Geldvondst

Geld heeft me nooit heel veel geïnteresseerd, hetgeen niet wegneemt dat ik er niets op tegen heb om veel geld te hebben (om fijne dingen van te kunnen doen en leuke spullen van te kopen), dat ik wel degelijk besef dat geld in onze maatschappij nou eenmaal een hoofdrol speelt en dat niemand zonder kan (tenzij iemand anders met geld – en bezittingen – voor je zorgt). Geld is onze hang-up en onze slavendrijver. Onze tragedie.

Ik ben dus nooit iemand geweest die geobsedeerd was en is door geld, die geld (heel erg) najaagt. Toch ben ik er niet aan ontkomen om dingen te doen voor het geld – soms tegen mijn gevoel en principes in, omdat er nou eenmaal brood op de plank moet komen. Werken voor een baas bijvoorbeeld. Het type werk, het puur moeten werken voor de centen en het werken voor een meerdere druisten tegen mijn gevoel, overtuigingen en levenswensen in, maar als je in deze maatschappij iets wilt opbouwen – een huis wilt bewonen, reizen maakt en je maag wilt vullen – dan moet je noodgedwongen dingen doen voor het geld. Met mijn blogs verdien ik geen ene rooie cent, maar mijn ‘internet-producten’ schrijf ik vanuit mijn tenen en hart en dus met veel overgave, overtuiging en plezier. Anderen zien het als mijn hobby, maar ik zie het als mijn levenswerk. Onbetaalbaar.

Maar ook ik heb natuurlijk ervaren dat geld en geld verdienen noodzakelijk zijn en dat het hebben en kunnen uitgeven van geld heerlijk kunnen zijn. Van de 15 gulden (ongeveer 6 euro) zakgeld die ik – volgens mij – maandelijks kreeg van mijn buitengewoon hardwerkende vader (ambtenaar) kon ik in elk geval mijn biertje in de kroeg betalen. Mijn moeder betaalde altijd al onze kleren en was daarbij zeer gul: ze had en heeft een dure smaak. Ze schaft graag mooie, goede kleren en schoenen aan, en dan mag het wat kosten. Voor haar part moet ze dan de rest van de maand als een non leven, qua uitgavenpatroon dan.

Fijn vond ik het om met verjaardagen geld toegestopt te krijgen door ooms en tantes. Wanneer mijn oom Honoré en mijn tante Miep uit Zeeland op bezoek waren geweest, dan gaven ze mijn zussen en mij bij hun vertrek altijd wat geld, een tientje (in guldens) of zo. Daar rekende je eigenlijk al op.

Omdat sommige andere leeftijdsgenoten (pubers) een bijbaantje hadden en aangezien werken alom wordt geprezen, wordt gezien als het hoogste goed en wordt gepusht, heb ik eveneens geprobeerd om vakantiewerk te doen. Een middagje folders vouwen, dat ging nog wel, maar het werk aan de lopende band in de eiermijn in Roermond vond ik afschuwelijk: het was saai werk en het stonk er vreselijk. Het werk interesseerde me helemaal niets. Zelfs het vooruitzicht van een financiële beloning kon de pijn niet verzachten en me niet motiveren. Bovendien ging het me te snel. Ik ben vreselijk onhandig en geregeld viel een doos eieren van de lopende band op de grond. De geklutste dooiers zwommen op mijn schoenen.

In een houtzagerij in Swalmen hield ik het ook maar een paar dagen vol. Doodongelukkig voelde ik me daar. Maar ja, wat moet een diepzinnige, filosofische en creatieve jongeman tussen volkse, oppervlakkige werklui en aan een lopende band? Er zijn diepzinnige, filosofische en creatieve geesten die het kunnen opbrengen, maar ik dus niet. En denk nu niet dat ik me er te groot of te goed voor voel(de) of op de arbeiders neerkeek. Daar heeft het helemaal niets mee te maken. Dat is dan weer jouw of jullie foute conclusie en interpretatie. Dit is gewoon mijn ervaringswereld en mijn ervaring is dat mijn belevingswereld slechts heel zelden aansluit bij die van de massa en bij die van de dogmatische normen en waarden.

