In de lift met koning Willem-Alexander

Koning Willem-Alexander en ik waren in het verre buitenland op bezoek bij een hotemetoot die we onder zes ogen zouden spreken. Onmiddellijk na ons onderhoud met de hoge gastheer zou er een conferentie plaatsvinden met hoogwaardigheidsbekleders van over de hele wereld.

De koning en ik bevonden ons met onze gastheer in een wat kleiner maar luxe en ruimtelijk vertrek – een soort privé-ontvangstruimte – van een groot (conferentie-)gebouw. Willem-Alexander en mijn persoontje hadden haast, vreselijke haast. We wilden allebei de conferentie of het congres ontlopen, omdat we beiden geen behoefte hadden aan en totaal geen zin hadden in ‘dat gedoe’. De koning en ik hadden het voornemen om zo snel mogelijk het vliegtuig naar huis te pakken om ieder (weer) bij ons gezin te kunnen zijn. Eigenlijk raffelden we ons onderhoud met onze diplomatieke en charismatische gastheer af, zo ongemerkt mogelijk.

Opgelucht waren we toen we aan de plichtmatige ontmoeting een eind konden breien en voor de laatste keer handen schudden met de hoge pief. Nadat we de deur van het privé-vertrek achter ons dicht konden trekken, spurtte koning Willem-Alexander in het onberispelijk zwart als eerste richting de lift naar beneden, naar de parkeergarage. In de gangen van het gebouw maar op nog redelijke afstand van ons zagen en hoorden we de gasten voor de conferentie – landbestuurders en persmuskieten – reeds naar de grote zaal lopen. Ik spurtte achter de pijlsnelle vorst aan. We waren als de dood dat iemand ons zou opmerken en zou vragen waarom we die belangrijke conferentie lieten schieten.

De liftdeuren gingen meteen open toen we aan kwamen rennen, ik nog steeds een eindje achter de fitte Oranje aan. W.A. schoot de lift in en drukte op het knopje dat hem naar de parkeergarage en zijn auto zou brengen. Willem-Alexander liet mij aan mijn lot over, hij koos voor zijn eigen hachie. Hij wachtte niet op mij. Ik wurmde me nochtans net op tijd tussen de liftdeuren die al dicht aan het gaan waren. De eerste man van Nederland ergerde zich, want hij was bang dat ik de boel ophield en zou verpesten, dat hij alsnog door een collega in zijn kraag werd gegrepen en niet onder de conferentie uit kon komen. En hij vreesde dat een journalist zijn ‘vlucht’ in de gaten kreeg en er schande over zou schrijven.

Onze voormalige ‘prins Pils’ vloog de  ‘schacht-taxi’ uit, zodra de liftdeuren opengingen. In de nagenoeg verlaten parkeergarage stond de enorme, glimmende donkerblauwe – bijna zwart-blauwe – bolide van Willem-Alexander op hem te wachten. Willem-Alexander sprintte naar zijn (vlucht)auto die hem naar het vliegveld zou brengen, al moest hij wel zelf rijden.

En toen werd ik wakker. Maar ik heb de droom onthouden.

Deze ‘nachthengst’ doet me denken aan de tijd waarin ik royalty-reporter was voor een weekblad en kwartaalblad. Hoewel ik overtuigd en ontwikkeld Republikein ben, schreef ik graag en lyrisch over de koninklijke familie en vooral over die mooie Máxima op wie ook ik geilde en over het A-team van het vorstenpaar, hun drie dochters. Ik ben dol op (leuke, mooie) kinderen en op liefdevolle ouders, dus het kostte me geen enkele moeite om met gouden inkt over het gezinsgeluk van onze toenmalige kroonprins te schrijven. Ik genoot er zelfs intens van.

Eénmaal heb ik de koning in het echt gezien. Dat was op de TEFAF in Maastricht, een poenerige, ziekmakend decadente kunstbeurs in de meest chauvinistische stad van Nederland. Ik deed er dienst als verslaggever van het weekblad waarvoor ik als freelancer leuke en mooie stukjes fabriceerde.

Tijdens zijn rondleiding langs de bijzondere kunstwerken volgde ik Willem-Alexander – toen nog kroonprins – op de voet. Met een wegwerpcamera maakte ik zoveel mogelijk foto’s van hem. Hoewel we er een professionele fotograaf rond hadden lopen, had ik voor de zekerheid een plastic fototoestelletje meegenomen om eventueel onverwachte gebeurtenissen te kunnen vastleggen en te kunnen verkopen. Het roddelblad stelde niet zo’n hoge eisen aan de kwaliteit van de foto’s, maar betaalde voor een – desnoods wazige – prent van een bijzondere gebeurtenis bij wijze van schrijven met goudstaven.

Eénmaal, in het begin van zijn rondleiding, knikte de Oranje vriendelijk naar me. Aan het einde van de rondleiding kon ik merken dat hij zenuwachtig en achterdochtig werd van mijn opvallend plakkerige aanwezigheid.

Ik had hoe dan ook de hele rondleiding lang immens met hem te doen: volgens mij moet je als koning ontzettend veel interesse veinzen.

In het echt maakte de oudste zoon van Beatrix de indruk op me die hij altijd op me heeft gemaakt en nog steeds maakt: een gevoelige, lieve en ergens best wel zielige man die graag van het goede leven geniet, en zich met tegenzin en enig leed maar toch met de beste bedoelingen en grootst mogelijke inzet van zijn bijkans onvermijdelijke taak probeert te kwijten. Onvermijdelijk, omdat je als kroonprins de monarchie en het land, maar vooral je familie niet in de steek wilt laten of durft te laten, maar met name omdat het alternatief evenmin rum in de cola is. Want ga maar na: hoe zal je leven eruit zien als je als kroonprins besluit om van je rol als koning af te zien en een normaal burgerleven te gaan leiden. Normaal? Dat is zowat onmogelijk. En financieel minder lucratief. Bovendien zadel je een van je broers of andere familieleden op met die kut-taak en als je een geweten hebt, dan probeer je dat te voorkomen: doe een ander niet aan...

Mijn ingebeelde nachtelijke ‘avontuur’ doet me tevens denken aan het defilé op Paleis Soestdijk dat mijn ouders en ik ooit – op een 30 april in de jaren 70 – bijwoonden. Juliana – mijn favoriete Oranje, samen met Claus – was toen nog koningin.

Ik vond het geweldig om mee te maken. Het was iets waar ik altijd graag naar keek op televisie en op die zonnige dag maakte ik het in het echt mee. Ik was er live bij! Een jaar of elf was ik, schat ik.

De koninklijke familie stond op het bordes en zwaaide naar de langslopende menigte. Dichter bij het blauwe bloed kon je als rood bloedige niet komen.

Mijn moeder blijft beweren dat prins Pieter van Vollenhoven – die ik ooit tijdens een golftoernooi heb mogen interviewen, een alleraardigste man trouwens – haar tijdens dat defilé een flirt-knipoog gaf. Dat hij haar leuk vond. Maar mijn moeder dacht en denkt nogal snel dat iemand flirt, met haar of met een van ons. Volgens mij wil(de) mama dat graag geloven. Een knipoog krijgen van een prins, dat is Twix voor je ego.

http://www.rolanddanckaert.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s