Media berichten summier over onbetrouwbare politieke partijen

Eigen Risico.

Een nieuw kabinet is nog niet eens gevormd of de politieke partijen die mogelijk gaan regeren, breken alweer hun verkiezingsbeloften. En daar hoor ik de (in mijn ogen steeds rechtser wordende) media nauwelijks tegen ageren. Het CDA en de ChristenUnie hadden tijdens de verkiezingscampagne beloofd dat ze het verplichte Eigen Risico van de zorgverzekering zouden verlagen, maar stemden vorige week tegen een voorstel van de SP om alvast 100 euro van de verplichte zorgkosten af te doen. Hoe je ook over dit plan denkt, het gaat me er thans vooral om dat de twee christelijke partijen hun principes nu al overboord gooien. De VVD lijkt alle macht te hebben, want alle andere drie denkelijke coalitiepartijen gaan ineens mee in het voornemen van de Rutte-clan om het Eigen Risico zowaar te verhogen tot 500 euro en om de bonusregeling voor bankiers te versoepelen, terwijl tijdens de crisis bijna iedereen vond dat het maar eens afgelopen moest zijn met het graaien.

Verongelijkt ben ik niet alleen over het zwenken van de politieke partijen maar tevens over het gegeven dat veel media – inclusief Dagblad De Limburger aan wie ik deze brief aanvankelijk had gericht – daar niet, nauwelijks of heel mild over bericht(t)en!

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Hypocriete bank?

ABN Amro stopt op aandringen van de schatrijke Hartstichting met investeren in de tabakssector. Volgens de bank is de kernactiviteit van de tabaksindustrie niet meer verenigbaar met de kernwaarden van de financiële dienstverlener.

Stress, drugs, alcohol, zout, suiker, chips, patat, luchtverontreiniging, een te hoge werkdruk, eenzaamheid, ouderdom (dementie), werkloosheid, de enorme kloof tussen arm en rijk… Het is allemaal ongezond en ziekmakend, maar de heksenjacht is vooral geopend op de tabaksindustrie, omdat roken gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.

Ik ben geen roker, maar volgens mij verschaft roken heel veel mensen genot en gezelligheid. Dat het slecht is voor de gezondheid… tja, stop dan maar met leven! Leven is sowieso slecht voor de gezondheid. Leven is gevaarlijk. Je gaat er dood aan, wist je dat?! Schaf dus alle geboortes maar af. Stop met de productie van fietsen, auto’s, scooters en lucifers, want dat voorkomt verkeersongelukken en brandgevaar.

Ik vind het allemaal zo eenzijdig, subjectief en hypocriet, die tirade tegen de tabaksindustrie. En al helemaal wanneer een bank net gaat doen alsof ze zich bekommert om de mensheid. ABN Amro stopt natuurlijk niet met het spekken van de tabaksindustrie vanwege het algemeen belang, maar om het eigen imago op te poetsen en om de miljoenen van de Hartstichting te beheren. Het is gewoon een zakendeal.

Ik las trouwens dat de bank toch al niet zo heel veel bemoeienis had met de tabaksindustrie, dus het is niet zo dat de bank afhankelijk was van de sigarettenfabrikanten. Een bank is nooit (helemaal) onbaatzuchtig en altruïstisch.

ABN Amro zou andere banken hebben opgeroepen om hetzelfde te doen. Nou moe, sinds wanneer is deze bank het meest moralistische jongetje van de bankensector?! Ik heb er sowieso een hekel aan wanneer iemand (eindelijk) een goede beslissing neemt en dan meteen van anderen verlangt onmiddellijk dezelfde keuze te maken. Zo van: ‘ik ga lijnen, nu moet jij ook op dieet’. Ik vind het allemaal zo onzuiver als de pest. Hypocriet.

We weten allemaal dat de banken mede de financiële crisis hebben veroorzaakt, dat menige bank de wapenindustrie sponsort, dat tal van banken crimineel geld beheren en dat bankmensen – vooral aan de top – dikwijls in opspraak komen vanwege graaien, mega-bonussen, betrokkenheid bij corruptie en fraude. Dus laat me niet lachen.

Ik geloof helemaal niet in de goede wil van ABN Amro en andere banken, en al helemaal niet in de morele zuiverheid van hun topmensen. Het blijven banken en topbankiers. Die doen het vooral voor het geld en ter meerdere welvaart en glorie van zichzelf. De strategieën van de financiële instellingen en de banktoppers hebben heel weinig te maken met pure principes. Er zit altijd een materialistisch en commercieel motief achter.

De wereld wemelt van dit soort types en instanties. De mensheid bulkt van dit soort aasgieren en gladde alen. Ook binnen de tabaksindustrie. Het is dus helemaal niet zo dat ik medelijden heb met de toppers in de tabakssector. Wel met de vele onderbetaalde werknemers die hun baan verliezen doordat tabak op de dodenlijst staat.

En nogmaals: zoveel is heel erg gevaarlijk en slecht voor ons. Maar we zijn heel selectief als het gaat om welke ziekmakers en gevaren we het stevigst aanpakken.

Onderwijl doen we alles aan om langer te leven, maar ondertussen piepen de politiek, zorgverzekeraars en zorgverleners dat ze de gezondheidszorg en zorg voor al die oude mensen niet kunnen (en eigenlijk niet willen) betalen, terwijl de toenemende ouderdom vooral zal gaan leiden tot onnoemelijk veel dementie-patiënten.

Laten we ons er nou maar gewoon op toeleggen dat we een beetje solidair, gezellig, vredig, sereen en menselijk leven. Hoe lang we het volhouden, is minder interessant. Het gaat niet in de eerste plaats om de duur als wel om de kwaliteit van ons leven. Genieten en elkaar helpen, daar zou het om moeten gaan.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bloed prikken

Vandaag moest/wilde ik mee met iemand die bloed diende te laten prikken. Het ziekenhuis is een plek waar ik me steevast op slag terminaal ziek ga voelen, ook als ik zo-even nog kiplekker was. Het oude gedeelte van het ziekenhuis in Roermond is bovendien net zo gezellig als een strafkamp in Siberië (daar heb ik ooit gezeten vanwege de smokkel van communistische wolvenmutsen naar Zuid-Korea) en net zo modern als het Eurovisie Songfestival van 1954 (precies, toen was dat festival er nog niet, kun je nagaan hoe oubollig!), dus dat is een plek waar ik sowieso ontstellend slap en geeuwerig word.

De afdeling ‘bloedprikken’ doet er denken aan een oud Tsjechisch grenskantoor. Er is niets gedaan om die plek een beetje gezellig te maken. Geen muziekje, geen leuke kunst aan de muur, geen leuke kindertekeningen of mooie foto’s aan de wand… Het is één grote horror-experience. En dan overdrijf ik niet eens! De behandelkamer van mijn tandarts is nog gezelliger en sowieso frisser, echt waar!

