Trainerscursus ‘Gedrag langs de lijn’

De Duitse bondscoach Joachim Löw uit het Schwarzwald is heus niet de enige trainer die er vieze gewoontes op nahoudt als hij in zijn trainersvak langs het veld staat te coachen. Veel meer trainers zijn zich door de spanning en stress niet meer bewust van wat ze doen, noch van het feit dat daarbij alle tv-camera’s en fotocamera’s op hen gericht zijn. Vandaag zag ik bij het WK voetbal in Rusland bijvoorbeeld de Zweedse bondscoach uit zenuwachtigheid aan zijn vingers ruiken. Veel mensen vinden het lekker, vertrouwd en rustgevend om hun eigen okselgeur, pikstank, kutreuk en anusaroma te ruiken. Op zich is dat best menselijk. Alleen niet zo handig als je het doet waar anderen bij zijn en al helemaal niet voor een miljoenenpubliek!

Eigenlijk dienen voetbaltrainers tijdens de trainerscursus lessen te volgen in hoe zich te gedragen langs de lijn, want als coach maar ook als team, club of als bond wil je niet dat je bespot wordt vanwege de vunzige trekjes van de coach. Enkele tips voor de oefenmeesters:

  • Snuit je neus voordat je de kleedkamer verlaat en zeg daarbij drie keer tegen jezelf: ‘niet neuspeuteren in of voor de dug-out!’ Bij eventueel snot de zakdoek tevoorschijn halen en beschaafd snuiten! Een wolfje in je neus valt minder op dan neuspeuteren!
  • Je handen dien je altijd langs je lichaam of op je rug te houden. Kom met je vingers niet aan je kruis, je liezen, je kont of hoger dan je kin (dus ook niet oor-peuteren). Nooit met je hand in je broek gaan! Train jezelf erop dat je zelfs bij de meest ernstige stress langs de lijn je armen beschaafd langs je lichaam houdt (tenzij je aanwijzingen moet of wilt geven) en dat je je niet overgeeft aan allerlei zenuwtrekken en zenuwachtige gewoontes.
  • Mocht je toch (weer) eens de mist zijn ingegaan, onderwerp jezelf dan aan de meest loodzware straftraining, zodat je nooit meer vergeet wat je moet doen en laten langs het veld.
Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zomercabaret

Het is bijna half juni en je ziet dat iedereen er helemaal doorheen zit en aan vakantie toe is. Toch? Trouwens, dat ze aan vakantie toe zijn, lees je tevens af op de gezichten van de hostesses, stewardessen, piloten, buschauffeurs, reisgidsen en het hotelpersoneel. Maar die hebben altijd zo’n gezicht, ook als ze een betaalde sabbatical van een half jaar achter de rug hebben. Mensen die in de reisbranche werken, zijn permanent jaloers op de vakantiegangers en reizigers. Dat lees je af aan hun blikken en houding. Alleen Surinaamse moeders die hun blanke, wiet rokende schoonzoon minachten kunnen eender zo kijken!

De thuisblijvers hebben daar geen last van. Je weet wel, van die burgers die hun vakantie lekker thuis vieren, omdat ze nog heel wat te doen hebben in en rondom het huis. Avonturiers tot en met! Zouden ze eens een avonturenfilm van moeten maken! Die mensen maken toch heel wat mee! Aan en in het huis en de tuin werken tijdens je verlofdagen… ja, dat is natuurlijk een droomvakantie! Wie wilt dat nou niet? Een geheel verzorgde vakantie aan huis! Jezus mina, man! Het is toch juist lekker om even van thuis weg te zijn, om even in een andere omgeving te vertoeven en niets te moeten en te hoeven, behalve genieten?

Maar er bestaan werkelijk mensen die al gaan janken bij de gedachte dat ze een dag van huis weg moeten. Voor hen is een vakantie buiten de deur als een verblijf in een concentratiekamp! Hoe deden die Joden in Auschwitz dat die zo aan huis gebonden waren? Die stierven volgens mij van de heimwee naar hun huis! Daar hoefde geen gas aan te pas te komen! Die werden gasvrij ontvangen!

