Werkkansen

Reeds tijdens mijn HBO-opleiding ‘Journalistiek’ werkte ik als redactioneel-journalistiek medewerker voor De Limburger (sport) en het tijdschrift Voetbal International. Na de School voor de Journalistiek kreeg ik mijn tweede zware (zenuw)inzinking waardoor ik een tijdlang – een jaar of twee – doodziek en werkloos ben geweest en met onder andere straatvrees aan huis gekluisterd zat. Toen ik mijn vrouw leerde kennen, krabbelde ik een klein beetje op, genoeg om me – weliswaar met hangen en wurgen – op de arbeidsmarkt nuttig te maken.

Mijn schoonouders vonden het maar niks, dat hun dochter thuiskwam met een zieke, werkloze jongeman, een wannabe dichter. Vooral mijn schoonmoeder liet dat duidelijk merken. In het Engels zeggen ze: She gave me a hard time.

Als vader van twee kinderen begrijp ik de zorgen van mijn schoonouders toentertijd. Plus: je houdt van je kind, en niet 1-2-3 van zijn of haar partner. Dat die geliefde werkloos en/of ziek is, vind je dan niet of niet in eerste instantie zielig of erg voor hem, maar slechts en ronduit kwalijk en bedreigend (voor het geluk en de welvaart van je eigen kind).

Maar zelf zou ik wél het gesprek (willen) aangaan met de (potentiële) minnaar (v/m) van mijn kind en hem/haar en zijn/haar situatie willen leren kennen en begrijpen. Bovendien vind ik iemands inborst het allerbelangrijkste, inclusief de intenties. Okay, de instelling is eveneens van belang. Ook ik heb een bloedhekel aan negatieve en/of luie mensen.

Het is nu, na al die jaren, allemaal ‘water under the bridge’, maar het was pijnlijk voor me dat mijn schoonmoeder in mijn bijzijn een rijke Chinees aanprees voor haar dochter. Om maar een voorbeeld te noemen. Ik had het al zo moeilijk gezien mijn stress-stoornis en sociale en maatschappelijke situatie, en ik deed zo mijn best. Ik was totaal van goede wil, en was al zo ontzettend dol op haar jongste kind. Alles wilde en zou ik doen om haar gelukkig te maken, te steunen, te helpen groeien en goed te behandelen…

In mijn ziekte en strijd zijn mijn schoonouders nooit echt geïnteresseerd geweest. Werken, geld verdienen en vriendelijk en gehoorzaam tegen hen doen, waren belangrijker dan mijn/ons leed en strijd om beter te worden. Maar nogmaals, ergens begrijp ik het wel: als ouder is je enige belang dat je kind een goede en mooie maar ook welvarende toekomst heeft. En de nieuwkomer is meestal slechts een nieuwkomer.

Dus: beslist geen verwijten, slechts constateringen, en een reconstructie vanuit mijn oogpunt. Het is prima tussen mijn schoonouders en mij. Ik respecteer hen zeer en ik geloof dat ze mij ook waarderen, al spreken we dat nooit zo naar elkaar toe uit. We hebben een goede band, maar geen warme band met elkaar. Mijn vrouw heeft op haar beurt helemaal geen band met mijn moeder. Van de kant van mijn vrouw klikt het niet. Ik kan het wél opbrengen om moeite te doen voor een enigszins goede verstandhouding en vriendelijke conversatie met haar ouders.

Welnu, de druk voor mij om geld te verdienen, werd groter, teneinde mijn schoonouders en vrouw gunstiger te stemmen en te bieden waar ze zoveel belang aan hechtten. Nog helemaal niet fit, ging ik in de fabriek staan. Zwaar werk. Bouwstaalmatten maken. Fysiek zwaar, maar vooral geestelijk. Eentonig. En weinig collega’s van mijn geestelijke, intellectuele ‘niveau’. Dankzij een lieve, vriendelijke Turkse collega hield ik het een maand of drie vol. Daarna was ik op. Kapot. Nog meer kapot. Ga maar na: met een burn-out en stress-stoornis zulk zwaar werk doen, vereist een top-mentaliteit en topprestatie. Ik ben altijd een streber en doorzetter geweest. Ik heb me altijd willen bewijzen. Ik heb altijd overal mijn stinkende best gedaan.

Toen ik in die fabriek werkte, was er meer respect voor me in het schoonouderlijk huis. Dat merkte ik. Of nog niet eens meer respect. Hun dochter had tenminste iemand die wilde werken en geld verdiende. Dat stelde mijn schoonvader en schoonmoeder wat geruster, denk ik. Maar ja, na drie maanden in die fabriek was ik dus weer werkloos. Dat was niet goed. En ik had een vakantie naar Amerika vlak voor vertrek afgezegd, omdat ik voelde dat ik het niet zou trekken met mijn symptomen. Dat viel niet in goede aarde bij mijn vrouw (toen nog mijn verkering) en haar ouders, al hebben ze nooit ergens heel nadrukkelijk heel erg een punt van gemaakt en me nooit iets nagedragen. Ze deugen. Heel erg. We gaan zo nu en dan zelfs samen met vakantie en dan hebben we het onderling fijn.

Via het Arbeidsbureau vond ik een baantje bij de kabelkrant van Limburg. Ik was toen ongeveer 25 jaar. Uit de beroepskeuzetest die ik had gemaakt, bleek dat ik taalkundig minder sterk was dan men had verwacht van een ex-student ‘Journalistiek’, maar de hoofdredacteur van de kabelkrant vond mijn stukjes voor de krant (sport) taalkundig sterk, creatief en leuk. Hij beloofde dat het op de redactie van de kabelkrant een gezellige boel was. Het werd evenwel geen succes. Ik verveelde me op de werkvloer, had moeite met de technische handelingen die vereist waren bij het inscannen van foto’s (en maakte daarbij ernstige fouten) en ik vond de hoofdredacteur helemaal niet zo gezellig.

Na een jaar kreeg ik na een ruzie met de hoofdredacteur mijn ontslag. Uiteindelijk krijg ik meestal met bijna iedereen buiten mijn gezin en familie ruzie of onenigheid. Ik reageer altijd heel emotioneel als ik meen dat me onrecht is aangedaan en die emotionele reacties zetten kwaad bloed bij anderen. Ik ben niet zo goed in toneelspelen om de lieve vrede te bewaren.

Ik solliciteerde bij het weekblad ‘Story’ en de toenmalige homoseksuele hoofdredacteur trok me aan. “We zullen jou eens gaan spekken,” beloofde hij me financiële voorspoed middels veel opdrachten. En hij hield woord. Ik kreeg veel opdrachten en de hoofdredacteur was heel aardig voor me. Regelmatig verbleef ik op kosten van het tijdschrift in een hotel in Amsterdam, zodat ik de afstand Limburg-Amsterdam niet steeds (per trein) hoefde te overbruggen.

In die tijd had ik nog geen rijbewijs. Ik heb het roze papiertje pas gehaald toen ik 27 was. Ook de rijlessen en het rij-examen vergden ongelofelijk veel van mijn krachten door de symptomen van mijn stress-stoornis en uitputting. Ik heb zelfs twee rijscholen tussentijds verlaten, omdat ik het niet meer trok. Daarna had ik geluk met twee heel rustige, ontspannen en leuke rij-instructeuren bij wie ik me meer op mijn gemak voelde.

Af en toe pikte de toenmalige hoofdredacteur van Story me op met zijn BMW en bracht hij me vanaf het hotel naar de redactie (en terug). Ik ben zelfs een keer bij hem thuis geweest. Volgens mij vond hij me leuk. Aantrekkelijk. En hoopte hij dat ik me zou bekeren tot de herenliefde. Zoveel (zogenaamd) heteroseksuele mannen gaan om als ze het eenmaal met een man hebben gedaan. En ik BEN bi-seksueel. Ik ben al duizend keer verliefd en geil geweest op meisjes en vrouwen, en maar een paar keer op een jongeman, maar ik ben dus niet helemaal honderd procent hetero. Ik ontmoet weinig mannen die ik aantrekkelijk vind en veel vrouwen die ik heerlijk vind, dat is het enige verschil.

De hoofdredacteur heeft nooit wat bij me geprobeerd. Een van zijn fotografen wel. Die vroeg een keer of hij met me mee mocht naar mijn hotelkamer. Even daarvoor had iemand me verteld dat die kiekendief alles en iedereen neukte. Ik wees hem af. Niet mijn type. Bovendien ben ik trouw.

De hoofdredacteur had lang een zwak voor me. Maar toen ik eenmaal was getrouwd, veranderde zijn houding en verloor hij zijn interesse en belangstelling voor me en pamperde hij me minder (minder opdrachten, minder vriendelijke houding). Bovendien kwam hij zelf ter discussie te staan in die voor hem ook moeilijke tijd.

SHOWBIZZVERSLAGGEVER

Opeens deed ik dus roddeljournalistiek. Zoog ik op verzoek van de hoofdredactie verhalen uit mijn duim zonder de BN-ers te hebben gesproken. Ik vervaardigde op aanraden van de hoofdredacteur heel veel knipselverhalen: citaten van BN-ers in interviews met andere bladen en programma’s verwerkte ik dan in mijn artikelen. Dat is heel makkelijk en heel snel geld verdienen.

Maar de strategie van de roddelbladen is nochtans dat je zoveel mogelijk sterren zelf te spreken krijgt en op basis van die interviews een goed verhaal maakt. Een beetje aangedikt misschien en met een pakkende kop, maar zonder onwaarheden. Okay, de roddelbladen maken tevens verhalen op basis van informatie van tipgevers, maar ook dan is het doel om de BN-er in kwestie zelf om een reactie te vragen. Echter, heel veel A-sterren werken nooit mee, en dan schrijf je het verhaal toch. Zo gaat dat. Vandaar die knipselverhalen en duimzuig-verhalen.

Ik vond het gezellig op de redactie, ik was goed in mijn werk en ik verdiende prima. Het werk stond me op zich niet tegen. Maar ik schaamde me er wel voor. Ik kreeg vaak negatieve reacties als ik zei dat ik voor een roddelblad schreef. Veel mensen vinden dat toch iets oneerbaars. Als mensen aan me vroegen wat ik deed, dan zei ik eerst altijd dat ik freelance journalist was. Natuurlijk vroeg iedereen vervolgens voor welke media ik dan schreef. En dan zei ik, mezelf excuserend en met het schaamrood op de kaken, dat ik voor Story werkte.

Zelfs als een enkeling wel enthousiast reageerde, schaamde ik me nog voor mijn werk. Want ik vond en vind het zelf eigenlijk ook niet zo fraai om ongevraagd over privé-levens te berichten, en al zeker niet op een gemene manier. Tegelijkertijd was ik fanatiek en goed in mijn vak. Pas jaren later ben ik het werk geheel op mijn eigen wijze gaan doen: positiever en met meer respect voor de BN-ers.

Nog altijd was en ben ik niet gezond. Ik werkte dan wel, maar het mezelf op de been houden, kostte met al mijn kwalen en symptomen enorm veel kracht. Bij de bladen had ik echter de leukste en liefste collega’s. Leuke, eveneens bereisde, ruimdenkende en warme collega’s. Heel anders dan op de mannen- annex sportredacties en dan bij de kabelkrant. Niet dat ik daar vervelende collega’s had, maar bij de bladen was de onderlinge sfeer – zolang die goed was en er geen rat tussen zat (zodra er een rat kwam, werd alles verpest) – heel erg prettig, gezellig, collegiaal en leuk (ondanks de jaloezie die er wel degelijk was als je meer artikelen geplaatst kreeg en meer verdiende).

Ik heb veel leuke dingen beleefd. Ben met André Rieu naar Monaco geweest, ik was (undercover) bij de viering van de vijftigste verjaardag van André van Duin in het Lido in Parijs, ik mocht het Eurovisiesongfestival in Birmingham (1998) bijwonen en ik heb heel veel mooie, bekende vrouwen mogen interviewen, met veel leuke, mooie dames en enkele heel sympathieke kerels samengewerkt en een paar idolen van mij ontmoet, onder wie Robert Long, Jos Brink, Cor Bakker en vooral Rob de Nijs. Ik heb zelfs prins Pieter van Vollenhoven een keer mogen interviewen.

Sommige sterren hadden vanwege vileine artikelen van mij een bloedhekel aan me, maar van onder anderen Vader Abraham (Pierre Kartner), Jos Brink, Paul Jambers, Christine van der Horst en Hans Kazan kreeg ik complimenten vanwege mijn interview- en schrijfstijl.

Zelf vond ik het natuurlijk ook fijn dat ik tamelijk goed verdiende. Als freelancer had ik voortdurend een wisselend inkomen, maar er waren maanden bij dat ik 6000 euro bij elkaar had geschreven. Op dat moment waren mijn schoonouders natuurlijk evenzeer opgelucht en verheugd. Hun dochter leed in elk geval geen armoede en was dan toch niet met een klaploper of mislukking getrouwd.

Zeven jaar geleden ging het evenwel mis. Ik verloor mijn enige journalistieke opdrachtgever en al die jaren waarin ik mijzelf met al die stoornissen en symptomen op de been had gehouden, eisten hun tol. Daardoor ben ik thans noodgedwongen huisman.

Als het niet gaat zoals je wilt, dan moet je je maar schikken naar hoe het gaat.

Gelukkig heeft vrouwlief een redelijk goede baan en redden we het met haar loon. Het huisvaderschap heeft beslist voordelen: ik trek iedere dag met de kinderen op, krijg dus veel van ze mee en eigenlijk voel ik me in mijn rol als bloggende huisman uitstekend, al zal ik waarschijnlijk nooit meer genezen. Door mijn traumatische jeugd en de uitwerking van die jeugd op mijn gezondheid (plus die ijzeren vicieuze cirkel) ben ik te kapot om ooit nog te kunnen genezen. Met een stress-stoornis is iedere verse, nieuwe stress een atoombom-ramp. En stress is er altijd. Er zijn altijd moeilijkheden, zorgen, angsten, problemen: is het niet om en van mij dan wel om de toestand in de wereld of vanwege gezinsleden en familieleden.

Wel slaag ik er met de hulp en liefde van vrouwlief in om de schade zo beperkt mogelijk te houden en er het beste van te maken.

Zo is mijn leven nou eenmaal gelopen. Het is zoals het is. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Als je niet krijgt wat je wilt, dan moet je maar genieten van wat je wél hebt.

Ik kan niet vaak genoeg herhalen dat het leven wat mij betreft vooral een tragedie en een uitermate moeizame exercitie is. Er gaat altijd weer wat fout en het loopt met ons allemaal fout af. Veel mensen hebben geen goede inborst, zijn lui en middelmatig, hebben gemene of dominant-vervelende trekjes en zijn puur egoïstisch. Ik ervaar het bestaan nou eenmaal als een ongelijke en vaak onaangename strijd. In wezen vind ik het verschrikkelijk, afschrikwekkend en mensonterend allemaal. Alleen de dood al (mensen zien lijden en moeten missen) vind ik onverkwikkelijk.

Echter, ondanks deze ontluisterende conclusies blijf ik niet bij de pakken neer zitten. Heb ik nooit gedaan. Als kind al had ik het heel erg zwaar, maar ik ging gewoon door. Als mens moet je voortdurend allerlei onheil en onrecht door de vingers zien. Het helpt niet om erover te blijven piepen, je moet door. Je komt niet verder, als je niet gewoon doorgaat en als je niet van ieder moment iets probeert te maken.

Neem nou vandaag. Ik voel me weer broeierig en grieperig en heb al wekenlang last van tintelende vingertoppen en prikkelbare darmen, maar uit het urine- en bloedonderzoek blijkt dat ik lichamelijk (vermoedelijk) niets mankeer, althans, dat de oorzaken van mijn malaise niet puur lichamelijk zijn.

Graag had ik vandaag de wielrenfiets gepakt die ik niet heb en was ik vijftig kilometer gaan fietsen, maar dat zit er helaas niet in voor me, daar ben ik te verzwakt voor en te angstig.

Maar toen ik vanmorgen de deur opendeed van de slaapkamer van de kinderen (17 en 19) zag en voelde ik volmaakte vrede: twee slapende kinderen van wie je zielsveel houdt en met wie je een uitstekende band hebt. Daar geniet ik dan weer heel erg van. Ik geniet extra van de kleine dingen des levens, die zijn voor mij van aanvullend grote waarde. Een stukje Engelse mint-chocolade, een boterham met Amerikaanse bacon en gebakken ei, een mooie tenniswedstrijd op Wimbledon, een leuk gesprek…

Ik heb het net zo goed altijd jammer gevonden dat ik nog nooit van mijn leven op een brommer heb gereden. En ik betreur het dat ik niet gezond ben gebleven en geen glans-carrière heb kunnen opbouwen, met genoeg geld voor een bootje, een oldtimertje in de garage en een vakantiehuisje in het noorden van Spanje. Edoch, aan mij heeft het niet gelegen. Ik werd reeds tijdens mijn jeugd gesloopt en dat heeft tegen wil en dank zoveel sporen nagelaten, dat ik nu al dertig jaar dag in dag uit met mijn gezondheid sukkel en bijvoorbeeld niet zonder zeemansbenen of dronkemansbenen kan staan en lopen (de spanningen slaan heel erg op mijn benen en evenwichtsorgaan).

Echter, dat verandert toch allemaal niet door daarover te blijven kniezen. Ik schrijf er weliswaar heel vaak en uitvoerig over, omdat het mijn leven beïnvloedt en beheerst (logisch), maar ik zet wel degelijk de tering naar de nering door te genieten van de dingen die ik wél nog kan doen en door samen te zijn met de mensen die wél echt om me geven en ik om hen natuurlijk.

Werkkansen zitten er voor mij nooit meer in, zoveel is duidelijk. Dat is niet terecht, want ik kan – vanuit huis en met mijn interviewtechniek en schrijftalent – nog van grote waarde zijn voor een krant of tijdschrift, maar het stikt in de wereld (en in de mensen) van het onrecht en van de frustraties. Ik ben niet de enige met zo’n lot.

Ik denk nog weleens terug aan mijn telefonische interviews met majoor Alida Bosshardt, het toenmalige boegbeeld van het Leger des Heils. Ze vertelde me door de telefoon over haar verliefdheden en verlangen naar (mannelijk) gezelschap. Zo’n puur mens! Zo’n lief, onschuldig, onbaatzuchtig wezen! En wat was ze openhartig naar mij toe.

Ik heb de gave om mensen over zichzelf te laten vertellen, het diepste uit hen te krijgen. Zoals sommigen de lach aan hun kont hebben hangen, heb ik het in me dat mensen me snel persoonlijke dingen vertellen. Misschien doordat ik een vragensteller en luisteraar ben, meer dan een verteller en prater.

Ik krijg veel los van mensen. Niet door te zuigen, maar gewoon door hoe en wie ik ben, denk ik. Op de redactie vroegen ze zich wel eens af hoe ik het klaarspeelde dat ik zoveel privé-informatie aan mensen wist te ontlokken. Dan gooiden ze het op mijn zachte Limburgse accent en vriendelijke toontje. Maar ik denk dat het meer iets is wat ik van nature in me heb en bij mensen los maak. Ik heb er verder geen verklaring voor. Ik pas geen speciaal trucje toe, ik ben gewoon mijzelf.

ONRECHT BEANTWOORD IK FURIEUS EN ZONDER CONCESSIES

Maar mensen die me onrecht hebben aangedaan en die dat onrecht niet teniet doen en die zich niet verontschuldigen, zie ik en behandel ik als stront. Dan ben ik uitgesproken confronterend en boos. Dan kan ik het niet meer opbrengen om diplomatiek te zijn en te proberen via aardige en zalvende woorden nader tot elkaar te komen.

Dat komt mede, doordat ik heb ervaren dat mensen die je onrecht aandoen, in zo’n ‘verzoeningsgesprek’ meestal hun handen in onschuld wassen en willen toelichten waarom het helemaal niet zo onrechtvaardig is zoals ze hebben gehandeld. Ze doen zelden of nooit water bij de wijn en zien haast nimmer hun eigen fouten in. En als ik eenmaal ergens echt van overtuigd ben en weet dat ik werkelijk gelijk heb, dan laat ik me door niemand en niets ompraten of tot bedaren brengen.

Ik haat het wanneer mensen die je onheus hebben behandeld in een persoonlijk gesprek de zeilen willen gladstrijken zonder dat ze van plan zijn zelf ook maar een duimbreed toe te geven. Dat heb ik aan de hand gehad met de school van onze dochter, met het UWV en met enkele werkgevers. Als ik bespeur dat zulke mensen het onrecht dat ze hebben aangericht EN DE FOUTEN DIE ZE HEBBEN GEMAAKT niet willen en zullen toegeven, dan hoeft het voor mij niet meer. Dan kan ik in eerste instantie alleen maar heel erg furieus reageren en hen door het slijk halen om vervolgens te leren leven met het onrecht en zulke lieden volkomen te negeren. En door te gaan met mijn leven, met de onvermijdelijke vermoeienissen en met het gevecht om wat meer gezondheid, genot, plezier, geluk, liefde, humor, vriendschap en blijdschap.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s