik 45 was ook nog. Maar dit jaar – op weg naar mijn vijftigste levensjaar – word ik regelmatig overvallen door paniekerige gevoelens betreffende de krimpende tijd en het feit dat ik de adem van de dood al kan ruiken.

Rationeel gezien, weet ik heus wel dat iedereen op elke willekeurige leeftijd in het mortuarium kan belanden. En dat ik misschien nog een halve eeuw te gaan heb. Maar gevoelsmatig is het anders. Daar heb je weer dat dubbele van verstand en gevoel die zelf trouwens vaak een januskop hebben.

Stervensangst is eigenlijk de ultieme levensangst. Leven betekent dat je voortdurend risico’s loopt. Daar kun je maar beter niet te diep op ingaan en daar moet je niet te lang en vaak bij stilstaan. Je moet vooral bezig zijn met zo aangenaam en nuttig mogelijk leven. Dat is al moeilijk genoeg, want het leven is een tragedie en als het dat nog niet is dan wordt het dat meestal wel voor ieder individu. En er gaan altijd weer dingen mis, grote en kleine dingen, het houdt nooit op.

Maar ik vertaal de stervensangst graag als levenslust, want dat is het deels wel degelijk. Ondanks het feit dat ik een ontzettend zwaar en onmenselijk kut-leven heb, zijn er voldoende mooie, leuke, spannende, interessante en genietbare momenten geweest, en bevinden zich er nog zat van zulke tijdsjuwelen in de vitrine van de levensjuwelier die boosaardig en gemeen is, maar wel mooi spul maakt en verkoopt. Er zijn momenten en zelfs periodes dat ik echt liever dood wil, maar eigenlijk wil ik dan vooral niet meer lijden. Ze zeggen niet voor niets: ‘ik sterf van verdriet’ of ‘ik sterf van de pijn’. Leven wil ik tot in de eeuwigheid! Niets leukers dan wanneer het leven fijn is. Daar kan zelfs de alles-verdovende dood – de ultieme narcose – niet tegenop.

Ik word dus Abraham. Toch voel ik mij van binnen nog 25, ook qua energie, al ben ik thans door een fikse burn-out en terugslag aan het einde van mijn krachten. Vroeger dacht ik altijd dat het heel anders voelt om oud te zijn, maar mijn moeder van 75 voelt zich eveneens 25, en zo gedraagt en kleedt ze zich soms ook. Maar dat maakt het idee dat je dood nadert juist alleen maar erger. Als je oud en op bent en je niet meer enthousiast bent en je je niet meer kan verwonderen, dan lijkt het leven me erg ‘paard-in-de-varkensstal’. Dan kan zelfs sterven je niet meer zoveel angst inboezemen, vermoed ik. Maar als je je nog lang niet ‘op’ voelt, maar je tijd raakt op, dat is een hard gelag!

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s