De bus-rondreis… dat is ook een hel, toch? Met alle provincialen van Nederland door Bolivia reizen… Lekker weg van Nederland, ja ja! Vreselijk zijn zulke reizen. Het begint al op het vliegveld waar je je nieuwe vakantievrienden leert kennen: alles uit de kledingrekken van de ANWB-winkel openbaart zich dan voor je. Er zit trouwens altijd wel een vent of twee tussen die zich al voor de incheckbalie op Schiphol manifesteren als de gangmakers, als de leiders van de groep. De godganse vakantie hangt zo’n lul de cabaretier uit en hij meent dat hij de sfeermaker is. Maar iedereen spuugt hem uit. Het niveau van de grappen die je vakantievrienden tijdens het wachten in de gate op Schiphol maken, is meestal erg bedroevend en dan wens je dat je je hoofd drie weken in je wc-pot had gestopt. Een bus-rondreis met 12 schoonmoeders en 13 schoonbroers, heerlijk! Ja, er zit ook altijd wel een vrijgezel tussen die hoopt van die bus een rondreizende parenclub te kunnen maken.

Over seks geschreven: natuurlijk valt je oog tijdens zo’n rondreis op het lekkerste wijf van de groep en meestal is dat niet je eigen vrouw. De hele reis door bespied je haar en dagdroom je over haar, en verwens je haar vent. Bolivia lijkt nog veel mooier dan dat het is, alleen maar doordat zij er bij is. En er is vast en zeker een heerschap bij dat het op jouw mokkel heeft voorzien, zo’n kerel die niet weet hoe saai ze is in bed en dat ze je dringend aanraadt andere kleren te dragen, en dat ze pissig blijft als je haar niet gehoorzaamt.

De reisleider en de buschauffeur van het gezelschap hebben een geheim pact gesloten om zo vaak mogelijk zoveel mogelijk fooi binnen te harken, maar meestal hoeven ze daar niet erg hun best voor te doen, want de gierige Nederlander verandert op vakantie en zeker tijdens zo’n rondreis in een ongeëvenaarde altruïst, in een vrijgevige Gandhi Plus. Er is eeuwig wel zo’n zak bij die met de (bezwete, zurig ruikende) pet rondgaat en daarbij luidkeels roept: “Ik heb er honderd dollar per persoon in gedaan. U mag natuurlijk geven wat u wilt, maar ik heb er honderd dollar de man in gedaan.”

Al die stomme, horkerige, flauwe, luidruchtige en lelijke Hollanders doen op vakantie net alsof reisleider en buschauffeur de zwaarste beroepen op aarde zijn of dat die gasten onbaatzuchtig dienst verlenen. Ridicuul! Man, die lui hebben een luizenbaantje. Het is betaalde vakantie. Dubbel betaalde vakantie als je de fooien meerekent! Die chauffeurs en gidsen verdienen gewoon 2400 euro de man extra aan fooien tijdens die twee of drie weken! Oké, Gordon veegt z’n reet af met zo’n bedrag, maar voor veel mensen is dat goud geld.

De All Inclusive-formule is ook erg populair. Voor vertrek nog even wat overmaken op Giro 555 voor de hongerende Afrikaantjes en vervolgens twee weken er alles aan doen om de spankracht of het draagvermogen te testen van Moeder Aarde. Eten alsof het gratis is! “Wij zijn bezig voor een goed doel, want we werken de voedseloverschotten weg, mensen!” Ellebogenwerk aan het buffet. Dat ze er nog geen voetbalscheidsrechters toezicht laten houden!

En dan heb je nog de sukkels, de ongelofelijke sukkels, die op een camping gaan staan. Lekker kamperen in de vrije natuur met 250 andere aan hun tent gekluisterde vrije vogels in het bos, op een stuk gras waarvoor een paar hectare bomen gekapt moest worden. In de rij voor het toilet, in de rij voor de douche, in de rij voor het tandenpoetsen en de hele tijd de barbecuelucht van de buren die je caravan binnen waait. Gezellig! Het leger kan zulke lui wel gebruiken. Die hebben doorzettingsvermogen! Die kunnen afzien! De tent gebruiken ze als een soort serre. Goed voor de serretonine! Daar word je happy van, zogenaamd.

Campers worden steeds populairder, je weet wel, van die mega-caravans met een stuur erin. Iedere mislukte vrachtwagenchauffeur of touringcar-driver die het kan betalen, wil met een camper op reis. Lekker vrij: nooit meer inchecken in een hotel. Nooit meer muizen onder je hotelbed, nu alleen nog maar op je eigen camper-matras. Rijdende woonkamers zijn het, gelijkvloerse mini-appartementen!

In de zomer is er zoveel lawaai buiten, vindt u niet? De hele buurt is wel met elektrische machines in de weer in de voor- en achtertuinen. En wil je nou echt de kalknagels van je buurman zien in z’n teenslippers en de wratten van je buurvrouw op haar schouders, in haar tanktopje? Iedereen bevindt zich dan opeens buiten, rondom de eigen woning. Al die onderkruipsels kruipen dan onder hun steen vandaan. En ze vervelen zich, dus ze zitten verlegen om een praatje met de buren. Heb je dat weer! De zomermaanden zijn een keiharde confrontatie met je buren en buurtgenoten. Je moet ervan houden.

