De disco-tijd

Onze ouders en grootouders dansten, als ze uitgingen, in kroegen met een dansvloer of in de zogeheten spiegelzalen (vaak tenten). Stijldansen, dat is wat ze voornamelijk deden, dikwijls op live-muziek. Maar als kind van de jaren zestig-zeventig groeide ik op met discomuziek en discotheken. De huidige generatie is amper nog in disco’s te vinden, maar gaat naar grote festivals waarop dj’s – de nieuwe helden – high tech-muziek draaien.

Mijn moeder was fan van Elvis Presley en zijn muziek, mijn vader vond de crooner Perry Como geweldig. Mijn verwekker heeft het altijd splinter in de vinger gevonden, dat hij nooit heeft leren stijldansen en als jongeling en op oudere leeftijd aan de kant zat als er werd gedanst in een uitgaansgelegenheid of tijdens een trouwpartij of jubileum.

Mijn moeder – die evenmin heeft leren (stijl)dansen, maar niet schroomde om een dansje te wagen – is in tegenstelling tot mijn vader met haar tijd meegegaan op muziek- en modegebied. Zij houdt wél van reggae, pop, soul, funk en discomuziek. Mijn vader is conservatiever en houdt het bij rustige liedjes en beschaafde zangers zoals John Denver en Robert Long. De teksten en manier van doen van zangers als Rob de Nijs en Frank Boeijen vindt hij al te ver gaan, te emotioneel en te ordinair. Over The Stones en The Beatles heb ik mijn ouders nooit gehoord. Mijn zussen en ik hebben de muziek van deze twee gladiatoren-bands zelf ontdekt en leren waarderen. The Beatles waren toen al lang uit elkaar.

Mijn twee oudere zussen en ik groeiden op met pop- en discomuziek en dus met de muziek van groepen en artiesten als ABBA, The Commodores, The Bee Gees, Labelle, The Jackson 5, Donna Summer en Barry White. En wij dansten niet stijl in dorpsetablissementen en danstenten, maar in disco’s waar platen werden gedraaid en geen live-muziek werd gespeeld.

De eerste discotheek – overigens een woord dat is afgeleid van het Grieks – werd geopend in Parijs en heette La Discothèque. Dat was in 1941. Er werden langspeelplaten gedraaid in plaats van dat er een bandje speelde. Op die platen werd gedanst. Een nieuw fenomeen. Pas in de jaren zestig werd echter de muziekstroming ‘disco’ geboren, een dansmuziek gedestilleerd uit andere muziekstromingen zoals soul, funk en salsa. In de jaren zeventig bereikte deze muziekstijl haar hoogtepunt, om in het volgende decennium alweer plaats te maken voor andere stromingen zoals new wave, pop en new romantic. Echter, discotheken bleven tot diep in de jaren negentig van de vorige eeuw populair bij jong en wat ouder.

Hoewel ik op aandringen van mijn vader een jaartje stijldans-lessen heb gevolgd (zo saai!), was ik als puber vooral een discotheek-ganger. Ik hield toen al heel erg van muziek en dansen. Gewoon lekker los dansen, zoals je dat zelf wilt. Alhoewel, zo vrij was het disco-dansen nou ook weer niet, want hoewel de danspartners los van elkaar dansten en ieder zijn/haar eigen, vaak geïmproviseerde dansje deed, waren er wel degelijk bepaalde danspasjes die iedereen deed en die blijkbaar ‘disco’ waren. Ik leerde ze van mijn oudste zus: de linkervoet achter de rechter-hiel, de rechtervoet achter de linker-hiel, af en toe – dat was heel hip – de knie van een been optrekken en in je handen klappen…

Tijdens mijn middelbare school-periode gingen we om de paar weken naar Pietje Moors, een danszaal in Roermond. Pietje gaf stijldans-cursussen voor jong en oud, maar een paar keer in de maand gaf hij er disco-feesten, en dan kon je je uitleven op de volgens mij ronde dansvloer, onder de paarse en rode discolichten en glinsterende discoballen. Als je niemand had om mee te dansen of niemand durfde te vragen, dan danste je alleen en met je vrienden. Je danste alleen maar op de ‘goeie’ platen. Bij de minder leuke liedjes ging je langs de kant biertjes of een bessen-met-ijs staan drinken, rondom en kijkend naar de drukke dansvloer.

Later gingen we sporadisch naar ‘Joy’, een bar-discotheek op de – vanwege de vele vechtpartijen – beruchte Veldstraat in Roermond. Hoewel we vonden dat er vooral boeren kwamen, gingen we weleens naar discotheek Geelen in Haelen, een dorpje in de buurt van Roermond. Inderdaad opvallend hoe het publiek van tent tot tent kon variëren.

In discotheek Cheetah in het Duitse grensplaatsje Oberbruch ben ik een keer mijn zilveren dasspeld verloren die ik van mijn vriendin – nu mijn eega – had gekregen. De volgende dag belde ik met Erik, de uitsmijter van die disco, om te vragen of hij mijn dasspeld misschien had gevonden of nog kon terugvinden (tevergeefs). Met Erik had ik op de lagere school gezeten. Hij was toen een lange slungel en een heel goede zwemmer, maar later is hij aan fitness en bodybuilding gaan doen en werd hij een enorme klerenkast (met bijbehorend ‘cool’ gedrag en met de uitgestreken, woordeloze, strenge macho-blik van ‘met mij valt niet te spotten en niemand moet in mijn buurt komen’).

Met mijn zussen en later met mijn vriendin – nu mijn vrouw – ben ik weleens in de E-Dry discotheek in het Duitse Geldern geweest, op zo’n 80 kilometer van huis. Een heel grote discotheek was dat waar je tevens eten (pizza en zo) kon bestellen en waar op grote videoschermen muziekclips werden vertoond. Ik weet nog dat het op een keer zo mistig was toen we midden in de nacht terug naar huis reden, dat je niet eens het licht van de koplampen van je eigen auto kon zien. Hoewel de chauffeur stapvoets reed, was ik toen heel erg bang dat we bij een verkeersongeluk om het leven zouden komen. Ik stelde me voor dat mijn moeder helemaal wanhopig in diepe rouw was vanwege het overlijden van alle drie haar kinderen (want mijn zussen waren er volgens mij bij).

Zelfs in Luik – op bijna 100 kilometer van huis – hebben we ooit een disco bezocht. Met andere woorden: we hadden er wat voor over om naar de disco te gaan waar het volgens iedereen te doen was.

Tussen de regels door moet ik nochtans toegeven dat ik het achteraf gezien eigenlijk helemaal niet zo leuk vond in die discotheken, op de goede muziek, het dansen en de lekkere, opgetutte meiden na. De muziek stond zo hard dat je amper met elkaar kon praten en bij elkaar in het oor moest schreeuwen om wat te kunnen zeggen en verstaan, en iedereen leek vooral bezig met ‘gezien worden’ en met flirten-op-afstand. Ik heb er nooit leuke contacten aan overgehouden, maar ik was dan ook geen versierder en hoewel ik niet onknap was, kwamen er nooit meisjes op mij af.

In de periode dat ik studeerde aan de toenmaals zeer weinig inspirerende en amper motiverende School voor de Journalistiek in Utrecht gingen we weleens uit naar discotheek Cartouch(e) waar het steevast rook naar de rook uit de rookmachine, een wat muffe, bedwelmende geur. Deze discotheek had twee verdiepingen. Van bovenaf kon je op de dansvloer kijken die eigenlijk veel te krap was. Ik vond het er niet echt gezellig. Het was beter toeven op de oever-terrasjes bij de grachten. Op een avond zat ik daar met een vriend en kwam de (toen al) bekende voetballer Marco van Basten gehaast aanlopen. In het voorbijgaan groette hij me, alsof hij me kende of eerder had gezien. Misschien was dat zijn spontane respons op mijn open-mond-van-verbazende-bewondering…

Tijdens onze Spanje-vakanties mocht een bezoekje aan de disco evenmin ontbreken. Vooral in de badplaats Lloret de Mar aan de Costa Brava frequenteerden mijn beste vriend Ben en ik de disco’s, maar tot een verovering op liefdesgebied leidde het nooit. Er was daar toen ook een (volgens mij) blond/geblondeerd Nederlands meisje dat voor een van de disco’s werkte als propper en danseres. Een heel mooie meid op wie iedere jongen en man zijn oog had laten vallen. Maar voor Ben en mij onbereikbaar.

We waren nog geen week terug van onze Spanje-vakantie – samen met zijn sympathieke, lieve ouders: bij het avonddiner in het hotel zette zijn vader de grote bril op van zijn vrouw om de menukaart te kunnen lezen, waarvan ik altijd de slappe lach kreeg die ik probeerde te onderdrukken – of we zagen die aantrekkelijke blondine op televisie.

Ze acteerde in de film ‘De Prooi’ (1985) en bleek Maayke Bouten te heten, een Arnhemse te zijn uit het bouwjaar 1964. We hadden in Lloret dus een heuse actrice (aan het werk) gezien! Ik vroeg me wel af wat een film-actrice in hemelsnaam nog deed als disco-meisje in Lloret?!  Trouwens, ik keek zelden of nooit naar films op tv, maar die rolprent met Maayke Bouten zag ik toevallig en Ben had er eveneens naar zitten kijken, want hij belde me nog tijdens de film op met de mededeling: “Je raadt nooit wie er op tv is!” Van deze actrice is overigens nooit meer wat vernomen.

Van disco’s verneem je overigens evenmin nog wat. Ze zullen er beslist nog wel zijn, maar dan worden er meestal geen plaatjes meer afgespeeld, maar is er een hippe, coole, super-populaire dj die de menigte opzweept en allerlei songs – vaak techno – aaneen rijgt.

De disco-tijd is zo goed als voorbij. Was het een mooie tijd? Ach, wat mij betreft was het VAN MIJN TIJD, maar niet specifiek een heel mooie tijd. Nogmaals, ik heb genoten van de muziek en het (vrije) dansen en nog het meest van de lekkere en sexy geklede meiden, maar ik vond het in de disco eigenlijk allemaal heel onpersoonlijk, afstandelijk, ‘egotripperig’ en te lawaaierig.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s