De vernietigende kracht van stress

Als kind en puber wist ik helemaal niet dat je psychische stoornissen kon krijgen van stress en spanningen. Hooguit dat je een hartaanval kon krijgen van alle negatieve opwinding en hevige emoties.

Mijn vader heeft na een uit de hand gelopen ruzie met mij – ik was toen 17 of in die richting – hartproblemen gekregen. Daarover voelde ik me schuldig, al was hij tegen wil en dank een onmogelijk mens, de absolute sfeerverpester en boeman thuis. Ik probeerde hem via verbaal en fysiek geweld positief te veranderen, tot rede te brengen. Inderdaad, niet de methode om iemand positief te beïnvloeden, maar ik wist me geen raad, was nog maar jong, zat gevangen in een hel en had als kind aan zoveel blootgestaan waar een kind nooit aan zou moeten en mogen blootstaan… Het hield nooit op, de angstaanjagende ruzies en drama’s, en de sfeer tussen mijn ouders die om te snijden was.

Ik dacht altijd dat mensen hun (zware en/of hardnekkige) psychische problemen te wijten hadden aan alcohol- of drugsmisbruik, aan kortsluiting in hun hoofd (een toevallige biochemische ramp) of aan een heel zwaar (oorlogs)trauma. In die tijd noemde je iemand met psychische problemen ‘een gek’, of je zei dat zij of hij ‘gek was geworden’.

Tussen mijn twaalfde en achttiende worstelde ik wel al met psychische problemen zoals ernstige vermageringszucht, sociale remmingen, bloosangst, grootscheepse minderwaardigheidsgevoelens die in de meerderheid waren en zelfhaat, maar ik legde in die tijd niet de link met de situatie thuis en met het oorlogshuwelijk van mijn vader en moeder waar wij als kinderen voortdurend mee werden geconfronteerd. Niemand legde die link.

Met andere woorden: iedereen – en ook ik, onervaren en jong als ik was – dacht kennelijk dat een dergelijk negatieve, angstaanjagende en bedreigende leefsituatie geen invloed kon hebben op je geestelijke gen psychosomatische gezondheid en dat je al die stress gewoon het hoofd moest kunnen bieden, a piece of cake. Een mens moest wel heel erg extreme dingen meemaken, zoals een concentratiekamp, om getraumatiseerd te raken. Of je moest het er met drank- en drugsmisbruik zelf naar maken of er moest in je kop toevallig iets heel erg fout gaan, spontaan.

Zo dacht ook ik, totdat ik geheel out of the blue oftewel onverwacht psychosomatische problemen kreeg toen ik achttien was. Een heel zware burn-out of (zenuw)inzinking die gepaard ging met plotselinge maar blijvende zeer desoriënterende duizeligheid, hevige onrust en buitengewoon impregnerende paniek- en angsttoestanden, iedere keer als ik buiten was of onder de mensen verbleef.

Toentertijd legde nog steeds niemand de link met de thuissituatie, ook mijn ouders, onze buren en andere familieleden niet (die min of meer wisten wat zich bij ons achter de voordeur afspeelde). Ook ik nog niet. Ik dacht dat ik gewoon pech had gehad en was getroffen door een mysterieuze ziekte waar de doktoren geen antwoord op hadden. Ik heb lang gedacht dat ik het Chronisch Vermoeidheid Syndroom had.

Door diverse kwakzalvers – die me duizenden euro’s hebben gekost en die allen een andere diagnose stelden en ‘hun eigen’ oorzaak voor mijn shit oplepelden – liet ik me wijsmaken dat mijn problemen te wijten waren aan het eten van tomaten (nachtschade), aan een verstoorde werking van de alvleesklier (een Chinese kruidendokter voorspelde dat ik binnen 2 jaar ernstige alvleesklier-problemen zou krijgen), een te lage bloedsuikerspiegel, een koemelk-allergie, een voedsel-intolerantie voor met name suiker, een schimmelinfectie in de darmen en aan mijn zogenaamd paranormale gevoeligheid (ik zou onbewust kwalen en spanningen overnemen van andere mensen en daardoor een vervuilde aura hebben en slecht werkende chakra’s).