Een heel fijne zomer toegewenst!

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Liefde en seks

“Seks en liefde worden vaak onterecht aan elkaar gekoppeld en mogen zogenaamd niet worden losgekoppeld. Vooral mannen lijden daar onder,” zei Jack tegen Anton. “Ik hou zielsveel van mijn vrouw Ilse, maar ik heb behoefte aan seks met andere vrouwen. Van die vrouwen hou ik niet, althans niet op de manier waarop ik van Ilse hou. Maar zij kunnen mij iets geven wat Ilse me nooit zal kunnen geven, namelijk een seksuele ervaring met een ander, een nieuw seksueel avontuur.”

Anton beaamde dit. “Voor mij is dat wel herkenbaar, ja. Ik denk dat vreemdgaan er vaak mee te maken heeft dat mannen – maar ook vrouwen – eens wat anders – iemand anders – willen, en dat dit vaak helemaal losstaat van de vaste relatie en van de liefde. Heel veel mannen en vrouwen die vreemdgaan, zijn niet alleen op zoek naar een nieuwe seksuele ervaring, maar ook naar iemand met een soortgelijke seksuele beleving. Je partner vindt lang niet altijd alles lekker wat jij lekker vindt, en omgekeerd. Bovendien is niet iedere liefdespartner goed in bed. Een mens is een behoeftedier. Seksuele bevrediging krijgen, is een zeer primaire behoefte.”

Jack vond het nu tijd om iets op te biechten, officiëler dan zojuist: “Ik ben wel vaker vreemdgegaan, terwijl Ilse voor mij nog steeds de wereld betekent. Ik heb behoefte aan nieuwe seksuele prikkels en ervaringen. Anders raak ik gespannen en gefrustreerd. Laatst heb ik het nog gedaan met Ankie. Of beter gezegd: zij met mij. Het was lekker, joh! Zij deed het dikste uiteinde van haar dubbele dildo (twee uiteinden) in haar kut en het andere uiteinde duwde ze in mijn kontgat. En rijden maar! Ondertussen trok ze me af. Zoiets zou Ilse nooit doen. Zij vindt dat vies, gestoord zelfs. Echt, ik zou zoiets ’t liefst met Ilse doen, maar ze is er niet voor in. Maar ondertussen heb ik nog steeds die enorme behoefte aan seksuele variatie!”

Het water liep Anton in de mond: “Klinkt lekker, man. Ik ben Bauke ook niet altijd trouw geweest. Daar voel ik me wel schuldig over. Vanmorgen nog vond ik twee oude briefjes terug die ze heel lang geleden op mijn kussen had gelegd voordat ze naar haar werk ging. Briefjes van twintig jaar geleden en waarin ze schreef hoe gelukkig ik haar maakte en dat ze voor altijd bij me wil zijn. Toen moest ik wel even slikken, man! Ik ben haar echt niet altijd trouw geweest. We houden nog altijd erg veel van elkaar en hebben het goed samen. Maar die verliefdheid van toen is weg, en dat mis ik. Zo’n briefjes heeft ze al twee decennia niet meer geschreven. Ik weet ook wel dat ze na die heerlijke beginjaren niet altijd even gelukkig is geweest met mij. Ook in haar zal er misschien wel eens sprake zijn geweest van een knak, van teleurstelling en misschien zelfs spijt of twijfel.”

“Ja, relaties zijn moeilijk man,” antwoordde Jack. Sommige mannen kunnen met elkaar best wel een goed, openhartig en diepgaand gesprek voeren over hun gevoelens, emoties en ervaringen, seks en relaties. “Maar het wordt ons door alle dogma’s en ongeschreven wetten erg moeilijk gemaakt, vooral door de plichtmatige verbintenis tussen seks en liefde. Terwijl ze los van elkaar kunnen bestaan. Vaak staan ze los van elkaar. Punt. Vaker dat dan niet, denk ik. Er wordt zo’n punt gemaakt van vreemdgaan, terwijl seks met een ander meestal gewoon een seksueel uitje is dat in het niet valt bij wat je voor je vaste partner voelt.”

“Vreemdgaan is vaak een uitlaatklep, afreageren en even bijtanken. Een sportieve bezigheid eigenlijk, haha. Hetzelfde als wanneer je niet met je vaste dubbelpartner gaat tennissen maar eens een keertje met iemand anders. Da’s een nieuwe ervaring. Maar we claimen elkaar zo, eisen elkaar zo op en zijn zo snel jaloers en onzeker. Komt nog bij dat er een enorm taboe rust op vreemdgaan (het woord heeft al een heel negatieve connectatie): tja, dan krijg je vanzelf al dat liegen erover, dat stiekeme gedoe. En daarom spreekt men over ‘een scheve schaats rijden’ en een ‘misstap begaan’. Stom, man! Terwijl ik geloof dat het de kwaliteit van je vaste relatie zelfs kan bevorderen, omdat je meer ontspannen bent als je je seksueel kunt uitleven op een manier die je nodig hebt. Waarom denk je anders dat zoveel mannen naar de hoeren gaan of naar het homobos? Ik zeg eerlijk: allebei niks voor mij, maar ik kan het wél begrijpen. Thuis kun je lang niet altijd alle seksuele ervaringen opdoen en delen waar je naar verlangt. En die je nodig hebt om te kunnen ontspannen, om lekker in je vel te zitten, je bevredigd te voelen.”

Anton knikte. “Inderdaad. Als ik zo luister naar de verhalen van mijn collega’s en vrienden en vriendinnen, dan hebben er maar weinig een bevredigend seksleven met de vaste partner. Maar erger nog: de meeste partners hebben een slechte onderlinge verstandhouding en blijven bij elkaar uit luiheid en gewoonte of uit angst voor een nieuw begin. Of voor de kinderen of het huis, of omdat scheiden te duur is. En vooral veel vrouwen blijven getrouwd zolang hun oogappeltje nog thuis woont. Dan gebruiken ze hun zoon of dochter als buffertje tussen haar en hun man.  En weet je wat het gekke is: heel veel van die mensen gaan niet vreemd en hebben wél nog seks met hun partner van wie ze eigenlijk af zouden willen! Echt, man, dat hoor ik zo vaak!”

“En een andere grote groep is heel gelukkig met zijn of haar levenspartner, maar is van nature niet polygaam. Natuurlijk zijn er ook relaties en huwelijken die heel slecht zijn en waarin er nooit meer wordt geneukt en er zelfs apart wordt geslapen. Slechts een heel kleine groep heeft op alle gebieden een top-relatie met ook een fantastisch monogaam seksleven.”

“Ik zei het al: relaties zijn ingewikkeld, man,” herhaalde Jack zijn eerdere statement. “Ik wil Ilse niet verliezen en daarom zwijg ik over het vreemdgaan. Bovendien wil ik haar de pijn besparen. Ik heb lang gevochten tegen de behoefte om vreemd te gaan, omdat ik haar trouw wil zijn, maar doordat ik naar mijn behoefte te weinig seksueel kon genieten, was ik thuis vaak niet te genieten. Sinds ik af en toe buiten de deur neuk, ben ik veel meer ontspannen en is Ilse weer veel blijer met me! Raar, man. Ze moest eens weten. Ik vind het zielig voor d’r, weet je. Ze is heel lief en goed voor me, en ze is een leuke moeder. Ze heeft geen idee dat ik slippertjes maak. Soms wil ik het allemaal opbiechten, maar dat zou haar verwoesten en dat kan ik niet aanzien. Misschien zou het zelfs het einde van onze relatie betekenen. ‘Ga dan niet vreemd’, zou je zeggen. Maar seksuele verlangens en behoeften kunnen sterk zijn, man, dat weet jij ook.”

“En of ik dat weet,” beaamde Anton wat z’n vriend had gezegd. En toen deden ze er allebei het zwijgen toe. De twee vrienden nipten van hun biertje en keken in gedachten verzonken naar de horizon…

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Alle mensen zijn lot-reactors

Jazeker: we hebben een eigen verantwoordelijkheid en we kunnen keuzes maken en beslissingen nemen. Toch kunnen we heel veel niet zelf bepalen. Veel overkomt ons, om te beginnen onze verwekking en geboorte, waar en bij wie we als zuigeling terecht komen, hoe we eruit zien en hoe en wie we zijn. Als mens heb je geen stem in het merendeel van waar je mee te maken krijgt. Zodoende zijn we allemaal lot-reactors.

Inderdaad, welbeschouwd zijn we allen volgers. We rijden achter de karavaan van het lot aan. En we proberen bij het geluk aan te klampen.

