Beminnelijke Batraven

In een vijver-park in een buitenwijk van de stad, niet ver buiten het centrum, zit ik te genieten van de blauwe lucht, de schoolplein-geluiden en de watervogels waarvan ik alleen de eenden en ganzen van naam ken. Een middelbare beroepsopleiding loopt leeg en de kinderen van de lagere school aan de overkant van de leerinstelling voor de grote jongens en meisjes leven zich uit op de speelplaats. Ik heb nog steeds iets met kleuterscholen, lagere scholen en middelbare scholen, waarschijnlijk omdat het vertrouwde omgevingen waren waar ik me wél veilig voelde, waar het emotioneel wél rustig was. En waar ik goed mijn best deed en ik het goed deed. Het was de voorbereiding op het leven in de maatschappij, het was nog niet De Maatschappij.

Het vijver-park is evenmin De Maatschappij. Ik voel me als een zwerver maar dan als een zwerver met een dak boven zijn hoofd en een fijn gezin. Zwervers zitten vaak te niksen in parken, net als ik en (andere) mensen met mentale stoornissen en maatschappelijke problemen.

Als we in moeilijkheden verkeren, zoeken we dikwijls de natuur op, en sommigen grijpen naar de fles en/of frequenteren de coffeeshop. Ik ken een ex-militair met het Post Traumatisch Stress Stoornis en hij trekt er iedere dag op uit met zijn vier of vijf honden. Het is zijn overlevingsstrategie, zeker sinds zijn vriendin hem heeft verlaten en hij alleen woont. In de natuur en met zijn dieren probeert hij te voorkomen (nog erger) door te draaien en waanzinnig te worden en aangename ogenblikken te beleven. Ik vind het zo triest om hem te zien, en daarbij denk ik niet aan mezelf, al zit ik min of meer – maar op een andere manier – in hetzelfde schuitje als hij.

Maar ik zit nu echt te genieten. Het is een moment waarop het leven goed voelt. Meer dan dit heb ik niet nodig: de blauwe lucht, de stemmen van de blije en uitgelaten kinderen en de aanblik van de watervogels op de grasoever en in het water. Het is gezonder dan een shot van de een of andere drug, een fles wijn, een pakje sigaretten of een zak chips.

Twee opgeschoten jongeren lopen in de richting van waar ik zit, ieder graaiend in en uit een zak chips. Stoere binken, echte jongens. Zo ben ik nooit geweest toen ik puber was. Ik kon wel stoer doen (me onkwetsbaar voordoen), maar ik was geen branieschopper en geen echte jongen-jongen. Ik was toen al immens gevoelig en voor een jongen best feminine van aard.

Het verrast me als de twee batraven (ondeugende rakkers) de kleine, witte watervogels schattig zeggen te vinden. Even vergeten ze dat ze 15 zijn en cool moeten doen. Even zijn ze dat jongetje dat ’s avonds tegen hun moeder aan kruipt of haar liefkozend plaagt. Even zijn ze dat ventje dat heimelijk nog met een knuffel slaapt. Maar dat duurt maar even. Dezelfde vogel die ze zojuist verbaal liefkoosden proberen ze nu weg te jagen door eropaf te rennen. Maar verrassend genoeg geeft het beestje geen kick: twee grote wezens in zwarte leren jacks boezemen het dier geen angst in.

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.