Lachen om mijn ellende

Ik wilde een kaarsje opsteken in de kerk om die lieve, goeie God te vragen om me van mijn pleinvrees af te helpen. Ik had 5 euro meegenomen, zodat ik een dikke, grote kaars kon gaan ontbranden, want je hebt ergens toch het gevoel dat je groots moet uitpakken om de Grote Leider te kunnen imponeren. Wie het meest betaalt, wie het eerst en best maalt. Wat dat betreft, is God echt een vent. En hij was 2000 jaar geleden z’n tijd reeds ver vooruit. It’s all about the money.

Maar om bij die kerk te komen, moest ik het kerkplein oversteken en dat is voor iemand met pleinvrees geen Mariabeeld op de schouw. Het is meer als  goedkope sangria in een kartonnen verpakking.

Gelukkig stak een oubollig nonnetje het plein over, richting het gebedsoord. Ik bood verhuld wanhopig doch opzichtig vriendelijk mijn hulp aan: “Laat me u vasthouden en naar de kerk begeleiden.”  Het nonnetje probeerde me eerst nog van zich af te duwen, omdat ze me voor een tasjesdief aanzag, totdat ze besefte dat ze geen tas bij zich had.

Hoe dan ook, door haar hand vast te houden en naast haar te lopen, voelde ik me iets veiliger. Overigens begon de non plotseling te kreunen en van onderen te lekken: ze kwam spontaan klaar, omdat in geen honderd jaar een man haar hand had vastgehouden. Dit ongebruikelijke lichamelijke contact maakte haar zo geil als een Vlaamse mossel.

Welnu, eenmaal in de kerk stak ik dus die enorme kaars op. Eentje van 10 euro. Die andere 5 euro had ik uit de grote, witte onderbroek van de non weten te stelen. Ik heb nog steeds profijt van mijn vroegere bijbaantje als goochelaar in een sekshuis.

Terwijl ik na het oplichten van het lont begon te bidden voor het grote Mariabeeld, hoog boven me, zag ik dat de tranen over Maria’s wangen stroomden. Ik dacht: ‘Ik ben getuige van een wonder’. Totdat ik doorkreeg dat het beeld de slappe lach had en me ronduit uitlachte! Om de een of andere reden werkte ik de moeder van Jezus op haar lachspieren, misschien omdat mijn loopneus een loopje met me nam en me vooruit snelde.

Enfin, na het bidden, beende ik terug naar de auto. Weer moest ik dat plein over. Ditmaal was er niemand aan wie ik me kon vastklampen. Ik riep nog naar de non achter het orgel of ze niet weer die kant op moest. Trouwens, ik hoorde geen muziek, maar de non speelde wél: ze was evenwel doof en had niet in de gaten dat het orgel nog uit stond.

Mijn gebed was duidelijk nog niet verhoord, want ik kreeg op het plein een enorme paniekaanval. Zo’n erge attack had ik al jaren niet meer gehad. Misschien werkt Gods genezing net als homeopathie en reiki: eerst wordt het erger waarna de klachten langzaam maar zeker afnemen? Of was dit mijn straf voor het bestelen van dat grijze nonnetje van 19 jaar?

Hoe dan ook, ik ben tien euro lichter en tien kilo zwaarder, doordat ik na deze heftige paniekaanval de hele bakkerij leeg heb gegeten om mezelf te troosten. De Bossche Bollen smulden van mij: wie zoet is, krijgt lekkers!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s