Rock ‘n’ Roll, het enige cover-album van John Lennon

In 1974, bij de zes jaar eerder door The Beatles opgerichte platenmaatschappij Apple Records, heeft John Lennon zijn enige cover-album uitgebracht als solo-artiest, getiteld ‘Rock ‘n’ Roll’. Heel opmerkelijk dat een (dermate) gevestigde artiest liedjes van anderen coverde. 

Dit grotendeels door Lennon zelf gearrangeerde en geproduceerde album moet echter worden gezien als een liefdesbetuiging van de oprichter en leider van The Beatles aan de rock and roll-muziek en aan de artiesten die hij bewonderde, zoals Chuck Berry en Sam Cooke. Reeds als kind luisterde de Liverpooler met Iers bloed met zijn eveneens muzikale moeder Julia naar rock and roll, en probeerden ze samen de leukste en populairste liedjes na te zingen en (na) te spelen.

Het is voor Beatles-fans algemeen bekend dat de in 1980 vermoorde artiest grote bewondering had voor Elvis Presley, alsmede voor diens invloed op de muziekwereld en muziekliefhebbers: “Zonder Elvis waren The Beatles er niet geweest.” Was getekend: John Lennon.

Des te opmerkelijker dat er geen enkel Elvis-lied op ‘Rock ‘n’ Roll’ staat. Durfde Lennon zich niet te wagen aan songs die voor The King waren geschreven en door The Memphis Magician zijn vertolkt, of wilde hij dat gewoonweg niet?

Hoe dan ook, met ‘Rock ‘n’ Roll’ ging Lennon terug in de tijd, terug naar de jaren dat hij als tiener opgewonden luisterde naar al die nummers met dat herkenbare en lekkere ritme en dat hij als beginnende muzikant – zanger en gitarist – de songs van bijvoorbeeld Fats Domino, The Everly Brothers en Buddy Holly coverde.

Met dit cover-album is de verlegen en nerveuze grapjas tevens teruggegaan naar de beginjaren van zijn band, toen nog The Quarrymen en later The Silver Beetles geheten. Met The Beatles – toen McCartney en Harrison al vaste leden waren van de band – reeg Lennon een paar jaar lang vele nachten in Liverpool en Hamburg aaneen waarop ze – compleet met vetkuif en leren jasjes – alleen maar covers speelden, heel gepassioneerd, toegewijd, ambitieus en zo gek als een deur.

Dat waren de jaren van vóór Het Keurslijf van The Beatles waarin John Lennon zich – weliswaar getroost en gemotiveerd door het enorme succes en de inkomsten – eigenlijk altijd ongelukkig heeft gevoeld, omdat de spontaniteit en vrijheid grotendeels voorbij waren en hij verdomd goed aanvoelde opeens en gaandeweg lange tijd (te lang) deel uit te maken van een kunstmatig, commercieel concept.

Daarbij werden de optredens van The Beatles ontsierd door de massahysterie: de vier vrienden werden op het podium overstemd door de schreeuwende en gillende meiden-menigte. Enerzijds was het voor Lennon een heerlijk gevoel, die Beatlemania, want het was een bewijs dat de wereld aan hun voeten lag, dat ze de hele globe hadden veroverd met hun muziek. Anderzijds was Beatlemania angstaanjagend, slopend, frustrerend en misschien zelfs wel ziek- en/of gekmakend. De immense populariteit was in tweeërlei opzichten te gek.

In interviews heeft Lennon geopenbaard dat hij de begintijd van zijn muzikale loopbaan eigenlijk de mooiste tijd vond. De lol samen, de onderlinge vriendschap en de passie voor de muziek overheersten. Ze waren toen al populair, maar de complete gekte was er (gelukkig) nog niet.

Rock and roll werd eind jaren zestig steeds minder populair en in de jaren zeventig zowat begraven, maar de liefde van Lennon voor deze muziekrichting is zijn leven lang gebleven. Deze muziekstroming maakte deel uit van zijn wortels. Je zou kunnen zeggen dat de rock and roll-muziek de moeder is van de artiest Lennon, dat hij als zanger/gitarist/componist door deze muziekstijl is verwekt én op de wereld is gezet. In elk geval is geïnspireerd en gevormd.

Lennon maakte deze LP in een tijd (1973-1974) dat hij het heel erg zwaar had. Zijn grote liefde Yoko Ono en hij waren uit elkaar en John had ‘iets’ met hun assistente May Pang die op de hoes van het rock and roll-album vermeld staat als productiecoördinator en als moeder overste. Lennon vond Pang heel sexy, lief en aardig, maar zijn hart was nog steeds bij Yoko die hij miste als een gek. In Los Angeles en New York ging de gedreven humorist zich te buiten aan drankmisbruik, vechtpartijen en drugsmisbruik. Hij leed namelijk verschrikkelijk onder de breuk met Yoko, ook al vonden best veel mensen om hem heen dat deze ‘scheiding’ hem juist goed deed, omdat hij minder geïsoleerd leefde en een meer sociaal leven leidde.

Maar John Lennon – die een vete met de Amerikaanse staat/regering uitvocht om in het land te mogen blijven en daarbij werd gevolgd en afgeluisterd door de veiligheids- en inlichtingendiensten  – wilde juist geïsoleerd leven met Yoko: als hij maar met en bij Yoko kon zijn!

Het is duidelijk dat Yoko zijn tweede moeder was, a mother with sexual benefits. Zijn echte moeder Julia – bij wie hij door omstandigheden en tot haar eigen grote verdriet maar heel kort heeft mogen/kunnen wonen – verloor hij op 17-jarige leeftijd door een verkeersongeluk. Lennon wilde niet voor de tweede keer de belangrijkste vrouw in zijn leven kwijtraken, nadat hij belangrijke mannen in zijn leven aan de dood had moeten afstaan: zijn lieve oom George, zijn beste vriend Stuart Sutcliffe en zijn vriend en manager Brian Epstein.

Op het rock and roll-cover-album kun je als Lennon-adept heel duidelijk zijn amoureuze wanhoop vanwege het gemis van Yoko terughoren. Lennon zingt op het vinyl zijn hart uit zijn keel. Eigenlijk zijn het (bijna) allemaal liefdesliedjes met teksten waarbij hij honderd procent zeker aan Yoko heeft gedacht, mede tijdens de opnames en de productie van het ‘pick-up-gerei’. Lennon was geobsedeerd door Yoko en al helemaal toen ze gedurende 18 maanden uit elkaar waren, al ving May Pang hem goed op en beleefde hij met haar en hun vrienden best een leuke tijd.

Enfin, ik vind het mooi en opmerkelijk dat zo’n gearriveerde artiest en songwriter ‘gewoon’ een cover-album maakte, zich daar niet te groot en te goed voor voelde. Nogmaals, het album is het grote bewijs dat Lennon ontzettend van rock and roll en van rock and roll-artiesten hield, en dat hij de nummers van andere artiesten en de muzikanten als zodanig enorm kon bewonderen.

Het album straalt dus de meest pure vorm uit van liefde voor muziek. Misschien genoot Lennon nog wel meer van het luisteren naar en het vertolken van de oude rock and roll-klassiekers dan van het schrijven en performen van zijn eigen werk. Die oude liedjes zijn altijd zijn muzikale bakermat gebleven en bovendien had hij er heel mooie en dierbare herinneringen aan, met name aangaande zijn lieve, artistieke moeder met wie hij het zo ontzettend goed kon vinden en van wie hij zo verschrikkelijk veel hield.

Maar er is meer: het feit dat Lennon – die van reizen hield – zijn hart had verpand aan de muziek van blanke maar ook nadrukkelijk van zwarte artiesten, dat hij zijn hart had verpand aan een Japanse kunstenares en dat hij zijn hart had verpand aan een wereldstad als New York bewijst voor mij wat een grote en ruimdenkende geest hij was, allesbehalve bekrompen, kleinburgerlijk en xenofoob. Dit zal grotendeels aangeboren karakter zijn, maar zijn brede horizon/zijn wereldburgerschap zal tevens te maken hebben met het gegeven dat hij opgroeide in een belangrijke havenstad (Liverpool) die (vanwege de havenarbeid en havenhandel) nauw in verbinding stond met de rest van de wereld, met name met China en Amerika. In die omgeving moet je wel een heel geïsoleerde geest hebben, wil je niet je een ruim blikveld ontwikkelen.

Lennon wilde ondanks zijn nervositeit, wat angstige aanleg en verlegenheid groots en meeslepend leven, alhoewel hij tevens behoefte had aan tijd en ruimte voor zichzelf en rust. Lennon stond open voor vrijwel alle culturen en muziek- en kunststromingen, al was hij vooral gehecht aan de rock and roll en aan New York.

Maar het mooie van hem vind ik, dat Lennon zo gepassioneerd kon genieten van de goede liedjes van andere bands en artiesten zoals later David Bowie en The Kinks, ondanks het feit dat hij jaloers kon zijn op het succes van bijvoorbeeld The Stones en Bob Dylan. Lennon was in de muziek heel competitief en wilde de beste en de meest populaire gast zijn. Met The Beatles was hij gewend geraakt om de beste (best verkopende en meest besproken groep) te zijn, waarbij moet worden aangetekend dat hij met zijn concurrent maar vooral ook (muzikale) broer Paul McCartney intern een concurrentiestrijd uitvocht wie de meest populaire en beste songs schreef: de meningen over de uitslag van die competitie zijn verdeeld, maar ik vind dat Paul, John en ook zeker George als songwriters aan elkaar gewaagd waren en ieder hun eigen stijl hadden. Ik denk dat Paul de meeste hits op zijn naam heeft staan, maar de beste liedjes die John en George schreven, doen niet onder voor het beste werk van Paul. Ze waren alle drie magistraal en samen – aangevuld door Ringo – waren ze fenomenaal.

Ik vind het geweldig/heerlijk om naar John Lennon’s ‘Rock ‘n’ Roll’ te luisteren. De bevlogenheid en de gierende emoties spatten er vanaf. Het is duidelijk in een roes gearrangeerd en opgenomen, vrij rauw, met een enorme passie en liefde voor en blijdschap om/door deze muziek. John Lennon zal zich tijdens de opnames van de liedjes gevoeld hebben als een jonge jongen, betoverd, opgezweept en blij door al die geweldige liedjes van die schitterende artiesten. De bewondering voor de muziekstijl en zijn levenslange idolen spuit werkelijk uit de geluidsboxen. Goed te horen is, dat de rock and roll rechtstreeks al zijn gevoelens en emoties los weekte en uit zijn hart kwam.

I love John Lennon and his work.

http://www.rolanddanckaert.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s