Als ellende wordt gebundeld

Op 49-jarige leeftijd kreeg Jack’s vrouw Lucy – die altijd al een verstrooide indruk had gemaakt – een vorm van dementie waarbij ze niet alleen van alles vergat, maar tevens een ander, naar karakter kreeg. Tegelijkertijd dementeerde zijn moeder. Jack’s vader werd overspannen doordat de mantelzorg te zwaar voor hem was.

Kort na de dood van Lucy, die nog acht jaar in verpleegtehuizen had gevegeteerd, overleed Jacks’ moeder en pleegde zijn vader zelfmoord. Niet lang daarna overleed Lucy’s oudere zus Corine.

Als dank voor het moeten doorstaan van al deze ellende in zo’n relatief korte periode kreeg Jack een forse burn-out en moest zijn jongste zoon Nico door een psychiater worden behandeld vanwege ernstige psychisch-emotionele kwalen. De jongen van nog maar vijf jaar kon het verdriet van zijn vader, de dood van zijn moeder, haar crematie en al die jaren die daaraan vooraf waren gegaan niet verwerken.

Het leven spaart ons niet. Goede mensen treffen het vaak slecht en slechte mensen hebben dikwijls in allerlei opzichten de wind mee. Er is geen hogere macht die ons beschermt of zich om ons lot bekommert. We hebben alleen onszelf, elkaar en alle mooie, fijne en leuke dingen.

 

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het geloof van Herman Finkers

Cabaretier Herman Finkers hemelt God op. Volgens de katholiek opgevoede grappenmaker uit Almelo is het Godslastering om Zijn bestaan en goede intenties in twijfel te trekken. 

In het door mij graag bekeken EO-programma Adieu God? vertelde Finkers tegen interviewer Tijs van den Brink dat het bestaan van God voor hem een zekerheid is. God is volgens de Twentenaar de creator van de oerknal en de evolutie. God is voor de komiek het niet te bevatten, irrationele mysterie des levens en pure go(e)dheid, dat wat naast of voorbij de wetenschap existeert (en natuurlijk is ook de wetenschap een geschenk van De Schepper, volgens de eindjaarsconferencier). Finkers vertelde dat hij God niets kwalijk neemt, maar juist medelijden met Hem heeft, omdat er zoveel leed en onrecht is in de wereld.

Als je Finkers zo hoort praten, ga je zelfs als atheïst bijna in God geloven. Het klinkt allemaal zo aannemelijk, zo plausibel zoals de Tukker – ik vind zijn shows geweldig – het brengt. En het zal beslist zo zijn dat de redeneringen van Finkers hem helpen de werkelijkheid te accepteren, met de stroom mee te gaan en een vredige kijk op de dingen te hebben.

Maar ik geloof niet wat hij gelooft. Finkers is katholiek geconditioneerd en heeft geen enkele behoefte die conditionering aan te vechten. Integendeel, hij cultiveert het, met gretige liefde. Finkers is een echt religieus persoon. Hij weet heel veel van het christendom (hij heeft veel Bijbel-kennis) en geniet ontzettend van de kerkelijke rituelen en van de religieuze symboliek. Dat alles geeft hem een gezegend gevoel. Het is hem van harte gegund.

Maar ik geloof niet dat Finkers de waarheid beet heeft. Dat is misschien hoogdravend en arrogant van mij, maar hij is zelf geen haar beter. Finkers lijkt niet te kunnen begrijpen en bevatten dat er mensen zijn die absoluut niet in God geloven.

Veel meer dan Finkers – die we zelden kunnen betrappen op uitgesproken politieke meningen – zie ik het goede en mooie in de wereld los van God. In mijn optiek is het er gewoon, maar ik kan er ongewoon van genieten en dankbaar voor zijn, voor al dat goede en al dat moois. Ik voel niet dat er een opperwezen is dat alles heeft bedacht, heeft gepland en zich om ons lot bekommert. Ik voel, hoor, ruik en zie wel dat er naast alle ellende heel veel is dat fijn is. Maar ik zie dat niet als een verdienste van God of als een geruststellende gedachte dat er een opperwezen is dat ons uiteindelijk zal redden en belonen.

