De Aardbeving

Steeds meer realiseer ik me, dat we hier in Nederland in een bijzonder land leven, in een bijzondere tijd. Nergens in de wereld is het (nog) zo veilig, liberaal en progressief als in West-Europa en Scandinavië, zeg maar Noord-Europa. Ik besta al een halve eeuw en heb (nog) geen (warme) oorlog of burgeroorlog meegemaakt. Staat en kerk zijn hier gelukkig gescheiden en onze wetten en het regeringsbeleid proberen het homo’s en transgenders makkelijker te maken en hen te beschermen. Mannen hoeven zich hier niet staande te houden in een macho-cultuur, want die is er niet echt, en vrouwen hebben al behoorlijk wat rechten veroverd, zij het nog altijd niet genoeg. Natuurrampen komen hier zelden of nooit voor.

Hopelijk blijft dit allemaal zo, al zou ik mijn kinderen willen adviseren om geen nakomelingen op de wereld te zetten vanwege de vele bedreigingen en spanningen die bij elkaar lijken te komen. Denk aan de klimaatcrisis (die vele gevolgen zal krijgen), de overbevolking (en de kwalijke gevolgen daarvan), de robotisering, de natuur-, lucht- en milieuvervuiling,  het haast overal groeiende nationalisme, het alsmaar voortwoekerende moslim-fanatisme en moslim-terrorisme en ten slotte de opkomst van (extreem-)rechts. Overal in de wereld komen er steeds meer gestoorde en onwijze leiders aan de macht, in het zadel geholpen door het waanzinnige klootjesvolk. Zie Erdogan en Trump.

Als kind en puber ben ik alleen bang geweest voor een oorlog op ons grondgebied toen de Zuid-Molukkers in 1975 en 1977 treinkapingen op hun geweten hadden. “Mama, komt er nu oorlog?” vroeg ik doodsbang aan mijn moeder. Ik was (in 1977) nog maar tien jaar en werd voor het eerst geconfronteerd met verhalen over en tv-beelden van geweld in eigen land. Als kind kon ik de gevolgen van dergelijke gewelddadige acties niet overzien. Bovendien dacht ik wellicht toen al (altijd) meteen het ergste. Ik was werkelijk bevreesd dat de Molukkers ons land zouden gaan aanvallen, dat de treinkapingen zouden escaleren en zouden leiden tot een oorlog oftewel tot gevaar voor ons leven. “Nee jong, wees maar niet bang,” probeerde mijn moeder me gerust te stellen. Haar woorden hielpen wel een beetje, maar ik bleef toch nog maandenlang alert en afwachten of er niet nog iets ergs/ergers zou gaan gebeuren.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw had je natuurlijk de koude oorlog tussen Rusland en Amerika, en de wapenwedloop. Ook ik was wel een beetje bang dat de ruzie tussen bepaalde landen zou resulteren in een kern- of atoomoorlog, en/of tot de inzet van chemische wapens. Net als bijna iedereen wilde ook ik (wereld)vrede en kon ik maar niet begrijpen dat al die landen en leiders op voet van oorlog met elkaar leefden en zo moeilijk deden. Na de Tweede Wereldoorlog wilde toch niemand nog oorlog? Op televisie zag ik gruwelijke beelden over oorlogen en geweld in met name Nicaragua, Israël, Egypte, Afghanistan en Libanon. Hoewel het allemaal ver van ons bed was, had ik er een hekel aan dat mensen dat (lees: oorlog) elkaar aandeden.

In 1982 scoorde de pop-reggae-band ‘Doe Maar’ een nummer 1-hit met het lied ‘De Bom’. Laat maar vallen/want het komt er toch wel van/het geeft niet of je rent… Zo luidt een gedeelte van de liedtekst. Een lied dat heel erg goed verwoordde wat bijna iedereen voelde en dacht: ‘vroeg of laat wordt een alles vernietigende bom gedropt – waar dan ook, misschien wel in onze achtertuin – en dan is het hek van de dam en vernietigt de mens elkaar, en zichzelf’.

Fan van ‘Doe Maar’ was ik destijds niet. Wars was ik van rages en hypes, en ‘Doe Maar’ was een enorme hype. Wat de massa geweldig vond, vond ik automatisch niks. Bovendien vond ik de vier jongens van de band er qua kledingstijl niet leuk uitzien. Wat moest ik met een groep waar heel veel meisjes van mijn leeftijd verliefd op waren? Misschien was ik wel een beetje jaloers op Hennie Vrienten en Ernst Janz, de twee frontmannen van de groep. Stond ik maar in hun schoenen! Er gaat niets boven aandacht van meisjes!

Wat had je verder nog voor geweld in ons land? Misschien moet ik de krakersrellen noemen vanaf 1975, met name in Amsterdam. Ik was (van nature zou ik bijna schrijven) op de hand van de krakers, van de linkse activisten die het opnamen tegen de gevestigde orde, tegen de huiseigenaren en hun knokploegen en de Mobiele Eenheid van de politie. Op televisie zag ik de beelden van ME-ers met helmen op, al dan niet te paard. Ze sloegen met hun wapenstokken in op de met (bak)stenen gooiende krakers en militanten en ze dreven de oproerkraaiers uiteen met behulp van hun waterkanonnen. Ik wilde dat de krakers wonnen, zoals ik als kind altijd voor de indianen was en niet voor de cowboys.

Ik ben als rooie geboren in politiek opzicht. Opmerkelijk, want mijn ouders waren geen socialisten. Ik geloof dat mijn vader meestal op het CDA stemde (net als mijn opa, de vader van mijn moeder), en mijn moeder stemde meestal op de VVD, omdat haar vader een eigen zaak had. Maar ik had – zo jong als ik was – grote sympathie voor de linkse partijen, voor de PPR, PSP, GroenLinks en de PvdA. Ik was tegen het kapitalisme, tegen kolonisatie, tegen machtswellust, veroveringen en onderdrukking van andere landen en culturen en ik was voor solidariteit, gelijkheid, empathie, het helpen van de kanslozen en underdogs en ‘eerlijk zullen we alles delen’.

Reeds als jongeling had ik een bloedhekel aan (klein)burgerlijke, zogenaamd keurige en eventueel gelovige mensen in hun nette pakjes en met hun mooie, hypocriete woorden. In gedachten en dagdromen streed ik mee met de krakers en wierp ik zogenaamd keien naar de door de politiek opgetrommelde ordehandhavers. ‘Laat die jongeren toch in die leegstaande panden wonen,’ dacht ik. ‘Die gebouwen staan toch maar leeg. Gun het die lui toch gewoon. Waar moeten ze anders wonen?!’ Een rechtse bal zal dit naïef noemen, een linkse rakker zal dit als rechtvaardig en empathisch betitelen.

Als een vliegtuig laag en met veel lawaai overvloog, dan schrok ik me altijd een hoedje, en niet alleen vanwege het enorme geluid. Ik was dan immer bang dat de oorlog was uitgebroken. Ik kan me niet herinneren dat ik als kind heel veel heb gehoord en gelezen over de Tweede Wereldoorlog, maar op de een of andere manier moet de wreedheid gedurende die vijf jaar toch als een tatoeage op mijn binnenwereld zijn gezet. Misschien zijn de op zich best milde oorlogservaringen van mijn grootouders en ouders genetisch op mij overgebracht, ik weet het niet. Dat klinkt misschien gek, maar soms is het net alsof ik die Tweede Wereldoorlog wel degelijk heb meegemaakt.

Behalve een enorme werkloosheidsgolf in het begin van de jaren tachtig – waar onze familie geen last van heeft gehad – waren er verder weinig dreigingen in ons land die me angst inboezemden. Rampen geschiedden bijna altijd elders in de wereld.

Maar in de nacht van 13 april 1992 – rond 03.20 uur – schrok ik plotseling wakker van een bijna oorverdovend gegrom en van een schuivend bed waarin ik thuis – in mijn ouderlijk huis – had liggen slapen. Ik was 25 jaar en woonde nog bij mijn ouders, maar had wel al verkering met mijn huidige vrouw.

Mijn hart bonkte in mijn keel en achter mijn ribben. Wat was er aan de hand? Was de wereld aan het vergaan? Het diepe gegrom als van een universele, boosaardige of gewonde leeuw was ontzettend angstaanjagend. Ik stond op – wankel ter been door het schuiven van Moeder Aarde die aan acute, hevige evenwichtsstoornissen leed – en deed de witte gordijnen van het raam van mijn kleine slaapkamertje opzij. Ik keek in het duister van de nacht en zag niets speciaals, maar voelde de grond onder mijn voeten draaien.

Voor het eerst voelde ik dat Moeder Aarde leeft, dat ze kan bewegen. Van het normale draaien van de aarde om haar eigen as en om de zon merken, voelen, we gelukkig helemaal niets, net zoals je in een vliegtuig helemaal niet voelt dat je heel hard vooruit gaat door de lucht. Maar tijdens deze aardbeving op een heel vroege maandagochtend leek het alsof onze planeet helemaal uit haar normale doen was en iedereen van zich wilde afschudden, letterlijk. Ik kon geen woord uitbrengen, stond – gek genoeg – aan de grond genageld. Een mens is machteloos in zulke situaties. Onmachtig.

Heel lang duurde deze afschrikwekkende situatie niet. Het bleek te gaan om de zwaarste aardbeving in de geschiedenis van ons land, met een kracht van 5,8 op de Schaal van Richter. Zulke zware aardbevingen komen in Noordwest-Europa zeer zelden voor. Door onze sterke huizen en gebouwen viel de schade aan mensen en dieren alleszins mee, maar er was toch nog een materiële schade van 77 miljoen euro in Nederland.

Onze woning had wonderbaarlijk genoeg niet geleden onder de draaikolk-aanval onder haar fundament. Geen noemenswaardige schade. Er waren wat spulletjes omgevallen, maar die waren niet eens kapot of gebroken. De volgende morgen belde ik meteen mijn vriendin om te informeren naar haar aardbeving-beleving, maar ze was erdoorheen geslapen!

Een veel minder zware aardbeving hebben we meegemaakt en gevoeld in Bandung, Indonesië. Dat was in 2010. Opeens begon het hotelbed te schudden. Het duurde maar heel kort, maar de angst was bij mij kort maar hevig. Je weet dat een aardbeving in zulke (armere) landen vaak leidt tot gewonden en doden, én dat een beving dikwijls wordt opgevolgd door een (nog veel) zwaardere beving . Echter, voor Indonesische begrippen bleek deze beving gelukkig niets voor te stellen.

In Amerika hebben we wel een paar keer angstaanjagend noodweer meegemaakt met heel hevige hagel en storm. Ik weet nog die keer dat mijn vrouw en zoontje met de huurauto ergens pizza waren gaan halen, terwijl mijn dochter en ik op de hotelkamer bleven. We dachten dat het wel meeviel met het weer. Maar het begon snel nadat mijn vrouw en onze jongste waren vertrokken steeds harder te waaien en te hagelen. Vanuit de hotelkamer zag ik de stoplichten boven de wegen zwiepen (in Amerika hangen de stoplichten aan kabels), terwijl we door de hagel amper door de ruiten konden kijken. Het duurde en duurde maar voordat ze terugkwamen van de pizzatent. Na drie kwartier hield ik het niet meer uit van de spanning (‘waar blijven ze nou?!’) en ging ik naar beneden, naar de lobby en de hotelingang. Juist op dat moment kwamen mijn vrouw en kind met twee pizzadoden aanlopen, zeiknat van 10 seconden door de hagel lopen van de parkeerplaats van het hotel naar de ingang. Sindsdien blijven we tijdens vakanties altijd bij elkaar en doen we niet meer aan ‘scheidingen’.

http://www.rolanddanckaert.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s