Weiland-wandeling

Dit is vandaag de mooiste dag van mijn leven. Op de mooiste plek van dit moment beleef ik het mooiste moment van dit moment. 

Door een kniehoge groen-gele zee waad ik, mijn benen gebruikend als roeispanen, mijn voeten als peddels. Dieper zak ik weg in de landelijke golven, zodat mijn knieën kopje-onder gaan.

Het geel van de blinkende boterbloemen en de groene skyline van het wolkenkrabbers-gras vormen een religieus-kunstzinnige mozaïekvloer, met de zon als patroonheilige.

Pluisjes van de pluisjes van de corpulente maar hemelbestormende populieren en van de wilgen die gebukt gaan onder hun treurige reputatie zwemmen zwijgzaam door de kleurloze lucht, als een kudde één kant opgedreven door de dwingende, dominante wind die met zachte hand regeert.

Het water van de rivier zweeft langs de bedding, geluidloos als een zweefvliegtuig vlak onder de ook al doofstomme wolken. Ik zit, kijk, luister en geniet en wens dat dit ogenblik eeuwig mocht duren, dat ik hier – ontdooid – kon bevriezen in de tijdloze oneindigheid. Pluisjes van de pluisjes van de pluizige bomen varen op de stroom van het water mee, als toeristen die een dagje op de vlakke waterwegen doorbrengen en voor de verandering gebruik maken van een watertaxi.

Achter mij klinkt de echo-achtige roep van een koekoek die door een buis van bamboe lijkt te communiceren. Het vogel-ensemble repeteert alvast voor het avondconcert wanneer de koperen ploert stemmig uitgeleide wordt gedaan.

Een roodbruine mannetjes-fazant die zich had verschanst in zijn patio van hoog gras schrikt van mijn aanwezigheid en slaat zijn vleugels geschrokken uit. Vogels lijken ondanks hun vlucht-stress meteen te weten waar de volgende schuilplek zich ophoudt, alsof ze daartoe tot een feilloze navigatie beschikken.

Tussen twee naburige takken van een boom hangt een spinnenweb dat als een soort van dromenvanger een aantal pluisjes van boompluisjes in haar netten heeft gestrikt. De pluisjes in de houdgreep van de fijne maar ferme draden.

Een overschot van een dode tak gooi ik in het water, want een mens kan het nooit opbrengen om helemaal niets te doen en slechts toe te kijken. Hij moet dwangmatig iets aan en met de natuur doen, en meestal is het niet veel goeds. Mijn tak-worp is nog vrij onschuldig, maar in onze maatschappij blijft het helaas niet bij onschuld.

Een witte zwaan glijdt achterwaarts door het bruinige water dat het dier begeleidt, als een vliegtuig dat door een pushback truck in startpositie wordt geduwd. Het dier neemt een hap van zijn ‘vervoer’ en nog een en nog een. In z’n achteruit vissen vangen en verorberen, gaat blijkbaar voortvarend.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s