Ik ga veel meer dan Finkers uit van de natuurwetten en natuurkrachten en dus van alle constructieve en destructieve mogelijkheden, manifestaties, eigenschappen en gedragingen van het leven en van alles dat leeft. En waarom is het zoals het is? Daarom!

Het bestaan van andere dimensies alsmede van andere wezens die wij niet kunnen waarnemen – waaronder engelen, demonen, kabouters, elfjes etcetera – sluit ik geenszins uit en ik heb ervaren dat er mensen bestaan met paranormale gaven. Hoe het kan weet ik niet, ik weet alleen dat het kan. Dat is voor mij voldoende. Ik mag dan wel alles filosofisch benaderen en analyseren, maar zo door en door rationeel ben ik heus niet. Ik ben een gevoelsmens die maar al te goed weet dat er nog veel meer is dan we empirisch vaststellen.

Echter, ik ga niet zo ver dat ik geloof in karma, reïncarnatie en God. Ik heb daar geen enkele behoefte aan en geen enkele reden voor, om in dat soort zaken te geloven. Volgens mij zijn het verzinsels en aannames van mensen, voortkomend uit wanhoop, onzekerheid, ego en angst en gebaseerd op hoop en de behoefte om het plaatje mooi in te kleuren.

En ik voel me daar goed bij. Veel beter voel ik me dan toen toen ik als kind ‘moest’ geloven of dan tijdens mijn spirituele periode. Ik ben zelf gaan onderzoeken en nadenken, los van alle conditionering en bestaande overtuigingen en ben tot mijn eigen inzichten gekomen die volgens mij een klein maar belangrijk deel van de waarheid en werkelijkheid bevatten. Ik weet dus dat je het geloof helemaal niet nodig hebt om je lekker te voelen, dankbaar te zijn, te genieten en innerlijke vrede te ervaren.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ze zit verlegen om liefde

Van kinds af aan is Bea liefde tekort gekomen. Haar nichtje Liesbeth werd altijd door iedereen, inclusief haar ouders, opgehemeld, terwijl thuis en op familiefeesten niets over haar werd gezegd. Een compliment heeft ze nooit gekregen. Haar ouders gaven haar dure spullen en vonden hun grote huis met grote tuin het belangrijkste. Ze waren niet in staat liefde te geven, terwijl Bea zoveel behoefte had aan bevestiging, aandacht, aansporing en genegenheid.

Zelfs nu ze al een halve eeuw rondloopt op deze aardkloot is Bea steevast de gebeten hond, het zwarte schaap van de familie. Ze kan het nooit goed doen. Nooit goed genoeg. En niemand past zich eens aan haar aan, houdt rekening met haar. Automatisch wordt verwacht dat Bea zich naar de anderen schikt.

Liesbeth is nog steeds de ster aan wie niemand kan tippen en is nog altijd de meetlat waarlangs iedere andere vrouw wordt gelegd. Tegen het paradepaardje moet iedereen het afleggen, Bea op de eerste plaats en het ergste.

Bea’s twee oudere zussen hadden van jongs af aan vooral elkaar. Bea had nooit het gevoel dat ze erbij hoorde. In dat gezin voelde zij zich eenzaam. Alsof ze steevast werd overgeslagen en werd bekritiseerd.

Bea heeft niet gestudeerd en heeft nooit een vooraanstaande positie bekleed, terwijl Liesbeth het natuurlijk heel ver heeft geschopt en ook haar zussen naar de universiteit zijn geweest en een goedbetaalde baan hebben. Bea heeft altijd het gevoel gehouden dat zij niet meetelt, dat ze in de ogen van haar eigen familie tekort schiet. Als je van je eigen bloedverwanten geen waardering krijgt en door hen zelfs wordt geminacht en je van nature of door je ervaringen onzeker bent, dan krijgt zo’n minderwaardigheidscomplex groeistuipen. Dat wordt dan de kern van je wezen. Dat is de spoel waar het rode draad omheen zit en omheen wordt gedraaid.

Bea is getrouwd met Victor, een vent die vooral keihard werkt, en op zich niet verkeerd is, maar ook al geen ster is in complimenten, aandacht en liefde geven. Hij heeft veel en op hoog niveau gestudeerd en krijgt iedere vijf jaar een steeds betere baan. Bea is ‘slechts’ een huisvrouw die wat zwart bijverdient door kleding te herstellen van mensen die haar weten te vinden. Haar klanten zijn tevreden en prijzen haar werk, maar haar man, ouders en zussen van wie ze de complimenten wil ontvangen, nemen haar werk voor lief. Ze zijn te druk met intellectueel bezig zijn.

Hun twee zoons, vooral de jongste, zijn al even belezen, ambitieus, succesvol en intellectueel. Bea kan hun onderlinge gesprekken en hun gesprekken met hun vader, haar man, vaak niet bijbenen. Haar interesse ligt niet bij politiek, wereldproblemen en het nieuws. Ze wil gewoon (een) leuk leven, niet te moeilijk en niet te ingewikkeld doen.

Echte liefde – de liefde die ze zo hard nodig heeft – krijgt Bea, vindt ze, alleen van haar drie katten en twee konijnen. Dieren, haar dieren, oordelen niet. Haar dieren kijken niet naar status, IQ en carrière. Haar dieren zeuren en drammen niet, maar zijn makkelijk in de omgang en altijd blij met haar aandacht en zorgzaamheid.

In een wereld met bijna 8 miljard mensen is er niet één iemand die Bea de liefde geeft die ze zo verlangt. Ook zijzelf niet…

Bea is zich altijd aan het verdedigen en aan het bewijzen. Vanuit haar minderwaardigheidscomplex praat ze zichzelf moed in en geeft ze zichzelf complimenten. Maar echte liefde is het niet. Bea houdt niet werkelijk van zichzelf. Al die mensen in haar leven hebben alle voeding uit de bodem van liefde weggehaald.

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Passievolle lust

Je bent de mooiste vrouw die ooit heeft geleefd en die ik ooit heb gezien. Nooit meer zal er een mooiere vrouw zijn dan jij. Ik zie je lopen door een verlaten straat waar geen mens is, ik zie jouw nummer constant op mijn passieve telefoon en ik dring bij je naar binnen, terwijl je misschien naast je man in de auto zit of aan het slapen bent. Al zo vaak heb ik stiekem met je gevreeën. Ik hoop dat je het lekker vond.

Kom in mijn armen, leg jouw hoofd op mijn schouder. Je weet toch dat ik van je hou? Je hebt toch allang gemerkt dat jij voor mij de vrouw van mijn begeerte bent?

Ik wil je de hele nacht beminnen, jouw hand over mijn onderarm en torso, jouw liefde en jouw lust, jouw overgave en jouw losbandigheid. Verrijk mijn armzalige bestaan. Maak mijn dromen waar, maak de waarheid dromerig.

Niemand kan aan jou tippen. Voor jou zet ik alles en iedereen opzij, met jou begint mijn nieuwe leven. In de tweede helft wil ik scoren, wil ik winnen en jij bent het die de voorzetten kan geven. Zelfs als je zwijgt, geef je me een peptalk.

(Niet autobiografisch).

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

The Passion roept vraagtekens op

Het is ieder jaar een schitterend en heerlijk Kerst-gevoel in april: The Passion op de Nederlandse televisie, mogelijk gemaakt door de EO, NCRV en KRO. Vandaar dat Limburgers elkaar een Zalig Pasen wensen. Zalig (heerlijk) kan het zijn! Maar het verhaal over de kruisiging van Jezus roept vragen op als je niet (blind) gelooft.

Als atheïst zou je bijna in God gaan geloven als je van The Passion geniet. Deze haast filmische, live-buitenmusical ontroert en bezorgt je een magisch gevoel. Twee uur lang lijkt alles goed te zullen komen en lijken de lieve en wijze mensen meer saamhorig en solidair met elkaar te zijn of worden dan ooit. Als de verstandige, menslievende, rechtvaardige en wijze mensen toch eens altijd veel meer zouden samenspannen, zich zouden laten gelden en de macht in handen namen, en zo tegenwicht zouden bieden tegen de slechte mensen… Misschien ging het dan wat beter in en met onze maatschappij.