Pas later legde ikzelf (anderen nog steeds niet! Ook hulpverleners niet!) de link tussen mijn inzinking(en) en de symptomen en waaraan ik als kind en puber had blootgestaan, namelijk dagelijkse stress en spanningen, een alledaagse beladen en gespannen sfeer met geregeld uitbarstingen. Als hoog gevoelig kind met een lichte autistische aanleg was die leefomgeving voor mij moordend.

Helaas waren de inzinkingen zo impregnerend op mijn gezondheid en gestel dat ik er nooit helemaal van ben hersteld. De praatjes van de psychologen en hun medicijnen hebben me nooit geholpen, integendeel. Ik bleek en blijk zelf mijn beste goeroe en therapeut.

Bij angsttoestanden zeggen de psychologen altijd dat het de angst is voor de angst en dat je gewoon niet zelf die angst moet oproepen. Dat is evenwel makkelijker gezegd dan gedaan. Als je echt heel zware paniektoestanden hebt meegemaakt, dan hebben die ervaringen zich in en op je bewustzijn getatoeëerd, en je geheugen is dan je bewustzijn geworden. Het is namelijk zo verschrikkelijk ingrijpend! Het is logisch dat je dan iedere keer weer bang bent voor een nieuwe heftige aanval, net zoals je er niet aan kan ontkomen om de hond te wantrouwen die jou bijna dood heeft gebeten.

Wat alle therapeuten die ik heb geconsulteerd – het heeft me duizenden euro’s gekost, maar weinig opgeleverd, behalve stress en frustraties – onderschatten, is wat een heel erg zware paniekstoornis ook met je lichaam doet en met je zelfvertrouwen. En wat een heel erg zware paniekaanval voor gevolgen heeft voor je lichaam en je geest. Zulke zeer zware aanvallen zijn namelijk echte aanslagen op je hele gestel en op je actuele gezondheid. Je kan je daarna wekenlang of zelfs maandenlang geradbraakt voelen, totaal uitgewoond, slap, duizelig en prikkelbaar. En nog angstiger. Ik weet het, want ik maak het al 30 jaar mee!

Als je zoals ik de pech hebt dat de angstremmers (medicamenten tegen angst) averechts werken en de alom geloofde cognitieve gedragstherapie niet (voldoende) aanslaat, dan ben je aan de goden overgeleverd. En de goden helpen mij net zo goed als dat ze al die miljoenen slachtoffers hielpen die Hitler heeft gemaakt…

Enfin, nu weet ik wat stress, spanningen, overbelasting, een negatieve leefomgeving en een belastende  werk- en leefsfeer alsmede frustraties, eenzaamheid, overwerktheid etcetera met een mens kunnen doen. De slopende kracht van stress is enorm. Kan enorm zijn.

Jazeker, een mens kan veel aan en de ene mens is nou eenmaal kwetsbaar dan de ander. De ene mens is – bijvoorbeeld door een hoge mate van gevoeligheid, emotionaliteit en karaktertrekken – vatbaarder voor het oplopen van bepaalde stoornissen dan andere mensen. Maar je bent niet per se gek als je psychische problemen hebt en je bent het niet automatisch zelf schuld. En het is dus wel degelijk een kwestie van oorzaak en gevolg.

Er was een tijd dat alles werd gegooid op een moeilijke jeugd, maar nu is iedereen – de medici en hulpverleners incluis – doorgeslagen naar de andere kant: dat een mens zelf bepaalt hoe je ergens mee omgaat en dat een moeilijke jeugd helemaal geen oorzaak meer is of hoeft te zijn, en nog minder een ‘excuus’. Alsof je als patiënt naar excuses zoekt. Je zoekt naar verlichting en liever nog naar genezing.

Maar in dit hele verhaal heb ik één ding geleerd, ben ik me van één ding bewust geworden: ik weet het vaak zelf beter dan de ander, ik kan op mijzelf vertrouwen. En ik kan beter analyseren dan menigeen, hetgeen ook uit dit artikel weer blijkt. En al pikt niemand het op of al spreekt iedereen me tegen, ik weet dat het klopt wat ik concludeer. Ik generaliseer niet, ik durf persoonlijk te zijn, mijn eigen ervaringen te beschrijven, zonder te projecteren. Het is MIJN verhaal, MIJN ervaring. En het is precies (gegaan) zoals ik het beschrijf.

Mijn minderwaardigheidscomplex is opgeruimd. Dat is een enorm grote overwinning. Ik heb een medestander, de belangrijkste zelfs van allemaal: mijzelf.

Ofschoon, zonder mijn geweldige echtgenote was alles ondoenlijk. Want de angsten (pleinvrees met name) zijn bij mij net zo wezenlijk en verlammend als een dwarslaesie bij mensen die lichamelijk verlamd zijn. En het is net zo moeilijk om van die verlamming af te komen als bij een dwarslaesie. En dat is geen teken van zwakte of onkunde. Het is de kracht van de stoornis.  In mijn geval hebben de hulpverleners er geen antwoord op. En hebben ze zich nimmer van hun menselijke, warme en betrokken kant laten zien en dat laatste neem ik hen het meest kwalijk. Ze onderschatten de kracht van iemand serieus nemen, zich voor de ander hard maken en interesseren, moeite doen voor een ander, begrip tonen en erkenning geven.

Het UWV en de artsen hebben me zelfs nog zieker gemaakt dan ik al was, doordat ze me enorm hebben gefrustreerd door me niet te geloven en niet te begrijpen en door hun harteloosheid. Maar ze komen zelf in hun privéleven nog wel aan de beurt. Dat doet het leven automatisch voor je: je vijanden of de mensen die met al hun arrogantie en zelfingenomenheid in gebreke zijn gebleven komen net zo goed ooit aan de beurt: zij krijgen hun portie ellende nog wel. En dan heb ik genoegdoening. Wraak (waar je zelf niets voor hoeft te doen) kan wel degelijk zoet en heilzaam zijn. Het is heerlijk om te vernemen dat het met sommige mensen – eikels of trutten – slecht gaat of slecht is afgelopen. Hun verdiende loon. In ieders leven zal regen vallen.

Als de UWV-arts die me schoffeerde kanker heeft gekregen, dan lach ik in mijn vuistje, net zoals ik het heerlijk vond om te vernemen dat Khadaffi, Bin Laden en Saddam Hoessein het leven lieten en net zoals al zijn vijanden blij waren met de dood van Hitler. Dan denk ik:  Vieze, vuile, gore trut, je hebt me in mijn meest kwetsbare periode binnen tien minuten uitgemaakt voor iemand die simuleert en je weigerde naar mijn verhaal te luisteren. Door jou heb ik niet de uitkering waar ik recht op heb (hoeveel mensen ken ik wel niet die veel meer kunnen dan ik en wel zijn afgekeurd!). Mijn eerlijkheid en openhartigheid lieten jou volledig koud, met je maskerachtige spitsmuizengezicht en je te wijde pantalon voor die smalle spillebenen van je. Je weigerde me te geloven, je weigerde te luisteren en vragen te stellen en je weigerde je in mijn situatie te verdiepen, kutwijf.  Je hebt mijn stress-stoornis verergerd door jouw harteloze opstelling, denigrerende houding en foute conclusies, en daardoor ben ik in die tijd keihard achteruit gegaan en heb ik nog meer moeten lijden. Daar heb niet alleen ik last van gehad – financieel, praktisch en gezondheidsmatig, maar ook mijn gezinsleden en familieleden.  En dat noemt zich arts, hulpverlener! Dat noemt zich mens! Gelukkig heb jij nu kanker, autistisch kutwijf! Het is je goed recht! Veel plezier ermee. 

Ik ben Jezus Christus niet. Ik wens mijn vijanden en de mensen die me pijn hebben gedaan niet het goede toe, en al zeker niet als ze nooit tot inkeer zijn gekomen. Ik haat ze, ik vervloek ze, ik veracht ze en ik wens ze al het slechte toe wat een mens kan overkomen. Zo ook Wilders en zijn achterban. Lui die je niet kan uitstaan en die door wat dan ook van de aardbodem verdwijnen… dat is een godsgeschenk. Maar ikzelf blijf pacifistisch, ik zal geen kwaad berokkenen, dat laat ik over aan het leven. Het is het leven wel toevertrouwd om slachtoffers te maken. Ik ben zelf al heel vaak aan de beurt geweest…

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s