Slijpen

“Je moet je heupen bewegen,” fluisterde ze discreet en zonder verwijt of ergernis in mijn oor. Dit goedbedoelde, lief uitgesproken advies bevestigde voor mij dat ik een wanprestatie leverde tijdens mijn allereerste slijpdans. Slowen noemde men dat, oftewel innig dansen op een langzame plaat/melodie. De jongen met zijn armen om haar middel, het meisje met haar handen om zijn nek. Buiken tegen elkaar, hoofden zijdelings tegen elkaar.

Doen ze dat eigenlijk nog, tegenwoordig, slowen? Mijn kinderen en neven en nichten, allen post-puber, heb ik er nimmer over gehoord. Is het een uitgestorven dans? De jongerenfeestjes van tegenwoordig zijn sowieso heel anders van aard dan in mijn glorietijd (ik ben van 1967), ook de jongerenfeestjes thuis. Dergelijke aangelegenheden beginnen tegenwoordig om 00.00 uur, terwijl wij rond dat tijdstip naar huis moesten. Wij kregen priklimonade, hooguit een Sneeuwwitje (bier met 7Up), maar de jeugd van tegenwoordig consumeert per persoon rustig een fles zelf meegebrachte supermarkt-wijn. Al dan niet met een hallucinatie-pilletje.

Begin twaalf was ik volgens mij, tijdens mijn slowdans-primeur. Waar ik op hoopte en tegelijkertijd voor had gevreesd, was gebeurd. Ik werd op het verjaardagsfeestje van Claudia door een meisje uitgenodigd, gevraagd, om te slowen. Door Lilian nog wel, met haar aantrekkelijke gezichtje, lange blonde haren en blauwe ogen algemeen beschouwd als het mooiste en tofste meisje van de hele school. Maar ik was niet op Lilian, ik was al heel lang op Ira. Op Ira en haar moeder. Maar meer op Ira zelf. Het was een van mijn eerste maar ook een van mijn allergrootste verliefdheden gedurende al mijn tijden.

Volgens mij overdreef ik na het gefluisterde advies de heupbewegingen nogal. Ik voelde mezelf staan stuntelen. Ik was geen natuurtalent. Ik ben sowieso geen natuurtalent des levens. Ik heb de praktische kant van het leven nooit in de vingers gehad of onder de knie gekregen. Eigenlijk ben ik van nature alleen maar goed in een paar dingen: observeren, analyseren, lief en aardig zijn, voetballen, tennissen, schrijven, snoepen, filosoferen en beffen. Ha ha! Voor de rest ben ik een ontzettende kluns. Ik ben allesbehalve technisch, administratief, praktisch, rekenvaardig, zelfverzekerd en handig. Als klap op de vuurpijl kan ik helemaal niet goed tegen mijn verlies, ben ik een ramp in het bewaren van mijn geduld en ben ik ronduit slecht in vergeven en nog slechter in vergeten.

Alle nieuwe dingen – hoe simpel ook – doe ik mede door de zenuwen en onzekerheid echt helemaal fout en krijg ik zelfs na lang oefenen amper of gewoon never nooit onder de knie. Misschien ben ik in een eventueel vorig leven een monnik geweest die bang was voor het leven en voor de grote boze buitenwereld. Een geestelijke die niets anders hoefde te doen dan bidden, studeren, wandelen in de kloostertuin, rukken om de seksuele spanningen af te kunnen bouwen, de tafels afruimen en af en toe wat voetballen met de andere kloosterlingen. Anders kan ik niet verklaren waarom ik zo ontzettend onpraktisch en klunzig ben. Onaards bijna. Wereldvreemd.

Tijdens mijn eerste slijpdans, met Lilian, was ik meer bezig met mezelf dan met genieten van mijn allereerste – haast erotische – intimiteit, al kreeg ik beslist geen stijve. Tussen twee haakjes: ik kan me niet herinneren dat ik voor mijn eerste masturbatiesessie ooit een stijve had gehad. Zonder zelf-stimulatie stroomde er blijkbaar weinig bloed naar mijn kruis en dat is eigenlijk nog altijd zo.

Terug naar dat moment. Ondanks mijn gespannenheid en faalangst herinner ik me dat heerlijke gevoel van Lilian’s zachte, warme wang tegen mijn gloeiende koon, van het ruisen van haar ademhaling en haar tietjes tegen mijn borst. Ik mocht er dan (nog) erg slecht in zijn, in dat slowen, en Lilian mocht dan niet mijn droomvrouw zijn, maar ik vond het wel zalig! Het smaakte naar meer. En meer kreeg ik. Even was ik bang dat Claudia me zou vragen, want ik voelde dat ze me nog steeds leuk vond. Zes jaar eerder had ze me al eens heel vrijpostig en vrolijk op mijn wang gekust, iets dat mij overviel en niet beviel, omdat ik niet op haar was, hoe leuk ze ook was. Ik was op mevrouw Mensink, de juf in de eerste klas, groep 3. Met haar wilde ik trouwen, net als met mijn moeder. Als ik met twee vrouwen kon trouwen, dan zou de reeds getrouwde juf het ook niet erg vinden om mij tot haar tweede echtgenoot te nemen. Zo redeneer je als kind. Zo redeneer ik nog steeds. Ik heb geen bezwaar tegen een tweede, derde, vierde, vijfde etcetera echtgenote!

Tot mijn grote vreugde vroeg Ira me bij de volgende slowplaat. Ira, mijn grote liefde! Ira vroeg me! Jippie! De actrice/zangeres Olivia Newton John leek op haar. Daarom heb ik nog steeds een zwak voor Olivia. Gelukkig had ik al een klein beetje ervaring opgedaan met slijpen/slowen, zodat ik geen modderfiguur zou slaan bij mijn liefste. Ik heb trouwens nooit geweten of ze ook op mij was. Ze had verkering met mijn beste vriendje, Stefan. Ze droegen zelfs elkaars klompen, hetgeen mij haast verpulverde van jaloezie. Wel kan ik me nog heugen dat Ira ooit onze portretfoto’s naast elkaar had gelegd op haar lessenaar in de klas. Dat was in de vierde klas, groep zes. De meester had even daarvoor de klassenfoto’s en de portretjes van alle leerlingen afzonderlijk uitgedeeld en Ira was die portretfoto’s heel erg zorgvuldig aan het ordenen, via een geheime opdracht die alleen zijzelf leek te kennen. Ze legde mijn beeltenis naast de hare. Dus?! Daar zag ik in elk geval een teken in, een Godsgenade: ze vindt me leuk!

Edoch, ik had nooit het lef om het initiatief te nemen, met wat dan ook, en zeker niet met die heerlijke maar tegelijkertijd zo akelige meisjes. Akelig, omdat ze zo overweldigend lekker waren, en intimiteit zo vreselijk… dichtbij…intiem…spannend. En ik had niet het zelfvertrouwen dat ik wist hoe ik me kon en moest gedragen in de buurt van meisjes. Daar heb ik nog last van, hoor! Ik weet sowieso niet hoe je ontspannen moet en kan omgaan met andere levende wezens behoudens mezelf, de kids en vrouwlief, laat staan met spannende deernen!

Sommige jongens gingen zo jong als ze waren heel naturel en zelfs vrij en brutaal met de meiden om. Ik niet. Ik was het populairste muurbloempje van de klas, de populairste dodelijk verlegen knul. Want in trek was ik best wel bij de meisjes! Ik zag er helemaal niet slecht uit. Claudia had me niet voor niets uitgenodigd op haar feestje, met voornamelijk meiden en de populairste jongens van de klas, de vrijpostige jongens. Ik weet nog goed dat ik die avond mijn bruine, leren laarzen droeg waar ik zo naar had verlangd en zo trots op was dat ik ze eindelijk had en kon dragen. De vader van Claudia deed de deur open toen ik – zoals altijd met een mengelmoes van enorme zenuwen, faalangst, tegenzin en een goed humeur – bij nummer 7 aanbelde en hij zei meteen iets over die laarzen, ik weet alleen niet meer wat, maar hij zei het geamuseerd of balorig, dat staat me nog helder voor de geest.

Zelden heb ik meer genoten dan tijdens mijn slijpdans met Ira. Eindelijk in de armen van het meisje op wie ik helemaal verkikkerd was, door wie ik geobsedeerd was. Het is later niet vaak meer voorgekomen dat ik het meisje kreeg op wie ik echt helemaal verliefd was. Helaas – the story of my life – ‘had’ ik Ira maar anderhalve minuut. Daarna kon Marinette het niet meer aanzien. Ze was op mij en greep nu daadkrachtig en woedend in: ze rukte Ira en mij uit elkaar en verstoorde daarmee mijn paradijsdroom.

Marinette de brilsmurf wier bril ik tijdens blokjesvoetbal (schoolgymnastiek) per ongeluk aan gruzelementen had getrapt. Ik schoot haar blokje blijkbaar zo hard omver dat het hout de lucht in vloog, tegen haar bril: haar ouders zijn diezelfde avond nog bij ons geweest, vanwege de verzekeringen.

Het werd nog erger die avond van de slowdansjes: Marinette sloeg – nadat ze Ira van me had losgerukt – haar eigen armen om me heen en eiste dat ik de slowdans met haar zou afmaken. Ik durfde nooit ergens tegenin te gaan of iets te laten blijken – ik was zo assertief als een dode wezel – en dus maakte ik die dans af met het lelijkste meisje van de klas, terwijl ik gigantisch baalde dat het mooiste moment met Ira voorbij was. Voorgoed.

Sindsdien ben ik nog eens 1 vol jaar helemaal verknocht geweest aan Ira: iedere dag fietste ik minstens drie keer langs de flat waar ze woonde, omhoog kijkend of ik haar op het balkon zou zien staan (is nooit gebeurd en toch volhardde ik in dit ritueel!) en ik belde haar in een zekere periode iedere dag meerdere malen thuis op in de hoop dat ze de hoorn opnam, omdat ik haar stem wilde horen, maar ik legde hoe dan ook altijd op zonder wat te zeggen.

Ik heb sinds die slijpdans nooit meer echt een woord met haar kunnen wisselen. Volgens mij vond ze mij toch niet zo interessant als ik haar. Maar wat was ik verliefd. Ik vond Ira v. H. van top tot teen geweldig. Geen enkel ander meisje had een leuker en knapper gezichtje, leukere kleren aan, een lievere lach, een mooiere stem, een mooiere naam.

Slijpen of slowen heb ik daarna nog maar een paar keer gedaan en altijd dacht ik aan de tip van Lilian: met de heupen bewegen en niet stijf als een plank surplace ijsberen!

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s