In The Passion wordt het verhaal van en over Jezus mooi samengevat. Het oude verhaal over verraad, verloochening, lijden, onrecht, moed, moederliefde en oorlog blijft actueel zolang er mensen zullen zijn. Maar als ik naar The Passion kijk, weet ik als ongelovige nog meer zeker dat Jezus niet de Zoon van God was en dat God niet bestaat.

Jezus komt op mij veel meer over als iemand die zelf heel gelovig was (erg in God geloofde) en zich het lot van de Joden aantrok. Jezus was (goed)moedig, rechtvaardig en wijs, net als Nelson Mandela, Gandhi en Martin Luther King. Als zodanig was Jezus de leider van de Joden, zoals Mandela dat was voor Zuid-Afrika, Gandhi voor India en Martin Luther King voor progressief Amerika. Allemaal mannen die vreedzaam of zo vreedzaam mogelijk vochten tegen onderdrukking, ongelijkheid, onrecht en geweld, die vreedzaam streden VOOR gelijkheid, rechtvaardigheid, vrede, naastenliefde en democratie.

WIE WAS JEZUS NOU WERKELIJK?

De vraag is alleen of Jezus zichzelf had benoemd tot de Zoon van God of door het volk werd gezien als de Zoon van God en met dat idee – dat hij de zoon van God was – werd grootgebracht, zoals de Dalai Lama wordt gezien en werd opgevoed als de reïncarnatie van de vorige Dalai Lama.

Maar er is meer. Het feit dat Jezus Christus (en dus God) ondanks twee wereldoorlogen niet is teruggekeerd op aarde en geen einde heeft gemaakt aan al het onrecht, geeft te denken. Sowieso, dat er door de Almacht niet werd en wordt ingegrepen bij genocides en epidemieën, is op z’n minst uiterst dubieus te noemen. God schiep zogenaamd wel hemel en aarde en zou dus tot alles in staat zijn, maar volslagen onschuldige mensen laat hij op aarde ten onder gaan en traumatische ervaringen meemaken. Ja, zijn wegen zijn zogenaamd ondoorgrondelijk, maar ze zijn dan niet alleen ondoorgrondelijk. Ze zijn onverkwikkelijk en onvergeeflijk.

DE VRIJE WIL IS EEN DROGREDEN

Als God ons echt zou hebben gemaakt en zou hebben blootgesteld aan de vrije wil van kwaadaardige mensen die slechte dingen doen, dan is hij of dood of niet goed bij zijn plaat. Wanneer gelovigen door ongelovigen worden gewezen op het onrecht en onheil in de wereld waar God niets aan doet, verwijzen ze immer naar de vrije wil van de mens die God ons gegeven heeft, maar het is van geen enkel slachtoffer de vrije wil om verkracht, vermoord en/of gemarteld te worden!

Tja, daar hebben we dan weer het hiernamaals voor waarin recht zal worden gesproken. Maar waarom dan niet al HIER en NU ingrijpen en rechtspreken? Waarom wachten tot na de dood? Waarom onschuldige en vaak heel lieve mensen blootstellen aan de grootste en ergste gruwelijkheden?

Het kan er bij mij allemaal niet in. En voorts zie ik hoe de natuur – los van de mensheid – in elkaar zit… Ik zie verwoestende natuurrampen, maar ook katten die halfdode muizen martelen en dolfijnen die voor de lol – in groepen – moorden, zonder hun slachtoffer op te vreten. Ik zie dat het ook bij de dieren allemaal draait om hiërarchie, concurrentie, competitie, misleiding en strijd. En je zal als dier maar onderaan de voedselketen staan! Dan heb je het slecht getroffen. Als God van alle wezens houdt, waarom zijn dan de meest onschuldige en meest ongevaarlijke wezens het meest kwetsbaar?

Ik weet wel dat daar De Duivel om de hoek komt kijken. Die zou volgens de gelovigen verantwoordelijk zijn voor alle ellende en blijkbaar is God op aarde niet tegen hem opgewassen. Kennelijk kan De Duivel niets uitrichten in De Hemel, maar God ook niet in De Hel.