Er zullen in dat hospitaal heus allemaal heel bevlogen en lieve mensen werken, maar als briljante, uitblinkende arts wil je daar niet zitten, met als gevolg dat de patiënt het volgens mij moet doen met de medische middelmaat. Maar dat is slechts mijn indruk en beleving. Dit is geen journalistiek, wetenschappelijk stukje, meer een column. Om een juridisch proces van het ziekenhuis te voorkomen (iedereen maalt alleen maar om imago en reputatie), zal ik dan maar schrijven dat ik aanneem dat er de beste artsen van de wereld werken en dat dit ziekenhuis bij de top 10 van de wereld staat.

Hoe dan ook, als je als Roermondenaar ziek bent, dan ben je blij dat/als je er geholpen wordt. In het hooggebergte van Nepal ben je beslist slechter af. Het kan niet overal – niet in elk ziekenhuis – Houston zijn.

Nou goed, daar zaten we dan in de wachtruimte – een mortuarium is erbij vergeleken ronduit feestelijk – te wachten totdat mijn gezelschap aan de beurt was om geprikt te worden. De prikklok ging zenuwslopend langzaam. Het ging niet vlot, ondanks die ene blonde, vlotte verpleegster wier buisje ik dolgraag had willen vullen, maar dan met een andere lichaamssubstantie (het is gewoon geil weer).

Twintig wachtenden voor (onder) ons, voornamelijk stokoude mensen die eruit zagen alsof Magere Hein hen al had bijgeschreven op zijn palmares. Eén jong, spichtig, bruinharig, aantrekkelijk grietje van wie mijn (vanwege het ergerniswekkende wachten) kokende bloed sneller ging stromen. Maar waarschijnlijk vond ze me te jong voor haar, want ze zag me niet zitten. Ze had meer belangstelling voor de pas echt oude mannetjes, de mannetjes die een moord zouden doen voor de maat van mijn prostaat en mijn grijze haren. Het meisje deed verleidelijk vriendelijk tegen die bejaarde boys. Een heritage-digger? Nou, ik wenste even dat ik zo oud was en haar aandacht kreeg. Ze zou al mijn schulden mogen erven!

Vanuit een van de prik-hokjes hoorden we een kind krijsen alsof het opnieuw werd geboren. Zou de dienstdoende verpleegster er rebirthing-therapie bijdoen? Of zou geprikt worden, kunnen leiden tot een wedergeboorte-ervaring? ‘Doe niet zo kinderachtig’, dacht ik, maar toen besefte ik dat een kind moeilijk anders kan. Bovendien krijs ik zelf ook zo wanneer ik een langpootmug zie, op tv (als ik er een in het echt zie, dan ga ik half- of driekwartdood van paniek en snel ik naar de huisartsenpost).

Naast me zat een vrouw die een bril droeg waarvan één glas was afgeschermd met een donkere klep. Met haar goede (?) linkeroog probeerde ze me voortdurend gade te slaan. Kennelijk sprong ik in haar oog. Ik zat links van haar, dus ze moest als een uil haar hoofd draaien om mij waar te kunnen nemen. Dat deed ze dan ook. Dat mens was pijlsnel geëvolueerd tot uil: door haar zwakte (blind aan één oog) had ze in recordtempo een roterend hoofd en elastieken nekspieren ontwikkeld. Moeder Natuur kan alles!

Tussen al die oude, bijna stervende mensen werd ik ineens heel erg bang voor de dood, en ik ben toch al geen fan van het levenseinde, zelfs niet als ik zelfmoord zou plegen, hetgeen ik in de toekomst beslist niet uitsluit, afhankelijk van wat het leven nog meer voor rottigheid voor me in petto heeft. Ik voelde me daar in die Moskouse martelkamer van de tegenstanders van Poetin het ziekst van allemaal en waarschijnlijk was ik er inderdaad daadwerkelijk het allerslechtst aan toe van iedereen. Ik zat sowieso alweer stilletjes, anoniem en ongezien te vechten met mijn pleinvrees, aanvallen van duizeligheid en uitputting. Het leven is een tragedie in optima forma. Als je net doet alsof het mooi is, dan lijkt het nog heel wat.

Ik vroeg me af waarom deze patiënten op de prikpoli zaten, want ze zagen eruit alsof ze geen druppel bloed meer in zich hadden. Ik denk dat de verpleegsters het bloed er echt hebben moeten uitpersen en wringen bij de meesten, zoals je de hals van een lege fles ketchup al schuddend wurgt om er nog een druppel heerlijkheid uit te krijgen. Ik eet overal ketchup bij of eigenlijk eet ik van alles bij mijn ketchup, dus ik sta dagelijks flessen ketchup te killen.

Ik stelde me voor hoe de oude mevrouw met dat ene blinde oog of geblindeerde brillenglas in haar arm werd geprikt en dat er heel erg langzaam één druppeltje bloed, haar allerlaatste druppeltje bloed, uit haar arm kroop, in het buisje gleed en halverwege het plastic bleef steken.

Drie kwartier moesten we wachten totdat mijn gezelschap aan de beurt was. Er waren drie bloedprikkers. Dus iedere patiënt was gemiddeld zes minuten bij de verpleger met de naald en de buisjes. Waarom was mijn gezelschap dan maar 3 minuten weg (bij het prikken)? Dat is the story of my life: de mensen voor me, in welke rij dan ook en bij welk loket, welke receptie en welke kassa dan ook, hebben altijd veel langer werk dan ik (wij). Hoe kan dit? Het is dus geen toeval meer! Ik heb geprobeerd of ik dit met positief denken kon veranderen, maar het werd juist erger, zoals ook altijd alles erger werd als ik tot God bad. Bidden was schadelijk voor me! Gevaarlijk zelfs! Had kwalijke gevolgen!

Ik hoop dat ik nooit in het ziekenhuis terechtkom voor een opname. Ik ga nog liever dood!

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Dat ironische leven

Marij leefde vanaf haar negentiende levensjaar in de steenkoolmijnen van haar gemoed. Ze was depressief. De longen van haar humeur zaten vol met kankerverwekkende stoffen. Van binnen was ze roetzwart, alsof ze op een afbrandende tabaksplantage van 100 hectare had geslapen.

Waarom Marij under down was, wist ze niet. Geen moeilijke jeugd, geen familieleden met dezelfde ziekte, geen trauma, niets van dat alles. Maar alles van het niets brak haar kennelijk op.

Veertig jaar lang leefde Marij iedere dag met polsen doorsnijden-scenario’s.

Haar zestigste levensjaar genas haar van haar gemoedsstoornis. Twee dagen na haar verjaardag was Marij plotseling niet depressief meer. Ze had weer energie voor tien alsof ze op een gasbel leefde. Er was geen verklaring voor haar stoornis, en evenmin voor haar beterwording.

Maar Marij is afgelopen zaterdag overleden, een dag voor haar 61ste verjaardag. De verjaardagstaart stond al in de koelkast, maar moet worden vervangen door een rouwcake. Een hartstilstand op het strand. Ze was – toen het gebeurde – op het zand aan het wandelen met Coco, haar labrador die uitgezaaide urineweg-kanker had en die ze morgen had moeten laten inslapen. Coco is de volgende dag overleden: het verdriet vanwege de sterfte van haar baasje was de envelop met postzegel om de rouwkaart van haar kanker.

Marij overleefde vier decennia aan zelfmoordneigingen en drie mislukte ‘ik-maak-dat-ik-hier-wegkom-pogingen’. Tijdens haar ziekte boemelde ze door, over het roestige spoor van het mechanische, onpartijdige leven dat altijd onaangenaam en aangenaam weet te verrassen, mits het grillige, onvoorspelbare en onberekenbare leven – dat net zo goed dikwijls futloos en fantasieloos is – daar zin in heeft.

Edoch, haar genezing van de depressie overleefde ze niet. Haar hart was gewend aan vier rouwkamers, niet aan vier feestzalen. Marij’s rikketik trok haar gedaanteverandering niet. Als je het ritme kwijt raakt, dan loopt je uit de maat en dan val je er heel snel buiten. Het is een van die flagrante wetten en ironieën van het bestaan.

Haar liefdesbrief aan stalkshow-host Eva Jinek was nog niet af…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Werkkansen

Reeds tijdens mijn HBO-opleiding ‘Journalistiek’ werkte ik als redactioneel-journalistiek medewerker voor De Limburger (sport) en het tijdschrift Voetbal International. Na de School voor de Journalistiek kreeg ik mijn tweede zware (zenuw)inzinking waardoor ik een tijdlang – een jaar of twee – doodziek en werkloos ben geweest en met onder andere straatvrees aan huis gekluisterd zat. Toen ik mijn vrouw leerde kennen, krabbelde ik een klein beetje op, genoeg om me – weliswaar met hangen en wurgen – op de arbeidsmarkt nuttig te maken.

Mijn schoonouders vonden het maar niks, dat hun dochter thuiskwam met een zieke, werkloze jongeman, een wannabe dichter. Vooral mijn schoonmoeder liet dat duidelijk merken. In het Engels zeggen ze: She gave me a hard time.

Als vader van twee kinderen begrijp ik de zorgen van mijn schoonouders toentertijd. Plus: je houdt van je kind, en niet 1-2-3 van zijn of haar partner. Dat die geliefde werkloos en/of ziek is, vind je dan niet of niet in eerste instantie zielig of erg voor hem, maar slechts en ronduit kwalijk en bedreigend (voor het geluk en de welvaart van je eigen kind).

Maar zelf zou ik wél het gesprek (willen) aangaan met de (potentiële) minnaar (v/m) van mijn kind en hem/haar en zijn/haar situatie willen leren kennen en begrijpen. Bovendien vind ik iemands inborst het allerbelangrijkste, inclusief de intenties. Okay, de instelling is eveneens van belang. Ook ik heb een bloedhekel aan negatieve en/of luie mensen.

Het is nu, na al die jaren, allemaal ‘water under the bridge’, maar het was pijnlijk voor me dat mijn schoonmoeder in mijn bijzijn een rijke Chinees aanprees voor haar dochter. Om maar een voorbeeld te noemen. Ik had het al zo moeilijk gezien mijn stress-stoornis en sociale en maatschappelijke situatie, en ik deed zo mijn best. Ik was totaal van goede wil, en was al zo ontzettend dol op haar jongste kind. Alles wilde en zou ik doen om haar gelukkig te maken, te steunen, te helpen groeien en goed te behandelen…

In mijn ziekte en strijd zijn mijn schoonouders nooit echt geïnteresseerd geweest. Werken, geld verdienen en vriendelijk en gehoorzaam tegen hen doen, waren belangrijker dan mijn/ons leed en strijd om beter te worden. Maar nogmaals, ergens begrijp ik het wel: als ouder is je enige belang dat je kind een goede en mooie maar ook welvarende toekomst heeft. En de nieuwkomer is meestal slechts een nieuwkomer.

Dus: beslist geen verwijten, slechts constateringen, en een reconstructie vanuit mijn oogpunt. Het is prima tussen mijn schoonouders en mij. Ik respecteer hen zeer en ik geloof dat ze mij ook waarderen, al spreken we dat nooit zo naar elkaar toe uit. We hebben een goede band, maar geen warme band met elkaar. Mijn vrouw heeft op haar beurt helemaal geen band met mijn moeder. Van de kant van mijn vrouw klikt het niet. Ik kan het wél opbrengen om moeite te doen voor een enigszins goede verstandhouding en vriendelijke conversatie met haar ouders.

Welnu, de druk voor mij om geld te verdienen, werd groter, teneinde mijn schoonouders en vrouw gunstiger te stemmen en te bieden waar ze zoveel belang aan hechtten. Nog helemaal niet fit, ging ik in de fabriek staan. Zwaar werk. Bouwstaalmatten maken. Fysiek zwaar, maar vooral geestelijk. Eentonig. En weinig collega’s van mijn geestelijke, intellectuele ‘niveau’. Dankzij een lieve, vriendelijke Turkse collega hield ik het een maand of drie vol. Daarna was ik op. Kapot. Nog meer kapot. Ga maar na: met een burn-out en stress-stoornis zulk zwaar werk doen, vereist een top-mentaliteit en topprestatie. Ik ben altijd een streber en doorzetter geweest. Ik heb me altijd willen bewijzen. Ik heb altijd overal mijn stinkende best gedaan.

Toen ik in die fabriek werkte, was er meer respect voor me in het schoonouderlijk huis. Dat merkte ik. Of nog niet eens meer respect. Hun dochter had tenminste iemand die wilde werken en geld verdiende. Dat stelde mijn schoonvader en schoonmoeder wat geruster, denk ik. Maar ja, na drie maanden in die fabriek was ik dus weer werkloos. Dat was niet goed. En ik had een vakantie naar Amerika vlak voor vertrek afgezegd, omdat ik voelde dat ik het niet zou trekken met mijn symptomen. Dat viel niet in goede aarde bij mijn vrouw (toen nog mijn verkering) en haar ouders, al hebben ze nooit ergens heel nadrukkelijk heel erg een punt van gemaakt en me nooit iets nagedragen. Ze deugen. Heel erg. We gaan zo nu en dan zelfs samen met vakantie en dan hebben we het onderling fijn.

Via het Arbeidsbureau vond ik een baantje bij de kabelkrant van Limburg. Ik was toen ongeveer 25 jaar. Uit de beroepskeuzetest die ik had gemaakt, bleek dat ik taalkundig minder sterk was dan men had verwacht van een ex-student ‘Journalistiek’, maar de hoofdredacteur van de kabelkrant vond mijn stukjes voor de krant (sport) taalkundig sterk, creatief en leuk. Hij beloofde dat het op de redactie van de kabelkrant een gezellige boel was. Het werd evenwel geen succes. Ik verveelde me op de werkvloer, had moeite met de technische handelingen die vereist waren bij het inscannen van foto’s (en maakte daarbij ernstige fouten) en ik vond de hoofdredacteur helemaal niet zo gezellig.

Na een jaar kreeg ik na een ruzie met de hoofdredacteur mijn ontslag. Uiteindelijk krijg ik meestal met bijna iedereen buiten mijn gezin en familie ruzie of onenigheid. Ik reageer altijd heel emotioneel als ik meen dat me onrecht is aangedaan en die emotionele reacties zetten kwaad bloed bij anderen. Ik ben niet zo goed in toneelspelen om de lieve vrede te bewaren.

Ik solliciteerde bij het weekblad ‘Story’ en de toenmalige homoseksuele hoofdredacteur trok me aan. “We zullen jou eens gaan spekken,” beloofde hij me financiële voorspoed middels veel opdrachten. En hij hield woord. Ik kreeg veel opdrachten en de hoofdredacteur was heel aardig voor me. Regelmatig verbleef ik op kosten van het tijdschrift in een hotel in Amsterdam, zodat ik de afstand Limburg-Amsterdam niet steeds (per trein) hoefde te overbruggen.

In die tijd had ik nog geen rijbewijs. Ik heb het roze papiertje pas gehaald toen ik 27 was. Ook de rijlessen en het rij-examen vergden ongelofelijk veel van mijn krachten door de symptomen van mijn stress-stoornis en uitputting. Ik heb zelfs twee rijscholen tussentijds verlaten, omdat ik het niet meer trok. Daarna had ik geluk met twee heel rustige, ontspannen en leuke rij-instructeuren bij wie ik me meer op mijn gemak voelde.

Af en toe pikte de toenmalige hoofdredacteur van Story me op met zijn BMW en bracht hij me vanaf het hotel naar de redactie (en terug). Ik ben zelfs een keer bij hem thuis geweest. Volgens mij vond hij me leuk. Aantrekkelijk. En hoopte hij dat ik me zou bekeren tot de herenliefde. Zoveel (zogenaamd) heteroseksuele mannen gaan om als ze het eenmaal met een man hebben gedaan. En ik BEN bi-seksueel. Ik ben al duizend keer verliefd en geil geweest op meisjes en vrouwen, en maar een paar keer op een jongeman, maar ik ben dus niet helemaal honderd procent hetero. Ik ontmoet weinig mannen die ik aantrekkelijk vind en veel vrouwen die ik heerlijk vind, dat is het enige verschil.

De hoofdredacteur heeft nooit wat bij me geprobeerd. Een van zijn fotografen wel. Die vroeg een keer of hij met me mee mocht naar mijn hotelkamer. Even daarvoor had iemand me verteld dat die kiekendief alles en iedereen neukte. Ik wees hem af. Niet mijn type. Bovendien ben ik trouw.

De hoofdredacteur had lang een zwak voor me. Maar toen ik eenmaal was getrouwd, veranderde zijn houding en verloor hij zijn interesse en belangstelling voor me en pamperde hij me minder (minder opdrachten, minder vriendelijke houding). Bovendien kwam hij zelf ter discussie te staan in die voor hem ook moeilijke tijd.

SHOWBIZZVERSLAGGEVER

Opeens deed ik dus roddeljournalistiek. Zoog ik op verzoek van de hoofdredactie verhalen uit mijn duim zonder de BN-ers te hebben gesproken. Ik vervaardigde op aanraden van de hoofdredacteur heel veel knipselverhalen: citaten van BN-ers in interviews met andere bladen en programma’s verwerkte ik dan in mijn artikelen. Dat is heel makkelijk en heel snel geld verdienen.

Maar de strategie van de roddelbladen is nochtans dat je zoveel mogelijk sterren zelf te spreken krijgt en op basis van die interviews een goed verhaal maakt. Een beetje aangedikt misschien en met een pakkende kop, maar zonder onwaarheden. Okay, de roddelbladen maken tevens verhalen op basis van informatie van tipgevers, maar ook dan is het doel om de BN-er in kwestie zelf om een reactie te vragen. Echter, heel veel A-sterren werken nooit mee, en dan schrijf je het verhaal toch. Zo gaat dat. Vandaar die knipselverhalen en duimzuig-verhalen.

Ik vond het gezellig op de redactie, ik was goed in mijn werk en ik verdiende prima. Het werk stond me op zich niet tegen. Maar ik schaamde me er wel voor. Ik kreeg vaak negatieve reacties als ik zei dat ik voor een roddelblad schreef. Veel mensen vinden dat toch iets oneerbaars. Als mensen aan me vroegen wat ik deed, dan zei ik eerst altijd dat ik freelance journalist was. Natuurlijk vroeg iedereen vervolgens voor welke media ik dan schreef. En dan zei ik, mezelf excuserend en met het schaamrood op de kaken, dat ik voor Story werkte.

Zelfs als een enkeling wel enthousiast reageerde, schaamde ik me nog voor mijn werk. Want ik vond en vind het zelf eigenlijk ook niet zo fraai om ongevraagd over privé-levens te berichten, en al zeker niet op een gemene manier. Tegelijkertijd was ik fanatiek en goed in mijn vak. Pas jaren later ben ik het werk geheel op mijn eigen wijze gaan doen: positiever en met meer respect voor de BN-ers.

Nog altijd was en ben ik niet gezond. Ik werkte dan wel, maar het mezelf op de been houden, kostte met al mijn kwalen en symptomen enorm veel kracht. Bij de bladen had ik echter de leukste en liefste collega’s. Leuke, eveneens bereisde, ruimdenkende en warme collega’s. Heel anders dan op de mannen- annex sportredacties en dan bij de kabelkrant. Niet dat ik daar vervelende collega’s had, maar bij de bladen was de onderlinge sfeer – zolang die goed was en er geen rat tussen zat (zodra er een rat kwam, werd alles verpest) – heel erg prettig, gezellig, collegiaal en leuk (ondanks de jaloezie die er wel degelijk was als je meer artikelen geplaatst kreeg en meer verdiende).

Ik heb veel leuke dingen beleefd. Ben met André Rieu naar Monaco geweest, ik was (undercover) bij de viering van de vijftigste verjaardag van André van Duin in het Lido in Parijs, ik mocht het Eurovisiesongfestival in Birmingham (1998) bijwonen en ik heb heel veel mooie, bekende vrouwen mogen interviewen, met veel leuke, mooie dames en enkele heel sympathieke kerels samengewerkt en een paar idolen van mij ontmoet, onder wie Robert Long, Jos Brink, Cor Bakker en vooral Rob de Nijs. Ik heb zelfs prins Pieter van Vollenhoven een keer mogen interviewen.

