Ode aan overleden oom

Als kleine jongen was ik graag in zijn gezelschap. Oom Jean had iets in zijn manier van doen én zijn dat ontspannen was (anders dan bij ons thuis) en dat me dus ontspande.

Ik was een vrij afstandelijk en ontoegankelijk kind met wie het moeilijk contact krijgen was, en ook met oom Jean had ik niet echt een band. Maar nogmaals, ik vond het prettig als ik bij hem in de buurt was (wat niet vaak voorkwam).

Toen ik acht jaar was en de Heilige Communie deed, wilde ik per se een zwarte broek en rode bloes aan, een combinatie die oom Jean vaker (of weleens) droeg en die indruk op me had gemaakt. Mijn moeder ‘gehoorzaamde’ me: ik kreeg en droeg mijn zwarte broek met rode bloes. Ik weet nog dat mijn moeder tijdens deze katholieke ‘mijlpaal’ geamuseerd aan oom Jean verklapte dat ik dezelfde combinatie wilde dragen als hij. Mijn oom moest er genoeglijk om lachen, maar ik was zo’n kind dat zich schaamde om een dergelijke openbaring en zich ontzettend rap belachelijk (gemaakt) voelde. Ik voelde me opgelaten. Misschien had ik moeite met affectie of zoiets, weet ik het.

Mijn allerlaatste herinnering aan oom Jean dateert van ruim 15 jaar geleden. Een tante van ons had ons allemaal uitgenodigd om bij haar kermis te komen ‘vieren’. Terwijl wij ons aldaar opmaakten om naar de kermis te gaan – het was een zonnige zondag – was oom Jean – een man met (volgens mij) een gouden hart en (in elk geval) gouden handjes – op de oprit aan het werk.

Ik zei tegen hem: “Zo, ook op zondag nog druk bezig?” Mijn oom – 17 jaar ouder dan ik – keek met zijn zoals meestal blije hoofd op en terwijl hij doorging met waarmee hij bezig was, antwoordde hij: “Ja-aaa, je hebt werkpaarden en euh…” Ik kende de uitdrukking en vulde hem aan: “Sierpaarden.” Oom Jean: “Sierpaarden, ja!”

Ik was en ben zo’n onzeker iemand die heel onzeker is over hoe anderen over hem denken (vooral als ik weinig status heb, omdat ik bijvoorbeeld geen betaald werk heb) en ik dacht dat hij mij een verwijt maakte, zo van: ‘Ik ben een keiharde werker en jij niet!’ Zo bedoelde hij het vast niet. Dat weet ik nu. Maar op dat ogenblik klapte ik dicht en zei ik niets terug. Dat was onze laatste, kleine conversatie. Niet dat we ooit veel tegen elkaar gezegd hebben. Haast nooit eigenlijk. Doch ik herhaal: er was iets aan hem wat ik als (zeldzaam) prettig ervoer.

Oom Jean was een van de beste werkpaarden, en hij sierde met zijn montere karakter en houding zijn omgeving.

Aan alles komt een einde, dus ook aan het einde…

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s