De geboortes

Reeds als kind, tiener en puber was ik dol op kleinere kinderen. Ik speelde graag met mijn jongere nichtjes en neefjes. De spontaniteit, directheid, eerlijkheid, ongecompliceerdheid, gezelligheid, speelsheid en vrolijkheid van kinderen beviel me reeds op jeugdige leeftijd goed. Toen ik via een contactadvertentie de liefde van mijn leven en de beste levenspartner ooit had ontmoet, wist ik al snel dat ik met haar kinderen wilde. We kregen/hebben een dochter en een zoon.

Een van mijn zussen reageerde een beetje afkeurend toen ik bekend maakte dat mijn vrouw – die altijd haar eigen achternaam heeft gehouden (uitstekend!) – voor de eerste keer zwanger was. Ik denk dat ze het onverstandig vond om in mijn situatie kinderen te krijgen. Ik was immers toen al flink ziek, beperkt en zwaar belast, psychosomatisch vooral, maar ook psychisch/emotioneel. Toch ben ik een goede vader en is mijn vrouw (de steunbalk van het gezin) een top-moeder, en hebben we – al hangen de feestslingers nergens iedere dag in het huis – een harmonieus gezin.

Onze eerste nakomeling werd verwekt tijdens een van onze meest zalige vakanties ooit. In Mexico was dat. Alles zat tijdens die vakantie mee en was goed. Tijdens de zwangerschap had mijn vrouw weinig last van vervelende zwangerschapssymptomen. Een heel dikke buik had ze niet. De buren, die we regelmatig op de oprit tegenkomen en spreken, hebben negen maanden lang niet in de gaten gehad dat ze in verwachting was (en wij zijn in het echte leven niet mededeelzaam over privé-zaken).

We wisten dat het een meisje zou worden. We houden niet van verrassingen en willen ons graag kunnen voorbereiden. Bovendien zijn we – alhoewel emotioneel – pragmatisch en zuinig ingesteld. We zijn bijvoorbeeld op een maandag getrouwd, omdat de huwelijksvoltrekking in het raadhuis dan gratis was, en we hebben het boterbriefje gehaald vanwege financiële en praktische redenen, niet uit romantisch oogpunt. We hebben een heel bescheiden trouwfeest gegeven. Als we het over zouden kunnen doen, dan zouden we een nog kleiner en soberder feest geven. Of helemaal geen feest. Gewoon: trouwen, eten, tv kijken en slapen. Een bijzonderheid op een doodgewone dag.

De vliezen van mijn vrouw braken die zondagmorgen op 7 september 1997. In het ziekenhuis constateerden de verpleegsters en gynaecoloog weinig beweging en activiteit van de ongeborene. Onze nog ongeboren baby lag doodleuk te slapen! Het opwekken van de weeën lukte niet echt. We waren bang dat er iets niet goed zou zijn met het kind en iets niet goed zou gaan met mijn vrouw. De wat merkwaardige, soms vrij botte maar ervaren gynaecoloog besloot tot een keizersnee over te gaan. Het ging allemaal heel snel: mijn vrouw werd pijlsnel naar de operatiekamer gebracht en ik kleedde me met de gynaecoloog en zijn voornaamste assistent om, waarbij hij zelfverzekerd maar opgewonden zei: “We spreken af dat we het kind gezond ter wereld gaan brengen.” Ik had vertrouwen in hem, want hij kwam heel gedecideerd over.

Acht uur na het breken van de vliezen – nog voor het middaguur – kwam ons oudste kind via een keizersnede ter wereld. Ik had tijdens de operatie aan de rand van het bed gestaan, maar niet gekeken naar de chirurgische handelingen. Ik wou dat het zo snel mogelijk voorbij was en goed zou aflopen. Met een gorgelend gehuil werd onze dochter – met haar lange vingernageltjes en zwarte pruikje – uit de buik gehaald. Alles was goed. Ik kreeg haar als eerste in mijn armen, want de buik van mijn vrouw moest snel worden dichtgenaaid.

Toen ik mijn dochter in mijn armen hield, voelden mijn bovenste ledematen loodzwaar aan van de spanning en door de uitputting (ik had immers al een chronische burn-out). Het was alsof dat haast gewichtloze mensje tachtig kilo woog. Ik was bang dat ik ons hummeltje zou laten vallen. Natuurlijk waren we vooral dolgelukkig, maar ik was blij toen een verpleegster onze baby van me overnam, zodat ons kind veilig was en ik haar niet kon laten vallen.

Mijn vrouw huilde pas toen haar moeder aan haar bed verscheen. Ik huil snel en ben rap geëmotioneerd, maar tijdens en na de bevalling heb ik niet gehuild, beide keren niet. Het geluk was er niet minder om.

Mijn vrouw vond het vreselijk dat ze een hele week na de bevalling haast niets mocht eten. Ze verrekte van de honger, maar mocht vanwege de keizersnede geen vast voedsel nuttigen. Ze was daardoor nogal bozig en kregelig. Zelfs zo’n groot geluk als vader en moeder worden, kan gepaard gaan met ergernissen, frustraties en vermoeidheid.

Blij waren we toen moeder en kind werden ontslagen uit het ziekenhuis en we voor het eerst ons huis bij onze baby konden introduceren en ons kind bij het huis. Opeens heb je te maken met een andere gezinssamenstelling, een andere leefsituatie, en er is geen weg terug (niet dat we terug wilden!).

Maar ons kind was het makkelijkste kind ter wereld, op het eten na dan (haar voeren, vergde veel geduld) en de borstvoeding kwam (te) goed op gang, verliep figuurlijk vlekkeloos. We noemden onze op zondag geboren dochter ‘een zondagskind’, een geluksbrengster en gelukshebster.

Ouder zijn, is leuk, maar betekent van meet af aan ook zorgen hebben, hard werken, jezelf opofferen en meer verantwoordelijkheid dragen. Roze wolken, regenwolken en zelfs donderwolken hangen dan allemaal samen bij elkaar in de lucht, boven je hoofd.

Ik was degene die veel met onze dochter speelde en haar ’s avonds verhaaltjes voorlas en spelletjes met ze deed, terwijl mijn vrouw alle praktische dingen deed, al verschoonde ik ook iedere dag luiers en deed ik dochterlief geregeld in badje. Maar we grappen wel eens dat ik de vrouw in huis ben en vrouwlief de man. Mijn vrouw regelt alle financiële zaken (ik weet er minder vanaf dan een baby er vanaf weet) en doet alle technische en zware klusjes. Ik dicht, schrijf en huil bij de soaps, dat is mijn rol.

Mijn vrouw en ik hadden altijd gedroomd van en gepraat over een zoon en een dochter, een kleine kopie van haar en een kleine kopie van mij. In 1999 was het weer raak. Net als bij de eerste keer hadden we er niet vaak voor hoeven ‘werken’. Blijkbaar waren we zeer vruchtbaar allebei. Een of twee keer aan de bak en het was gepiept. Een van mijn twee oudere zussen was gelijktijdig zwanger met mijn vrouw.

We wisten nu dat het een jongetje zou worden. De koningswens kwam uit. Tijdens deze zwangerschap voelde mijn vrouw zich vaak heel beroerd. Misselijk vooral. De misselijkheid was haast ondoenlijk en ondraaglijk tijdens onze zomervakantie (groepsrondreis op het vasteland van Griekenland). De vele bochten in de wegen en het kruidige eten waar ze normaal zo dol op is, maakten mijn vrouw duizelig van (zwangerschaps)misselijkheid.

Tijdens deze zwangerschap was ik mogelijk nog bezorgder dat ons kind niet gezond zou zijn of dat de hele bevalling slecht zou aflopen, want ik ben een overbezorgd en angstig persoon (geworden) en kon me niet voorstellen dat het ons gegeven zou zijn om twee gezonde kinderen te krijgen. We waren immers ‘gewend’ dat we steeds weer werden geconfronteerd met allerlei tegenslagen en stressvolle situaties.

Op ongeveer hetzelfde tijdstip – ’s nachts – dat de eerste keer de vliezen waren gebroken, gebeurde dat nu weer op woensdagmorgen 19 januari 2000. Bijna alles ging weer hetzelfde: naar het ziekenhuis, dezelfde kordate gynaecoloog (dat gaf wel wat vertrouwen), het opwekken van de weeën lukte niet goed en het werd bij herhaling een keizersnede. Ons tweede kind was alleen veel actiever dan onze dochter na het breken van de vliezen.

Ditmaal was ik tijdens de operatie zowaar nog meer gespannen en uitgeput. Mijn vrouw zelf heeft de keizersnedes nooit als heel belastend ervaren: ruggenprik en je voelt er eigenlijk niks van. Ze tekende voor dit scenario, in plaats van zo’n slopende bevalling via de natuurlijke weg. En dat litteken op de buik is niet fraai (vindt zijzelf), maar ach…

Voordat ik het wist, lag er een heel lief, roze-paars mannetje in mijn armen. Hij voelde heel zacht aan. Hij kneep zijn oogjes samen alsof hij zich wilde afsluiten van al die prikkels.

Vreemd genoeg, kan ik me niet herinneren hoe/dat we onze dochter hebben voorbereid op de komst van nog een kind. Ik kan me niet meer herinneren of we haar er (veel) over hebben verteld en of ze geïnteresseerd was in de buik van mama.

In elk geval werd het hongergevoel van vrouwlief weer heel erg op de proef gesteld, omdat ze weer een hele week niet echt mocht eten, terwijl ze werkelijk verging van de honger.

Overigens raadde de gynaecoloog ons na deze tweede keizersnede af om nog een kind te krijgen, omdat er geen weefsel en vlees meer was om in het snijden en het geboortekanaal bij mijn vrouw te smal is. Maar we wilden sowieso geen derde. We waren verzadigd, content met twee heerlijkheden van vlees en bloed. Er was bovendien geen fysieke en geen financiële ruimte voor een derde nieuwkomer.

Eenmaal thuis, bleek zoonlief een heel erg beroerde slaper. Hij sliep niet in en niet door, niet 1 nacht. En dan huilde hij hartverscheurend, urenlang. Niets wat we probeerden en dat ons door de deskundigen en alternatieve genezers was aangeraden, hielp. En dat vier jaar lang. Dat was moordend. Hulpeloos en radeloos waren we. Ons mannetje moet zich afschuwelijk hebben gevoeld. Geboren worden, is geen pretje, en als je pech hebt, dan zijn zelfs je eerste levensjaren al een hel.

Kinderen hebben is enerzijds prachtig, maar anderzijds kan het gepaard gaan met enorm veel ellende. Het leven schrijft niet mee aan probleemloze scenario’s.

Ik zou het (ouderschap) beslist weer overdoen, want we zijn dol op ons kroost en zij op ons, maar dat verhaal van de roze wolk klopt vaak gewoonweg helemaal niet. Het moet maar eens afgelopen zijn met dat sprookje. Een beetje meer realiteitszin graag. Ik weet dat het romantische, perfecte, positieve plaatje daarmee niet in stand blijft, maar dat was toch al een illusie.

In ons geval waren het gewoonweg vier helse jaren (waarin natuurlijk ook heel leuke, mooie en fijne dingen gebeurden), voor onze zoon en voor vrouwlief en mij.

Onze dochter is zowat slapend ter wereld gekomen en is fysiek inderdaad veel minder beweeglijk dan onze zoon die zich veel soepeler en lichter voortbeweegt. Dus in dat opzicht zei de activiteit in de buik na het breken van de vliezen wel al iets. Opmerkelijk vind ik dat.

De mooiste momenten van ons leven vonden wij de geboortes van onze kinderen niet, net zoals we weinig waarde hechten en weinig romantische herinneringen bewaren aan onze trouwdag. Wel vinden we de geboortes van onze nakomelingen verreweg de spannendste en opwindendste momenten van ons bestaan tot dusver.

Later en nu zijn er ondanks de altijd aanwezige of zich opnieuw aandienende problemen, ergernissen en zorgen heel veel mooie momenten geweest met onze kinderen. Er bestaat niet één mooiste moment. Er zijn al veel mooie ogenblikken geweest waarop we samen hebben genoten en gelachen, goede gesprekken hebben gehad, elkaar tot steun konden zijn en samen dingen hebben overwonnen.

Onze twee kinderen – die totaal andere gedragingen, hobby’s en een ander temperament hebben en toch een goede onderlinge band hebben – maken een (vrij) gelukkige indruk en zijn allebei lief, schrander en gevoelig, en gaan goed met elkaar om. Tot op heden hebben ze een veel fijnere jeugd dan ik heb gehad. Dat vind ik heel erg waardevol en belangrijk.

Soms vraag ik me af waarmee we onze kinderen hebben opgezadeld: verwekt worden, betekent dat je ook ooit zult moeten sterven en zult aftakelen. Leven, kan mooi zijn, maar is levensgevaarlijk. De mensenmaatschappij is net als de natuur (het leven) talentvol en constructief, maar tegelijkertijd gemankeerd en destructief.

Ikzelf was misschien liever niet geboren geworden, en dat komt doordat ik heel erg gevoelig ben voor de waanzin en het onrecht van het leven, in elkaar en in en van onze maatschappij. Plus omdat ik een heel erg zwaar, moeizaam en stroef leven leid/lijd. Als je er eenmaal bent, dan wil je er het beste van maken en dan kun je je niet voorstellen dat je er ooit niet was en er ooit nooit meer zult zijn (daarvan ben ik me ook al veel te pijnlijk over-bewust), maar als je niet verwekt bent, dan mis je letterlijk en figuurlijk niks. Het is heel dubbel: enerzijds ben ik blij dat ik mag ervaren en beleven en vind ik het bestaan interessant en soms zelfs gelukzalig, anderzijds haat ik en vrees ik het allemaal.

Maar dat is niet iets dat je hoopt door te geven aan je kinderen, al kun je dat nooit helemaal verhullen en voor ze verstoppen, dat gevoel dat je met je meedraagt (er komt altijd iets van naar buiten, je straalt er altijd iets van uit, op z’n minst ongewild en onbewust).

Zoals onze zoon en dochter nu in het leven staan, hoef ik het mijn vrouw en mijzelf niet kwalijk te nemen dat we ze hebben verwekt en dat we deze twee personen aan onze zorg hebben toevertrouwd. En voor ons zijn de kinderen bovenal een verrijking voor ons leven, een  grote bron van blijdschap, genot, trots, geluk, liefde, vriendschap en hoop.

Makkelijk is het ouderschap nochtans niet en ondanks de wederzijdse liefde, blijven zelfs ergernissen, verwensingen en conflicten tussen ouders en kinderen – net als tussen geliefden – nooit uit. Het is evenmin makkelijk en altijd een feest om kind en ‘het kind van…’ te zijn, om ouders te hebben. Leven met de imperfectie brengt soms perfecte imperfecties voort.

Dit moest geen mooi of liefdevol verhaal worden en ook geen zwartgallig stuk. Het moest het verhaal worden van de complete realiteit aangaande dit onderwerp. Ik ben een holist geworden en ben het in toenemende mate, gedraag me steeds meer als een holist, een yin en yang-holist: ik neem alles in ogenschouw, het geheel van de contrasten.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s