Nee, het gaat er bij mij allemaal niet in.

DE NATUUR – VOLGENS GELOVIGEN DE SCHEPPING – IS IN DE KERN GESTOELD OP STRIJD, CONCURRENTIE, ZIEKTEN, TRAGEDIES, RAMPEN EN ONGELUKKEN

De natuur en dus het leven is gewoon een evolutionair krachtenspel van destructieve en constructieve mogelijkheden, eigenschappen, gedragingen en manifestaties. Zo simpel is het. En waarom het zo is, daar bestaat geen antwoord op. Omdat het zo is. Punt. Wij mensen zijn te begrensd om alles te weten te komen. Hooguit komen we slechts fracties van de algehele waarheid te weten. We maken vorderingen, maar slechts heel langzaam. Waarschijnlijk weten we 89 procent van wat er te ontdekken valt (nog) niet en misschien komen we het wel nooit helemaal en allemaal te weten.

De mens is primair een evolutionair natuurverschijnsel, een nog betrekkelijk jong natuurverschijnsel. Door onze capaciteiten en ons aantal zijn we op aarde de dominante soort, zoals eerst de dinosaurussen dat waren. Maar wie zegt dat de mens de laatste dominante soort op aarde zal zijn? Ik denk dat de mens niet de laatste soort zal zijn die uitsterft. Ik denk dat bijvoorbeeld mieren meer kans van slagen hebben om mega-rampen te overleven dan mensen! De dino’s zijn ooit uitgestorven. Wie garandeert me dat de mens nooit zal uitsterven en dat er niet een andere dominante diersoort of een heersend natuurverschijnsel na ons tijdperk zal zijn?

Mensen denken evenwel heel mens-centraal. Wij beschouwen ons als de koningen en koninginnen van de aarde en eigenlijk van het hele universum en we zijn in staat zelf een maatschappij te scheppen, en dat hebben we op een niet al te fraaie wijze gedaan, simpelweg omdat er ook heel veel domme, sluwe, slechte en gemene mensen zijn die van nature zo zijn, zoals een tsunami van nature een tsunami en geen vredig stromend beekje is.

Ik geloof in het doorstaan en (indien mogelijk) het genieten van en actief zijn in het Hier en Nu, voor en met elkaar. De lieve en wijze mensen moeten de krachten bundelen en het opnemen tegen de slechteriken en de dommeriken. We moeten elkaar inspireren, motiveren, helpen, begeesteren en opvrolijken, we kunnen samenwerken en we mogen samen genieten, feesten, ontspannen en vrijen.

En dan leid je ook als ongelovige een heel religieus en spiritueel leven.

God bestaat niet maar is het verzonnen synoniem voor GOED, voor alles wat goed is en goed gaat en voor al het goede dat we wensen en verlangen en waar we op hopen.

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Verdwaald in het bos

Wandelen – beweging in de frisse buitenlucht – is de gezondste hobby die een mens kan beoefenen. Maar het wordt pas echt een belevenis als je openstaat voor de mooie en aparte bomen, bloemen, gebouwen en mensen.

Ik hou zielsveel van veel dingen en mensen, en ook van de kleuren, geuren, schoonheid én weldaad van de natuur. Niet dat de natuur alleen maar vriendelijk en aardig is: denk aan de poes die een bijna-dode muis blijft martelen, aan de verwoestende aardbevingen en overstromingen en aan een tekenbeet die de gezondheid en het geluk van mensen kan verpesten…

Maar ik heb het natuurlijk over de onschuldige en fijne kanten van de natuur waar wij in Nederland en België overwegend mee te maken hebben.

Gelukkig wonen we heel dicht bij een prettig natuurgebied, Nationaal Park De Meinweg, een uitgestrekt bosgebied met tevens vennetjes, beekjes en heidevelden. Spectaculaire natuur zoals we die in Noord- en Zuid-Amerika, Turkije, Spanje en Indonesië hebben gezien biedt Nederland niet (ik hou van het sensationele en unieke), maar ook niet zo’n overweldigende, adembenemende natuur kan heel erg fraai en weldadig zijn.

