In de bibliotheek

Geconcentreerd en gebiologeerd – eenzelvig en ernstig, alsof het uitkiezen van het juiste boek van essentieel belang is – schuren, bukken, hurken en slenteren de mensen langs en bij de schappen, de ruggen van de boeken scannend en soms strelend, hun ogen gefixeerd op namen en titels, op zoek naar goed gezelschap, naar geestelijke verrijking voor menig aangenaam, haast meditatief uurtje in zelfverkozen eenzaamheid of teruggetrokkenheid (al dan niet in gezelschap).

Je verdiepen in een boek opent een wereld voor je van plekken, mensen en kennis die je in de ‘normale’ wereld nooit zult vinden, waar je anders nooit toegang tot zou krijgen, het bestaan nimmer van zou vermoeden. Sommige gebeurtenissen, toestanden, mensen en plekken geheel nieuw, onvermoed gewaand, andere situaties, individuen en plaatsen juist zo innemend herkenbaar.

Ik blader door een boek van de Belgische kunstschilder Albert Saverys (1886-1964). Ik had nog nooit van hem gehoord, maar zijn Perenboom, Boomgaard, Boerderijen en weergaven van De Leie zijn schitterend. Doet niet onder voor Van Gogh, echt niet! Anders schilderde hij, maar niet minder goed. Ik adoreer Van Gogh. Niet alleen zijn schilderijen en stijl bewonder ik optimaal, maar net zozeer zijn liefde voor de natuur, zijn experimenten met kleuren en kwast-bewegingen, zijn zoektocht naar Het Hogere, zijn kijk op kunst en het leven.

Ik weet niets of toch bitter weinig van kunst, maar ik verwonder me en bewonder des te harder. Als ik door de tussen de kaft verzamelde werken neus van Piet Mondriaan (1872-1944) – gestorven aan een longontsteking, begraven in New York – dan vind ik dat zijn ‘gewone’ schilderijen van mensen en de natuur tegenwoordig onderbelicht en ondergewaardeerd worden. De meeste mensen kennen hem alleen van zijn theoretische, haast wiskundige vlakken-patronen, van het neoplasticisme en een beetje van het kubisme. Heel kundig dat abstracte werk en best vernieuwend allemaal, maar mooi? Mondriaan was echt een fantastische kunstschilder.

Gestorven in 1944. Daardoor denk ik aan het verhaal over mijn Limburgse opa die tijdens de oorlog op een dag werd meegenomen door de Moffen. Hij werd te werk gesteld in een werkkamp. Naar verluidt vluchtte hij – na maandenlang afgebeuld te zijn geworden – op een fiets zonder banden of met platte banden. Toen oma, zijn vrouw – met al hun kinderen naar een boerderij in een dorp aan de andere kant van de Maas geëvacueerd – op een oorlogsdag de afwas stond te doen, hoorde ze mensen roepen dat hij terug was, haar man. Alles liet ze uit haar handen vallen om naar hem toe te rennen. Ze herkende hem direct, ondanks zijn magerte en volle baard. Wat hen betreft, was de ellende voorbij en pikten ze de draad van voor zijn gevangenschap weer op. Het werd gevierd met seks, met de zoveelste zwangerschap tot gevolg.

Als iets me opvalt bij het bekijken van een boek over 17de/18de kunstenaars zoals Jan Steen, Nicolaes Maes en Willem van Mieris – met hun schilderijen met titels als De Kaartspelers, De Verwaarloosde Luit en De Luisterende Huisvrouw – dan is het hoe lelijk de Nederlanders en Belgen waren die werden vereeuwigd op doek. Dat frappeert me ook steevast als ik de ingelijste portretten zie van de oude Oranjes. Wat een portretten! Van adel, maar zo lelijk als de inhoud van een vuilniszak. Allemaal even wit en onooglijk. Lang leve Máxima, prins Maurits en zijn vrouw Marilène. Het oog wil heel veel.

Het historische naslagwerk over de meer dan 1500 vakantieparken in Nederland doet me beseffen hoe ontzettend veel bonden, verenigingen en stichtingen er zijn. Iedere groep met een hobby, een passie en een interesse heeft z’n eigen bond of ander belangenbehartigingsorgaan. Zolang je statuten hebt, zit je gebeiteld, stel je in juridisch opzicht wat voor. Je kunt niets zonder voorzitter, bestuur, secretaris en penningmeester, en al helemaal niet zonder de advocaat.

De hedendaagse architectuur dan. De dikke pil, zo groot en dik als een aktetas en zo zwaar als een goed gevulde boodschappenmand, staat vol met het nieuwe modernisme, een soort van Mondriaanse bouwstijl, strak, rechthoekig, gelinieerd. De nadruk ligt niet meer zoals vroeger op het kunstzinnige element, op beelden, versieringen en ornamenten. De architectuur legt zich steeds meer toe op de ruimtelijkheid. Vandaar het vele glas. Ook de functionaliteit en beleving van het gebouw zijn belangrijk: verbinding, communicatie, ontspanning, luxe en comfort. Zakelijk, rechtlijnig, comfortabel en toch stijlvol. De architectuur speelt meer en meer met licht en hecht waarde aan de interactie met de natuurlijke omgeving, of brengt iets van de natuur naar binnen.

Door al die boeken krijg ik het gevoel een leerzame en genotvolle vakantie te hebben geboekt en te vieren, mijn wereld ruimer te maken en het beste uit de tijd te halen. Drie uur in de bibliotheek voelt als een verrukkelijk vluggertje.

http://www.bloggers.nl/rolanddanckaert

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.