Toon Hermans, de koning van de meligheid

De Amerikanen zouden Toon Hermans – honderd jaar geleden geboren en alweer 16,5 jaar dood – the big boss of the little joke hebben kunnen noemen. Want dat was deze muzikale cabaretier: de grote baas van de kleine, haast flauwe grap.

De stijl van Toon Hermans bestond uit de volgende pijlers: zijn clowneske en wat dommige mimiek, zijn ontspannen ik-schud-het-allemaal-uit-mijn-mouw-attitude op de bühne, het uitvergroten en uitrekken van en inzoomen op heel kleine, simpele momenten/anekdotes (eerder flauw dan echt grappig, maar door zijn stijl toch hilarisch) en het zingen van feel good-liedjes met een hoog boterblom-korenblauw-kusje op de wang-gehalte. Zijn liedjes zijn nogal kinderachtige, kleurrijke, muzikale schilderijtjes. Als het tekeningen waren geweest, dan hadden ze niet misstaan in een rijk en met veel maar zachte kleuren geïllustreerd sprookjesboekje.

Toon Hermans – behalve cabaretier, schrijver en filosoof ook een beetje een sjamaan, plus iemand met een ongekend charisma op het toneel – was een toneeldier pur sang die de mensen wilde amuseren en niet wilde vervelen met zijn politieke overtuigingen, visie op de mensheid en maatschappij en zijn persoonlijk leed. Hij leefde om op te treden, hij trad niet op om te leven.

T.H. was er een meester in om het leven voor een uurtje, anderhalf uur of twee uur mooi te laten zijn, om de mensen in de zaal te laten opbloeien. De shows van Toon Hermans gaven en geven je – als je zijn stijl kunt waarderen – een goed gevoel, alsof het allemaal goed is en goed blijft.

Het ging ongeveer zo, zo’n liedje van Toon:

Ik lig in het koren

Ik lig hier met jou

Je kan me bekoren

Oh, kus me maar gauw! 

Of:

Ik hou van het leven

Het blijft me maar geven

Het geeft me jouw lach

En steeds weer een dag!

Toon kon dat natuurlijk veel en veel beter. Maar deze stijl had hij ongeveer.

Zo was Toon de performer. Maar hoe was de mens Toon? Ook overwegend zo levensblij, zo’n gentleman?

De Sittardenaar heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het toneel zijn leven was. Natuurlijk, hij hield zielsveel van zijn Rietje en van hun kinderen en hij hield tevens heel erg van ander vrouwelijk schoon en van vrijen (dat blijkt zelfs uit zijn allerlaatste show), maar Toon heeft er nooit een geheim van gemaakt dat optreden zijn lust en zijn leven was, dat een show weggeven zijn eerste natuur was. Op de planken voelde hij zich senang, in zijn element.

Maar hoe was hij daarbuiten? Was er wel een ‘daarbuiten’ voor hem of was hij altijd bezig met zijn werk? Wat als hij nooit als komiek en zanger was ontdekt, als hij geen succes had gehad? Wat dan?

Gisteravond zat ik naar een aflevering te kijken over Toon Hermans en er kwamen alleen maar sketches voorbij waarbij ik dacht: ‘Wat is hier nou eigenlijk grappig aan, waarom ligt die zaal in een deuk?’ Een glimlach kon het mij af en toe ontlokken, meer niet. En toch voelde ik me na een uurtje Toon een beetje gelukkiger, een beetje blijer. Die man had het gewoon.

Nu moet ik toegeven dat ik eigenlijk van mening ben dat Toon een rotkop had. Toen hij jong was al helemaal. Een beetje een kop als een spotprent. Met dat minuscule snorretje… Neem dan geen snor! Waarom zo’n lullig snorretje? Dat is hetzelfde als mensen die dorst hebben en dan zo’n bakkie espresso bestellen! Het is net niet niks! Ja toch? Ik ken zat vrouwen met meer haar op hun bovenlip dan Toon had! Echt waar, hoor! Een beetje een verwijfd snorretje vond ik het, die snor van Toon.

Ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik denk er zo over. Nu weet u tenminste hoe ik erover denk. En denkt u nou maar niet dat ik er ooit anders over zal denken, wat u daar ook van mag denken!

Maar wel meer charismatische mannen hebben zo’n vreemd snorretje. Ik wil nu niet de naam van Hitler noemen, maar oeps, het kwaad is al geschied! Die twee, Toon en Hitler, zijn natuurlijk onmogelijk met elkaar te vergelijken. Hitler had veel meer gevoel voor humor en kon veel beter tekenen. En trok ook nog eens vollere zalen.

Maar goed, ik vind dus dat Toon een beetje een rotkop had. Nou ja een beetje, een heel erge rotkop eigenlijk! Later, toen hij wat ouder was, trok het iets bij, met die pretoogjes en zo. Veel mannen worden op latere leeftijd aantrekkelijker. Neem nou Ronald Koeman. Echt, in zijn jonge jaren – bij FC Groningen en Ajax – was Ronald, die met grote sproet naar PSV werd getransfereerd, niet om aan te zien. Geen wonder dat de aanvallers die hij moest verdedigen zich wild schrokken en geen pepernoot meer raakten! Wat een griezelclown was dat zeg, Ronald Koeman in zijn jonge jaren! Dat oranje shirt van het Nederlands elftal paste wel perfect bij zijn haar en sproeten, dat dan weer wel. Hij is de enige speler in de geschiedenis van Oranje die dat shirt kon hebben. Maar Bettina zal niet op zijn looks zijn gevallen, toch? Als dat wel zo is, dan zal haar favoriete gerecht wel varkenslever en balkenbrij zijn en haar favoriete parfummetje die van Gabriëla Sabatini, want dan heeft ze echt geen smaak. Dan zal ze Frans Bauer hoger aanslaan dan The Beatles en Jeroen van der Boom hoger dan Elvis.

Dat toontje van Toon was natuurlijk heel herkenbaar, heel uniek. Dat ging ongeveer zo:

Binnenkort is het weer Pasen, lieve mensen. Ik heb niks met Pasen, u wel? Vroeger toen ik nog voetbalde met mijn vriendjes had ik al niks met passen. Ik was balverliefd, kent u dat? Balverliefd, ja. Ik was verliefd op die bal. Niet dat ik zelf een bal had. Daar waren wij thuis veel te arm voor, om een bal te kunnen kopen. Ja, we maakten een bal van proppen papier en daar voetbalden we dan mee, zo goed en kwaad als het ging, en meestal ging het niet. Als het regende, dan liep je met papier-maché te klooien. Dan bleef dat goedje helemaal aan je schoenen plakken.

Nee, voetbalschoenen had ik niet. Ik voetbalde op mijn klompen. Harrie voetbalde blootsvoets, maar die had dan ook klompvoeten.

Ik had wat ze noemen een neusje voor de goal: ik voelde op mijn klompen aan  in welke hoek ik moest schieten of koppen, zodat de keeper er niet bij kon. Ik zette ook wel eens een mannetje op het verkeerde been. Vooral Arie van de slager. Die had maar één been namelijk, en het was ook nog zijn zwakke.

Mijn beste vriend Willem, die had een bal. Van leer. Met zo’n veter. Kent u die nog? Geen dropveter, mevrouw, een SCHOENveter. Een SCHOENveter in een bal, nou ja. Ik denk dat zijn vader die bal ergens heeft weten te strikken. Waar weet ik niet, want de vader van Willem was net zo arm als wij.  Als Willem en ik over straat liepen, dan riepen de mensen ons na: ‘Waarom lopen jullie niet arm in arm?’ Ja echt, dat riepen ze. Arm in arm. Niet dat ze dachten dat wij verliefd waren op elkaar, Willem en ik, nee, dat riepen ze omdat wij zo arm waren.

Maar goed, lieve mensen, Pasen zegt me weinig. Ik heb Pasen ook nog nooit wat horen zeggen, eigenlijk. En als u dacht dat ik met Pasen chocolade eieren mocht zoeken, dan heeft u het mis. Ja, ik zocht wel, in het achtertuintje van mijn ouders – en dan liep ik ook nog op eieren, maar er lag helemaal niks! Ja, een vogeleitje, zo’n kleintje, zo’n blauwe. Daar moest ik het dan mee doen. Dat was mijn Paas-cadeau, zo’n vies, klein vogelei waar nog veren aan plakten, zo een, ja. Het is toch verschrikkelijk? Andere kinderen bedankten de Paashaas voor hun grote chocolade eieren, twee handen vol, maar ik kwam uit een arm nest en had alleen dat stomme vogelei!

Of zo ging dat bij Toon op de bühne:

Lieve mensen, ik zeg altijd: wijsheid is waarheid. Dat is een waarheid als een koe, toch? Laatst heb ik een mooi cadeau gekregen, een boekje met Griekse wijsheden. De man die het me gaf, zal wel gedacht hebben dat ik dat kon gebruiken, dat ik niet goed wijs ben. Maar ik laat me niet van de wijs brengen, hoor. Ik heb hem heel vriendelijk bedankt voor dat boekje. Het is ook een heel MOOI boekje, lieve mensen. Er staan allemaal interessante wijsheden in. Waarheden. Die oude Grieken waren jong van geest, als u het mij vraagt. U heeft me niks gevraagd, maar ik zeg het toch maar. Die oude Grieken waren jong van geest. Lang geleden wisten ze dingen die we nu lijken te zijn vergeten. Soms lijkt het alsof ze toen meer beseften dan wij nu. Daarom ben ik zo blij met dat boekje, lieve mensen. Zodat ik weet wat ze vroeger wisten en wat we nu lijken te zijn vergeten of nooit lijken te hebben geweten.

Pythagoras, is mijn favoriet. U weet wel, dat was die filosoof met die wiskundeknobbel, die filosoof die altijd stelling nam. De stelling van Pythagoras, kent u die?  Interessante stelling, hoor, maar Pythagoras heeft volgens mij veel belangrijkere dingen gezegd. Zoals: ‘Wees niemands echo, zelfs niet van een filosoof’. Hij had gelijk, daarom, neem nou maar van mij aan: ‘Wees niemands echo, zelfs niet van een filosoof’. Die wijsheid heb ik goed in mijn oren geknoopt en die knoop gaat er ook niet meer uit, mensen. Tegen iedereen die het maar wil horen, blijf ik maar herhalen: ‘Wees niemands echo, zelfs niet van een filosoof’. Waar en wanneer ik maar kan, vertel ik mensen wat Pythagoras zei. Want hij had volkomen gelijk, mensen. ‘Wees niemands echo, zelfs niet van een filosoof’.

Toon Hermans is al opgestaan uit de dood toen hij nog leefde. Hij heeft zich namelijk bij leven en welzijn onsterfelijk gemaakt met zijn unieke stijl.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s