De sigarettenautomaat

Als kind van de jaren zestig-zeventig-tachtig in de twintigste eeuw groeide ik op met sigaretten. Roken was, toen ik jong was, heel normaal, een alledaags beeld.  

Mijn opa in en uit Zeeland rookte systematisch sigaren naast de kolenkachel. Daar stond zijn zetel. De geur van zijn sigaren vond ik werkelijk verrukkelijk. Als hij zijn dikke sigaar rookte, dan kwam opa – boerenknecht – zichtbaar helemaal tot ontspanning, en dan zat hij op zijn praatstoel. Ik kan de geur van zijn sigaren moeiteloos oproepen uit mijn geheugen. Nog steeds als ik sigaren ruik, denk ik aan opa die overleed toen ik 14 jaar was. En dan denk ik met weemoed terug aan de logeerpartijtjes (met mijn ouders en zussen) in Zeeland, aan onze bezoekjes aan Waterlandkerkje en Sluis, alsmede aan de pannenkoeken met koffiemelk van oma, de po naast het bed op het zoldertje en de waterput achter het huisje.

Mijn grootvader in Limburg (afkomstig uit Gelderland) rookte zware sigaretten van het merk Bastos in een blauwe verpakking. Hij kocht ze over de grens in België. Blijkbaar waren de sigaretten daar goedkoper. Of kon je het merk in Nederland niet krijgen? Mijn opa uit Wessem voer op een olieboot en rook altijd naar een mengeling van olie, buitenlucht en Bastos-sigaretten. Soms verbeeld ik me dat of lijkt het alsof ik de geur van zijn sigaretten plotseling, vanuit het niets, ruik.

Mijn Limburgse opa – die ik door de afstand veel beter heb gekend dan mijn Zeeuwse – was en is – op mijn zoon na en samen met mijn lievelingsoom Theo die helaas ook al dood is – de belangrijkste man in mijn leven. Gewoon omdat hij zo betrokken en lief was, en zo puur, zo echt.

Geuren prikkelen het geheugen. Ik moet immer aan Zeeland denken als ik verse prei op het land ruik. Zo rook het bij opa en oma aan de andere kant van Nederland vaak, naar verse prei. Een heerlijke, kruidige geur.

Mijn vader rookte aanvankelijk best veel. Een pakje per dag of zoiets. Mijn moeder was een gezelligheid-rookster. Op feestjes pafte ze er eentje mee. Toch waren het in die tijd met name de mannen die (veel) rookten. Tegenwoordig lijken meisjes en vrouwen vaker en meer te roken dan kerels, of is dat optisch bedrog?

Behalve de bekende groene telefooncellen (met telefoonboeken!) die grotendeels uit het straatbeeld zijn verdwenen, stond er in elke wijk van ons land wel een sigarettenautomaat, een machine waar je geld in stopte in ruil voor een pakje Caballero of Stuyvesant. Op de verpakking zat met plakband het terug-geld, het kleingeld, geplakt. Stel dat je 4 gulden in zo’n apparaat moest werpen, terwijl een pakje 3,75 kostte, dan zat er onder het plakband op het pakje sigaretten dus een kwartje (25 gulden-cent). Dikwijls werd je door je ouders naar de sigarettenautomaat gestuurd, met het benodigde bedrag. Met name als er bezoek was, stuurde men de kinderen om een dergelijke boodschap.

Heel veel mensen rookten. Je zag voetbaltrainers van topclubs met een sigaret op de bank zitten en uit de dug-out stormen, op televisie rookten de geïnterviewden en de vragenstellers er dermate lustig op los dat de rookwalmen het beeld vertroebelden, in films werd veel gepaft en op familiefeestjes en feestjes van wat oudere pubers stonden er altijd glaasjes op tafel met daarin een handvol sigaretten, zodat de gasten naar believen van het rookspul konden pakken en niet hun eigen tabak hoefde aan te spreken. Het was een teken van gastvrijheid, het aanbieden van sigaretten. Overal zag en hoorde je reclame over en voor tabak en fotomodellen, acteurs en zangers werden meestal gefotografeerd, terwijl ze een sigaret in hun handen of mond hadden. Roken was stoer, roken was hip oftewel modern!

Een enkeling rookte pijp. Dat was voornamelijk voorbehouden aan geitenwollen-sokken-types met grijze sokken in hun sandalen en een ringbaard. Ik meen dat mijn gitaarleraar, Frans Banens, pijp rookte, maar ik kan me vergissen. Banens was op het oog een dromerig en zelfs slaperig figuur, erg serieus, prestatiegericht, toegewijd en afstandelijk, maar niet heel streng. De reuk van een pijp kan me high maken van genot.

De geur van brandend tabak in de buitenlucht vond en vindt deze blogger/freelance journalist erg lekker. Als we naar een voetbalwedstrijd gingen van Roda JC, MVV, VVV Venlo of Fortuna Sittard en de zon scheen en het gras was vers gemaaid, dan kon de toevoeging van het aroma van sigaretten en sigaren de kers op de geurtaart zijn.

Op welke leeftijd en waar en wanneer ik mijn eerste sigaret rookte, kan ik me niet herinneren. Ik weet wel dat ik het zo spannend vond, dat ik er een lichte erectie door kreeg. Zoals alle mannen weten, is een erectie het allerlekkerste gevoel dat je als man kunt hebben. Er gaat niets boven het krijgen en hebben van een goeie stijve. En als je dan ook nog een man en/of vrouw in de buurt hebt die wel raad weet met je hefboom, dan is het écht feest in de hemel op aarde.

Rookten de leraren in de klas? Ik meen van wel. Ik weet het niet zeker. Vast wel. Roken was nergens verboden. Alcohol nuttigen, was natuurlijk alleen geoorloofd in je vrije tijd, op feestjes en in het uitgaansleven. Van roken, ga je immers niet slechter presteren, van alcohol wel. Bovendien beïnvloedt sterke drank in negatieve zin je gedrag en reactievermogen, tabak niet of veel minder.

Wanneer ik als student ‘Journalistiek’ met de trein naar Utrecht reisde, en weer terug naar Roermond, en ik kwam noodgedwongen of per toeval in de rokersruimte te zitten, dan vond ik de sfeer meestal veel meer ontspannen en gezelliger dan bij de treinende niet-rokers. In de rokerscoupé leek meer en leuker te worden gebabbeld. Toch vermeed ik als het even kon het rokersgedeelte, omdat ik de stank in mijn kleren wilde voorkomen en gezond wilde blijven. Het is immers echt niet zo, dat in die tijd niet bekend was dat roken schadelijk is voor de gezondheid. Dat wist men drommels goed. Men was zich er niet zo van bewust als heden ten dage, maar het was duidelijk dat roken niet gezond was.

Zelf heb ik nooit echt gerookt. Soms kocht ik een pakje en na twee sigaretten, gooide ik het pakje weg. Mijn laatste sigaret dateert van zo’n twintig jaar geleden. Na een vrijpartij staken mijn vriendin – huidige vrouw en fel anti-tabak – en ik een paffertje op, zoals we acteurs en actrices dat in films en tv-series zagen doen: roken in bed, na de seks. Het bleek niks voor ons te zijn. Niks lekkers aan. Op tv zag het er altijd zo sexy en ontspannen uit, maar in het echt is het onpraktisch en eigenlijk best wel vies. De smaak van sigaretten op je lippen en tong en de geur van het tabak in je haren, handen en kleren is gewoonweg goor. Bah!

Ik vind de tabaksgeur alleen nog steeds lekker in de buitenlucht, als iemand een rokertje opsteekt. Maar in een ruimte vol met rokers krijg je die bedompte walm. Vies! Ik weet nog dat een broer van mijn vader, oom Honoré, vaker een sigaret opstak in zijn auto. Dan hield hij de peuk onder zijn neus, maakte hij draaibewegingen met zijn neus rondom en in de rook en dan genoot mijn oom intens, van de reuk. Op die manier zag ik hem zelden genieten. Alleen bij muziek, zoals van James Last en BZN, genoot hij zo diep, zo zichtbaar.

Zo een of twee keer per jaar koop ik een sigaar bij het tankstation, als ik het vullen van de benzinetank van onze auto – die op naam van mijn vrouw staat, want ik heb geen inkomen – moet afrekenen. Dan ga ik ergens op een bankje zitten en steek ik die sigaar aan en op. Maar ik doe het voornamelijk voor de geur. De smaak van de bolknak vind ik eigenlijk misselijkmakend.

In deze tijd wordt er een fel anti-rook-beleid gevoerd. In de kroegen, disco’s, restaurants en op kantoor maar ook op de bank in het voetbalstadion (als trainer) mag je niet meer paffen. Roken, dat doe je maar buiten. Op de verpakkingen staan met koeienletters waarschuwingen aan het adres van de rokers die hun leven riskeren door een filter tussen hun lippen te duwen. Op de filmset en in tv-studio’s wordt amper nog gerookt. Reclame voor tabakswaren zie en hoor je niet meer. De sigarettenautomaten zijn verdwenen.

Rook je toch, dan word je beschouwd als een zelf-vernietiger en als een gevaar voor de gezondheid van de mensen in je directe omgeving. Ondertussen verhogen we bij onszelf en elkaar de stress en prestatiedruk, slikken we meer drugs dan ooit en zuipen we dat de koning van Thailand er slagtanden van krijgt. Tsja… het anti-rook-beleid is heel populair, doch in z’n geheel beschouwd is het best wel selectief…

http://www.rolanddanckaert.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s