Weet je wat ik wel heerlijk vond? Toen ik eens een beursje vond, ergens op straat. Ik was vijftien jaar of zo.  Er zat vijftien gulden in, en verder niets (dus geen persoonsgegevens). Wat heb ik van die vondst genoten en wat smaakten mijn biertjes in het café goed die ik met dat gevonden geld betaalde! Het is zoiets als geld winnen in het casino of in een loterij. Ik weet dat het veel meer wordt gewaardeerd als ik zou schrijven en zeggen dat ik graag keihard werk – maakt niet uit met of in wat voor job – en dat ik een knakenpoetser ben, maar het is niet zo.

Ja, er is een tijdje geweest dat ik als freelance journalist bij een roddelblad heel makkelijk heel erg goed verdiende en zelfs begon te dromen van de aanschaf van een oldtimer (auto) en een sloepje. Maar dat duurde helaas maar een jaar: ik kreeg tijdens een klus ruzie met de fotograaf die bevriend was met de hoofdredacteur van het tijdschrift waarvoor ik werkte en van de een op de andere dag was ik sterverslaggever af en kreeg ik geen opdrachten meer en werd geen enkel artikel van mij nog geplaatst, terwijl daarvoor alles wat ik fabriceerde over twee pagina’s werd gepubliceerd.

Een tijdje heb ik door werkeloosheid en later door ziekte een uitkering gekregen en dat vond ik zalig: ik hoefde niets te doen en kreeg toch een leuk bedrag op mijn rekening gestort.

Prima als/dat je me lui of verdorven noemt, maar ik weet dat ik een keiharde werker ben, maar het werk moet stroken met mijn ambities en gevoel, anders kan ik het simpelweg niet opbrengen, mede doordat het moeten leven met mijn ziekten/stoornissen al zo onmenselijk veel kracht kost.

Op de middelbare school en de Hogere Beroeps Opleiding heb ik ondanks een beperkte intelligentie zo hard gewerkt dat ik telkens de uitblinker was van de klassen waarin ik zat. Als journalist heb ik ondanks de tegenzin en al mijn stoornissen en daaruit vloeiende beperkingen, frustraties en energieverlies mijn beste beentje voorgezet en ontpopte ik me tot een van de belangrijkste verslaggevers van de bladen waarvoor ik schreef. Als huisman doe ik evenzeer mijn stinkende best.

Heel leuk vind ik het bloggen. Dat doe ik met hart en ziel. Nee, lui of ambitieloos ben ik zeker niet. Ik ben wel heel open en eerlijk. En ik verzet me tegen wat de maatschappij vindt dat ik moet vinden, voelen, vragen en verzetten.

Afschuwelijk was de halve dag in een magazijn, op een heftruck. Wat een kutwerk. Voor mij was het althans kutwerk. Op een gegeven moment had ik de heftruck waarop ik reed niet meer onder controle en maaide ik het bureautje onder de ellebogen van de opzichter vandaan. Ik kon meteen vertrekken.

En hoe ik het drie maanden lang heb volgehouden in die bouwstaalmatten-fabriek, is me nog een raadsel. Ja, ik weet wel wat me op de been hield. Mijn zalige geurtje Jazz die ik iedere morgen opspoot en die me de hele dag troostte, alsmede de heerlijkheid van de frisse buitenlucht na een dag in de bedompte fabriek te hebben gezwoegd. Plus de fijne gesprekken met mijn sympathieke Turkse collega Bayram.

Maar ik heb helaas nooit mijn geld kunnen verdienen met iets dat ik echt graag doe. Tegenwoordig heb ik geen rooie cent meer en ben ik financieel geheel afhankelijk van mijn wederhelft.

Bovendien ben ik psychosomatisch nooit gezond geweest, verre van dat. Het werken kostte me daardoor altijd extra veel kracht en energie. Nog steeds. Het huismanschap valt me zwaar, de klusjes althans. Het zou geen reet uitmaken of ik er voor betaald zou worden. Geld vergoedt wat mij betreft geen enkele vermoeienis. Maar het is wel handig en fijn om te hebben en uit te kunnen geven aan nuttige en leuke dingen.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s