Sommige sterren hadden vanwege vileine artikelen van mij een bloedhekel aan me, maar van onder anderen Vader Abraham (Pierre Kartner), Jos Brink, Paul Jambers, Christine van der Horst en Hans Kazan kreeg ik complimenten vanwege mijn interview- en schrijfstijl.

Zelf vond ik het natuurlijk ook fijn dat ik tamelijk goed verdiende. Als freelancer had ik voortdurend een wisselend inkomen, maar er waren maanden bij dat ik 6000 euro bij elkaar had geschreven. Op dat moment waren mijn schoonouders natuurlijk evenzeer opgelucht en verheugd. Hun dochter leed in elk geval geen armoede en was dan toch niet met een klaploper of mislukking getrouwd.

Zeven jaar geleden ging het evenwel mis. Ik verloor mijn enige journalistieke opdrachtgever en al die jaren waarin ik mijzelf met al die stoornissen en symptomen op de been had gehouden, eisten hun tol. Daardoor ben ik thans noodgedwongen huisman.

Als het niet gaat zoals je wilt, dan moet je je maar schikken naar hoe het gaat.

Gelukkig heeft vrouwlief een redelijk goede baan en redden we het met haar loon. Het huisvaderschap heeft beslist voordelen: ik trek iedere dag met de kinderen op, krijg dus veel van ze mee en eigenlijk voel ik me in mijn rol als bloggende huisman uitstekend, al zal ik waarschijnlijk nooit meer genezen. Door mijn traumatische jeugd en de uitwerking van die jeugd op mijn gezondheid (plus die ijzeren vicieuze cirkel) ben ik te kapot om ooit nog te kunnen genezen. Met een stress-stoornis is iedere verse, nieuwe stress een atoombom-ramp. En stress is er altijd. Er zijn altijd moeilijkheden, zorgen, angsten, problemen: is het niet om en van mij dan wel om de toestand in de wereld of vanwege gezinsleden en familieleden.

Wel slaag ik er met de hulp en liefde van vrouwlief in om de schade zo beperkt mogelijk te houden en er het beste van te maken.

Zo is mijn leven nou eenmaal gelopen. Het is zoals het is. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Als je niet krijgt wat je wilt, dan moet je maar genieten van wat je wél hebt.

Ik kan niet vaak genoeg herhalen dat het leven wat mij betreft vooral een tragedie en een uitermate moeizame exercitie is. Er gaat altijd weer wat fout en het loopt met ons allemaal fout af. Veel mensen hebben geen goede inborst, zijn lui en middelmatig, hebben gemene of dominant-vervelende trekjes en zijn puur egoïstisch. Ik ervaar het bestaan nou eenmaal als een ongelijke en vaak onaangename strijd. In wezen vind ik het verschrikkelijk, afschrikwekkend en mensonterend allemaal. Alleen de dood al (mensen zien lijden en moeten missen) vind ik onverkwikkelijk.

Echter, ondanks deze ontluisterende conclusies blijf ik niet bij de pakken neer zitten. Heb ik nooit gedaan. Als kind al had ik het heel erg zwaar, maar ik ging gewoon door. Als mens moet je voortdurend allerlei onheil en onrecht door de vingers zien. Het helpt niet om erover te blijven piepen, je moet door. Je komt niet verder, als je niet gewoon doorgaat en als je niet van ieder moment iets probeert te maken.

Neem nou vandaag. Ik voel me weer broeierig en grieperig en heb al wekenlang last van tintelende vingertoppen en prikkelbare darmen, maar uit het urine- en bloedonderzoek blijkt dat ik lichamelijk (vermoedelijk) niets mankeer, althans, dat de oorzaken van mijn malaise niet puur lichamelijk zijn.

Graag had ik vandaag de wielrenfiets gepakt die ik niet heb en was ik vijftig kilometer gaan fietsen, maar dat zit er helaas niet in voor me, daar ben ik te verzwakt voor en te angstig.

Maar toen ik vanmorgen de deur opendeed van de slaapkamer van de kinderen (17 en 19) zag en voelde ik volmaakte vrede: twee slapende kinderen van wie je zielsveel houdt en met wie je een uitstekende band hebt. Daar geniet ik dan weer heel erg van. Ik geniet extra van de kleine dingen des levens, die zijn voor mij van aanvullend grote waarde. Een stukje Engelse mint-chocolade, een boterham met Amerikaanse bacon en gebakken ei, een mooie tenniswedstrijd op Wimbledon, een leuk gesprek…

Ik heb het net zo goed altijd jammer gevonden dat ik nog nooit van mijn leven op een brommer heb gereden. En ik betreur het dat ik niet gezond ben gebleven en geen glans-carrière heb kunnen opbouwen, met genoeg geld voor een bootje, een oldtimertje in de garage en een vakantiehuisje in het noorden van Spanje. Edoch, aan mij heeft het niet gelegen. Ik werd reeds tijdens mijn jeugd gesloopt en dat heeft tegen wil en dank zoveel sporen nagelaten, dat ik nu al dertig jaar dag in dag uit met mijn gezondheid sukkel en bijvoorbeeld niet zonder zeemansbenen of dronkemansbenen kan staan en lopen (de spanningen slaan heel erg op mijn benen en evenwichtsorgaan).

Echter, dat verandert toch allemaal niet door daarover te blijven kniezen. Ik schrijf er weliswaar heel vaak en uitvoerig over, omdat het mijn leven beïnvloedt en beheerst (logisch), maar ik zet wel degelijk de tering naar de nering door te genieten van de dingen die ik wél nog kan doen en door samen te zijn met de mensen die wél echt om me geven en ik om hen natuurlijk.

Werkkansen zitten er voor mij nooit meer in, zoveel is duidelijk. Dat is niet terecht, want ik kan – vanuit huis en met mijn interviewtechniek en schrijftalent – nog van grote waarde zijn voor een krant of tijdschrift, maar het stikt in de wereld (en in de mensen) van het onrecht en van de frustraties. Ik ben niet de enige met zo’n lot.

Ik denk nog weleens terug aan mijn telefonische interviews met majoor Alida Bosshardt, het toenmalige boegbeeld van het Leger des Heils. Ze vertelde me door de telefoon over haar verliefdheden en verlangen naar (mannelijk) gezelschap. Zo’n puur mens! Zo’n lief, onschuldig, onbaatzuchtig wezen! En wat was ze openhartig naar mij toe.

Ik heb de gave om mensen over zichzelf te laten vertellen, het diepste uit hen te krijgen. Zoals sommigen de lach aan hun kont hebben hangen, heb ik het in me dat mensen me snel persoonlijke dingen vertellen. Misschien doordat ik een vragensteller en luisteraar ben, meer dan een verteller en prater.

Ik krijg veel los van mensen. Niet door te zuigen, maar gewoon door hoe en wie ik ben, denk ik. Op de redactie vroegen ze zich wel eens af hoe ik het klaarspeelde dat ik zoveel privé-informatie aan mensen wist te ontlokken. Dan gooiden ze het op mijn zachte Limburgse accent en vriendelijke toontje. Maar ik denk dat het meer iets is wat ik van nature in me heb en bij mensen los maak. Ik heb er verder geen verklaring voor. Ik pas geen speciaal trucje toe, ik ben gewoon mijzelf.

ONRECHT BEANTWOORD IK FURIEUS EN ZONDER CONCESSIES

Maar mensen die me onrecht hebben aangedaan en die dat onrecht niet teniet doen en die zich niet verontschuldigen, zie ik en behandel ik als stront. Dan ben ik uitgesproken confronterend en boos. Dan kan ik het niet meer opbrengen om diplomatiek te zijn en te proberen via aardige en zalvende woorden nader tot elkaar te komen.

Dat komt mede, doordat ik heb ervaren dat mensen die je onrecht aandoen, in zo’n ‘verzoeningsgesprek’ meestal hun handen in onschuld wassen en willen toelichten waarom het helemaal niet zo onrechtvaardig is zoals ze hebben gehandeld. Ze doen zelden of nooit water bij de wijn en zien haast nimmer hun eigen fouten in. En als ik eenmaal ergens echt van overtuigd ben en weet dat ik werkelijk gelijk heb, dan laat ik me door niemand en niets ompraten of tot bedaren brengen.

Ik haat het wanneer mensen die je onheus hebben behandeld in een persoonlijk gesprek de zeilen willen gladstrijken zonder dat ze van plan zijn zelf ook maar een duimbreed toe te geven. Dat heb ik aan de hand gehad met de school van onze dochter, met het UWV en met enkele werkgevers. Als ik bespeur dat zulke mensen het onrecht dat ze hebben aangericht EN DE FOUTEN DIE ZE HEBBEN GEMAAKT niet willen en zullen toegeven, dan hoeft het voor mij niet meer. Dan kan ik in eerste instantie alleen maar heel erg furieus reageren en hen door het slijk halen om vervolgens te leren leven met het onrecht en zulke lieden volkomen te negeren. En door te gaan met mijn leven, met de onvermijdelijke vermoeienissen en met het gevecht om wat meer gezondheid, genot, plezier, geluk, liefde, humor, vriendschap en blijdschap.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

In een ei kruipen

Na mijn tweede grote (zenuw)ineenstorting – als gevolg van een traumatiserende, angstaanjagende en stressvolle jeugd – zocht ik – bij gebrek aan hulp door en aandacht van de reguliere geneeskunde – mijn heil bij alternatieve genezers. De (zogenaamd) paranormaal begaafde of spirituele (zelfbenoemde) therapeuten maakten mij wijs dat mijn lichamelijke, geestelijke en psychosomatische symptomen niet waren te wijten aan de jeugdervaringen, maar aan mijn vermeende (paranormale) gevoeligheid.

Via de alternatieve behandelaars kwam ik in aanraking met een wereld met een heilig geloof in karma, reïncarnatie, aura’s, geesten, chakra’s, engelen, kruidenthees, homeopathische middelen, genezende stenen en de kracht van positief denken. Net zo’n doldwaze, gestoorde, dogmatische en bekrompen wereld als de wereld van religies. Het alternatieve medisch circuit is een wereldje met heel eigen diagnoses waaronder voedselintolerantie, een te lage of te sterk wisselende bloedsuikerspiegel, een tekort aan vitamine B12, darmschimmels en dus die paranormale gevoeligheid. De religieuze gebedsgenezers hebben het dan over bezetenheid door de duivel.

De vaak geldzieke, zelfingenomen en twijfelloze alternatieve ‘clowns’ beweerden dat ik door mijn enorme gevoeligheid gevoelens, emoties, stemmingen en kwalen van andere mensen aanvoelde en zelfs overnam, onbewust. Volgens hen was mijn aura (energieveld) vervuild en gaf dat mijn klachten waaronder een burn-out, innerlijke onrust, paniek, angst, duizeligheid, stressonbestendigheid, een lage weerstand en een moeizaam en langzaam herstel na en verergering van alle kwalen na een geestelijke en/of lichamelijke inspanning.

De tips die de paragnosten, magnetiseurs en zogenaamde helderzienden me gaven: ik moest me voorstellen dat het water van een waterval en/of van de daadwerkelijke douche over me heen kwam en me zou reinigen, ik diende bomen te knuffelen en me daarbij in te beelden dat mijn negatieve energie via de wortels of bladeren zou wegvloeien en dat ik de kracht van Moeder Aarde via de wortels en de stam van de boom in me zou opnemen. Maar er waren meer tips: mensen rechts van me houden, omdat mijn rechterzijde energetisch sterker is (deze tip helpt enigszins!), me indenken dat ik word omringd door een rozenhaag, mijn handen afschudden (om de negatieve energie van anderen kwijt te raken) en me voorstellen dat ik in een ei zou kruipen en beschermd zou worden in en door de schaal.

Ik wilde erg graag beter worden en paste al deze tips heel streberig en consequent toe, jarenlang, gedurende decennia! Maar net zoals hun homeopathische middeltjes, zogenaamd geneeskrachtige stenen en kruidenthees me niet hielpen (integendeel), zo sorteerden de hierboven uiteengezette foefjes evenmin een gewenst effect. Eerder een negatief effect. Door het idee dat ik kwalen en stemmingen van anderen zou overnemen, dat mijn aura erdoor zou worden bevuild en dat ik mensen op afstand moest houden, werd ik banger voor (ziekmakende) mensen/gezelschap, kroop ik meer in mijn schulp én had ik er een waanidee bij, namelijk dat ik ziek zou zijn door de energie van andere mensen én dat ik zou kunnen genezen door het braaf opvolgen van de raad van de alternativo’s.

Inmiddels weet ik: ja, ik ben (hoog) gevoelig en voel stemmingen en sferen goed aan, maar nee, ik ben niet paranormaal begaafd en ik neem niet noemenswaardig ‘dingen’ van andere mensen over. De energieën van anderen zijn niet mijn ziekmakers. Mijn hoog gevoeligheid evenmin. De stress, angsten, paniek, spanningen en trauma’s en het gebrek aan bescherming, harmonie, veiligheid en emotionele rust tijdens mijn HELE jeugd (tot en met mijn bijna 28ste levensjaar toen ik het huis uit ging) zijn de oorzaken van mijn misère, alsmede de negatieve spiraal van (huidige) spanningen-symptomen-spanningen.

Eigenlijk wist ik dat destijds ook al. Ik merkte dat ik weinig of geen baat had bij de alternatieve therapeuten, hun behandelingen en ‘geneesmiddelen’, maar de behandelaren waren er heel erg goed in om heel zeker (van hun zaak) over te komen, de schuld van hun falende therapie mij neer te leggen en patiënten zoals ik te overbluffen en aan het lijntje te houden (en zo hun zakken te vullen). Daarbij gaf de reguliere geneeskunde niet thuis. En ik moest toch iets! Ik was toen nog heel volgzaam, passief, onzeker en had een erg zwak ego.

Het ging pas weer wat beter met me toen ik de alternatieve therapieën staakte en afzwoor en mezelf ging helpen. Ik ging zelf nadenken en analyseren en werd zelf mijn beste therapeut, terzijde gestaan door mijn eeuwig steunende vrouw. Ik veranderde mijn leefpatroon dusdanig dat er meer plaats kwam voor dagelijkse ontspanning, genieten en rust. Ik leerde mezelf de problemen in de wereld en van anderen minder aan te trekken. Ik ontdekte de weldaad (voor mij persoonlijk) van de sauna, lichaamsmassages en dagelijkse boswandelingen. Ik ging wat minder piekeren, probeerde iets meer in het hier en nu te leven en te genieten, betere keuzes te maken (in mijn eigen voordeel, volgens mijn eigen noden en behoeften) en mijn eigen leed en symptomen van kwalen wat meer en vaker door de vingers te zien, langs de kliffen heen te zeilen. Ik zocht creatief naar allerlei manieren om met de riemen die ik had zo leuk mogelijk te roeien.

Nog steeds is dat mijn strategie en die werkt voor mij beter dan alternatieve én reguliere therapieën. Want even voor de goede orde: de medicijnen van de huisarts en de psychologen tegen mijn angsten werkten bij mij eveneens averechts en de alom geprezen cognitieve gedragstherapie werkt niet voor en bij mij. Komt bij dat ik als ervaringsdeskundige meestal het gevoel heb meer te weten over mijzelf, mijn kwalen en wat voor mij wel en niet werkt dan de artsen en psychologen.

Bovendien vind ik veel artsen en psychologen enorme (hooghartige, zakelijke) eikels en trutten die geen enkele blijk geven van onbaatzuchtige hulpvaardigheid, warme vriendelijkheid en ware betrokkenheid, en dan knap ik er al op af. Ik ben een rationeel gevoelsmens (het lijkt een contradictie, maar het is ondertussen toch maar mooi waar) en als ik iemand niet aardig vind, hij/zij me onvoldoende serieus neemt, niets nieuws kan vertellen/leren of als ik het gevoel heb dat diegene het alleen maar voor het geld doet, dan werkt het voor mij niet. Sinds kort werkt er een arts van Afghaanse komaf in ‘mijn’ huisartsenpraktijk en die man is tot dusver geweldig. De eerste arts over wie ik een beetje tevreden ben, door wie ik me enigszins serieus genomen voel.

Dit is mijn persoonlijke verhaal plus beleving. Het kan heel goed zijn dat andere mensen andere ervaringen hebben met en anders reageren op de alternatieve en reguliere geneeskunde. Het is belangrijk dat we beseffen dat ieders verhaal, beleving en reactie uniek is en dat we niet aan het vergelijken slaan. De een heeft baat bij bijvoorbeeld yoga, terwijl de ander er nou juist kapotte knieën van krijgt of er gewoon geen ruk aan vindt waardoor yoga voor hem of haar niet werkt. Het is het verhaal van de persoonlijke situatie, beleving en geestelijke, emotionele en lichamelijke reactie op alle indrukken, behandelingen en situaties.

Zoals ik het nu zie, hadden de alternatieve genezers zo’n ‘zwaar geval’ als ik nooit in behandeling moeten en mogen nemen. Ik meen dat hun trucjes, adviezen en middeltjes bij veel meer onschuldige kwaaltjes misschien (placebo-achtig) kunnen werken, maar ze verkeren (vrijwel altijd) ten onrechte in de veronderstelling dat ze ernstige kwalen en patiënten die tamelijk ver heen zijn kunnen helpen. Het is pure hoogmoed en zelfoverschatting.

De reguliere geneeskunde daarentegen laat mensen bij gebrek aan tijd en aandacht vaak aan hun lot over waardoor ze naar het alternatieve circuit verhuizen waar ze wél volop tijd en aandacht krijgen van de zakkenvullers. Ik heb ervaren dat de reguliere artsen en psychologen vaak slecht luisteren, veel te snel conclusies trekken en diagnoses stellen, te weinig open staan voor alles en iedereen, veel te weinig en te zelden naar het individu kijken en luisteren en te weinig tijd besteden aan het zoeken naar de echte oorzaken en de juiste benadering. Ik heb heel wat onvriendelijke, arrogante, niet-flexibele, luie, gemakzuchtige, haastige, ongeïnteresseerde en kortzichtige hulpverleners gezien en gesproken… Het bevestigt voor mij dat de meeste mensen – van hoog tot laag – als mens en professional hooguit een mager zesje zijn… De uitblinkers, de helden en de echte keiharde werkers zijn altijd veruit in de minderheid, de uitzondering.

Even wat anders: onze softbalsters zijn weer eens Europees kampioen geworden. Zouden zij nou ook een rondvaart door de Amsterdamse grachten krijgen met tienduizenden of honderdduizenden feestvierders?

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Muziektherapie

Ten tijde van mijn tweede grote (zenuw)inzinking – toen ik 22 jaar was (ik ben thans 50 winters oud) – volgde ik gedurende twee jaar of zelfs nog wat langer een therapie bij een paragnost die in het Roermondse eerder bekend had gestaan als iemand die in al zijn vele – meestal commerciële – beroepen faalde. Een man met veel en grote praatjes. Een man waarvan de baas van mijn  moeder al in een prematuur stadium zei (hij kende deze paragnost al heel lang) dat ik veel slimmer was dan de ‘genezer’ en dat ik  niets aan hem zou hebben.

Welnu, zijn methode bestond uit zowel individuele behandelingen als groepssessies. Naar eigen zeggen had hij gouden handjes. Er waren inderdaad andere patiënten – zelfs met kanker – die baat zeiden te hebben bij zijn homeopathische middeltjes, handoplegging (reiki) én muziek- annex knuffeltherapie (bij de groepssessies).

Aan de muziek- en knuffeltherapie moest ik denken toen ik zojuist aan het luisteren was naar een cassettebandje met daarop new age-muziek, meestal instrumentale muziek die veelal werd en nog steeds wordt gebruikt ter ontspanning en heling. Het luisteren naar en afstemmen op deze muziek zou een helend effect hebben op je energiebanen (meridianen) en energieknooppunten (chakra’s). Het aanhoren van dergelijke klanken zou (onverwerkte en ziekmakende) emoties en gevoelens kunnen losweken, waardoor je ze alsnog beleeft en een plaats kan geven.

De groepssessies gingen als volgt: een van de patiënten (en soms de heler zelf) ging languit op een behandeltafel liggen met daaromheen de andere genodigden (ook patiënten van de paragnost) op hun eigen stoeltje. Deze mensen legden hun handen op de verschillende lichaamsdelen van de man of vrouw op de tafel. De lichten werden gedoofd en de new age-muziek werd afgespeeld. Iedereen was verder geconcentreerd en stil. Het was de bedoeling dat zowel de patiënt op de behandeltafel als de ‘handopleggers’ baat zouden hebben bij dit proces. Nieuwe en oude emoties konden zogenaamd loskomen en zelfs paranormale ervaringen zouden kunnen geschieden.

Sommige mensen begonnen inderdaad verschrikkelijk of ingehouden te huilen en beweerden door de sessie geconfronteerd te worden met hun verdriet, woede en vervelende herinneringen. Ik herinner me een meisje bij wie vooral de dood van haar moeder naar boven kwam en die zei dat ze de rozen-parfum van haar dode mama heel sterk had geroken tijdens de behandeling.

Enfin, de paragnost en een vrouwelijke assistent ontfermden zich over de mensen bij wie emoties loskwamen door hen te knuffelen. Dit deden ze maar al te graag. Hij nam de vrouwen voor zijn rekening, zij de mannen.

Eerlijk gezegd had ik reeds bij de eerste (individuele) behandeling intuïtief weinig vertrouwen in deze paranormale genezer. Ik zag zelfs denkbeeldige duivelsoren bij hem. Edoch, ik was wanhopig, ten einde raad en aan mijn lot overgelaten door de huisarts en andere reguliere hulpverleners. Bovendien waren sommige mensen enthousiast over deze man en zijn gaven en daar liet ik me (toen nog) door leiden. Het is ongelofelijk dat ik me twee jaar lang aan het lijntje heb laten houden door deze kerel. Het heeft ons duizenden euro’s (en in die tijd dus nog meer duizenden guldens gekost) en het heeft me weinig tot niets gebracht. Die periode heeft me evenwel geleerd beter te luisteren naar mijn intuïtie, mijn eigen beslissingen te nemen en meer op mezelf te vertrouwen dan op andere mensen.

De enige die van mijn behandelingen profiteerde, was de zakkenvuller zelf. Op een gegeven moment kreeg hij me zelfs zo ver om zijn patiënten te ontvangen, zijn afwas te doen en een slaapkamer in zijn woning te behangen. Deze inmiddels overleden fan van pornofilms uit de videotheek schepte er tegen anderen zelfs over op, dat een patiënt van hem (gratis) voor hem werkte. Op een keer maakte de behandelaar trouwens een wrange grap over een meisje dat ik leuk vond en dat aan zeer ernstige anorexia nervosa – vermageringsdrift – leed. “Als je bij de seks bovenop haar gaat liggen, dan breken al haar tengere, vleesloze botjes.” Hij gniffelde vergenoegd.

Ik was behalve totaal kapot en wanhopig toen nog heel onzelfstandig, volgzaam, gehoorzaam en ik had een uitermate zwak ego. Dat heb ik later allemaal op eigen kracht recht kunnen breien, vanaf het moment dat ik zelf ging nadenken en voor mezelf ging zorgen. Maar toen liet ik me nog gewillig naar de slachtbank leiden en bleef ik op die slachtbank liggen. Ik ondernam geen eigen initiatieven. Overigens is dat conditionering geweest, iets dat is ontstaan door mijn opvoeding en het gedrag van mijn ouders. Vaak moet je op latere leeftijd recht breien wat tijdens je leven krom is gegroeid.

Tijdens de groepssessies met de zogenaamd helende muziek en de knuffels probeerde ik mezelf te forceren om verdriet of woede te voelen en emoties te verwerken. Ik deed er meer dan alles aan om maar te genezen, me wat beter en sterker te voelen. Maar eerlijk gezegd, heb ik nooit maar dan ook echt nooit iets gemerkt van de behandelingen en van de groepssessies. Ik vond het hooguit fijn om tijdens de groepssessies leuke meisjes te zien en te spreken, en soms met ze te (therapie)dansen. En ja, de muziek vond ik mooi, maar ik hou van bijna elke muziek.

Hoewel ik mezelf probeerde te dwingen om iets te voelen bij die muziek en emoties op te roepen en te verwerken, deden de melodieën in miraculeuze en therapeutische zin helemaal niets met me. Ik was na zo’n sessie juist eerder nog meer gespannen, omdat ik niet op een relaxte manier luisterde, maar heel geforceerd en noodgedwongen.

Heel af en toe, ’s morgens bij het ontbijt (als ik alleen ben), luister ik nog wel eens naar de new age-muziek, naar de cassettebandjes die ik in die tijd kocht en beluisterde in de hoop om ook thuis de genezende kracht van die muziek te mogen ervaren (nooit gebeurd).

Het is nochtans heel simpel: iedere muziek die iets met je doet, kan emoties oproepen en alle muziek die je lekker vindt, kan je doen ontspannen. Dat kan net zo goed het Nederlandse levenslied zijn. Lang heb ik deze muziekstijl en haar artiesten verworpen, maar de laatste tijd kijk en luister ik graag naar de gezellige Nederlandstalige muziekprogramma’s van met name Avrotros. De volksmuziek is laagdrempelig en komt rechtstreeks bij je binnen. Teksten over liefdesverdriet en levenssmart op een vaak feestelijke melodie. En dan al die handjes de lucht in.

Op de keper beschouwd ben ik zelf een volksblogger. Ook mijn teksten gaan vaak over het leven en emoties. Ik ben geen intellectueel of academicus, dus mijn schrijfsels zijn laagdrempelig. De levenswijsheid heb ik vooral opgedaan op de Universiteit des Levens en door onafhankelijk, eerlijk en kritisch te analyseren en na te denken. Ja, ik ben een opportunistische populist. En daar is niks mis mee. Want ik ben eerlijk, streetwise/levenswijs, goedhartig en integer. Een ervaringsdeskundige. En verschrikkelijk emotioneel en ongeduldig.

Daar heeft de new age muziek nooit verandering in kunnen brengen.

Al die abracadabra van al die spirituele mensen, al hun gezwam, daar heb ik onderhand schoon genoeg van. Dat gedoe over chakra’s, aura’s, karma, reïncarnatie, genezende stenen, meridianen etcetera is net zo weinig aan me besteed als dat ge-eikel over God, de hemel, de zondeval, de hel, het vagevuur, de duivel en de Bijbel.

Mijn overtuigingen haal ik meestal niet uit boeken en evenmin uit het religieuze en spirituele geneuzel. Ik baseer me gewoon lekker op de wetenschap en op mijn levenservaring, gezonde verstand, hartsgevoel en intuïtie (buikgevoel).

Hier en nu, met en voor elkaar.

De aardse geneugten in het Hier en Nu en mijn eigen behoeften en inzichten.

Dat alles heeft mij het verst gebracht. Met bovenaan de liefde van en voor mijn gezin en familie, en het schrijven.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen