Herinneringen aan bekende fysiotherapeut

Toen ik tijdens mijn HBO-opleiding Journalistiek te Utrecht stage liep op de sportredactie van De Telegraaf – eigenlijk werd ik gestationeerd op de afdeling van Het Nieuws van de Dag, de Amsterdamse, lokale versie van het landelijk dagblad – wilde ik per se de beroemde Amsterdamse fysiotherapeut Richard Smith interviewen. Het was in de jaren tachtig. De gevestigde redacteuren van De Telegraaf vonden dit een slecht plan omdat ze een bloedhekel hadden aan de ‘wonderdokter’, maar ik had mijn zinnen gezet op een ontmoeting en interview met Smith die veel bekende voetballers snel en doeltreffend van hun blessures genas. Ik was destijds in de ban van het paranormale én psychosomatisch ziek. Ik hoopte dat Smith mij zou kunnen redden.

Dat ik niet in orde was, heb ik in die tijd nooit geopenbaard. Alleen mijn ouders, zussen en enkele familieleden wisten het. Ik geloof dat ik mijn beste vriend Ben niet eens had geïnformeerd over mijn (precieze) toestand (angststoornissen, gepaard gaande met chronische evenwichtsstoornissen). Dus ik heb destijds niemand van de redactie van mijn stageplek ingelicht over mijn kwalen en waarom ik Smith per se wilde spreken en zien. Ook Smith zelf vertelde ik niet over mijn situatie. Ik hoopte dat hij gedurende het interview uit zichzelf zou zeggen dat hij me kon en zou gaan verlossen van mijn tragedie. Ik was er rotsvast van overtuigd dat hij (geneeskrachtige) paranormale gaven had en zag en voelde wat ik mankeerde. Ik verkeerde in de veronderstelling dat Smith niet alleen maar een heel goede fysiotherapeut was, maar dat hij tevens paranormaal begaafd was en die gaven gebruikte bij zijn werk.

Waarom ik zo in de ban was van die ‘andere werkelijkheid’ en van ‘wondergenezers’? Welnu, mijn ouders, ikzelf en de doktoren waren duidelijk niet in staat om mij te helpen. Veel alternatieve genezers die ik raadpleegde evenmin. Echter, de Roermondse oud-fysiotherapeut Chrit Roncken – die een praktijk voor paranormale therapie was gestart – had mij toenmaals enigszins kunnen helpen. Althans, hij bevrijdde mij van mijn ergste duizeligheid (en tegelijk van mijn blozen en bloosfobie), ware het niet dat er een ander soort onstabiliteit voor in de plaats kwam. De duizeligheid zat na zijn behandeling niet meer zozeer tussen mijn ogen en in mijn hoofd, maar was naar mijn benen verplaatst (dronkenmansbenen, zwabberbenen). Na de behandeling door Roncken kon ik weliswaar weer lopen en redelijk functioneren, maar ik kreeg er die nare ‘zwalkbenen’ voor in de plaats, chronisch. En daar werd ik evenzeer gek van. Ik was er 24/7 mee bezig. Natuurlijk ging ik met mijn nieuwe klachten terug naar Roncken, maar hij werd boos op me. Volgens hem kwam dit niet door zijn behandeling, maar door mijn ‘Weltschmerz’ en zorgelijkheid.

Pas na 5 jaar is die constante onstabiliteit in mijn onderste ledematen vanzelf overgegaan, alhoewel mijn spanningen, stressoverlast en angsten nog steeds erg op mijn benen slaan.

Toen ik Smith interviewde, zat ik evenwel nog middenin die periode van die onophoudelijke dronkenmansbenen. Ik wist niet meer waar ik het zoeken moest. Ik werd gek van de symptomen (kwalen). Ik zag in hem de reddende engel. Het interview was voor mij alleen maar een manier om met hem in contact te komen. Natuurlijk wilde ik een goed verhaal maken, maar de hoofdreden van mijn bezoek aan hem was van persoonlijke aard.

Smith had een heel eigen behandelmethode van topsporters. Zijn beroemde patiënten werden door hem en zijn team niet een half uurtje per dag onder handen genomen (zoals gebruikelijk), maar dagenlang de hele dag door. Ja, hij nam sommige sterren zelfs in huis, zodat de man met de gouden handjes de toppers nog beter en intensiever kon begeleiden. Maar Smith deed meer dan dat. In de tijd dat ik hem interviewde, was hij door de Waalwijkse voetbalvereniging RKC gestrikt om het team te begeleiden, en niet alleen medisch maar vooral ook psychologisch. Dat én mijn ervaringen met Roncken sterkten mijn overtuiging dat Smith paranormaal begaafd zou zijn, plus dat hij mij (hopelijk) spontaan zou helpen. Ik dacht: als iemand (met magische krachten) mij kan genezen, dan is Smith het.

Heel nerveus was ik toen ik aanbelde bij zijn praktijk in Amsterdam. Ik meen dat zijn behandelruimte in De Pijp was gevestigd. Ik was er nooit eerder geweest. Leuk buurtje. Hoewel Smith kennelijk persona non grata was bij De Telegraaf (denk aan de aversie van de gevestigde redacteuren tegen hem en tegen mijn voornemen om hem te interviewen), vond ik hem heel toegankelijk, energiek en sympathiek. Het verbaasde hem dat iemand van de Amsterdamse krant hem kwam interviewen, want hij wist dat ze daar de pik op hem hadden.

Ikzelf was toen nog heel nerveus, onzeker, onervaren en verlegen. Een blozende jongeman, zachtaardig en met alle winden meewaaiend. Beschermd opgevoed door mijn moeder en een zwaar leven door de problemen thuis, vooral veroorzaakt door mijn vader.

Het liefst had ik Smith (meteen) geconfronteerd met de ware reden van mijn bezoek aan hem en dus met mijn hulpvraag (die ik tijdens onze ontmoeting nooit heb gesteld, nimmer durfde te stellen). Maar ik was plichtsgetrouw genoeg om er een goed interview van te willen maken. Goede vragen stellen, goed luisteren en de antwoorden zo goed mogelijk uitwerken tot een leesbaar, journalistiek product, is iets wat ik heel graag deed, en nog steeds met liefde en toewijding doe.

Echter, mijn vragen waren suggestief. Ik wilde Smith laten zeggen dat hij over magische of toch op z’n minst paranormale krachten beschikte waardoor hij zoveel topspelers zo snel kon helpen. Op een gegeven moment zei hij ook tegen mij: “Jij wilt van mij horen dat ik bijzondere gaven heb, maar dat is niet zo. Mijn succes als behandelaar komt voort uit de intensieve behandelmethode en de praktische tips die ik geef, zoals het letten op de voeding.” Ik dacht bij mijzelf: ‘Je bent wel degelijk paranormaal begaafd, je wilt het alleen niet zeggen. Hoe weet je anders dat ik wil horen dat je paranormaal begaafd bent?’

Nu weet ik natuurlijk dat hij dat wist door mijn suggestieve vragen en niet doordat hij mij op een bijzonder manier doorzag. Echter, tijdens de hele ontmoeting met Smith – hij heeft me later op de avond zelfs meegenomen naar een wedstrijd van RKC – bleef ik ervan overtuigd dat hij wondercapaciteiten had. En ik bleef tot bij het afscheid hopen op het moment waarop hij zou zeggen: “Ik zie en voel dat je evenwichtsproblemen en angsten hebt. Ik ga jou helpen, nu meteen.” Eigenlijk was ik op zoek naar een nog betere versie van Roncken die echt al mijn symptomen weg zou kunnen toveren.

Hoewel Smith niet te kennen gaf dat hij voelde dat er iets mis was met mij en me dus niet uitnodigde voor een behandeling, had ik tijdens ons samenzijn wel steeds de indruk dat hij me zelfvertrouwen probeerde te geven, en mijn onzekerheid doorhad. Dat had hij volgens mij ook, maar niet omdat hij paranormaal zou zijn, maar doordat hij dat gewoon bespeurde. Iedereen zou mijn onzekerheid en nervositeit hebben bespeurd. Maar niet iedereen zou zo aardig tegen me zijn geweest. Want dat was hij die dag tegen en voor me: ronduit aardig. Op een gegeven moment vroeg hij zelfs naar mijn mobiele telefoonnummer, zodat hij dat in zijn agenda kon noteren. “Zo, je staat onder Kees Jansma,” zei hij. Jansma was en is een bekende sportjournalist.

Maar ergens vond ik het ook wel weer vervelend dat hij me overduidelijk moed wilde inpraten. Dat confronteerde me met mijn onzekerheid en dat (aardige, opmerkzame) mensen het nodig vonden om me te helpen. Maar ik wilde eigenlijk vooral en alleen maar van mijn kwalen worden afgeholpen!

Laatst moest ik ineens aan deze anekdote denken. Vandaar dat ik het hier heb genoteerd. Dit is volgens mij best een interessant verhaal, in elk geval een weergave van mijn toenmalige werkelijkheid.

En weet je wat het stomme is? Ergens hoop ik dat Smith – van wie ik nog eens een komisch boekje heb gelezen – dit leest en alsnog zegt: “Hoewel ik niet paranormaal begaafd ben, denk ik dat ik toch wat voor je kan betekenen en je medische last kan verlichten.”

Ik ben immers nog steeds hulpzoekend, en een beetje wanhopig, ook al heb ik thans veel meer verantwoordelijkheid genomen voor mijn eigen leven en herstel en ook al versta ik de levenskunst thans beter. Maar ik ben nog steeds behept met angsten, paniek, evenwichtsproblemen en stressovergevoeligheid. En er is nog altijd niemand anders (dan tot op zekere hoogte ikzelf en mijn vrouw die me door dik en dun steunt) die me echt kan genezen. De (anderzijds en deels louterende) tragedie duurt voort…

Tot slot: de ontmoeting met Smith (alsook met Ajax-speler Edo Ophof) was een van de weinige hoogtepunten van mijn stageperiode. Ik zat in die tijd buitengewoon slecht in mijn vel (door de stoornissen, de situatie thuis, de eenzaamheid, het verlangen naar een vriendinnetje), een van de redenen waarom ik niet zo lekker in de groep (de redactie) lag. Bovendien baalde ik niet alleen van mijn kwalen, maar tevens van de lange, saaie treinreizen naar het altijd winderige station Sloterdijk en van het mannen-onder-elkaar-sfeertje op de redactie (ik heb liever met zachtaardige mensen te doen en vaker zijn dat vrouwen, en homo’s). Ik plaatste mezelf een beetje buiten de groep (ik ben sowieso helemaal geen groepsdier) en dat leidde dan weer tot plagerige en cynische opmerkingen van de op zich heus wel goed bedoelende, sympathieke redacteuren.

Smith was die dag echter heel aardig voor me, en ik was ondanks het tegenvallende resultaat (hij was niet de verlossende engel die me kon redden) toch blij dat ik het fenomeen had ontmoet en geïnterviewd, en dat ik een verhaal met en over hem had kunnen fabriceren. Een ontmoeting met bijzondere en/of beroemde/bekende mensen (met bijvoorbeeld een speciaal talent) die ook nog eens heel vriendelijk doen, is altijd leuk. Je kan dan toch je ego een beetje oppeppen door tegen jezelf en anderen te zeggen: “Ik heb die en die gesproken.” Tja, zo werkt het wél.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s