Mijn bezoekjes aan en wandelingen en fietstochtjes door De Meinweg en andere natuurgebieden, maar ook aan en door dorpjes en de grote stad (Roermond) – de bebouwde gebieden herbergen net zo goed bezienswaardige natuur – doen mij goed.

Echter, op De Meinweg verdwaal ik vaak als ik fietspaden kies die ik niet ken. Zodra ik van de mij bekende paden afwijk, weet ik een paar kilometer verderop niet meer waar ik me bevind en hoe ik terug moet. Ik heb een heel slecht oriëntatie- en richtingsgevoel. Aangezien ik vanwege gezondheidsperikelen snel uitgeput raak, is het zaak dat ik niet te ver van huis geraak. Maar soms ben ik dermate de weg kwijt – letterlijk – dat ik in plaats van 6 kilometer 15 kilometer moet afleggen om weer thuis te komen.

Dat kan ook best wel avontuurlijk zijn, hoor. Je komt nog eens ergens. Ik hou heel erg van het ontdekken van mooie plekjes. En het is goed voor de conditie, die omwegen!

Echter, als ik uitgeput begin te raken, kan het akelig zijn om de weg kwijt te zijn, met name in een dicht en zeer uitgestrekt bos waar je geen horizon en geen aanknopingspunten ziet, zoals een schoorsteen van een bekende fabriek of de markante toren van een kerk.

De bewegwijzering op De Meinweg laat mijns inziens te wensen over. Ik heb diverse mensen gesproken die het met me eens zijn en het komt geregeld voor dat fietsers – bijvoorbeeld uit het aangrenzende Duitsland of pedalerende hotelgasten uit andere delen van het land – aan mij de bosweg vragen. Meer mensen kampen dus met het probleem dat de borden niet zo duidelijk zijn, en al helemaal als je geen fietsroutekaart tot je beschikking hebt.

Daarom heb ik een e-mail gestuurd naar de gemeente en Staatsbosbeheer waarin ik bedel om of pleit voor voldoende fatsoenlijke borden met daarop plaatsnamen, pijlen en afstanden. Hoe simpel kan het zijn? Ik hoop dan altijd dat de ontvangers van de e-mail de redelijkheid van mijn suggestie inzien en er meteen enthousiast werk van maken, zodat die borden er volgende maand al staan.

Zo werkt het natuurlijk niet. Maar ik merk meestal wel dat men heel passief en afhoudend reageert in plaats van snel en doeltreffend actie te ondernemen. De eerste reactie die ik terugkreeg, was er weer een van het kastje naar de muur: je moet niet bij ons zijn, maar daar en daar. Het is niet onze verantwoordelijkheid.

Er zijn zoveel instanties die met een bepaald onderwerp gemoeid zijn en die instanties en medewerkers hebben allemaal hun eigen specialisatie(s), die zitten allemaal in hun eigen hok. Ze nemen niet zelf contact op met de instantie bij wie je als consument moet zijn, maar verwijzen je door. Dat is wat heel veel mensen – heel veel burgers – in deze maatschappij mateloos frustreert en ergert.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het leven van een topvoetballer

Natuurlijk, topvoetballers verdienen – net als bonus-bankiers, filmsterren, artiesten en zoveel andere mensen – veel teveel (en we geven als individu en maatschappij miljarden uit aan de wederopbouw van een eeuwenoude kathedraal, maar bepaalde mensen, wijken, oorden en landen laten we verpieteren – we stellen dus ook op financieel gebied de verkeerde prioriteiten), maar afgezien daarvan staan veel mensen er niet bij stil hoe topvoetballers moeten leven, en dat dit heel zwaar is.

BIJNA NOOIT VRIJ IN HET WEEKEINDE EN MET FEESTDAGEN

Zo hebben topvoetballers haast nooit een vrij weekeinde (andere topsporters evenmin, maar voetbal staat in Europa in het hoogste aanzien en het meest in de belangstelling). Stel je eens voor dat je op zaterdag en zondag, maar ook met Pasen, Koningsdag en Hemelvaart, bijna nooit iets leuks kan ondernemen met je gezin, andere familieleden of vrienden! Dit vergt grote offers en een enorm aanpassingsvermogen van het hele gezin, van alle gezinsleden. Alles in huis draait om de topsporter.

Op zich heeft een topspeler best veel vrije tijd (echter minder dan veel mensen denken), maar wat kan hij met die beschikbare uren doen? Overal word je herkend. Ga je met vrienden een biertje doen in een gezellige kroeg, dan staat de volgende dag op de sociale media jouw foto met de tekst dat je je werk niet serieus neemt. Je hebt als bekendheid echt bitter weinig vrijheid en speling. Je leidt geen normaal leven. Verre van zelfs.

Een topvoetballer kan het zich bijvoorbeeld niet permitteren – als hij al de kans krijgt – om op wintersportvakantie te gaan. Het risico een been te breken, is immers veel te groot. Hij zal alles doen en laten (dat wordt ook van hem verwacht) om in de vrije tijd geen blessures op te lopen, geen last te krijgen van lichamelijke ongemakken en niet gewond te raken. Eens lekker carnaval vieren met vrienden is al helemààl geen optie. Je moet als speler zoveel missen!

Een topspeler kan zich vanwege zijn inkomen heel veel veroorloven, maar anderzijds kan hij zich juist heel erg weinig permitteren.

ALTIJD OP DE VOEDING LETTEN

Want de topvoetballer moet niet alleen bijna altijd in het weekeinde werken, hij dient bovendien ALTIJD zo gezond mogelijk te eten en drinken en zijn rust te pakken. Eens lekker doorzakken met vrienden kan gedurende het seizoen eigenlijk nooit, omdat je als topvoetballer ook voor en op de trainingen topfit moet zijn. De concurrentiestrijd binnen een team is moordend en de kritiek van de trainersstaf, medespelers, journalisten en fans hard. Dus als je niet fit en slank oogt, dan word je daar genadeloos op afgerekend. In zekere zin moet je als voetbalheld leven als een monnik, totaal in dienst van je sport.

Ook als je eens geen zin hebt, eigenlijk best wel moe of wat grieperig bent, moet je toch weer trainen. Iedereen die op welk niveau dan ook heeft gevoetbald, weet dat de trainingen vaak niet leuk zijn. Je moet dan veel rennen zonder bal en daar hebben de meeste voetballers een gruwelijke hekel aan. Het leukste zijn de trainingspartijtjes en de wedstrijden.

TRAININGSKAMPEN EN VLIEGREIZEN

Ieder seizoen gaan topclubs op trainingskamp, met name in de voorbereiding en winterstop. Dan ben je als topspeler dus niet thuis. Soms ben je wekenlang weg van je gezin, ook als je kortgeleden vader bent geworden, je vrouw hoogzwanger is of als een van je ouders of vrienden heel erg ziek is. En is het wel zo leuk om een halve maand in een hotel te zitten met dertig andere testosteron-bommen, weg van je gezin, familie en vrienden?

Daar komt bij dat de sterren voortdurend moeten reizen, zeker als ze Europees spelen. Die vliegreizen hakken er echt wel in. Vliegen maakt op de een of andere manier toch altijd moe. Het doet iets met je, zelfs een korte vliegreis. Vaak sta je nog dezelfde dag alweer op het trainingsveld.

WEINIG VRIJHEID, NOOIT ANONIEM KUNNEN ZIJN

Topvoetballers zijn beroemd. Vaak wereldberoemd. Ze zijn bekend en iedereen weet dat ze miljonair zijn. Dan kun je niet in een gezellige volkswijk gaan wonen. Er is een verhoogd risico op inbraken, overvallen en gijzelingen, en inmenging van louche zakenmensen en notoire oplichters. Ook de (roddel)pers – met name het fotograferende deel – zit voortdurend achter je aan. Nogal wat achterlijke lui maken onder jouw naam fake-accounts aan op de sociale media en proberen onder jouw naam, voor hun eigen-gewin-  slechte/onwettige dingen te doen.

Voor iemand als Frenkie de Jong is het niet te doen om op zaterdagmiddag of een donderdagavond met zijn vriendin over de Kalverstraat te lopen en te shoppen. Waar je ook komt: je wordt nergens met rust gelaten. Iedereen wil met je op de foto, een handtekening scoren, wat tegen je zeggen en/of met je praten. Ook daar moet je maar tegen kunnen! Alles wat je (in het openbaar) doet, zegt en op de sociale media post en schrijft, wordt gezien en beoordeeld, en tegenwoordig gefilmd en gedeeld op de sociale media. Je kan als topvoetballer niet met je vrouw of vriendin naar een parenclub of met een minnaar naar een homosauna. Ik noem maar wat.

PRESTATIEDRUK, MENINGEN EN VERWACHTINGEN

Als topspeler bij een topclub wordt er ontzettend veel van je verwacht. De lat ligt altijd hoog. De boog is eigenlijk altijd gespannen. Je dient te presteren. Voldoe je een tijdje of eens niet, dan krijg je ladingen met kritiek over je heen van medespelers, trainers, journalisten, fans en eigenlijk van iedereen die je tegenkomt. In kranten, op tv en de sociale media maar ook overal waar je je vertoont, worden je (tegenvallende) prestaties besproken en beschimpt. Presteer je goed, dan worden de verwachtingen alleen maar hoger en neemt de prestatiedruk toe.

Ook met loftuitingen moet je leren omgaan. Niet alleen hoe een mens met tegenslagen omgaat, kenmerkt zijn karakter, maar ook hij hij omgaat met succes. Hoe denk je en gedraag je je wanneer alles meezit, als je bakken met geld verdient, alle (lekkere) vrouwen naar je lonken en je wordt opgehemeld door jan en alleman?

Wat te denken van de wedstrijdspanning! Moeten presteren in een vol stadion met allemaal schreeuwende en vloekende en fluitende supporters en overspannen reagerende trainers langs de zijlijn… dat is niet niks!

En tegenwoordig moeten profvoetballers op de gekste tijdstippen aantreden en pieken. Avondwedstrijden beginnen tegenwoordig vaak pas om negen of tien uur! Je zal maar een uitgesproken ochtend- of middagmens zijn! Zo’n hele dag zit je dan tegen zo’n duel aan te hikken. Mij lijkt dat moordend, zenuwslopend!

Spelers die langdurig geblesseerd raken, raken heel snel uit beeld. Ze maken nog wel deel uit van het team, maar voelen toch dat ze er niet meer zo bij horen. Meestal train je niet mee met de groep en zit je bij wedstrijden op de tribune. Dan kun je je heel eenzaam voelen. Als geblesseerde speler werk je intens aan je herstel. Revalideren is meestal geen kattenpis.

Al met al moet je voor het leven van een (zeer talentvolle) profvoetballer in de wieg zijn gelegd. Je ligt als crack constant onder een vergrootglas en door je beroemdheid heb je weinig vrijheid. Het vele geld kan ook rare dingen met je doen. Dat hebben we vaak genoeg bij spelers gezien.

En wat te denken van Het Zwarte Gat na de actieve loopbaan? Ook daar is menige oud-prof aan onderdoor gegaan. Als je de adrenaline, aandacht, het meedoen in de top en het gegarandeerde hoge inkomen mist, dan kan dat hard aankomen. Niet alle ex-spelers worden trainer en/of slagen als trainer.

Alles op de keper beschouwd, lijkt het me ontzettend zwaar en vaak helemaal niet leuk om profvoetballer te zijn. Je moet mentaal, emotioneel en lichamelijk echt goed in balans zijn, wil je dat allemaal trekken en je evenwicht kunnen bewaren. Je dient topfit en kerngezond te zijn, stevig in je schoenen te staan en je de kop niet gek te laten maken door alle hectiek, de media-aandacht en de zaakwaarnemers die aan je willen verdienen.

Ik denk dat heel weinig mensen zich realiseren wat er allemaal bij komt kijken. Natuurlijk, als je succes hebt en fit en in vorm bent, is het hartstikke mooi om profvoetballer te zijn. Maar dan nog moet je veel offers brengen en is je vrijheid – behalve je financiële vrijheid en dat wat je thuis doet – zeer beperkt.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen