Restafval uit fatale periode

Als de dagen korter worden en het buiten grauw en koud is, ga ik automatisch meer aan introspectie doen. De seizoenen, het weer en de stand van de maan hebben invloed op mijn psyche en emoties, op mijn doen en laten. Vandaar de vele psychologische ik-blogjes die ik sinds een maand vervaardig. De winter houdt een karabijn tegen mijn slaap. November neemt me de kroon van het hoofd. En toch geniet ik er ergens intens van. Een jaarlijkse sequens. 

Natuurlijk heeft het weer tevens invloed op mijn gesteldheid. Sinds de middagtemperatuur niet meer boven de 10 graden uit komt, heb ik steevast koude voeten, en ik ben alweer ruim twee weken grieperig en verkouden, en dat heeft bij mij vrijwel altijd een heel lange nasleep met een verergerde uitputting, broeierigheid en rillerigheid. Deze toestand zorgt voor nog meer aan huis gekluisterd zijn en nog meer beperkingen, en dat voor een uitgesproken buitenmens als ik. Zing het in koor: ja Roland, je hebt het heel zwaar! Dank u! Maar het is wel zo. Voor gezonde mensen of voor mensen die een en ander mankeren maar desondanks (redelijk) normaal kunnen functioneren, is zo’n griep niet zo ingrijpend en vervelend. Ach ja, dan heb je een keertje de griep, so what.

In mijn geval is dat anders. In het geval van miljarden andere mensen ook, maar ik schrijf hier over puur persoonlijke aangelegenheden waarbij ik mijzelf en mijn eigen leven als uitgangspunt neem. Geloof me, ik ben in het dagelijks leven al voldoende begaan met en geïnteresseerd in anderen. Als ik schrijf, ben ik ook eens egocentrisch.

Dit blogje moet erover gaan dat ik mezelf erop betrap dat er bij mij nog altijd invloeden zijn uit mijn spirituele periode (tussen mijn achttiende en vijfendertigste – ik ben van 1967), terwijl ik in toenemende mate een hekel heb gekregen aan spiritualiteit en spirituele mensen en theorieën over reïncarnatie en karma boudweg verwerp.

WONDERGENEZING

Mijn (veel te) spirituele periode begon na een gedeeltelijke genezing die tot stand was gekomen na één behandeling door een paranormaal begaafde therapeut. Een gedeeltelijke wondergenezing was het. Het zal me worst wezen of ik deze gedeeltelijke genezing – waardoor ik weer enigszins kon functioneren – echt aan zijn behandeling of aan autosuggestie of een placebo-effect had te danken. Die discussie voer ik niet met u. Ik weet alleen DAT er plots een chalcedon aan mijn ketting hing, bij wijze van schrijven.

De reguliere geneeskunde had niks voor me kunnen betekenen en toonde weinig interesse en hartelijkheid en die paranormaal begaafde therapeut had me half om half geholpen. Ik was hem natuurlijk super dankbaar. Een held was hij voor mij. Ik noemde hem zelfs een discipel van God. Echter, omdat ik na de behandeling met nieuwe, andere zeer hinderlijke en storende lichamelijke of psychosomatische klachten werd geconfronteerd en de reguliere geneeskunde wederom geen verklaring kon geven die in het Medisch Handboek staat en de genoemde paragnost botweg beweerde dat deze nieuwe klachten mijn eigen schuld waren (te zorgelijk, te begaan met anderen, helemaal uit balans), HAD IK PLOTS GEEN VANGNET EN GEEN HULPBRONNEN MEER. Maar ik was wel ten einde raad en ik wilde koste wat kost beter en gelukkig worden!

Daarom ben ik mijn toevlucht gaan zoeken in esoterische lectuur. Waarom in esoterische lectuur? Door die gedeeltelijke genezing door een paranormaal therapeut en de aandacht voor het paranormale op radio en tv in die tijd meende ik dat in het spirituele/paranormale alle antwoorden en oplossingen waren te vinden. Ik was naïef (ja, verwijt het me maar, gooi het me maar voor de voeten) en ik was super wanhopig.

ZELF-HERSENSPOELING

Ik verslond alles wat was gepubliceerd over alternatieve en spirituele zelfhulp en parapsychologische verschijnselen en opvattingen. Ik woonde zowat in de bieb. Alles wat ik las, slikte ik voor zoete koek en paste ik onophoudelijk toe op mezelf. Opeens was ik ZOGENAAMD een expert in aura’s, uittredingen, karma, engelen, de bio-enegertica, edelstenen, geleidegidsen en wat al niet meer spiritueel zou zijn. Dat was mijn religie. Ik predikte erover, te pas en te onpas. Ik wist zogenaamd hoe het leven in elkaar zat, wat de waarheid was.

Inmiddels besef ik dat het niet mijn eigen waarheid was, maar een zelf-hersenspoeling. Geen zelf-hulp, maar onbedoelde en ongewenste zelf-destructie. Ik raakte volledig los van het aardse, ik was het aardse ZOGENAAMD ontgroeid: hoewel ik nog masturbeerde (altijd veel gedaan) verfoeide ik seks, geld, eten en het aardse gedoe. Het ging immers puur en alleen om de geestelijke groei en naastenliefde! Stiekem hoopte ik – als ik daar maar hard genoeg in geloofde en het toepaste – verlicht te worden en vooral verlost te worden van mijn onafgebroken, vervelende, geselende symptomen: bij elke stap die ik zette, had ik 5 jaar lang het gevoel in een gat te trappen, en mijn lichaam leek letterlijk te schommelen als een scheepje in een storm op een woeste zee. In werkelijkheid werd ik niet verlicht, maar werd het steeds duisterder om me heen en kwam ik niet meer onder mijn eigen zwarte schaduw uit. Ik bedoelde het goed, maar was ongemerkt bezig met onbedoelde zelf-destructie.

Welnu, eigenlijk maakten al die verhalen en opvattingen over andere dimensies, uittredingen (dat de geest uit het lichaam kan treden en naar andere dimensies kan reizen), engelen, het leven na de dood, demonen en het onbewust overnemen van andermans stemming en kwalen me doodsbang (ik vond het diep van binnen niet te bevatten en doodenge materie) en daarbij kwam dat ik me door de zelf-hersenspoeling helemaal kwijt raakte en dat ik me letterlijk een zombie voelde die niet meer zelfstandig en normaal kon denken, beleven en voelen.

Ondertussen had ik tien jaar lang wekelijks (!) tientallen magnetiseurs, gebedsgenezers, zelfbenoemde paranormale genezers en alternatieve artsen geconsulteerd teneinde verlichting te vinden en te worden geholpen en genezen, maar al hun diagnoses, middeltjes en behandelingen werkten eigenlijk alleen maar averechts. Nog steeds kon de reguliere geneeskunde (huisarts, neuroloog, psycholoog) weinig met me aanvangen. Zo iemand als ik en de klachten die ik had, hadden ze nog nooit meegemaakt. Ze wisten zich geen raad met me en deden ook niet echt moeite zich in mij en mijn situatie te verdiepen, zich in mijn toestand en problematiek vast te bijten.

DE OMMEKEER

Op een gegeven moment zag ik het licht. Ik weet niet meer door wie en wat, maar ik zag het licht. Ik besloot van het ene op de andere moment het over een andere boeg te gaan gooien. Eindelijk zag ik in dat ik met het grasduinen in al die spirituele boeken totaal verkeerd bezig was en dat al die spirituele hulpverleners alleen maar goed aan me verdienden maar ons geen oplossing konden bieden, integendeel. Ik nam me voor voortaan mezelf te gaan helpen, zelf te gaan nadenken en bij mezelf na te gaan wat me goed deed en wat niet.

Zoals ik eerder op eigen kracht en zonder enige hulp en steun van anderen mijn eetstoornis, bloosangst en minderwaardigheidscomplex en zelfhaat had weggewerkt en later – met de hulp van mijn vrouw – de straatangst, zo hielp ik via een jarenlang proces mezelf af van de verschijnselen van de zelf-hersenspoeling en het zombie-achtige gevoel, en van de verslaving aan en het vertrouwen op esoterische lectuur.

Voortaan zou het op MIJN manier gaan! Voortaan zou ik me niets meer laten wijsmaken door anderen! Voortaan zou ik ZELF mijn therapeut zijn. Sindsdien ging en gaat het crescendo, al is het nooit makkelijk geworden en lijkt werkelijke genezing ver weg (maar ik geef nooit op en richt me iedere keer weer op!).

Ik zag in dat ik in elk geval weer wilde en moest ontspannen en genieten. Ik begon met het voeren van de vogeltjes in de tuin en met het jongleren met de voetbal en breidde dit behandelplan uit met bezoekjes aan de zonnestudio, het zwembad, de sauna en de masseuse. Ik werd verliefd en met mijn vriendin – al 23 jaar mijn lieve vrouw – deed ik natuurlijk leuke dingen en dat hielp me erbovenop. Onderweg ontwikkelde ik mijn eigen maatschappij- en levensvisie alsmede politieke kleur en daarbij had ik veel aan het bekijken van natuur- en oorlogsdocumentaires waaruit bleek hoe het leven, de mens en de maatschappij werkelijk in elkaar zitten en interviewprogramma’s met wijze mensen.

De evolutietheorie opende mijn ogen en het principe van yin en yang spreekt me tot op de dag van vandaag aan. Maar ik nam geen formules en formuleringen meer over van anderen, maar formuleerde mijn eigen levensfilosofie en onderwijl bleef ik mijn eigen (en best denkbare) therapeut, en ik heb meer dan 40 reguliere en alternatieve behandelaars versleten, de een nog stommer en onvriendelijker dan de ander.

Ik bleek voor mijzelf veel beter te zijn dan artsen en familieleden en therapeuten en vrienden en goeroes. Ik bleek van mezelf op aan te kunnen.

Mijn levensfilosofie en politieke denkbeelden heb ik in mijn blogs reeds dikwijls geopenbaard, heel vaak en uitgebreid. Dat doe ik nu dus niet.

NIET ALLE AFVAL VAN VROEGER IS OPGERUIMD

Waar het me nu om gaat, is dat ik eerlijk moet toegeven dat ik toch nog onderhevig ben aan bepaalde spirituele invloeden van toen, van mijn obsessieve esoterische periode waarin ik mezelf hersenspoelde en vertrouwde op al die zogenaamd verlichte therapeuten en goeroes. Ik heb teveel ervaren om het paranormale helemaal als onzin af te doen. Hoe het werkt, weet ook ik niet, ik weet wel DAT het heel soms (deels) werkt en dat er een enkeling is die werkelijk iets kan veranderen/verbeteren langs paranormale weg.

Mijn neustussenschot staat scheef en zorgt voor een verstopt, geblokkeerd neusgat (binnenin), maar een operatie – een septumcorrectie – vind ik te risicovol en te eng. Ik durf het gewoon niet aan. Het kan misgaan en ik ken mezelf: ik vergroot alles uit wat en ben geobsedeerd door wat niet helemaal okay voelt.

In plaats daarvan probeer ik met magie van mijn probleem af te komen. Ik roep Moeder Aarde en Vader Hemel en overleden familieleden aan alsmede engelen, ik probeer het magische licht uit de magische bron/de kern te halen en via mijn handen op mijn neus in te stralen zodat die spontaan – als door een wonder – recht gaat staan… Ik roep het universum aan…

Het heeft natuurlijk allemaal geen enkele zin. Het is bezopen. Ik bezit geen magische krachten en het universum en mijn voorouders schieten me niet te hulp. Some guys get all the luck and I am not one of them. Mensen als Ronald Koeman hebben een gouden pik en zit het – hoewel ze natuurlijk ook hun rouw, verdriet en teleurstellingen kennen – vaak mee in het leven, maar niet mensen zoals ik.

Ik zal met het neusprobleem dienen te leven of toch moeten besluiten een operatie te ondergaan (maar ik spring nog liever voor de trein).

SLIJMEN MET HET GEZEVER

Maar ook op een ander vlak word ik nog steeds geconditioneerd door mijn spirituele periode (THERAPEUTEN, ZELFHULPBOEKEN) en door de aanraking met psychologen en een lul de behanger van een psychotherapeut die in Australië graag in TENTEN bivakkeert. Hun gezever over acceptatie, mindfulness, relativering, stappenplannen, yoga, meditatie en reiki… het zingt nog wel in me rond en de terminologieën, oefeningen en filosofieën hanteer ik nog altijd ZO NU EN DAN. Dus helemààl gedeconditioneerd ben ik (nog) niet. Dat zal waarschijnlijk nooit lukken.

Maar neen, baat heb ik er allemaal niet bij, nog steeds niet. Ik ben gewoon wie ik ben en ik moet het vooral hebben van een verstandige en fijne dagbesteding en een gezond leefpatroon en van het volgen van mijn eigen gevoel en het vertrouwen op mijn eigen gezonde verstand en intuïtie. That’s all.

Ik wil vooral niets meer zomaar voor zoete koek slikken. Zo las ik dat het ziekenhuis in Roermond al met al staat aangeschreven als het beste van Nederland. Patiënten zouden er heel tevreden zijn. Toch ken ik als Roermondenaar relatief heel erg veel mensen die heel slecht te spreken zijn over dit ziekenhuis of slechte ervaringen hebben gehad. Zo’n onderzoek en de publicatie daarover zeggen me dus heel erg weinig. Ik denk wel te weten waarom het ziekenhuis – beslist geen slecht ziekenhuis hoor! – zo hoog aangeschreven staat: het is een relatief klein ziekenhuis waar mensen niet het gevoel hebben in een veel te grootschalige fabriek te moeten bivakkeren én het Roermondse ziekenhuis behandelt geen al te grote, ernstige problemen. Voor iedere serieuze ingreep word je doorverwezen naar Eindhoven, Venlo, Sittard of Maastricht. Bij zware ingrepen kan en zal er eerder iets misgaan. In een heel groot ziekenhuis zal je eerder het gevoel hebben een nummer te zijn. De wachttijden zullen daar langer zijn. Hiermee probeer ik een voorbeeld te geven van het zelf nadenken. Zo’n nieuwsbericht zegt niet alles.

De meeste mensen lezen zo’n bericht en slikken het voor zoete koek: Roermond zou dus het fijnste ziekenhuis herbergen. Maar daar zit ook weer een verhaal achter. Echter, voor de nuance nemen de meeste mensen geen tijd. Zelf nadenken en zelf analyseren en onderzoeken, dat is er allemaal niet bij. Ik doe dat nu juist in hoge mate (al put ik vooral uit ervaringen van mezelf en anderen), juist door wat ik allemaal heb meegemaakt, door het proces dat ik heb doorlopen.

Maar dan schrijf ik puur over mijzelf, over hoe het voor mij IS. Ik ben een van de weinige mensen die openlijk persoonlijk durft te zijn en daar blijkbaar behoefte aan heeft en waarde aan hecht. Dat ik anders ben dan de kudde, is me ondertussen heel erg duidelijk. Niet alleen maar in positieve zin.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vrede en wrok zijn onverenigbaar

Als je het genoegen wilt smaken van een genoeglijk leven, dan zul je veel vaker je ongenoegens opzij moeten zetten en negeren.

Moralistisch, idealistisch en kritisch. Ieder vlekje stoort me. Ik ben een man met veel onvrede en ontevredenheid. Ik maak zitmeubels van splinters. Dat zit nou eenmaal in mijn aard of dat is er door de jaren heen in geslopen. Wat is puur oorspronkelijk en wat is het resultaat van de ervaringen + de beleving? Het onbeschreven blad is wel beschreven, maar met onzichtbare inkt.

Accepteren en relativeren gaan me niet makkelijk af. Woedend zijn, is eerder mijn manier van reageren en van verwerken. Ik zal eerder amok maken dan aanvaarden. Ik ben strijdvaardig. Maar strijd voeren, is wel heel erg afmattend.

Opstand. Derangeren. Verhitte discussies. (Ingezonden) Brieven schrijven op hoge poten. Ergernissen. Depouilleren en debatteren. Gedeprimeerd zijn. Het leven depreciëren. Het munitiedepot plunderen en aanvullen. Derailleren en toch alles op de rails proberen te krijgen. Een refugié middenin de samenleving.

Het is een manier. Mijn manier. Maar is het een manier die rehabiliteert? Of ben ik een stupide stumperd die opgevouwen ligt op een stretch-bed annex ziekbed?

Er zijn zoveel onverkwikkelijkheden waaraan niets is te doen… Zinloos om er iets aan te verbeteren of te veranderen. Zinloos om je er druk over te maken. Zinloos om te geloven in een wonder. Zoveel wat buiten mijn macht ligt, waar ik helemaal niets aan zal kunnen wijzigen, hoe druk ik me er ook om maak. Mijn overgrootmoeder kon niet accepteren dat een van haar zoons systematisch veel teveel dronk. Zonder dat het winst opleverde, maakte ze voettochten van 17 kilometer heen en 17 kilometer terug naar een kapel waar ze bad voor zijn ‘genezing’, en haar kleinkinderen moesten ook bidden voor zijn ‘redding’, want misschien zou God sneller geneigd zijn naar een (rein) kind te luisteren, het gebed van een weerloos wensenkind te verhoren. Maar het was allemaal voor niks. Die oom is blijven zuipen en is uiteindelijk overleden aan zijn drankzucht. I rest my case.

Edoch, al veel vaker ben ik tot de conclusie gekomen dat je de meeste onverkwikkelijkheden het beste kunt laten zijn voor wat ze zijn omdat er toch geen kruid tegen gewassen is, maar het ongewenste aanvaarden, me overal bij neerleggen, ging me hooguit een paar uur goed af en vervolgens spoten de in feite onderdrukte frustratie en woede als lava uit een plots wakker geschrokken vulkaan. Ik ben een heethoofd. Of dat is wat mijn leven en de maatschappij van mij hebben gemaakt. Mogelijk was ik oorspronkelijk heel koel en kalm. Het bestaan heeft me overduidelijk geëmotioneerd. Onaangenaam kennis te maken… Het lot is niet omzichtig geweest. Vanaf het oksaal klinken treurgezangen.

Het gaat allemaal niet zoals ik wil, en ik kan er niet tegen als ik mijn zin niet krijg. Ben ik verwend? Ambitieus? Vurig? Kinderachtig? Strijdbaar? Perfectionistisch? Idealistisch? Wilskrachtig? Buitensporig wilskrachtig (en wilsonbekwaam tegelijk)? Dit alles? Wat is het waardoor onvrede mijn opium is?

Ik kan er niet tegen als/dat dingen mis gaan, dat er misstanden zijn, dat iets scheef groeit of zit en dat het nooit rechtgetrokken kan of zal worden of dat er onrecht is, en ongelijkheid. Ik haat het dat God niet ingrijpt. Hij bestaat niet. God die niet bestaat, kan natuurlijk helemaal niks herstellen! Daarom haat ik de gelovigen die er desondanks – ondanks alle feiten en bewijzen – hardvochtig in blijven geloven! Ze jokken! Ze zijn infantiel! Ze beloven gouden bergen, terwijl het vlakke land wordt afgevlakt! Zij zijn het die niet kunnen aanvaarden dat hij niet bestaat en al zeker niet ingrijpt!

Voze vorderingen. Steeds weer onenigheid. Strubbelingen. Is het een genotype, erfelijke aanleg? Mijn vader is in dit opzicht precies zo. Altijd gebrouilleerd met alles en iedereen. Is het de over-kritische houding van de al dan niet hypocriete en zelfvoldane moralist? Is het ook een ego-kwestie? Rebelse rekwiranten. Het enige verschil is dat hij zichzelf nooit kritisch tegen het licht kan of wil houden en ik mezelf te kritisch tegen het licht houd. Teveel zelfinzicht kan ook pijn doen aan de ogen en verblinden… Teveel van het goede is altijd slecht/verslechterend.

Moet ik uiteindelijk accepteren dat ik niet goed ben in acceptatie en relativering? Of is dat te makkelijk? Moet ik blijven oefenen me neer te leggen bij zaken waartegen ik normaal gesproken fel in opstand kom? Moet ik blijven trachten alles wat ik me aantrek naast me neer te leggen? Is dat een te prijzen pensum? Hoe vaak heb ik dat wel al niet geprobeerd? Sommige karaktertrekken, verleidingen, slechte gewoonten en gedragingen zijn nou eenmaal sterker dan jezelf. Vraag dat maar aan de alcoholist…

Als je in het vliegtuig zit en er is veel onaangename turbulentie, dan kun je daar heel bang van worden en je er heel druk om maken, maar je kunt ook proberen je eraan over te geven, de schommelingen te relativeren en te vertrouwen op de goede afloop of als je dat niet kan fatalistisch (makkelijk) te denken. Maar wat als je daar gewoonweg niet toe in staat bent? Wat als je nou eenmaal paniekerig reageert, tegen wil en dank, en pas weer rust hebt als de turbulentie voorbij is? Wat als al je vertrouwen je is ontnomen? Wat als je het bent verleerd te hopen en te vertrouwen, of als je dat nooit is (aan)geleerd (eerder het tegendeel en dat dit tegendeel wortel heeft geschoten in je binnenste)?

De turbulentie is pas voorbij als je dood bent…

Lang leve de dood!

Dit is eerlijk en authentiek. Ik pas voor het fabriceren van het zoveelste, afgezaagde feel good-verslag over allerhande maatschappelijke, sociale, psychologische en emotionele successen. Mijn leven en beleving zijn hectisch en grillig en zo komt het/treed ik ook naar buiten. Een ander geluid. Mijn eigen geluid. Niet om te imponeren en te glimmen, maar om eerlijk, puur en oprecht te zijn en de kwetsbaarheid te tonen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Niet kunnen zwemmen in of waterskiën op een zee van tijd

Ze weten dat ik met beperkingen thuis zit en toch vraagt haast niemand zich ooit af hoe het voor mij is om dag in dag uit tegen die enorme (wereld)zee, die oceaan van tijd, aan te moeten kijken, terwijl ik slechts in het ondiepe kan staan en zwemmen en elke boot die langs vaart mis, terwijl ik alleen maar aan de waterkant in de golven (branding) kan liggen. Als ik sta, dan komt het water tot iets boven mijn enkels. En toch heb ik steeds het gevoel dat het water me tot aan de lippen staat…

Ze weten dat ik een leven in de marge leid/lijd, zonder baan en eigen geld en met zeer beperkte mogelijkheden/kansen maar met veel stoornissen, kwalen en beperkingen, en toch vragen ze zich nooit af hoe ik dat volhoud, want blijkbaar is het de normaalste zaak van de wereld dat je niet ten onder gaat aan sleur en verveling en evenmin aan je fulminerende frustraties, invalide dromen en vibrerende verlangens.

Het is de hele dag zoeken naar iets om te doen te hebben, het leven betekenis te geven, de dagen door te komen, voor positieve prikkels te zorgen tijdens de negatieve bombarie. Ze geven zich er geen rekenschap van. Want ze nemen niet de moeite zich echt in me te verplaatsen, zich werkelijk voor te stellen hoe het is om al tien jaar zo’n marginaal bestaan te leiden/lijden.

Dan kijken ze ervan op dat ik wat vaker muziek op heb staan. Tja, hallo, ik moet toch iets doen om mijn leven te veraangenamen en de leegte te vullen? Ik kan niet 24/7 in mijn scheve neus peuteren!

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Statistiek weblog

Gemiddeld trekt mijn weblog over 24 uur 4 lezers per uur, dus ieder kwartier één.

Ik hoop en weet dat er lezers tussen zitten die de waarde van dit aantal bepalen én opschroeven…

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vlinder in de boeien

Een vlinder in de boeien, op een vlinderstruik die niet wilde groeien en met doornen. Zo heeft Francien zich vaak gevoeld (zie vorige blog ‘Zich niet kunnen waarmaken’). Een ingemetselde vrije geest.

Wie je diep in de kern bent en hoe je bent geworden, daar zit vaak een wereld van verschil tussen. Door de conditionering door de opvoeders en de kerk en school en de maatschappij en door afkeurende en jaloerse reacties en blikken van anderen op je uitingen en uiterlijk en door nare ervaringen en complexen en andere innerlijke strijd veranderen we vaak van vorm en raakt wie we van nature zijn, wie we werkelijk zijn, uit beeld. Bij de een is dit (veel) meer het geval dan bij de ander. Je hebt ook geluksvogels die zo vrij als een vogel blijven of al snel (weer) worden.

Vergeet niet dat veel kinderen, pubers en zelfs twintigers de wereld, de maatschappij, overweldigend en beangstigend vinden, te druk, te groot, te veeleisend en te zot. En de menselijke geest – de psyche + emoties – is heel complex en vatbaar voor scheefgroei. Dan is het moeilijk jezelf te blijven en je gunstig te ontwikkelen. Als de vruchtbare grond beeft en gaat scheuren, zie dan maar eens vaste grond onder je voeten te krijgen, te aarden. Spirituele termen gebruik ik eigenlijk niet graag, omdat ik de spirituele wereld net als de religieuze wereld deels heel erg gevaarlijk en stompzinnig vind, maar de term aarden is in deze context zeker van toepassing.

Van nature is Francien een vrijzinnige, losbandige, creatieve figuur, borrelend van de ideeën en verlangens, nieuwsgierig. Een ontdekkingsreiziger en avonturier als het gaat om ervaringen. Iemand die zich liever niet settelt, zich niet aan één gedachte, ideaal, verlangen of persoon bindt. Francien wil steeds weer nieuwe schoenen passen, in nieuw schoeisel lopen, maar ze gooit geen oude schoenen weg die haar nog lekker zitten of die versleten zijn maar die zo lekker liepen dat ze het niet over haar hart kan verkrijgen er afstand van te doen.

Al heel jong kwam aan het licht dat ze van zowel jongens als meisjes hield, dat ze van zowel jongens als meisjes opgewonden werd, dat ze op zowel jongens als meisjes verliefd werd. Grote, meeslepende liefdes, soms meerdere tegelijk, maar alle even oprecht en gepassioneerd. Maar Francien voelde duidelijk dat het niet de bedoeling was dat ze ook van meisjes hield. Waardoor ze dat voelde, weet ze ook nu niet. Maar ze weet wel DAT ze die censuur, die afkeuring, die restrictie voelde.

Een vlinder is ze die de nectar uit vele bloemen haalt. Dat is wat en wie ze van origine is. Francien is voor zichzelf uit de kast moeten komen: ze is bi, ze is niet monogaam, ze is een vrijbuiter en ze is een overtuigde linkse rakker, een sociaal-democraat met af en toe communistische en anarchistische invloeden.

De vlinder heeft de sleutel van de boeien gevonden en werpt de ketenen van zich af. Maar na zo’n lange tijd moet ze opnieuw leren vliegen, is het wennen om zo vrij te zijn en om te gaan met al die mensen die haar die vrijheid niet gunnen, geen belang hebben bij of hechten aan haar vrijheid en/of die haar ware aard niet goedkeuren of niet kunnen plaatsen. Een doorbraak heeft reeds plaatsgevonden, maar nu moet Francien leren fladderen over de uiterwaarden van haar nieuwe zelf-uitvinding.

Die nieuwe weg kan soms ook weer best of zelfs heel eenzaam zijn. De mens is van nature alleen. Alleen jijzelf hebt je eigenbelang en eigen verantwoordelijkheid, niemand anders.

http://www.rolanddanckaert.nl

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zich niet kunnen waarmaken

Door haar verlegenheid kwam er eigenlijk al vanaf de peuterschool niet uit wat erin zat en kon Samantha niet het leven leiden zoals ze dat had gewild en had gekund. Remmingen. Veel dromen, veel verlangens, maar weinig durf. Angst. Het was moeilijk voor haar om vriendinnetjes te maken en bijvoorbeeld om het klimrek op het schoolplein voor zichzelf op te eisen en zich niet wéér naar achteren in de rij te laten duwen door al die haantjes de voorste. Samantha was afwachtend en terughoudend, eentje die de kat uit de boom keek. Bij veel andere kinderen die zo vrij als een vogel leken te zijn, stak ze schril af en daar was ze zich VOORTDUREND heel erg van bewust.

Samantha kon goed leren en was een beleefde, ijverige en gehoorzame leerlinge, maar ze werd altijd vuurrood als ze een beurt kreeg of een spreekbeurt moest geven. Ze hoorde dan het brandalarm afgaan: het voelde alsof haar gezicht vlam had gevat en in lichterlaaie stond. Ze schaamde zich voor haar rooie kop, voor haar schaamte ook. Waarom kon ze niet gewoon zelfverzekerd, vrij en letterlijk en figuurlijk cool zijn? Waarom kon ze niet gewoon sterk en ongecompliceerd overkomen zoals de meeste anderen van en in haar klas? Samantha keek vooral naar en vergeleek zich dus voornamelijk met de leeftijdsgenoten die waren zoals zij graag had willen zijn en zoals ze diep van binnen was en zoals ze dus had kunnen zijn als ze niet zoveel complexen had gehad.

Ze keek niet naar en vergeleek zichzelf niet met de kneusjes en muurbloempjes. Zelfs de kneusjes en muurbloempjes leken stabieler en gelukkiger te zijn! Samantha voelde dat het helemaal de verkeerde kant op ging met haar, dat er wat mis was met haar. Maar niemand zag het of zei er wat van. Dat hadden ze ook niet moeten proberen, want Samantha wilde geen hulp en niet zielig gevonden worden of officieel een probleemgeval zijn, ze wilde juist waardering, liefde en bewondering! Ze wilde eindelijk eens – heel snel en eenvoudig en voor altijd – gelukkig zijn en een zorgeloos en probleemloos leven! Was dat teveel gevraagd van het leven en van God en het lot? Kennelijk wel!

Vanwege het steeds weer hevige blozen, ontwikkelde Samantha zich ongunstig. Door haar voortdurend vuurrode kop – voortkomend uit haar verlegenheid, schaamte, ontevredenheid over haar uiterlijk én gedrag en haar angst voor aandacht – werd ze alleen maar meer geremd en daardoor onvrijer en eenzamer. Ze kwam terecht in een vicieuze cirkel die zich voortbewoog in een neerwaartse spiraal.

Tot overmaat van ramp was het bij Samantha thuis niet pluis. Haar moeder was alcoholiste en had een zeer slechte dronk waarbij ze op haar man en hun twee kinderen ging schelden. Als ze echt ver heen was, sloeg haar moeder haar vader en Samantha en haar drie jaar jongere zusje Valerie. Aan haar vader had Samantha ook niet veel. Hij was thuis een slapzak, sowieso een workaholic én had een paranoïde stoornis. Overal zag hij (denkbeeldige) gevaren en vijanden en zijn beleving bestond eigenlijk uit complottheorieën. Samantha’s zusje was een heel lastige, rebelse en recalcitrante puber die last had van driftbuien, jaloezie en die alleen maar deed waar ze zelf zin in had en het ouderlijk gezag en het gezag van de leraren niet accepteerde, laat staan respecteerde. Het gedrag van en de conflicten met Valerie zorgden voor nog eens extra veel spanningen thuis.

Haar ouders deden hun best er toch nog wat van te maken, van dat gezinsleven van hun, maar ze waren nou eenmaal ontzettend gemankeerd en konden niet aan hun eigen schaduw ontsnappen. Blijkbaar konden ze hun slechte patronen niet doorbreken, hun gedrag niet veranderen en waren ze niet in staat om hun liefde voor hun dochters te vertalen naar een stabiele thuissituatie en een goede opvoeding.

Gelukkig kon Samantha zich uitleven in de muziek. Ze had talent voor pianospelen en een heel leuke pianoleraar die haar liet lachen en zich echt om haar leek te bekommeren. Puur op gehoor speelde Samantha, thuis op het klavier, feilloos de liedjes na uit de Top 40. Als ze in haar vrije tijd niet piano speelde, dan was de hoofdpersoon van dit blogje te vinden op de skatebaan in het skatepark. Ze ging er bij voorkeur heen als er niemand was, want ze vond het vervelend om geconfronteerd te worden met vriendengroepjes waar ze dan als onbekende tegenover stond (ze wilde wel aansluiting zoeken bij anderen, maar maakte moeilijk vrienden) en ze kon zich niet echt uitleven als ze het gevoel had bekeken te worden.

Op die skatebaan was eens een best leuke jongen die ze nooit eerder had gezien, maar ze durfde geen oogcontact met hem te maken. Ze deed net alsof ze hem niet zag. Weer een gemiste kans. Er was ook eens een ouder meisje dat haar ongevraagd tips gaf en dat vond Samantha heel vervelend, want ze vond dat ze geen tips nodig had en heel goed was in het skaten.

Samantha moest van haar ouders op dansles en ze heeft het als een vernedering ervaren dat ze altijd als een van de laatste meisjes overbleef die door een jongen werd gevraagd voor de Engelse wals of de quickstep. Ze zag dat meisjes die (nog) lelijker waren eerder werden uitgenodigd voor een dans dan zij. Ze voelde dat dit kwam door haar ongelukkige en onzekere uitstraling waarmee ze afstotende en afstotelijke signalen uitzond.

Haar zusje die dus drie jaar jonger was, van haar hart geen moordkuil maakte en al haar vriendinnen wel gewoon vertelde wat er thuis allemaal speelde, versleet het ene na het andere vriendje en had altijd spannende verhalen over wat ze allemaal meemaakte, maar Samantha maakte niet veel spannends mee, en al zeker niet op het gebied van liefde en seks. Ze had ook wel in de gaten dat er weinig gebeurde als je zo verlegen en geremd en onzeker was als zij en als je geen initiatieven durfde te nemen, maar ze was niet bij machte dit te veranderen, om te zetten. Ze wist niet hoe! GEVANGEN ZAT ZE IN HAAR EIGEN ONMACHT EN ONKUNDE!

Er waren wel twee of drie jongens geweest die verkering aan haar hadden gevraagd, maar Samantha had geen ‘ja’ durven zeggen, zelfs niet tegen één jongen die ze echt heel knap, stijlvol en stoer vond. Bijna alle leeftijdsgenootjes die ze kende  – zelfs een paar kneusjes en studiebollen – hadden wel al verkering en seks gehad. Zij liep achter op de rest. Zij bleef alleen achter. Samantha voelde zich al op haar achttiende een ouwe vrijster.

Driekwart jaar na haar achttiende verjaardag begon Samantha – die erg schommelde met haar gewicht en obsessief bezig was met vreten en dan weer lijnen – zich steeds slechter te voelen. Ze had beduidend minder energie, was voortdurend grieperig en verkouden en kon zich veel minder goed concentreren. Na veel onderzoeken bleek dat ze aan een auto-immuunziekte lijdt waarbij haar lichamelijke weerstand constant van slag is en zich tegen haar eigen lijf keert. Slechte en minder slechte periodes wisselen elkaar sindsdien af, maar echt fit is Samantha nooit meer. Hierdoor heeft ze haar studie aan de kunstacademie, richting fotografie, niet kunnen afmaken en heeft ze nooit een vaste baan kunnen krijgen. Daardoor heeft ze nooit echt in de maatschappij kunnen meedraaien en heeft ze nooit een vast, redelijk inkomen gehad.

Toen ze 24 jaar was, leerde Samantha Joris kennen met wie ze binnen vijf jaar trouwde en vervolgens drie zoons kreeg. Alle drie huilbaby’s. Samantha zocht de oorzaak van al dat gehuil van haar kinderen bij zichzelf: die kinderen voelden vast intuïtief aan dat ze niet lekker in haar vel zat en zichzelf geen goede moeder vond.

Joris is altijd goed voor haar geweest en haar zoons zijn lief en intelligent, maar vaak heeft Samantha het gevoel dat ze het vijfde wiel aan de wagen is. Joris doet allemaal stoere mannen-dingen met hun jongens, echte belhamels. Wederom valt Samantha een beetje buiten de boot, zelfs in haar eigen gezin. De geschiedenis blijft zich herhalen. Het gevoel over te blijven, het gevoel niet echt mee te kunnen doen en niet helemaal mee te tellen.

Samantha vindt dat ze vooral op zichzelf is aangewezen. Bij gebrek aan een goede gezondheid, fitheid en een vaste baan – ze freelancet wat – heeft Samantha niet echt een duidelijk doel in haar leven. Het is allemaal een beetje saai. En als saai werd ze vroeger vaker betiteld door haar zusje en de vriendinnen van haar zusje, hetgeen haar toch al lage gevoel van eigenwaarde nog meer omlaag haalde.

Samantha vult haar dagen met boswandelingen met de hond, het huishouden, het helpen van de boys bij hun huiswerk, het opruimen van hun spullen (vooral als er vriendjes zijn geweest) en met bezoekjes aan haar nog altijd gestoorde, lichamelijk, geestelijk en mentaal aftakelende vader die sinds drie jaar weduwnaar is en net als zij in een vacuüm leeft. Samantha en haar verwekker hebben elkaar eigenlijk weinig te vertellen en Samantha ergert zich zelfs dikwijls aan hem en is dan weer blij als het bezoekje erop zit.

In seksueel opzicht is Samantha evenmin ooit echt tevreden en gelukkig geweest. Joris is haar enige erotische referentiekader en laten we het erop houden dat hij niet echt een goede en gepassioneerde minnaar is. Een knuffelbeer evenmin. Eigenlijk heeft Samantha haar hele huwelijk lang verlangd naar passie, en ze wist dat Joris het haar nooit zou kunnen geven en daar zelfs geen moeite voor zou doen. Ze heeft haar ongenoegen wel eens geuit, maar Joris vindt het allemaal wel best zo. Hij hoorde haar aan en haalde zijn schouders op. Daarmee was het onderwerp weer jarenlang van de baan. En er veranderde/verbeterde niets.

Echter, sinds drie maanden heeft Samantha een geheime (seksuele) relatie, met Francien. Met een vrouw inderdaad. Ze heeft altijd geweten dat ze bis-seksueel is en Francien – ook een getrouwde moeder – en zij hebben elkaar leren kennen (in de plaatselijke supermarkt) en elkaar gevonden. Ze hebben het in bed heerlijk samen, en ook aan de keukentafels klikt het. Samantha wordt verscheurd door schuldgevoelens, maar anderzijds heeft ze eindelijk het gevoel dat iemand haar werkelijk ziet en begrijpt en dezelfde seksuele verlangens en beleving heeft.

Voorbij zijn al die lege, spanningsvolle maar saaie jaren waarin de boswandeling met de hond en de seksloze gezinsvakantie de hoogtepunten waren en waarin ze verlangde naar meer, naar veel meer. Samantha heeft door haar verlegenheid, remmingen, complexen en ziekte nooit uit haar potentieel kunnen halen wat erin zit. Ze heeft haar dromen nooit kunnen waarmaken. Nimmer heeft ze het een beetje makkelijker gehad en het gevoel gehad dat er (echt fijne) uitdagingen waren, dat ze kon doen wat ze wilde en had kunnen doen als alles anders was geweest. En nu met Francien doet ze iets wat op haar verlanglijstje stond. Nu met Francien gebeurt er eindelijk wat.

Haar liefde voor Joris en de kinderen is altijd groot en oprecht geweest en is dat nog. Ze houden ook heel veel van haar. Dat is het niet. Samantha wil ook helemaal niet scheiden en niet met Francien een nieuw gezin vormen. Francien is gewoon een verrijking voor haar leven. Francien maakt haar completer en haar leven idem dito.

Maar ideaal is deze ‘constructie’, dit dubbelleven, allerminst. Ook dit is weer heel moeilijk. Ook dit gaat weer gepaard met heel veel stress en spanningen. Dat stiekeme gedoe vreet een gewetensvol mens op. Joris en de kinderen zouden echt gebroken zijn als ze wisten van haar geheime affaire. Haar schoonfamilie die het toch al niet zo op haar heeft en weinig MET haar heeft zou haar met de nek aankijken en verketteren. Allemaal redenen waarom ze het niet eerlijk opbiecht.

Samantha probeert maar van moment tot moment te leven, niet eens van dag tot dag. Ze probeert te genieten van alle kleine genoegens, zoals een mok koffie met een Sprits, een goed, spannend boek van Patricia Cornwell en Wilbur Smith en de leuke momenten met haar gezin. En van de liefde en aandacht van en voor Francien natuurlijk!

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een nieuwe dag, dezelfde opdracht

Weer een nieuwe dag

Tijd om in te vullen

Uren om te besteden

Geen grote dromen

Geen uitdagingen

Daarvoor ben ik te beperkt

Maar wel een streven:

genieten van het alledaagse

Van de gezelligheid op Radio 538

Van de beschaafde rust op Radio 4

Van een flirt met de kassières

Van een soap in een aantrekkelijk boek

Van thee met suiker en melk

Van de vrijdagavond-friet met snacks

Van de kaarsjes bij de afnemende volle maan

 

Vannacht vond ik 3 euro

Mijn vrouw was er blij mee

Ze was zelfs trots op me

3 euro is voldoende…

© Roland Danckaert

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen