Wat ze zullen zeggen als ik dood ben

Het leven ervaar ik overwegend als feestbedervend. Als buitengewoon ergerniswekkend en frustrerend. Daarnaast is het (haast) iedere dag (meerdere momentjes) even heel erg of een beetje fijn.

Zij, die me echt gekend hebben, zullen zeggen: “Hij was zo attent en geïnteresseerd in anderen, lief en gevoelig. Hij kon goed luisteren. Hij wist je te inspireren en moed in te praten, ondanks dat hij het zelf zo moeilijk had. Als hij z’n dag had, dan kon je met hem lachen. Dan floepte hij er opeens iets uit waar je om moest lachen. Hij kon fel en emotioneel reageren als hij vond dat iets dom, onnadenkend of onrechtvaardig was. Hij kon (je) plagen als de beste.”

“Ondanks alles ging hij toch moedig en strijdlustig door en probeerde hij er het beste van te maken. Er waren periodes dat hij het heel moeilijk had en dan ook lastig was voor anderen, onredelijk was. Toen hadden we het gevoel dat we het nooit goed konden doen en reageerde hij op alles wat we zeiden heel overgevoelig en kwaad. Maar dat kwam voort uit zijn frustraties en levenspijn. Dat begrepen we, alhoewel het ook voor ons moeilijk was. Hij kon in die periode buitengemeen fel en emotioneel worden bij discussies.

“Het is een zegen dat hij Sandra had. Zij heeft echt geweldig voor hem gezorgd. Hij was dol op haar en op hun twee kinderen natuurlijk. Hij was een heel goede en trotse vader. Ze hebben heel veel van hem gehouden.”

“Ondanks zijn fobieën en het feit dat hij zich zo slecht voelde, heeft hij toch – met en dankzij zijn vrouw – heel veel van de wereld gezien. Daar genoot hij van. Hij vertelde nooit veel over hun reizen, maar je wist wel dat hij had genoten. Hij vertelde over zichzelf sowieso niet zo veel, al was hij later veel opener dan vroeger als kind en puber toen je moeilijk hoogte van hem kon krijgen.”

“Hij was erg op zichzelf. Had genoeg aan zijn gezinnetje. In een klein kringetje leefde hij. Hij had geen vrienden. Dat hoefde voor hem niet zo. Jammer dat hij niet wat meer met ons optrok. Deels door zijn gezondheid, maar ook doordat hij daar misschien niet zoveel behoefte aan had. Hij was niet echt een mensen-mens. Hij ging heel erg zijn eigen weg en gangetje. Als er voetballen op tv was, dan ging dat voor ons, voor de familie. Ajax was hem alles.”

“Hij kon goed en mooi schrijven. Schrijven was zijn lust en zijn leven. Door zijn situatie schreef hij vaak zijn frustraties en pijn van zich af, maar hij kon ook echt heel gevoelvol en mooi schrijven, en grappig zijn als hij het op z’n heupen had.”

“Misschien hadden we meer voor hem kunnen of moeten doen. Vaker naar en bij hem moeten informeren. Hij heeft vaker aangegeven dat hij dat nodig had. Het is niet dat we niet wilden, maar het was ook een beetje zelfbescherming van ons.”

Als klein kind had hij vaker nachtmerries en riep hij dat hij gaten in zijn buik had. Hij was echt een mama’s-kindje. Maar ook schepte hij er een duivels genoegen in om z’n zussen achterop de hielen te rijden met zijn rode skelter. Daar genoot hij van. Hij zong als jong jochie Nederlandstalige liedjes in de achtertuin, met name van zijn eerste idool Ben Cramer. Zijn middelste zus noemde hij ‘chocoladefabriek’ vanwege haar moedervlekken. Ja echt, hij kon pesten als de beste! Maar hij was daarnaast zo lief dat hij met zijn oudste zus ging winkelen, puur voor haar. Dan kon hij heel geduldig zijn. Hij keek dan voor haar mee in de rekken en vroeg dan aan haar: “Is dit wat voor je?!”

“Hij voetbalde altijd op straat, zelfs als het al donker was, bij het schijnsel van de straatlantaarns. Hij voetbalde zelfs in de woonkamer, met sinaasappels. Hij heeft ook nog getennist, op de club en op straat. Hij heeft zijn zussen leren tennissen. Als zijn idool of favoriet Björn Borg een finale had gespeeld, ging hij met zijn middelste zus buiten voor het huis tennissen, dan hadden ze zin gekregen om een balletje te slaan. En ik weet nog dat hij met een schooluitstapje heel ver had gefietst, naar Monschou of zo, en dat hij terugkwam met ineens een heel smal koppie, terwijl hij normaal best wel een bolle toet had.”

“Op de Middelbare School deed hij heel goed zijn best en haalde hij hoge cijfers. Urenlang zat hij hardop te studeren op zijn kamertje. Als hij een proefwerk had, dan legde hij de avond tevoren zijn leerboeken onder zijn kussen, omdat hij dacht dat de stof dan beter bleef hangen. Als puber vond hij het carnavallen heerlijk. Hij ging sowieso graag uit. Ik weet nog die keer dat ze blijkbaar iets in zijn biertje hadden gedaan, want het smaakte volgens hem heel zoet. Toen heeft hij in de stad op auto’s staan dansen en in de struiken gelegen. En moest hij thuis enorm kotsen en zei hij steeds: ‘Mama, ik schaam me zo’.”

“Als voetbal- en sportjournalist maakte hij van zijn passie zijn werk, maar dat macho-/mannenwereldje bleek niet zo goed bij hem te passen. Later, bij de roddelbladen, heeft hij veel bekende mensen ontmoet en leuke collega’s gehad. Maar na een ruzie bij P. ging het mis, kon hij geen passend werk meer vinden en werd hij huisman. Ook dat werd voor hem steeds zwaarder, vanwege zijn kwalen en omdat hij er gewoonweg een hekel aan had, vooral aan het tuinieren, de was en het afstoffen.”

“Hij had heel sterke overtuigingen waarover hij fel, emotioneel en gepassioneerd kon uitweiden. Dan was er geen houden aan, was hij niet voor rede vatbaar. Dan stond hij niet open voor andere argumenten en kon hij niet luisteren. Hij probeerde op zulke momenten zijn gelijk te bewijzen en zijn mening aan je op te dringen, je te overtuigen van zijn gelijk.”

“Hij wilde het goede voor iedereen, voor de hele wereld. Moeilijk kon hij tegen het onrecht en de waanzin. Als hij gezond was gebleven, dan had hij vast meer kunnen doen. Hij kon meer en wilde meer. Het was voor hem heel moeilijk te accepteren dat hij zoveel beperkingen had. Maar hij trachtte er het beste van te maken.”

“Hij was moedig en ging door, maar had het vaak heel erg moeilijk. Te moeilijk. Nu heeft hij rust. Hij hoeft niet meer te knokken en te lijden. Het was voor hem en evenzo voor Sandra heel erg zwaar. We weten dat hij aan het leven hing en graag was blijven leven, tenminste: als het te doen was geweest. We zullen hem missen en we weten dat hij ons zal missen. Hij liet het misschien niet altijd even duidelijk, niet lichamelijk en niet met veel woorden blijken, maar je voelde gewoon zijn liefde en goedheid.”

“Hij kon zo intens genieten van de mooie en leuke dingen, hij had oog voor details. De foto’s die hij maakte, waren vaak heel leuk en apart. Je kon zien dat hij niet alleen maar keek, maar ook ZAG. Hij was dankbaar. Ja, hij heeft echt z’n best gedaan om er het beste van te maken. Hij was een lieve zoon, broer, partner, papa en oom.”

“Hij was een enorm groot fan van John Lennon. Dus we draaien en luisteren nu naar Imagine. Over dit lied zei Roland: ‘Het is mijn muzikale Bijbel, er staat alles in waar ik voor sta’.”

http://www.rolanddanckaert.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s