Kuifje (Tintin) spreekt

Ik ben geboren toen ik 16 jaar was, in 1929 om precies te zijn. De Belgische schrijver/tekenaar Hergé is mijn vader én moeder. Hergé was een in politiek en in reizen geïnteresseerde man – een West-Europeaan ten voeten uit – met een groot gevoel voor humor. Hij heeft me in z’n eentje verwekt, gebaard en op de wereld gezet, ware het niet dat ik vooral de genen heb van Hergé’s broer Paul (ik heb bijvoorbeeld zijn kuif) en van de Franse onderzoeksjournalist Albert Londres van wie ik de nieuwsgierige en journalistieke aard heb geërfd, alsmede zijn rechtvaardigheidsgevoel en reislust. Londres schreef onder andere boeken tegen de slavernij in Afrika. Ten slotte ben ik niet alleen grootgebracht, opgevoed en geïnspireerd door Hergé, maar mede door enkele van zijn collega-tekenaars, zoals Bob de Moor en Jacques Martin.

Mijn tweelingziel is Bobbie, iets later maar in hetzelfde jaar geboren als ik. Deze draadharige, witte viervoeter is een foxterriër, een hond dus. Mijn soulmate is hij, geen twijfel over mogelijk. Bobbie – in het Frans Milou – heeft vaak mijn leven gered.

Niet mijn soulmate maar wel mijn beste vriend is natuurlijk kapitein Haddock, een goedaardige zeebonk die weliswaar verslaafd is aan alcohol (whisky) en te veel vloekt en misschien zelfs persoonlijkheidsstoornissen heeft, maar het hart op de goede plaats heeft. Ik heb hem leren kennen tijdens een avontuur dat begon op een vrachtschip en dat zich later afspeelde in de Sahara en Marokko. Bobbie, Haddock en ik hebben samen heel de wereld rondgereisd voor ons speurwerk. Mijn eerste speurtocht bracht me naar de Sovjet-Unie en mijn laatste naar Napels. Maar liefst 24 avonturen-reizen heb ik beleefd.

Ik ben altijd 16 jaar gebleven. Het kan trouwens ook (bijna) 17 jaar zijn. Een geboorte-akte is er niet of is nooit gevonden. Maar liefst 57 jaar heb ik geleefd en al die tijd ben ik 16/17 jaar gebleven en heb ik het ene na het andere mysterie opgehelderd. Van meet af aan sprak ik mijn talen, soms talen waarvan niemand anders het bestaan wist en weet, maar die iedereen toch kon begrijpen. Alhoewel ik altijd een wereldburger ben geweest, heb ik mijn Belgische en in het bijzonder mijn Brusselse roots nooit verloochend.

In 1983, op donderdag 3 maart om precies te zijn, ben ik overleden, op 16- of 17-jarige leeftijd. Ik ben op exact hetzelfde moment gestorven als Hergé die 72 jaar is geworden en zou zijn overleden aan leukemie en volgens de geruchten mede aan het Hiv-virus. Ook Bobbie en kapitein Haddock verruilden die dag het tijdelijke voor het eeuwige. Hergé was ons beademingsapparaat als het ware en toen dat ‘apparaat’ de geest gaf, waren wij eveneens gedoemd te sterven. Zonder Hergé kregen we geen adem meer.

Sommige mensen noemen mij de tiener-en stripversie van James Bond. Als razende reporter die niet alleen verslag wilde doen van misstanden maar die ze ook daadwerkelijk wilde oplossen, moest ik me vaak gedragen en dikwijls handelen als een geheim agent, dat is waar.

Het doet mij deugd dat mijn inderdaad toch wel legendarische en spectaculaire belevenissen nog immer worden gelezen en bekeken, en dat veel lezers er veel plezier aan beleven, dat ze via mijn werkelijkheid-van-toen even kunnen ontsnappen aan hun eigen werkelijkheid-van-nu, of toch zeker een tijdje kunnen ontspannen.

Je zou met recht kunnen stellen dat ik ben getekend door het leven en dat mijn ervaringen tekenend zijn voor de toestand in de wereld en voor het bestaan van een onderzoeksjournalist die geen enkel risico schuwt om de waarheid boven tafel te krijgen.

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s