Humor, een delicate kwestie

Humor is al zo oud als de mensheid zelf. Sterker nog, steeds meer wetenschappers raken er middels experimenten met dieren zoals apen van overtuigd dat dieren evenzo gevoel voor humor kunnen hebben en dingen grappig vinden. Dit zou inhouden, dat humor niet alleen aan mensen is voorbehouden en zelfs al bestond voordat de mens op het evolutionaire toneel verscheen (hetgeen in verhouding heel laat is!).

Wat humor of humoristisch is, kan voor iedereen verschillen. Er zijn bovendien heel veel verschillende soorten humor. De ene humor is de andere niet, net zoals de ene humorist de andere grappenmaker niet is.

Al zolang humor is geregistreerd, blijkt dat het maken en ‘ontvangen’ van grappen een delicate zaak is.

Wat de een ’n absolute, hilarische dijenkletser vindt, vindt de ander mogelijk een ontzettend flauwe grap. Dat is niettemin niet zo bezwaarlijk, al kun je snel genoeg krijgen van iemand die naar jouw mening te vaak en te veel flauwe grappen vertelt, of wanneer je merkt dat die ander jouw gevoel voor humor niet deelt.

Wat de een ontzettend komisch vindt, kan de ander als verschrikkelijk vulgair betitelen. Schuine moppen zijn voor de een de hoogste vorm van humor, voor de ander de laagste.

Het meest gevoelig ligt grappenmakerij wanneer de grappen, practical jokes of moppen cynisch zijn of zelfs zijn bedoeld als een soort van rebellie, uitdaging, verhulde kritiek en een steek onder water. Dan komt het aan op het incasseringsvermogen en het ad rem-zijn van degene die de humor ‘ontvangt’, van de geadresseerde zeg maar. En precies dat is de humor die al eeuwen – zelfs reeds voor Christus – voor ruzies, onmin, haat en vijandschap zorgt.

In deze tijd is dat een zeer actueel thema, op het hoogste niveau van de wereldmaatschappij. Sommige bevolkingsgroepen maar ook regeringsleiders en met name dictators kunnen er absoluut niet tegen als ze het doelwit zijn van spot(prenten). Zij kunnen zelfs overgaan tot haatvolle wraakacties. Ik hoef eigenlijk geen namen en groepen te noemen of te specificeren, want u/jij denkt waarschijnlijk onmiddellijk aan bijvoorbeeld IS, Erdogan, Trump, Wilders, motorbendes en/of radicale burger-moslims.

EEN ZEER BEKNOPTE WEERGAVE VAN DE HUMOR-GESCHIEDENIS

De oudste, bekende mop die wetenschappers hebben gevonden, zou stammen uit de oude culturen in het Midden-Oosten (met name Irak) – dan hebben we het over ongeveer 1700 voor Christus – en zou gaan over een scheet. ‘Iets wat in mensenheugenis nog nooit is gebeurd: een jonge vrouw liet GEEN scheet op de schoot van haar man’. Met andere woorden: normaal is het laten van scheten op ’s mans schoot heel gebruikelijk.

Een andere oude mop dateert van 800 voor Christus en is geschreven door de Griekse dichter en zanger Homerus. Koning Odysseus vertelt in het verhaal tegen een eenogige reus dat hij Niemand heet. Vervolgens laat de vorst de cycloop aanvallen door zijn mannen waarbij de reus zijn enige oog verliest. De reus schreeuwt dat Niemand hem aanvalt, en daardoor zou hij ook door niemand, door geen mens, worden geholpen!

De oude Egyptenaren tapten idem dito graag moppen, met name over lustzieke farao’s die smachtten naar een vrouw of desnoods een ezel om hun pik in te kunnen steken.

Wij leven in Nederland in een progressieve cultuur waarin we vinden dat iedereen op welke manier dan ook op de hak moet kunnen worden genomen, of het nou gaat om de minister-president, de koning, een hoer, een zwerver of de commissaris van de koningin. Misschien zijn we – als het om het maken of juist om het niet maken en tolereren van grappen gaat – het meest voorzichtig met slachtoffers van oorlog, genocide en geweld (zoals de Joden) en zieke mensen en dan met name met kankerpatiënten. Sommige dingen vinden zelfs wij (over het algemeen) progressieve Nederlanders te erg om er grappen over te maken, om er niet doodernstig onder te blijven.

Maar in veel andere culturen en in andere landen is humor aan veel meer regels gebonden. Lang niet in alle landen mag je grappen maken over de vorsten en/of de regeringsleider. Echter, dit was heel vroeger bij de Grieken, Egyptenaren en Romeinen ook al zo. Aan humor waren regels gebonden. Je moest binnen de lijntjes kleuren. De humor mocht niet te kwetsend en te persoonlijk zijn, zelfs niet de grappen die de heersers maakten (over en tegen andere leiders bijvoorbeeld). Het werd op prijs gesteld als je kon incasseren en ad rem – met humor – kon reageren, maar cynisme werd al snel opgevat als een steek onder water en als een teken van vijandschap en van het niet betrachten van de geschreven en ongeschreven regels van de diplomatie en goede omgangsvormen.

Door alle eeuwen heen werden goede grappenmakers en entertainers erg gewaardeerd. Denk maar eens aan de hofnarren. Met de intrede van de film eind negentiende eeuw werden behalve artiesten, filmsterren, modellen en zangers ook komieken heel erg bekend en populair, denk maar eens aan Charlie Chaplin.

Nederland heeft eigenlijk niet veel echt grote filmkomieken gekend, maar bezit wel een enorm groot arsenaal aan cabaretiers. En nogmaals, in ons liberale en progressieve land mag je heel ver gaan met het bespotten en op een komische manier fileren van wie dan ook. Ik zag trouwens dat dit jaar in de Duitse carnavalsoptochten echt heel grote en goede politiek-kritische ‘spotwagens’ de optochten opluisterden, veel meer dan bij ons. In ons carnaval lijkt het steeds minder voor te komen dat de deelnemers aan de optocht de lokale, landelijke en internationale politiek echt behoorlijk uitgebreid, groots, zeer uitdagend en expliciet op een komische wijze bekritiseren.

SLOTWOORD

Dit stukje komt oorspronkelijk voort uit mijn nieuwsgierige vraag (die ik mezelf stelde) wanneer de allereerste grap is gemaakt en hoe de humor zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld. Heel veel spectaculaire informatie is daar niet over te vinden, en ik wilde er allerminst een droog geschreven college van maken. Ik beperk me niet tot het overtikken van info die ik in boeken en/of op internet heb gevonden. Ik wil er altijd mijn eigen draai aan geven, er zelf over nadenken ook.

Zoals altijd bij mijn historische stukjes/zoektochtjes leg ik in mijn slotconclusie een verband met het heden. Ditmaal wil ik vooral benadrukken dat humor eigenlijk altijd al een belangrijk signaal is geweest hoe een samenleving omgaat met vrijheid en macht. In sommige culturen was en is nog steeds een harde grap veel te beledigend, zoals voor een hoogwaardigheidsbekleder of een (geloofs)groep. Het onvermogen om te incasseren, op een gevatte manier te reageren en/of de ander de vrijheid te geven om op een ludieke manier kritiek te uiten of te plagen verergert de spanningen tussen (groepen) mensen, tussen de leiders en het volk en tussen leiders en burgers onderling.

We mogen ons in Nederland heel erg gelukkig prijzen met de wijze waarop wij met humor omgaan, zo vrij, zo tolerant, zo ontspannen, zo niet-autoritair. Dat moet zo blijven!

Echter, zelfs bij ons worden occasioneel grenzen overschreden. Als humor te grof is en duidelijk is bedoeld om de ander af te maken, te beledigen of tegenover anderen in de zeik te zetten, dan moet dat worden veroordeeld, dan moet er indien mogelijk en nodig zelfs strafrechtelijk worden ingegrepen. Maar dit komt binnen onze landsgrenzen nauwelijks voor. Het is veel en veel erger wanneer men op een humorloze, en gewelddadige of asociale manier te werk gaat!

Humor is altijd al een van de essentiële elementen geweest voor de (sociale) omgangsvormen en voor de verstandhoudingen tussen mensen. Humor die door beide partijen leuk wordt gevonden, kan de binding en relatie bevorderen, verrijken en ontspannen. Humor die door beide of een van de partijen als kwetsend wordt ervaren, kan de band (volledig) doen bevriezen, verslechteren en ‘verspannen’. Humor kan de smeerolie zijn voor de motoronderdelen, maar kan net zo goed de substantie zijn waardoor er sociale uitglijers worden gemaakt.

Derhalve is humor net zo belangrijk als bijvoorbeeld sociale en goede omgangsvormen (elkaar een hand geven, naar elkaar luisteren, elkaar in de ogen kunnen aankijken) en de etiquette.

Zoals altijd voeg ik er ook nu een persoonlijk tintje aan toe. Hoe beleef ik humor? Welnu, ik hou totaal niet van moppen. Ik ken er zelf niet één, ben er erg slecht in om ze vertellen en er minstens zo slecht in om ze aan te (moeten) horen en ermee te (moeten) lachen. Ik hou van spontane humor, niet van bedachte, voorgekookte humor.

Ik glimlach veel (naar mensen, uit aardigheid), maar ik lig zelden dubbel van het lachen en lach bijna nooit met geluid. Misschien heeft dit mede te maken met het feit dat ik een serieus mens ben én dat ik een extreem zware jeugd had en een extreem moeilijk leven heb. Mogelijk heeft het leven me in enigerlei mate werkelijk het uitbundige, hoorbare, ongedwongen en onbekommerde lachen verkeerd of doen vergaan. Misschien ben ik daar te gespannen voor.

Ik kan echter zowel gniffelen om bloopers (uitglijers en blunders van andere mensen, mist er niets ernstigs aan de hand is) als om intelligente humor. Cabaretiers als Theo Maassen, Herman Finkers, Claudia De Breij, André Manuel, Sjaak Bral, Stefano Keizers, Guido Weijers en Youp van ’t Hek kan ik zeer waarderen, en dan vooral Theo Maassen. Hij is een van de weinige mensen om wie ik soms hardop en vanuit de buik kan lachen.

Zelf maak ik gaarne (absurdistische) grappen en plaag ik mensen van wie ik hou met grapjes. Het bedenken van een goede grap is voor mij een ernstige en ambitieuze zaak. Af en toe moet ik toch gniffelen om mijn eigen vondst en kan ik ervan genieten.

Indien duidelijk goedbedoeld, kan ik ook wel tegen een komisch stootje, als anderen me in de maling nemen. Practical jokes waarbij ik kletsnat word of zo kan ik niet waarderen, dan word ik pissig. Ik hou niet van onaangename verrassingen.

In de loop der jaren heb ik me de zelfspot wat meer eigen gemaakt. Jezelf niet altijd (te) serieus nemen en kunnen lachen om je eigen stommiteiten, tekortkomingen, fouten en blunders kan heel erg verfrissend zijn.  Ik heb een paar blogs vervaardigd waarin ik mezelf flink op de korrel neem en aan het schrijven daaraan en daarvan heb ikzelf denk ik het meeste plezier beleefd. Als je om jezelf kan lachen en eens de spot met jezelf kan (laten) drijven, dan ben je volgens mij een mens dat meer kan incasseren alsook een mens met een meer ontspannen en meer realistische relatie met zichzelf en anderen.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s