AIDS in mijn leven

Toen ik (bouwjaar 1967) nog geen tien jaar was, leken de meeste (zieke) mensen dood te gaan aan hartproblemen en ouderdom. Tegenwoordig lijken de meeste (ongezonde. ongeneeslijke) mensen ten onder te gaan aan kanker en toch ook nog aan hart- en vaatziekten, waarbij een longontsteking niet zelden de laatste druppel is die de emmer van de dood doet overlopen. Maar in de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen ik een puber was,  greep de ziekte AIDS (Acquired Immune Deficiency Syndrome) om zich heen.

‘Opeens’, leek het, was er AIDS, een dodelijke ziekte die vooral homoseksuele mannen leek uit te hollen en te doden, hun lichaam uitgemergeld, hun huid geschilferd, rood-spierwit en bultig. Ook ik zag in november 1992 het homoseksuele model/de zanger René Klijn op televisie. Klijn leed aan AIDS en was te gast in het immens populaire programma ‘De Schreeuw Van De Leeuw’. Klijn zong in het programma heel mooi het lied ‘Mister Blue’. Pas vanaf die uitzending leek Nederland zich echt bewust te zijn van de AIDS-epidemie – die al begin jaren tachtig was begonnen – en zich te realiseren wat de ziekte met een mens doet.

Er waren toen best veel mensen – ook niet-kerkelijke en niet-religieuze figuren – die vooral kritisch en afkeurend reageerden betreffende homoseksualiteit en meer nog de vele wisselende, seksuele contacten in de homo-gemeenschap (aanvankelijk met name in Amsterdam). Zo van: “Die homo’s zijn het zelf schuld, die ziekte. Wat wil je als je seks hebt met jan en alleman en dan ook nog anale seks!”

Ik weet nog dat ik deze reacties heel erg ongevoelig, ongepast en stom vond. Ik was en ben vooral van mening dat het verschrikkelijk tragisch en treurig is dat zoveel mensen de ziekte kregen/krijgen en dat zoiets heerlijks als seks maar ook zoiets goeds/een noodzakelijk kwaad als een bloedtransfusie/ziekenhuisbehandeling tot een dergelijk lot kan leiden. Ik vond en vind het bij wijze van schrijven vooral stom van het leven dat er AIDS is. Seks – ook vrije, losbandige seks – en een geïnfecteerde injectienaald (in het ziekenhuis of tijdens een drugs-trip) zouden nooit tot zo’n drama moeten kunnen leiden. Maar het gebeurt.

In plaats van de slachtoffers te veroordelen vanwege hun leefwijze, leefde en leef ik met ze mee. Dat zit in mijn aard, het is niet eens een verdienste. Ik stam uit lieve families met voornamelijk goede mensen. Daar zal ik iets van hebben meegekregen. En tijdens de conceptie en opvoeding zal er toch iets best goed zijn gegaan met de vorming van mijn empathie en geweten, zoals er later door trauma’s iets verschrikkelijk mis is gegaan met mijn psychische, emotionele en psychosomatische welzijn en gezondheid.

Ik gebruikte en spoot dus geen drugs, ik was medisch gezien gezond en hoefde dus niet naar het ziekenhuis en ik had geen (homoseksuele) seks, dus ik hoefde me op zich geen zorgen te maken dat ik gevaar zou lopen om deze verschrikkelijke ziekte te krijgen. Ondertussen stierven mijn opa’s en een oma (volgens mij) aan hartfalen (na een longontsteking), en later zou mijn andere oma overlijden aan de gevolgen van blaaskanker, terwijl een progressieve spierziekte die ook zijn hartspier aantastte mijn lievelingsoom fataal werd.

Met AIDS werd ik in ’t Roermondse niet of nauwelijks geconfronteerd, totdat bekend werd dat Koos – een homo- of biseksuele ondernemer die in de binnenstad een snuisterijen-winkeltje bestierde – besmet was geraakt. Mijn moeder was een van zijn vaste klanten en de twee ontwikkelden gedurende vele jaren een heel warme en vrij hechte band. Ze heeft zijn foto nog altijd. Koos overleed aan de gevolgen van zijn ziekte. Ikzelf heb hem hooguit een paar keer gezien, heb hem nimmer gesproken.

Hoe dan ook, in plaats van af te geven op de homo’s en/of op hun leefwijze, gaf ik spontaan af op AIDS. DAT was en is de boosdoener! Het hebben van veel wisselende seksuele contacten vind ik namelijk helemaal geen doodzonde. Het is niet mijn levensstijl, omdat ik heb gekozen voor de huwelijkse trouw en omdat ik anders bang zou zijn voor het oplopen van een geslachtsziekte (en omdat ik een hekel heb aan condooms). Echter, ik kan het (willen) hebben van veel seksuele contacten heel goed begrijpen en volgen. Onder andere omstandigheden en met een ander karakter had ik me misschien ook wel met jan en allemaal heel erg uitgeleefd op het matras.

Ik weet wel dat je gezondheid deels je eigen verantwoordelijkheid is, alhoewel stress een heel grote ziekmaker is en lang niet altijd is te voorkomen of is te managen. Wie te veel chips en andere vette troep eet en weinig beweegt, loopt eerder kans op het krijgen van een ernstige en zelfs dodelijke ziekte. Maar een mens is maar een mens en het vlees is zwak en het leven hard. Met de vinger wijzen, daar moet je wat mij betreft heel erg voorzichtig mee zijn.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s