In weinig dingen hebben we echt helemaal zelf de hand: we kunnen niet beslissen wie verliefd op ons wordt, wat onze seksuele geaardheid en voorkeur is, wie ons een kans geeft op een baan en hoe oud we worden. Vanzelfsprekend hebben onze acties, reacties, gedragingen, levensinstelling en inzet of luiheid gevolgen voor ons en ons lot. Dat wordt hier beslist niet onderschat. We zijn absoluut niet helemaal willoos. Dat beetje wat je wél in eigen hand hebt en kunt sturen, daar moet je dan ook heel bewust mee omgaan. Er is al zoveel waar we niets over te zeggen hebben!

We hebben niet eens zeggenschap over wat en wie we lekker vinden en wat en wie niet. Het ligt allemaal al vast. In de loop van de tijd kunnen voorkeuren en kan afkeer veranderen, maar ook op dat proces van ommekeer kunnen we niet of nauwelijks een vinger leggen.

Daarbij weten we meestal niet waarom iets is zoals het is. Oké, je weet DAT je allergisch bent voor koemelk (die je wellicht heel erg lekker vindt), maar je weet niet exact WAAROM dat zo is. Ja, omdat je koemelk niet kunt verdragen. Maar waarom reageert jouw lichaam nou zo negatief op het nuttigen van de uierdrank? Je weet het niet. En misschien betreur je de allergie, omdat je koemelk juist zo dorstlessend vindt. Het is maar een heel simpel, praktisch voorbeeld. Hoe ons lichaam en onze geest precies in elkaar zitten en hoe ze reageren op allerlei uitwendige en inwendige prikkels… we staan erbij en kijken ernaar. We hebben het ermee te doen.

‘Het gaat erom hoe je er allemaal mee omgaat’. Dat is tegenwoordig een veelgehoorde kreet. Deels een waarheid als een koe. Waar bij het bezigen van deze uitspraak evenwel geen rekening mee wordt gehouden, is dat ook ‘het ermee kunnen omgaan’ mede wordt bepaald door factoren die je niet hebt uitgekozen en niet kunt veranderen. Hoe je bijvoorbeeld omgaat met tegenslagen, hangt tevens af van je karaktereigenschappen, je geestelijke en lichamelijke gesteldheid en gezondheid, je vitaliteit, je intelligentie, je opvoeding, je vorming, je beleving, je ervaring en nog veel meer. Een persoon die niet zo goed met een teleurstelling of stress kan omgaan, veroordelen we, terwijl de man of vrouw misschien niet beter of anders KAN!

Feitelijk klopt het allemaal wat er hierboven staat. Het is ook helemaal geen pleidooi voor willoosheid en fatalisme. Wie goed leest, kan geen absoluut fatalisme ontdekken. Echter, een zekere mate van fatalisme maakt nou eenmaal deel uit van het leven. We kunnen nou eenmaal niet alles regisseren en (bij)sturen en er overkomen ons steeds weer zaken waar we zelf niet voor hebben gekozen, al hebben we een en ander mogelijk zelf in de hand gewerkt middels onze keuzes en ons gedrag (maar die komen grotendeels voort uit bepaalde persoonskenmerken, ontwikkelingen en gedragseigenschappen waar we niet of toch zeker niet helemaal de hand in hebben).

Heel veel mensen vinden het een enge constatering dat we veel minder zelf in de hand hebben dan we denken (maar ook weer niet zo weinig als de absolute fatalist meent te hebben). Velen drijven op de illusie dat wijzelf en ons leven maakbaar is, voor toch zeker 90 procent. In werkelijkheid zijn wijzelf en ons leven voor maar 35 procent maakbaar: met die 35 procent moeten we dan ook heel bewust en behoedzaam omspringen.

Hopelijk is het voor anderen juist bevrijdend en rustgevend dat op deze digitale (ontmoetings)plek de structuur van het bestaan wordt aangeduid zoals het gewoonweg IS, zoals men het diep van binnen ervaart. Zelfs de keuzes die we hebben, zijn dikwijls niet onze eigen keuzes. We zijn grotendeels speelballen van het lot.

Misschien stelt deze simpele maar nuttige en waarheidsgetrouwde analyse ons in staat om met wat meer compassie naar onszelf en elkaar te kijken, en minder hard over onszelf en elkaar te oordelen. En motiveert het ons om dat waar we wél echt zelf richting aan kunnen geven heel consciëntieus te benaderen.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De onbeheersbare processen

Zelfs als je geen control-freak bent, denk je dat je het meeste – wat jezelf en je leven aangaat – zelf in de hand hebt, dat je richting kunt geven aan je leven en dat je jezelf kunt sturen. Grotendeels is dat zo, maar niemand is volledig maakbaar en niemand heeft altijd alles zelf in de hand. De fatalist heeft deels gelijk, spreekt ten dele de waarheid!

Ieder mens wordt meer beïnvloed en gereguleerd door de oncontroleerbare, niet te regisseren processen dan we denken en willen (h)erkennen. Als aardebewoner met een flinke hersencapaciteit ben je een ingewikkeld en samengesmolten systeem van allerlei bewuste en onbewuste processen. Een totaalpakket van hormonen (chemische processen), gedachten, emoties, gevoelens, bioritme, biodynamiek, aanleg, karaktereigenschappen, gedragingen, beleving en interactie met de omgeving en reactie op de gebeurtenissen, omstandigheden, ontwikkelingen en situaties. En nog veel meer.

Wat er precies allemaal in die chemische, emotionele en psychische fabriek van ons gaande is, kunnen we niet weten of achterhalen. Waarom voel je je zonder aantoonbare reden de ene dag beter dan de andere dag? De kleinste facetten, waar we geen acht op slaan, geen weet van hebben, niet bij stilstaan en geen belang aan hechten, kunnen subtiele veranderingen in ons teweeg brengen. Een scheve blik van iemand anders kan al verantwoordelijk zijn voor een verstoring van je humeur en evenwicht, zeker als je gevoelig bent.

We weten niet precies welke chemische processen zich in ons lichaam allemaal afspelen en wat de (neven)effecten zijn van die processen. Aan de knoppen van onze stoelgang maar ook van onze gedachten – om maar twee voorbeelden te noemen – zitten we feitelijk niet echt, of slechts ten dele. Wat exact de uitwerking is van een voedingsmiddel dat we hebben geconsumeerd of van een leuke of nare ervaring… we krijgen er eigenlijk maar weinig vat op. In elk geval kunnen we het allemaal niet zelf bepalen. Konden we dat wel, dan zou je nooit dronken worden van tien liter bier, en geen kater overhouden aan het drankgelag.

Hoe je lichaam en geest reageren op bepaalde ‘consumeringen’, omstandigheden en gebeurtenissen kun je niet helemaal zelf regelen. Anders zou geen enkele vrouw een postnatale depressie krijgen na de bevalling. We zijn deels overgeleverd aan wat ons overkomt.

Het is allemaal zeer fascinerend als je het goed nagaat. Waarom word je het ene moment wel geil van die vrouw in haar rode, satijnen lingerie en op een ander moment totaal niet? Waarom had je daarnet zin in kaas, maar de volgende morgen niet? We zijn deels dus overgeleverd aan de onbeheersbare processen waar we weinig eigen inbreng bij hebben. Daarmee zijn wij niets meer dan wezens die reageren op wat ons in zekere zin overkomt, waar we getuige van zijn.

Zodoende zijn we allemaal min of meer onvoorspelbaar. De ene keer ben je wel of meer bestand tegen bepaalde verleidingen dan de andere keer. De buien en stemmingen waarin we verkeren – hoe de pet staat – kunnen we lang niet altijd zelf bepalen. Er is zoveel dat op ons in- en doorwerkt, vaak heel subtiele dingetjes! En daarbij komen we nooit echt los van onze aangeboren en (verder) ontwikkelde karaktereigenschappen, aanleg en achilleshielen. We zitten daar met een ketting aan vast, en geraken er nimmer los van.

Veel meer een speelbal zijn we van oncontroleerbare processen die zich in en buiten ons afspelen dan we willen (h)erkennen. Dat besef zou ons meer bescheiden kunnen maken en zou ons onze macht en positie op aarde kunnen doen relativeren…

Bovendien zouden we daarmee milder over de ander kunnen gaan denken, met meer compassie en relativering. We zijn allemaal slechts parttime regisseurs en ontwerpers…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Dood uiltje

‘Fietsen maakt me gelukkig. Lekker bewegen in de natuur. Het is sportiever, intensiever dan kuieren. Ik ben altijd een sportmannetje geweest: ik ben prestatief ingesteld. Sporten of in elk geval bewegen in de frisse buitenlucht doet me goed. Althans, sporten die ik leuk vind. En fietsen schiet beter op dan wandelen. Je gaat sneller en ziet daardoor in een half uur meer dan tijdens een voettocht van 30 minuten’.

‘Mijn leven blijft een (helse) strijd, een GEVECHT, bijvoorbeeld tegen en met de levenspijn, de alledaagse zorgen, de angst voor ingrijpend slecht nieuws en de symptomen van alle stoornissen. Alleen ’s avonds op de bank voor de televisie heb ik het gevoel niet in die boksring te (hoeven) staan. Toevallig las ik in het boek van/over René van der Gijp dat de oud-voetballer dit min of meer eender ervaart, en wel vaker tegen zichzelf en vrienden en collega’s zegt: “Best wel een hele exercitie, hé, zo’n leventje?”‘

‘De wereld wordt overspoeld door egocentrische mensen. Egocentrisme is een zeer veelvuldig voorkomende karaktereigenschap (met bijbehorend gedrag). Moet je de ‘egocentrist’ beteuterd zien kijken als het 2 minuten niet over hem/haar gaat, als 2 minuten een ander aan het woord is! Zoals vrouwlief vanmorgen tegen me zei: “Bij egocentrische mensen die continu over zichzelf praten en voortdurend de aandacht op zichzelf vestigen, heb ik altijd het gevoel dat ze gestoord worden als een ander wat vertelt en het even niet over hen gaat.” Egocentrisme is een plaag!’

‘Ongelofelijk vind ik het dat ik (nog) niet ben ontdekt. Ik denk origineel en schrijf tamelijk laagdrempelig en redelijk goed waardevolle dingen op, ook inhoudelijk. Hoe is het mogelijk dat mijn talent en werk over het hoofd worden gezien, terwijl iedereen er toegang tot heeft? Ben ik zoals Vincent van Gogh? Of word ik na mijn dood nog meer anoniem en zal mijn werk dan nog meer overgeslagen en genegeerd worden?’

‘Er zijn geen filosofen meer zoals vroeger: Cioran, Sartre, Camus. Dat waren mannen (en vrouwen) die de ware aard van ons bestaan en van het leven trachtten te definiëren, op een meedogenloos eerlijke en realistische manier. De hedendaagse filosoof is een spirituele feel good-goeroe, een gezellige amusements-freak en eentje die zich buigt over triviale vraagstukken. Op een slappe manier origineel. Ik verlang terug naar mensen als Simone de Beauvoir, naar de sociaal en politiek geëngageerde filosofen met een meedogenloze realiteitszin en een niet per se optimistische levenshouding. De mens van tegenwoordig wil de waarheid verfraaien en omzeilen, maar ik word er gelukkig van en door getroost als de prachtige en gruwelijke realiteit wordt erkend en benoemd. Ik wil niet horen hoe ik het zou moeten ervaren, maar hoe het is. Ik wil gewoon horen dat het leven voor mens en dier alleen al van nature gevaarlijk en zwaar is. Want zo is het en niet anders. Ik leef in de verkeerde tijd. Niets is heden ten dage nog romantisch en toch wordt alles geromantiseerd.’

‘Als ik gecremeerd ben, moeten ze mijn as dan uitstrooien over een open veld, om een lange neus te maken naar mijn pleinvrees/ruimtevrees? Of vind ik bij leven de gedachte te eng dat ik dan uitgestrooid lig over een terrein waarop mijn angst- en paniekstoornis hoogtij vierde toen ik nog leefde?’

‘Wat lief van haar dat ze vanmorgen een flesje Guinness gaf voor Vaderdag. Ze zei: “Je bent wel niet mijn vader, maar toch.” Wat heb ik toch een lieve vrouw! De beste, de liefste van allemaal. Een unieke lieverd.’

Al deze gedachten spookten door mijn hoofd, terwijl ik genoot of bewust probeerde te genieten van het korte fietstochtje door de kloosterlijke, introverte en exclusieve zondagmorgen. Totdat ik op het fietspad een dode roofvogel zag liggen. Het bleek een (bruinkleurig) uiltje te zijn met een tamelijk witte, platte snuit, zo groot als de lengte van m’n onderarm. Het diertje lag half op z’n buik, z’n kopje verscholen tussen het asfalt en z’n borstje.

De dood van een uiltje. Een teken van het einde der wijsheid?

Ik hou van het uiterlijk van uilen. Ik weet niet precies waarom, maar ik vind het heel fascinerende dieren, alleen al vanwege het feit hoe ze eruit zien. Een tam uiltje zou ik best wel willen hebben. Ik krijg toch al meer en meer de behoefte om me te omringen met en te concentreren op dieren. Mijn knuffeldieren – een blauwe ezel uit Disneyland Parijs en een grijs olifantje uit een van de casino’s in Las Vegas – behoren tot mijn fijnste gezelschap. Ik ben een gezelschapsdier.

‘Een dood, jong uiltje. De tragiek is werkelijk overal. Dat uiltje is niets minder waard dan een mens. Het was net zo goed een uniek levend wezen dat vocht om in leven te blijven en dat zocht naar comfort. Een prachtig wezentje.’ Dat was mijn gedachte toen ik het diertje alweer een kilometertje achter me had gelaten.

Ik heb al vaker vogel-lijkjes gezien. Nog nooit een menselijk stoffelijk overschot. Als ik als eerste sterf, dan zal ik er nooit een gezien hebben. Als ik na de laatste adem uit mijn lichaam zou treden – ik geloof er niet in – dan zou mijn dode lijf mijn eerste lijk zijn dat ik zag.

Tja, zulke gedachten kan een filosofisch, diepzinnig en hoog sensitief persoon nou eenmaal hebben.

Het kopje van het uiltje was helemaal slap. Misschien is dat wel het toonbeeld van het definitieve einde: dat ‘kop omhoog!’ niet meer lukt. Nooit meer kan. Iemand die het niet meer ziet zitten, laat het hoofd hangen. ‘Kop op’ is de allersterkste illustratie van ons gevecht, van onze strijdlust en levenslust. Maar de dood zorgt ervoor dat we het hoofd noodgedwongen in haar schoot moeten leggen. De schoot van de dood, ruikt die neutraal, als een wasmiddel zonder geur- en kleurstoffen? Of naar ongewassen pik of kut?

Ach, altijd maar die gedachten…

http://www.rolanddanckaert.nl

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ons wonderlijke brein

Terwijl ik naar de WK-wedstrijd Kroatië-Nigeria (voetbal) zat te kijken, vroeg ik me spontaan af hoe de Afrikaanse, donkere doelman van mijn favoriete club Ajax ook alweer heet. Zo werkt je brein dus: je ziet een Afrikaans elftal spelen met donkere mannen en je denkt random aan de Afrikaanse doelman van je favoriete club.

Mijn geheugen laat steeds vaker en meer te wensen over, dus het was niet zo gek dat ik niet op z’n naam kwam, terwijl ik hem afgelopen seizoen alles bij elkaar toch zo’n 40 wedstrijden heb zien keepen en ik de opstelling van Ajax kan dromen en zelfs onder narcose zou kunnen opdreunen. Voetbal is (ook) voor mij nou eenmaal de onbelangrijkste hoofdzaak.

Verwoede pogingen deed ik om me de naam te herinneren van de Afrikaanse doelman van Ajax. De namen Menzo en Enoh doemden steeds op in mijn hoofd, maar ik wist in beide gevallen dat het lariekoek was: Menzo is een donkere oud-doelman van Ajax en Enoh is een Afrikaan die ooit – niet eens zo lang geleden – op het middenveld van Ajax heeft gespeeld. “Het is wel iets met een o,” dacht ik bij mezelf.

Echter, de naam van de keeper schoot me maar niet te binnen. Daar raakte ik een beetje van in paniek: is mijn geheugen dan zo erg aan het verslechteren?! Op de wedstrijd kon ik me niet meer concentreren. Ik bleef maar trachten me de naam te heugen.

Ik dacht: ‘Misschien schiet de naam van de doelman me te binnen als ik de opstelling van Ajax opzeg’. Echter, het mocht niet baten. Ik zag wel een zwarte gestalte voor me en heel duidelijk het haar en het postuur van de ballenstopper, maar meer begon me niet te dagen. Ik rustte niet voordat ik zijn naam wist. Een mens kan er niet tegen als hij zich iets niet (meer) kan herinneren wat hij zich zou moeten (kunnen) heugen. Je wilt niet inleveren, geen terrein prijsgeven op de aftakeling.

Onderwijl twijfelde ik of ik zijn naam zou googelen, maar ik had geen zin om daarvoor de computer weer aan te moeten zetten. Ik was al wat slaperig.

Toen deed ik iets wat ik wel vaker doe als ik niet op de naam van een persoon kan komen: dan ga ik het alfabet af: a,b, c, d, e, f, g, h, i, j, k, l, m, n, o… Onana! Hij heet Onana. Toen wist ik het dus. Deze truc werkte wederom! En nu ik dit zo schrijf, herinner ik me plots tevens zijn voornaam: André.

Bizar en interessant hoe de menselijke geest functioneert, ook bij disfunctioneren. Overigens komt het bij mij bijna nooit voor dat ik me wel de naam maar niet het gezicht van iemand kan herinneren. Anderzijds zie ik iemand van wie ik de naam niet meer weet vrij helder voor me. Toen ik aan de Ajax-doelman dacht in de fase dat ik me afvroeg hoe hij ook alweer heet, zag ik geen blanke jongen met wit haar voor me 🙂 !

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen