Grappenhuis stort in

Ik liep langs het openstaande raam van de keuken van een pannenkoekenbakker toen ik een van de keukenhulpen roepend hoorde vragen: “Kun je die pan even aannemen, Roland?” Instinctmatig stak ik mijn hoofd door het raam. “Riep iemand mij?” Ik stak ook mijn handen door het raam om de pan te kunnen aannemen. Een van de flensjesflansers kon mijn actie niet waarderen en deed het raam voor mijn neus dicht, zonder wat te zeggen maar met een verongelijkt gezicht. Een pannenkoekenbakker zonder gevoel voor humor… Wat een pannenkoek is dat, zeg!

Het doet me denken aan die keer dat ik op internet iemand tegenkwam die ook Roland Danckaert heet. Een Belg. Aldus stuurde ik hem een e-mail: Hallo Roland Danckaert, heel veel groetjes van Roland Danckaert. Nooit iets op gehoord. De ene Roland Danckaert is de andere Roland Danckaert niet, zoveel is duidelijk. Ik zou meteen hebben gereageerd als een andere Roland Danckaert mij zo’n e-mail stuurde. Ik zou zoiets schrijven als: “Beste Roland Danckaert, keertje afspreken? Bij wie? Bij Roland Danckaert of bij Roland Danckaert?” Flauw misschien, maar beter een poging tot het maken van een grap dan serieus te blijven!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De ober met de dikke kont

Ober X heeft een normaal postuur. Hij is niet lang, maar ook niet heel klein. Hij is niet stevig en evenmin slank. Alles zit bij hem zo’n beetje ertussenin. Echter, zijn billen zijn buiten-proportioneel. Zijn kont is in verhouding tot de rest van zijn lichaam enorm. Zijn broek zit prima om de benen en bij het kruis, maar de stof om zijn reet staat helemaal strak! Zo’n achterwerk zie je normaal gesproken alleen bij dikke mensen. En dat nog niet eens! Voor iemand die zo lang achter elkaar moet staan en niet kan gaan zitten, heeft hij erg veel zitvlees!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Niet rouwen om dood bloedverwant of partner

Je hebt geleefd. Punt. Of het goed was of slecht was, of het fijn was of verschrikkelijk, wat doet het er naderhand nog toe? Je hebt geleefd. Geen waarde-oordeel. Je was er. Dat is uiteindelijk waar het om gaat. Dat is uiteindelijk genoeg.

*

“Als mijn broer sterft, dan zal ik hem niet missen.”

Niet rouwig zijn om de dood van een bloedverwant of van jouw partner. Het komt voor. En als dat het geval is, dan zegt het iets over de tragiek van een verstandhouding. Volgens het boekje zijn (oud-)gezinsleden, familieleden en vaste partners dol op elkaar en betekenen ze veel voor elkaar, maar in de praktijk worden de schoenen niet altijd gepoetst en al helemaal niet op de ideale manier. In werkelijkheid wordt menig paar schoenen met hondenstront gepoetst.

“Als mijn broer sterft, dan zal ik hem niet missen.” Het is nogal een zin. Een bekentenis haast. Een biecht misschien zelfs. Volgens het droomscenario hoor je te treuren om de dood van een familielid zoals bijvoorbeeld je bloedeigen broer. Want dat houdt in dat de onderlinge verstandhouding goed was. Maar wanneer het overlijden van een naaste je (heel) weinig doet, dan duidt dat dus op bacteriën en virussen in de bloedbanen of op olievlekken op het boterbriefje.

Soms is de dood van iemand voor de nabestaande(n) zelfs een bevrijding, het einde van een moeizame relatie, een vete en/of van een totaal gebrek aan chemie, (wederzijdse) interesse, respect en liefde.

Dat is buitengewoon triest.

Als er zelfs helemaal niemand om je rouwt als je je ogen voorgoed hebt gesloten, dan leef je dus ook in niemand (nog een tijdje) voort, dan is er helemaal niemand op deze planeet met bijna negen miljard mensen voor wie je iets betekent of hebt betekend. Mogelijk komt dat dan door je eigen moeilijke en onmogelijke karakter, je onhebbelijke houding en/of door je stomme gedragingen, maar in hoeverre is dat – filosofisch en psychologisch gezien – (helemaal) je eigen schuld geweest? Wie heeft zichzelf verzonnen en in elkaar geknutseld? In hoeverre zijn we in staat aan onszelf te werken en te veranderen?

Vermoedelijk moet je over zoiets als een aanleg of talent beschikken om aan jezelf te kunnen werken en zelf-progressie te boeken. We zijn niet allemaal goede leerlingen. Soms is de wil er wel om in positieve zin te veranderen en een aangenamer mens te worden, maar zitten allerlei karakterstructuren, omstandigheden, gewoontes en stoornissen je in de weg. Een onoverkomelijke blokkade.

“Als mijn broer sterft, dan doet me dat weinig.” Vermoedelijk interesseerde het die broer ook niet veel dat hij zijn zus(sen) moest achterlaten. Misschien wilde hij (nog) niet dood, maar niet omdat hij zijn zus(jes) nog graag om zich heen had.

Voor mij zijn familie en het gezin en vrienden heel erg belangrijk. Van een tijdelijke of chronische slechte band kan ik echt heel veel stress en verdriet hebben. Ik ben gesteld op harmonie. Familieleden die al meer dan dertig jaar dood zijn en die voor mijn twintigste zijn gestorven, gedenk ik nog regelmatig en ze leven als het ware met me mee en ik leef nog altijd met hen mee, ook nu ze al zo lang niet meer onder ons zijn.

Ik zal ze uit eigen beweging niet vergeten. Ook niet die verre oom die alcoholist was en vreemdging met de vrouw van zijn broer. Voor mij was hij aardig. Ajax bond ons. Hij vond het schitterend dat ik als journalist van een voetbalweekblad over Henny Meijer, een Surinaams-Nederlandse voetballer, had geschreven: ‘De spits met het meest swingende achterwerk van Nederland’. Zijn vermaak over die ene zin vatte ik op als een gigantisch compliment. Hij vond het duidelijk leuk dat een neef van hem zoiets leuks (in zijn ogen) had bedacht. Hij mocht me graag. Dat voelde ik. Dat hij ook minder verstandige en nobele dingen had gedaan, tja… wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.

Maar zelfs om de dood van familieleden die echt fout en onuitstaanbaar waren, rouw ik, al is het maar een heel klein beetje. Het is toch je familie…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

In 2020 een kasteel bewonen in 1316

Wie bang is voor paarden, geweld en voor hoogtes moet geen ridder worden…

*

Ik zit bij de gracht rondom het kasteel en geniet van de witte waterlelies in de ronde ‘vijver’ en van de schoonheid van het oude, robuuste en toch fraai vormgegeven gebouw. In mijn fantasie zie ik een andere tijd, een tijd waarin de kasteelheren grootgrondbezitters waren en samen met de kerkvorsten politieke macht hadden en er een hele hofhouding op nahielden. Machines, elektrische apparaten en gemotoriseerd verkeer bestonden nog niet, alles was handwerk en paarden en ezels en de eigen benen en voeten zorgden voor de verplaatsingsmogelijkheden.

Ik zie in mijn verbeelding de in mooie kleren gestoken, trotse en charismatische kasteelheer die alsmaar strategische plannen maakt en die alles bepaalt. Ik zie ook in lompen gehulde hardwerkende keukenhulpjes, tuinmannen, wasvrouwen, dierenverzorgers en paardenverzorgers. Ridders – de soldaten van de kasteelheer – slijpen hun lansen en speren en zwaarden, staan op de torens van het kasteel op de uitkijk of trekken er te paard op uit om de omgeving te verkennen of om een bezoek te brengen aan en een belangrijke boodschap af te leveren voor een vijand van hun baas. Ik ruik het open vuur. Ik ruik het vuurhout maar ook de varkens aan het spit.

Het is rond 1316. De Middeleeuwen heb ik altijd geromantiseerd vanwege de kastelen, paarden, koetsen, manier van kleden, stoere ridders, de man tegen man-gevechten, de mooie jonkvrouwen en open vuren, maar vooral vanwege de afwezigheid van de moderne techniek, van de moderne, drukke, hectische, overbevolkte maatschappij. In werkelijkheid was het natuurlijk helemaal niet zo’n mooie tijd: barbaars, gewelddadig, moordzuchtig, meedogenloos, onrechtvaardig, een enorme ongelijkheid tussen mensen, veel stank, een bar-slechte hygiëne, veel ziekten, een wurgende sociale controle, veel kindersterfte, veel slopende sterfprocessen en geen fatsoenlijke rechtsspraak.

Maar toen wisten de mensen niet beter. Ze beschikten niet over het comfort dat wij nu hebben. Maar ik denk wel dat ze het betreurden dat de leefomstandigheden zo bar en boos waren, dat er zoveel onrechtvaardigheid en geweld was en dat velen zo onvrij waren.

Ik denk dat het fijner is om nu, in 2020, bij dit kasteel te vertoeven dan in 1316. En toch zou ik graag eens in een tijdmachine willen kunnen stappen om te ervaren hoe het toen was. En natuurlijk ben ik dan die rijke en machtige kasteelheer met een mooie edele echtgenote of een van zijn koene ridders te paard.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het lampje, de vulkaan en het meertje in ons

Iedereen heeft binnenin een lampje, maar bij lang niet iedereen functioneert dat lampje nog. Bij sommigen brandt dat lampje (nog altijd) fel, maar bij anderen is dat lampje stuk of geeft dat lampje nog maar weinig licht. Maar soms is er iemand die of iets dat het kapotte lampje vervangt door een nieuw lampje of die of dat binnenin voor meer licht zorgt. Dan voelt het ook echt alsof van binnen het licht het weer doet of krachtiger brandt dan voorheen. Het licht is aangegaan dan. Meteen voel je je een stuk lichter. Dan heb je het licht gezien, het licht dat binnenin weer (feller) is gaan branden.

Ook heeft iedereen oerkracht in zich. Vulkaankracht noem ik het. Stel je een actieve vulkaan voor die in staat is om spectaculair uit te barsten, maar die inwendig sowieso borrelt en constant beweegt: één grote hete vuurmassa die opzwelt en weer implodeert en weer opzwelt. Een soort golfslagbad met een enorme deining. Eén kolkende gloeimassa. Iedereen draagt zo’n vulkaan in zich mee. Maar bij sommigen slaapt die vulkaan. Hun vulkaan is permanent inactief en lijkt ook niet meer te ontwaken en niet meer bij machte om lava te spuwen. Die vulkaan is doodstil en brult nooit meer. Maar wonderen geschieden. Soms is er iemand die of iets dat die vulkaan weer tot leven wekt, die of dat een uitbarsting veroorzaakt van die enorme oerkracht.

Ten slotte heeft een ieder een kalm meertje in zijn/haar binnenwereld. Een kalm meertje met daarboven een straalblauwe hemel. Het is het meer van de volmaakte vrede. Daarin zwemmen de tevredenheid, de ontspanning, het levensgeluk en het grote genot der kleine/alledaagse én exclusieve genoegens. Velen onder ons kunnen de plek van dat meertje in hun binnenwereld niet (meer) vinden of komen zelfs aan de rand van dit meertje niet tot zichzelf en niet tot rust. Om van dat meertje te kunnen genieten en haar kalmte en vrede te kunnen absorberen, moet je daar ontvankelijk voor zijn. En soms is er iets dat of iemand die jou de weg naar dat meertje wijst, die jou bij de hand neemt en je meeneemt naar die bijzondere plek. Of er is ineens iemand die aan de rand van jouw meertje naast je komt zitten en jou weer leert kijken en voelen. Hij of zij heeft ook zo’n meertje en toont jou zijn of haar plek aan het water. Wanneer die twee meren samenvloeien, gaat er iets stromen waardoor er weer stroom komt te zitten op al jouw stopcontacten…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een goed geheugen dat slecht onthoudt

Sommige zaken kun je constateren, als feiten weergeven, zonder dat je er wetenschappelijk bewijs voor levert of kunt leveren. Ervaren is weten.

*

Ik heb een goed geheugen dat zich maar weinig kan herinneren en dat zich nog minder precies kan herinneren. Hersenscans laten zien dat ik voor mijn leeftijd (53 jaar) zelfs een jong geheugen heb, zoals de neurologe het noemde. Toch functioneren mijn korte en lange termijn-geheugen niet al te best. Mijn twee jaar jongere eega kan zich van onze reizen, vakanties, uitstapjes en andere ervaringen veel meer (goed) herinneren dan ik, maar ook data en feiten veel beter onthouden dan ik. Hoe kan dat?

Als tiener kon ik ontzettend goed (heel erg veel) lesstof uit mijn kop knallen en de informatie tijdens mondelinge overhoringen, proefwerken en examens reproduceren. Maar niet alleen op school bleek ik over een keigoed geheugen te beschikken. Ik kon me gebeurtenissen en gesprekken herinneren die anderen allang waren vergeten of waarvan anderen zich met moeite iets konden heugen. Ondanks de constante stress in mijn toen nog jonge leven en enkele grote jeugdtrauma’s bleef mijn geheugen intact. De spanningen tastten mijn hersenen blijkbaar (nog) niet aan.

Na mijn twee extreem zware burn-outs c.q. zenuwinzinkingen is het ‘geschiedenisboek’ in mijn hersenpan flink uitgedund en verre van volledig. Ik kreeg die burn-outs of zenuwinzinkingen toen ik 18 en 22 jaar was. Ik was dus nog jong. Echter, door de duizenden – misschien wel meer dan tienduizend – zeer zware paniekaanvallen die ik in 35 jaar tijd heb gehad alsmede door de chronische stress- en angststoornis kan mijn brein veel minder goed terugblikken dan voorheen. Natuurlijk wordt het geheugen bij de meeste mensen in de loop der jaren minder en zo’n sterk geheugen als mijn vrouw hebben maar weinig mensen (zeker op haar leeftijd), maar ik dien te constateren dat ik nog maar heel weinig informatie (gedetailleerd) kan opslaan.

Het zit ook wel een beetje in mijn familie. Mijn opa van moeders kant had geheugenproblemen en mijn moeder thans evenzeer. Mijn twee iets oudere zussen hebben evenmin een geheugen als een olifant. In de familie van mijn echtgenote komt geheugenproblematiek amper voor. Haar bloedverwanten hebben vrijwel allen een goed geheugen, en daar zitten toch ook mensen bij die een heel zwaar leven achter de rug hebben of die nog altijd een zwaar leven leiden.

Edoch, ik ken iemand die recentelijk zeer zware burn-outs heeft gehad en sindsdien aan acuut geheugenverlies lijdt. Dat duurt al twee jaar. Het lijkt er dan toch op dat langdurige stress bij sommige mensen en bij sommige burn out-patiënten tot geheugenproblemen leidt. Dat lijkt er niet alleen op, dat is zo. Mijn neurologe verwoordde het als volgt: “Mogelijk ligt het niet aan je geheugen, maar aan de mate waarin je in staat bent je te kunnen concentreren. Als je je niet goed kunt concentreren, sla je automatisch minder gegevens in je hoofd op. Dat je je mogelijk niet meer zo goed kunt concentreren, kan komen door de stress en door het piekeren. Het is tevens mogelijk dat je brein door alle trauma’s minder goed functioneert. Met de structuur en de fysieke gezondheid van jouw brein is op een granuloom in jouw hersenkamer na niets mis – integendeel zelfs, maar het is mogelijk dat door alle stress bijvoorbeeld jouw pijnappelklier minder goed functioneert.”

Dat is te onderzoeken via functionele MRI-scans, maar dergelijke onderzoeken worden niet heel veel gedaan en meestal alleen in academische ziekenhuizen verricht. Dergelijke onderzoeken kunnen iets aantonen, maar dat wil niet zeggen dat er dan ook een medicijn of behandeling is om de kwaal te verhelpen.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Corona-beleid (2)

We namen plaats op het buiten-terras. De ober plaatste een trolley/bijzettafeltje op wielen tussen ons tafeltje en hemzelf. De bestelde drankjes en viltjes zette en legde hij op de trolley. “Dit is wat veiliger vanwege corona,” zei hij. Blijkbaar zagen wij er ziek uit, want tussen hem en de andere terrastafels waaraan mensen zaten, plaatste hij niet zo’n metalen bijzettafeltje. Hun drankjes en borden zette hij gewoon op hun tafel neer, voor hun neus. Ik weet dat ik er door mijn hangende oogleden niet vitaal uitzie, maar is dat een reden om me van corona te verdenken? Of boezemde het Aziatische uiterlijk van vrouwlief hem angst in? Pas op voor de Chinezen!

Telkens als een gezelschap vertrok en een tafeltje vrijkwam, werden de gebruikte stoelen en de tafel met een soort vaatdoek afgewassen. Steeds hetzelfde doekje, volgens ons. En de ober nam tussen het schoonmaken en het bedienen en afrekenen door niet de tijd om zijn handen te wassen.

Nu hoeft dat voor mij ook niet. Ik doe niet mee aan al die angsthazerij en aan die overdreven hygiëne-maatregelen. Maar het gaat mij erom dat het corona-beleid van de overheid maar ook in de horeca totaal niet consistent is en eigenlijk nergens op slaat. Het is belachelijk.

Voordat we op het terras plaatsnamen, hadden we ergens een ijsje gegeten. Een heel smal paadje leidde naar de verkoop-vitrine van de ijssalon. Dit smalle paadje was doormidden gedeeld: op de rechterhelft van het paadje stond een gele pijl richting ijssalon en op de linkerhelft een gele pijl naar de uitgang die tevens ingang was. Je passeerde elkaar daar dus echt schouder aan schouder, en twee mutsen konden blijkbaar geen pijlen ‘lezen’ want die liepen tegen het verkeer in.

Het meisje dat onze hoorntjes klaarmaakte, pakte de hoorntjes met de blote handen vast en overhandigde die ons gewoon in onze hand waardoor onze vingers elkaar raakten. Prima, ik heb er geen enkel probleem mee, maar het geeft alleen maar aan hoe absurd die corona-gekte is en hoe groot de schijnveiligheid is. Al die stomme maatregelen zijn puur voor de bühne!

Overigens moest ik op het eerder genoemde terras aan het water lachen toen ik me afvroeg wie in een piep-toeter (zoals op een kinderfiets) zat te knijpen. Maar het bleek een ‘seresnavel’ te zijn van een watervogel…

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Corona-beleid

“Mogen we naar binnen?”

“Natuurlijk mevrouw, binnen in ons restaurant is plek zat.”

“Dus we mogen doorlopen?”

“Ja, als u de pijlen op de vloer van ons terras volgt, dan komt u vanzelf in ons restaurant.”

“We wilden eigenlijk buiten eten, of kan dat niet?”

“Zeker, dat kan ook, maar ik dacht dat u binnen wilde plaatsnemen.”

“Nee, met 31 graden?! Ik bedoelde of we naar binnen mochten, omdat we hier voor dit touw moesten wachten.”

“Oh, nu begrijp ik het. Vanwege corona zorgen we dat het niet te druk wordt, maar u kunt gewoon op het terras plaatsnemen. Ik zie dat er nog één tafeltje van de 25 vrij is, dus dat komt goed uit.”

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zegetocht op het zadel

“Zelfs op een gewone fiets met drie versnellingen, de oude fiets van zijn schoonvader, racet Roland Danckaert alle concurrenten voorbij. Moet je nagaan, op een gewone fiets! Zie hoe hij zelfs bergop e-bikers voorbij vliegt alsof ze stilstaan, alsof ze achteruit trappen en de wind hen terug blaast! Ze hebben hem alleen maar langs horen suizen en niet gezien. Geen moment hebben ze hem voorbij zien komen. Ze voelden alleen maar de wind van zijn snelheid. Wat een toonbeeld van kracht! Als Roland Danckaert zijn bovenbeenspieren aanspant en kracht zet op de pedalen, dan kan niemand hem nog volgen. Hij heeft de e-bikers ver achter zich gelaten. Wanneer hij over zijn schouder achterom kijkt, ziet hij alleen maar leegte. De anderen zijn in geen velden of wegen te bekennen. Zag je hun gezichten toen Danckaert voorbij raasde? Je zag ze denken: ‘Dit kan niet! Dit is niet mogelijk!’ Zag je hoe ze met hun fiets begonnen te klooien, omdat ze dachten dat er iets mis was met hun materiaal? Door de enorme snelheid van Danckaert dachten ze dat ze niet vooruit kwamen, dat hun accu kapot was of dat hun e-bike half op de rem stond. Danckaert heeft het weer geflikt. Weer een koers gewonnen. Op een gewone fiets, dames en heren. Op een gewone fiets!”

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Elke liefdesverbintenis is een (kern)fusie

Zij is een chemieconcern, ik ben een chemieconcern en we zijn gefuseerd…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen