De familie van Rob

“Vergeet je niet dat Marijke morgen jarig is?” Opa Schapers van Rob’s moeders kant was degene die de familie bij elkaar hield. De verjaardagen van alle familieleden hield hij nauwkeurig bij en de dag voor een verjaardag belde hij alle familieleden op om hen eraan te herinneren, zodat ze niet zouden vergeten om de jarige bloedverwant te feliciteren. Opa gaf dan ook de tijd door waarop de jarige zijn of haar feest vierde.

Rob’s moeder Gerda vertelt altijd trots dat opa Schapers – haar vader dus – de eerste in het hele dorp was die een televisie en auto had, ergens in de jaren vijftig. Geregeld kwamen buurtgenoten bij hun thuis naar het kijkkastje gluren, of ze vroegen de auto te leen, waaraan opa Schapers alleen meewerkte als het ging om een kwestie van leven of dood, zoals een bevalling of een bezoek aan een ernstig zieke. Als de auto dan niet gepoetst en met volle tank werd teruggebracht, schold opa die mensen kapot, maar niet rechtstreeks. Oma moest het aanhoren.

Opa Schapers had een modezaak in het dorp. Herenmode. “Mijn kledingwaren zijn van zo’n goede kwaliteit dat het de naaisters en andere kledingherstellers in het dorp en de wijde omgeving werkloos heeft gemaakt,” schepte opa Schapers doorlopend op. Hij liep er zelf eeuwig spik en span bij, droeg immer zijn zondagse pak, alle dagen van de week.

In de winter van 1944 namen de Duitsers hem mee naar een werkkamp. Drie maanden later keerde hij uitgeput maar gezond – getooid met een volle baard – terug. Het eerste waar hij om vroeg, was een scheermes. Nog dezelfde namiddag stond hij alweer achter de toonbank van zijn winkel. Aan zijn verblijf in het kamp maakte hij geen woord meer vuil.

Opa bewonderde zijn vrouw Agnes, vooral om haar roetzwarte haren en haar lekkere, volle borsten. Zelfs tegen zijn kleinkinderen schepte hij glunderend, met een glimlach en twinkeloogjes, op over de verrukkelijke boezem van oma. “Dat moet je niet zeggen,” zei Rob’s oma dan, maar waarom lachte ze er dan geamuseerd bij?

De familie Schapers kende weinig persoonlijke en familiaire tragedies en drama’s, op de gebruikelijke ziektes en een paar echtscheidingen na. Iedere zondag kwam bijna de hele familie taart eten bij opa en oma Schapers. De televisie stond altijd aan. Opa maakte tussen het discussiëren door zijn puzzel in het tijdschrift af, mopperde over en op onchristelijke politieke partijen en genoot van het samenzijn. Als de familie compleet was, dan voelde hij zich heel en heel goed.

Oma Schapers liep af en aan met koffie en gebak en praatte voornamelijk met haar dochters en haar kleindochters over mensen uit het dorp, over vroeger toen ze dienstmeid was en over kleding. In tegenstelling tot opa had ze het nimmer over politiek en wond zij zich nooit op. Ze sprak ook nooit iemand tegen. Een meegaand persoon.

De enige grote pechvogel in de familie was oom Ton, een oudere broer van Rob’s moeder. Zijn zoon Richard was te vroeg geboren met zuurstoftekort en was zwaar gehandicapt. Minder dan een kasplantje. Oom Ton en zijn vrouw, tante Irene, wilden Richard per se zelf blijven verzorgen, thuis. Dat trok een veel te zware wissel op hun eigen gezondheid en welzijn – plus van hun andere twee kinderen – en op hun huwelijk.

Tante Irene zorgde voor Richard, oom Ton verdroeg het (kasplantje). Hij noemde zijn zoon altijd ‘het’. ‘Het’ kon niet zelf ademen, poepen, plassen en eten en ‘het’ kwijlde, boerde en murmelde onafgebroken. Oom Ton heeft weleens iemand toevertrouwd dat hij vaker de neiging had om de keel van zijn zoon door te snijden, om verlost te zijn van ‘het’ en van het gedoe. Hij voelde zich daar schuldig over. Zijn oudste dochter Klaartje – de enige voor wie een verkleinwoord werd gebruikt, terwijl ze de langste en oudste was – had dezelfde neigingen. Gelukkig ging ‘het’ dood toen ‘het’ acht jaar was.

Oma Schapers leek het gelaten te accepteren. Zij was de vleesgeworden acceptatie en overgave. Opa Schapers kreeg een maand na de dood van Richard een fatale hartaanval. Hij kon het niet aan dat iemand van zijn familie – een kind, veel jonger dan hemzelf – was gestorven.

Opa Draak van Rob’s vaders kant was een eenvoudige, zwijgzame boerenknecht die niets liever deed dan in zijn vrije tijd sigaren roken naast de kolenkachel en in zijn moestuin werken. Opa Draak beoordeelde de gezondheid van zijn kleinkinderen op hun gewicht. Als je wat dikker was geworden, dan zag je er volgens opa goed en gezond uit. Maar als je was afgevallen, dan maakte hij zich zorgen om je en spoorde hij je aan om goed te eten. Zijn ogen waren weegschalen, hij kon iemands gewicht er blijkbaar feilloos mee wegen.

Zijn vrouw, oma Draak dus, had de broek aan in huis. Zij waakte ervoor dat ze niet te aardig en lief was voor andere mensen, ook niet voor haar man, kinderen en kleinkinderen. Een kwestie van karakter, niet meer dan dat. Ze domineerde gewoon graag en hield niet van sentimenteel gedoe. Sterrenbeeld Leeuw. Vandaar ook haar krulletjes. Zij was vastbesloten, kordaat, daadkrachtig en overal zeker van, de tegenpool van haar gemoedelijke, twijfelende echtgenoot die overigens wel erg kon genieten van de natuur, zijn rookwaren, de warme kachel en bed-spelletjes met zijn vrouw. Het eenvoudige leven was te goed om het complex te maken en om naar meer te verlangen. Opa Draak had altijd een tomaat-rode blos op zijn wangen, een erfenis van zijn buitenarbeid.

Aan tafel werd vooral gesproken over wat andere mensen – collega’s, buurtgenoten en familieleden – allemaal deden en zeiden. Die gesprekken waren niet erg pittig en best wel voorspelbaar, maar ze maakten deel uit van het dagelijkse levensritueel.

De familie Draak was een smeltkroes van drama’s. Ernstige psychiatrische ziekten, zelfmoordpogingen waarvan één in de waterput achter het huis van opa Draak, incest en andere schandalen te over. Rob’s vader Jos had nog een tijdje in de gevangenis gezeten, samen met een oudere broer – oom Henk. Iets met corruptie bij de politie. Na hun gevangenisstraf werkten ze beiden aan een andere carrière. Jos bleek een onmogelijk mens, een totaal overspannen narcist en seksueel verknipt en gefrustreerd.

Er was iets in die familie wat niet helemaal klopte. Aan opa en oma Draak leek het niet te liggen. Doodnormale mensen. Maar hun kinderen en de kinderen van hun kinderen werden zelden gelukkig en bleven nooit gezond. Eén van hun zoons – van opa en oma dus – werd opgepakt en verhoord vanwege een vermeende moord op zijn vrouw, maar er werd geen bewijs voor gevonden. Daarna verdween die zoon naar de Filipijnen waar hij trouwde met een 19-jarig meisje. Zelf was hij al 54. Allemaal van dat soort dingen. Een oudere nicht van Rob gleed op een avond voor haar voordeur uit over de aangevroren sneeuw en kwam zo hard met haar hoofd tegen de grond terecht dat ze plotsklaps overleed. Pas de volgende dag werd ze door de postbode gevonden.

Rob werd het slachtoffer van de kuren van zijn vader. Hij leidde een typisch Draak-bestaan. Op een enkel familielid na spraken de Draken nooit over de familiedrama’s en persoonlijke tragedies. Opa en oma hadden dat ook nimmer gedaan. Ze deden alsof er geen persoonlijke ellende bestond en er geen onderlinge vetes waren…

http://www.rolanddanckaert.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s